Wet van 16-06-2021, Stb. 2021, 319

Wet tot wijziging van de Erfgoedwet en de Wet op de economische delicten in verband met EU-verordening (EU) 2019/880 inzake het binnenbrengen van cultuurgoederen

—Deze wet regelt de implementatie van de Verordening (EU) 2019/880 inzake het binnenbrengen van cultuurgoederen. Tijdens de oorlogen in Irak en Syrië, Yemen en Libië heeft een intensivering van de plundering van archeologische vindplaatsen plaatsgevonden. Door de daaropvolgende illegale uitvoer verdwijnt belangrijk erfgoed uit die landen. Daarmee verliest het erfgoed de relatie met de plek, de functie als historische en wetenschappelijke bron. De illegale uitvoer van het erfgoed tast daarmee de kern van een beschaving aan. Bij de Verordening worden de voorwaarden voor het binnenbrengen en de voorwaarden en procedures voor de invoer van cultuurgoederen van buiten het douanegebied van de Unie vastgesteld. De hoofddoelstellingen zijn het stellen van uniforme regels en het leveren van een bijdrage aan de bescherming van cultuurgoederen van de mensheid tegen illegale handel, verlies of vernietiging. Met deze wet wordt voldaan aan de vereisten van de artikelen 3, 11 en 16, tweede lid, sub a, van de Verordening. Ook wordt de implementatie van de artikelen 4 en 5 van de Verordening voorbereid. Er wordt een verbod opgenomen in de Erfgoedwet om cultuurgoederen binnen te brengen die in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waarin ze zijn ontdekt of vervaardigd, buiten het grondgebied van dat land zijn gebracht. De Wet op de economische delicten (WED) wordt gewijzigd door overtreding van dit voorschrift strafbaar te stellen. Daarbij wordt aangesloten bij het huidige systeem van de WED. Daarnaast wordt geregeld dat voor bepaalde cultuurgoederen een vergunning moet worden afgegeven, of een verklaring moet worden overlegd.

Tevens bevat de wet een ­voorziening ten aanzien van de toekomstige inwerkingtreding van de vergunningsafgifte en de importeursverklaring (respectievelijk artikelen 4 en 5 van de Verordening), door de mogelijkheid te bieden deze met een Koninklijk Besluit te operationaliseren in nationale regelgeving.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.

Kamerstukken