Wet van 24-06-2020, Stb. 2020, 231 en inwerking­tredingsbesluit van 03-07-2020, Stb. 2020, 232

Wet tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en enkele andere wetten in verband met de registratie van uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten ter implementatie van de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn (Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten)

—Deze wet strekt tot implementatie van de verplichting tot het bijhouden en centraal registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbende (in het Engels ‘ultimate beneficial owner’, afgekort UBO) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Deze verplichting vloeit voort uit de vierde Europese anti-witwasrichtlijn, zoals gewijzigd door de Europese richtlijn (EU) 2018/843 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Hiertoe wordt de Handelsregisterwet 2007 gewijzigd. Tevens worden de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Wet op de economische delicten gewijzigd, onder meer inhoudende een algemene verplichting voor in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten om informatie te hebben en bij te houden over wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn en een bestraffing in het geval van het niet nakomen van de verplichtingen op grond van deze wijzigingen van de Wwft.

Inwerkingtreding

Inwerkingtreding met ingang van 08-07-2020, met uitzondering van artikel I en artikel II, onderdelen A, B, voor zover het betreft artikel 10c, en C. Artikel I, met uitzondering van onderdeel Fa, en artikel II, onderdelen A, B, voor zover het betreft artikel 10c, en C, treden in werking met ingang van 27-09-2020. Die laatste datum is op advies van de Kamer van Koophandel; zij verwacht dan zorgvuldig te kunnen starten met het registreren van uiteindelijk belanghebbenden in het handelsregister. Onderdeel Fa van artikel I ziet op de identificatie van raadplegers van het register en het op verzoek van de UBO inzicht bieden in het aantal keer dat zijn gegevens is verstrekt aan derden, niet zijnde overheidspartijen. In de inwerkingtreding van onderdeel Fa zal voorzien worden als de Wet digitale overheid van kracht is en de identificatiemiddelen beschikbaar zijn en deze als inlogmiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te krijgen tot gegevens van UBO’s.

Kamerstukken