Artikelen van Rolf Ortlep

Blog
Kinderopvangtoeslagaffaire: ook een spiegel voor de rechtenfaculteiten
Een korrel geest weegt in de rechtswetenschap zwaarder dan twintig schepel getallen.
5 november 2021 Artikel Rolf Ortlep
Blog
Kinderopvangtoeslagaffaire
De democratische rechtsstaat wordt als staal in de wind gehard
5 februari 2021 Artikel Jacobine van den Brink Rolf Ortlep
TijdschriftNJB 37 (2021)
Maatschappelijke regulering als effectief en waardevol rechtsvindingsinstrument
Coen Hoekstra
In dit artikel staat centraal wat de rol is van maatschappelijke regulering bij invulling van de maatschappelijke betamelijkheid en welke omstandigheden relevant zijn bij de bepaling van die rol. Om die vraag te beantwoorden zijn de stand van de doctrine en de stand van de rechtspraktijk onderzocht en is een vergelijking tussen beide gemaakt. Uit de vergelijking blijkt dat in de feitenrechtspraak weinig terug te zien valt van wat de literatuur zo bezighoudt. De conclusie van het stuk is dat het wellicht tijd is maatschappelijke regulering te omarmen als functioneel, waardevol en effectief rechtsvindingsinstrument. In verreweg de meeste gevallen helpt zij de rechter werkelijk vast te stellen wat de maatschappelijke betamelijkheid inhoudt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Recht vinden bij de rechtbank
Agnes Bazuin, Tim Boesman, Jan Catsburg, Karen Geertsema, Linda van Ginneken, Marleen van Ham-Kolk, Maarten Koenis, Ashley Terlouw en Theo Schelfhout
De Werkgroep reflectie toeslagenaffaire rechtbanken is in maart 2021 ingesteld met als doel om te reflecteren op de rol van de bestuursrechter in kinderopvangtoeslagzaken. In dit artikel doen de leden van de Werkgroep kort verslag van hun bevindingen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Procesrechtelijke lessen uit de Toeslagenaffaire
Ymre Schuurmans
In deze bijdrage wordt een aantal belangrijke feitelijke bevindingen van de Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken belicht, die doen begrijpen waarom het onrecht lang onopgemerkt bleef en aan de hand waarvan wordt bezien in welke mate de in het rapport geanalyseerde problematiek onderdeel is van het systeem van bestuursrechtelijke rechtsbescherming. Wat is de invloed geweest van de aanvankelijk beperkte omvang van het aantal zaken? Waarom werd een groot deel van de beroepen in deze zaken ingetrokken? Heeft de drang naar definitieve geschilbeslechting een rol gespeeld? De eerstelijnsrechter zal zich moeten herbezinnen op zijn rol. In elk geval is naast meer maatwerk óók een volwaardigere rechtmatigheidsbeoordeling van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels aangewezen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Kinderopvangtoeslagaffaire: ook een spiegel voor de rechtenfaculteiten
Rolf Ortlep
De kinderopvangtoeslagaffaire dwingt tot zelfreflectie; niet alleen op de rol van de staatsmachten en de verhouding tot elkaar, maar tevens op de rol van de rechtenfaculteiten (en de rechtswetenschappers). Het is immers hoofdzakelijk daar waar de personen (studenten) tot toepassing van het recht worden opgeleid.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Polexit-uitspraak is een aanval op de Europese rechtsorde
Niels Graaf en Thomas Riesthuis
Een nieuw constitutioneel dieptepunt is bereikt in Polen. Met de publicatie van de zogenaamde Polexit-uitspraak in het staatsblad omarmt de Poolse regering de rechterlijke aanval op de fundamenten van de EU-rechtsorde. De geringe speelruimte om dit constitutionele drama met een sisser te laten aflopen, is hiermee verkeken. Toch lijkt de ernst van de zaak nog niet tot iedereen doorgedrongen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

