Wet van 26-05-2021, Stb. 2021, 240 en inwerkingtredingsbesluit van 26-05-2021, Stb. 2021, 241

Wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het stellen van tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2 (Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen)

—Met deze wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) worden de tijdelijke bepalingen in hoofdstuk Va van die wet uitgebreid met de mogelijkheid om bij het treffen van maatregelen ter bestrijding van de epidemie van COVID-19 regels te kunnen stellen over het tonen van testbewijzen, vaccinatiebewijzen en herstelbewijzen, samen coronatoegangsbewijzen genoemd. Het wetsvoorstel ging oorspronkelijk alleen over testbewijzen waaruit blijkt of er op het moment van afname van de test een infectie was met het coronavirus SARS-CoV-2. Door aanname van een amendement is vast komen te liggen dat niet langer alleen de (hoofd)voorwaarden voor testbewijzen worden geregeld, maar op gelijke voet voor vaccinatiebewijzen en herstelbewijzen. Dit is consequent doorgevoerd in de verschillende artikelen. Daar waar op enkele plekken in het wetsvoorstel bepalingen over de testuitslag zelf waren opgenomen, hebben de indieners van het amendement dit gelijkgetrokken met de vaststelling dat een persoon een vaccinatie tegen SARS-CoV-2 heeft ontvangen of is herstelt van een infectie met het virus. Het gaat bij alle drie om het ‘resultaat’, dat dient als bron voor het schriftelijk of elektronisch coronatoegangsbewijs.

Het verplichten van coronatoegangsbewijzen raakt grondrechten, waaronder het recht op lichamelijke integriteit en het recht op privacy. Voor een beperking van deze rechten door de overheid is een wettelijke basis vereist. De wet expliciteert de grondslag om bij ministeriële regeling coronatoegangsbewijzen te kunnen inzetten voor toegang tot activiteiten of voorzieningen op uitsluitend de terreinen cultuur, evenementen, georganiseerde jeugdactiviteiten, horeca of sport. Daarnaast kan het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen om er met behulp van coronatoegangsbewijzen voor te zorgen dat aan meer studenten meer fysiek onderwijs gegeven kan worden. Op andere terreinen kunnen coronatoegangsbewijzen niet worden voorgeschreven.

De wet bevat een (eveneens bij amendement ingevoerd) expliciet verbod voor het voeren van een toegangsbeleid met coronatoegangsbewijzen voor activiteiten en voorzieningen in openbare of publieke plaatsen. Voor besloten plaatsen blijft een onverplicht toegangsbeleid wel mogelijk.

Tijdens de parlementaire behandeling zijn verder nog de volgende amendementen aangenomen: over de instemming van de medezeggenschapsorganen in het onderwijs voor het invoeren en wijzigen van het vragen van coronatoegangsbewijzen, over een uitzondering voor personen met een beperking of ziekte, over het kosteloos gelegenheid bieden om betrouwbaar te testen voor toegang, over een grondslag om te kunnen kiezen voor gevalideerde antigeen zelftesten en over een onderscheid in de maximale wettelijke bewaartermijn van positieve testuitslagen en negatieve testuitslagen.

Inwerkingtreding met ingang van 01-06-2021.

Kamerstukken