Besluit van 26-01-2021, Stb. 2021, 46

Besluit houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, het Besluit bewapening en uitrusting politie en het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie in verband met de wijziging en invoering van voorschriften omtrent het gebruik van geweldmiddelen en vrijheidsbeperkende middelen

—De Ambtsinstructie vult de geweldsbevoegdheid van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren nader in en biedt de ambtenaren houvast bij de uitoefening van hun functie. De huidige Ambtsinstructie is in 1994 in werking getreden en nadien diverse malen op onderdelen aangepast, maar tot op heden niet algeheel geactualiseerd. Daartoe bestaat echter wel aanleiding, onder meer vanwege de bevindingen van de Nationale ombudsman zoals neergelegd in diens rapport 'Verantwoord politiegeweld' van 2 juni 2013. In dat rapport zijn diverse aanbevelingen gedaan om de Ambtsinstructie aan te passen. Ook vanuit de wetenschap en de politiepraktijk is de wenselijkheid van actualisering van de Ambtsinstructie op diverse onderwerpen aan de orde gesteld, mede ingegeven door de invoering van nieuwe geweldmiddelen zoals het stroomstootwapen en wapens die zijn geladen met niet-penetrerende projectielen. Voorts is de Politiewet 1993 inmiddels vervangen door de Politiewet 2012 en zijn ook daarin wijzigingen aangebracht die nopen tot nadere uitwerking in de Ambtsinstructie.

Van recente datum is, als onderdeel van het traject 'integrale stelselherziening geweldsaanwending opsporingsambtenaar', het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de rechtmatige uitoefening van hun taak en een strafbaarstelling van schending van de geweldsinstructie en wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het opnemen van een grondslag voor het doen van strafrechtelijk onderzoek naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren (geweldsaanwending opsporingsambtenaar). Als dit wetsvoorstel in werking is getreden bevat het Wetboek van Strafrecht een strafbaarstelling van overtreding van de geweldsinstructie door een ambtenaar, aan wie op grond van artikel 7 van de Politiewet 2012 of artikel 6 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de geweldsbevoegdheid is toegekend, indien dit letsel of de dood tot gevolg heeft en dit aan schuld van de ambtenaar is te wijten. Daarmee worden de in de Ambtsinstructie gestelde regels betreffende de toepassing van de geweldsbevoegdheid verheven tot strafrechtelijk gesanctioneerde normen. De bepalingen van de Ambtsinstructie die geweldsinstructies bevatten, zijn als gevolg daarvan tegen het licht gehouden, omdat het lex certa-beginsel noopt tot het zo helder en zo bepaald mogelijk formuleren van strafrechtelijk gesanctioneerde normen. Ook de Afdeling advisering van de Raad van State heeft in zijn advies op het voorstel van wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar geadviseerd het gebruik van geweldmiddelen zo mogelijk nader te normeren in de Ambtsinstructie. De voorschriften in de Ambtsinstructie moeten zo precies mogelijk worden geformuleerd, zodat het voor een ambtenaar duidelijk is hoe deze dient te handelen en het daarmee voorzienbaar is wanneer hij zich schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De Ambtsinstructie behoeft aanpassing op de volgende onderwerpen, hetgeen met onderhavig besluit gebeurt:

  1. actualiseren en verduidelijken van de criteria voor het gebruik van vuurwapens;
  2. vervallen van de regels met betrekking tot het meevoeren van automatische vuurwapens en het meevoeren van lange afstandsprecisievuurwapens;
  3. actualiseren van de criteria voor het gebruik van wapens met niet-penetrerende projectielen;
  4. actualiseren van de criteria voor het gebruik van pepperspray;
  5. opnemen van criteria voor het gebruik van stroomstootwapens;
  6. opnemen van criteria voor het gebruik van de wapenstok;
  7. actualiseren van criteria voor de inzet van de surveillancehond en de AOT-hond als geweldmiddel;
  8. actualiseren van de criteria voor het gebruik van handboeien;
  9. opnemen van criteria voor het gebruik van een blinddoek en handboeien ten behoeve van een aanhouding alsmede het gebruik van bepaalde vrijheidsbeperkende middelen jegens ingeslotenen;
  10. opnemen van een bevoegdheid tot het met geweld afwenden van gevaar voor eigen of andermans veiligheid, de zogenoemde afweerbevoegdheid;
  11. verduidelijken en zo bepaald mogelijk formuleren van regels die een geweldsinstructie bevatten.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.