27 oktober 2021
TijdschriftNJB 5 (2021)
De handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK
Joris Larik
Deze bijdrage geeft een eerste overzicht van de zwaarbevochten handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen het VK en de EU in de context van de al vierenhalf jaar durende Brexit-saga. Samen met het terugtrekkingsakkoord hebben de betrekkingen tussen de EU en VK nu een nieuw fundament – gegoten uit het oude cement van internationaal publieksrecht. De overeenkomst slaagt erin zowel de rode lijnen van de partijen te respecteren als de maalstromen van een no-deal te omzeilen. Dat dit in een turbulent politiek klimaat is gelukt, is zeker voor een groot deel aan de volharding van de onderhandelingsteams van beide partijen te danken. Desalniettemin wordt op de honderden bladzijden van het akkoord keer op keer duidelijk dat het hier om een document gaat dat de schade van desintegratie regelt in plaats van de partijen hechter naar elkaar toe te laten groeien.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Over briefstemmen en volmachten
Leon Trapman
Dat er maatregelen genomen worden om mensen ook in coronatijd voldoende in staat te stellen hun stem te kunnen uitbrengen, is alleszins verdedigbaar. Of daarbij, gezien de gevaren voor de stemvrijheid, dan alle sluizen open moeten, valt echter te betwisten. Met de uitbreiding van de briefstemregeling én de volmachtregeling neemt de wetgever tamelijk rigoureuze maatregelen die de stemvrijheid onder druk zetten. Daar komt bij dat de regering de wijzigingen onvoldoende kan motiveren. Van een ‘dringende noodzaak’ om de briefstemregeling uit te breiden is niet gebleken en ook de stelling dat de normale volmachtregeling geen uitkomst biedt, is niet overtuigend onderbouwd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Kinderopvangtoeslagaffaire
Jacobine van den Brink en Rolf Ortlep
In plaats van elkaar achteraf de maat te nemen naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire, is het verstandiger om de energie van de wetgever, het bestuur, de rechter en de wetenschap te besteden aan hoe het beter kan. In dit artikel wordt onderbouwd dat de Afdeling bestuursrechtspraak voor de strenge interpretatie van de kinderopvangtoeslagwetgeving heeft kunnen kiezen, al was dat met de kennis van nu geen gelukkige keuze. In het tweede deel van de bijdrage wordt gereflecteerd op de verhouding wetgeving en bestuursrechtspraak, en welke rol de wetenschap hierin zou kunnen spelen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Ik was het niet, ik was het niet, het was de wetgever!
Leo Damen
De tekst noch de wetsgeschiedenis van artikel 26 Awir dwongen in de relevante periode inzake de 100%-terugvorderingsplicht tot de interpretatie die de Afdeling steeds heeft gevolgd en nog steeds aanhangt. Zij gaven juist aanleiding tot de tegengestelde interpretatie: bij de terugvorderingsbevoegdheid bestond beleidsruimte. Het a contrario-argument van het ontbreken van een hardheidsclausule kon daar niet aan afdoen, omdat een hardheidsclausule gezien de tekst en wetsgeschiedenis helemaal niet nodig was.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Ook gij, Raad voor de rechtspraak!
Willem F. Korthals Altes
Aan de slachtoffers van de gevolgen van de toeslagenwetgeving is een zekere – en belangrijke – mate van rechtsbescherming onthouden, omdat de bestuursrechter het anders te druk zou krijgen. Wat de vraag oproept of het, vanuit de Trias-gedachte, wel zo gelukkig is dat de Raad voor de rechtspraak adviseert over wetgeving met een politiekmaatschappelijke lading.

[verder lezen in NAVIGATOR]

3 februari 2021
TijdschriftNJB 21 (2016)
Vrouwen naar de top
Sonja Kruisinga, Loes Lennarts en Linda Senden
Tot 1 januari 2016 bevatte Boek 2 BW een wettelijke regeling inzake een evenwichtige verdeling van de zetels in de raad van bestuur en de raad van commissarissen over mannen en vrouwen. Het doel van de regeling was dat eind 2015 de raad van bestuur en de raad van commissarissen van grote vennootschappen voor ten minste 30% uit vrouwen zou bestaan. Deze regeling ging er van uit dat ondernemingen zelf hun verantwoordelijkheid zouden nemen om de gestelde doelen te realiseren en kende nauwelijks sancties. Nu het in de wet gestelde doel vooralsnog niet is bereikt, is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend dat regelt dat het streefcijfer van 30% opnieuw voor een periode van ongeveer vier jaar wordt ingevoerd. De vraag rijst of het simpelweg verlengen van de bestaande regeling de juiste route is om het gestelde doel te bereiken. In dit artikel worden de alternatieven bekeken waarvoor men in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië koos.


Lees het hele artikel in Navigator.

Constitutionele toetsing van wetgeving ex ante
Paul van Sasse van Ysselt
In dit artikel komt de vraag aan de orde of de constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving in het wetgevingsproces adequaat is geborgd en of de noodzaak bestaat haar te versterken, en zo ja, hoe. Ter beantwoording van deze vragen wordt allereerst ingegaan op de politieke en internationale aandacht voor constitutionele toetsing in het wetgevingsproces. Vervolgens komen de reikwijdte van een constitutionele toets, andere actoren die zijn betrokken bij het verrichten van die toets in het wetgevingsproces en de organisatie van de constitutionele toets van regeringszijde aan de orde. Ten slotte wordt ingegaan op de activiteiten die kunnen worden ondernomen om de constitutionele toets actueel te houden en verder te versterken.


Lees het hele artikel in Navigator.

Effectief terugkeerbeleid
Jim Waasdorp en Aniel Pahladsingh
Op 29 maart 2016 heeft de Hoge Raad aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd wanneer de duur van een inreisverbod en een daarmee gelijk te stellen ongewenstverklaring aanvangt. Het verwijzingsarrest zou gevolgen moeten hebben voor alle strafzaken waarin het gaat om een verdenking ex artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht voor zover het inreisverboden en daarmee gelijk te stellen ongewenstverklaringen betreffen die ten tijde van de in de tenlastelegging genoemde datum vijf jaren of langer geleden zijn uitgevaardigd. In dit soort zaken zijn er bewijsproblemen omdat (nog) niet vast staat of de ongewenstverklaring nog wel op grond van een wettelijk voorschrift is opgelegd, zoals artikel 197 Wetboek van Strafrecht vereist.


Lees het hele artikel in Navigator.

De aansprakelijkheid van de Staat voor fouten van de rechter
Rolf Ortlep
Volgens het Nederlandse recht dient de schade voor onrechtmatige rechtspraak in beginsel voor de burger te blijven. De criteria voor de toekenning van schadevergoeding op dit punt zijn minder burgervriendelijk dan die het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn Köbler-rechtspraak voorschrijft als het gaat om een schending van het Unierecht door de hoogste nationale rechter. In het Schaarbeek-arrest van het Grondwettelijk Hof van België is beslist dat vanwege met name het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel ook zonder dat het Unierecht in het geding is rekening moet worden gehouden met de Köbler-rechtspraak bij het bepalen of een door een hoogste rechter begane fout een kennelijke schending van het recht vormt.


Lees het hele artikel in Navigator.

Griffierecht hoort in het medisch tuchtrecht niet thuis
Jos Dute
Invoering van griffierecht voor het medisch tuchtrecht zou het aantal bagatelklachten naar beneden moeten brengen. Een heilloos plan. Moet er minder geklaagd worden? Nee, juist meer. Het indienen van een tuchtklacht zou moeten worden gestimuleerd in plaats van te worden afgeremd. Het tuchtrecht is een onvolmaakt kwaliteitsinstrument, maar wel het noodzakelijke sluitstuk van het geheel aan kwaliteitsinstrumenten.


Lees het hele artikel in Navigator.

25 mei 2016
TijdschriftNJB 41 (2013)
Collectieve afwikkeling massaschade: verdeelsleutels
Karlijn van Doorn en Marielle de Bruijn
Verdeelsleutels voor vergoedingen aan individuele benadeelden
De Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade maakt het mogelijk voor gedupeerden om als collectief over schadevergoeding te procederen of een schikking te treffen. Een volgende vraag is dan hoe die collectieve schadevergoeding over de individuele gedupeerden te verdelen. Er zijn allerlei varianten van verdeelsleutels denkbaar en in omloop. In de Verenigde Staten is al veel langer ervaring opgedaan met zogenoemde class actions. Hoe wordt er daar verdeeld?
Maatwerkvoorzieningen Wmo 2015
Irawan Sewandono
Overgeleverd aan de heidenen?
De kring van gezins- en familielieden van wie op grond van het conceptvoorstel van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 hulp wordt verwacht, is veel ruimer dan de kring van personen die op grond van het Burgerlijk Wetboek tot zorg of alimentatie verplicht zijn. De kernbepalingen van het concept kennen bovendien erg veel vage normen en discretionaire bevoegdheden. De verdere invulling hiervan wordt overgelaten aan de gemeentebesturen en de sociale diensten. Een nog veel groter gevaar echter zijn de dreigende zeer vergaande inbreuken op het persoonlijke leven van cliënten en hun gezins- en familieleden.
Jeugdwet biedt onvoldoende rechtsbescherming
Ido Weijers
Op 17 oktober jl. heeft de Tweede Kamer met ruime meerderheid het wetsvoorstel aanvaard dat de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten regelt. Naar verwachting wordt deze wet zeer binnenkort in de Eerste Kamer behandeld. Het wordt algemeen beschouwd als een hamerstuk, zoals al blijkt uit het krappe tijdschema het is de bedoeling dat de wet op 1 januari volgend jaar in het Staatsblad verschijnt en op 1 januari 2015 in werking treedt. Gezien de fundamentele kwesties die hierbij aan de orde zijn, is het te hopen dat de Eerste Kamer er ondanks dit strakke schema en in weerwil van de royale ondersteuning in de Tweede Kamer nog eens kritisch naar kijkt. Het is onvoldoende doordacht en het zal voor veel maatschappelijke en juridische problemen zorgen.
Het ‘feestje’ van de rechtseenheid bij de hoogste bestuurs rechters
Rolf Ortlep
Het ‘feestje’ van de rechtseenheid dat in de bestuursrechtelijke doctrine en in de discussies over de toekomst van de (hoogste) bestuursrechtspraak momenteel wordt gevierd behoeft een kanttekening. Gebrek aan rechtseenheid is nog volop aan te wijzen, ook in recente uitspraken van de hoogste bestuursrechtelijke instanties.
Syrië-gangers veroordeeld
Hugo Arlman
22 november 2013