Artikelen van Corjo Jansen

TijdschriftNJB 21 (2020)
Noodwetgeving en privaatrecht
Corjo Jansen
De maatregelen naar aanleiding van de coronacrisis beknotten, net als de noodwetgeving in eerdere mondiale crisisperioden van de 20e eeuw, de private sector sterk in haar handelingsvrijheid. Samen met het RIVM, het Outbreak Management Team en de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s is de ambtenarij nu grotendeels de ‘rechtsvormer’, waarbij niet of nauwelijks verantwoording wordt afgelegd aan het parlement. Naar aanleiding van de noodmaatregelen in en na de Eerste Wereldoorlog werd toen ook al gewezen op het gebrek aan rechtsbescherming voor de burger dat hierdoor ontstaat. Dit gevaar is ook in deze coronatijd niet denkbeeldig. In de coronacrisis doen politici, maatschappelijke organisaties en burgers ook opnieuw – net als in eerdere crisistijden in de 20e eeuw – een beroep op ‘gemeenschapsbelangen’ en de ‘sociale roeping van het recht’ waarbij een beroep wordt gedaan op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van (financiële) ondernemingen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Voor het zingen de kerk uit?
Simon Boersen en Maartje Herweijer
Beschikkingen, vonnissen en arresten in burgerlijke zaken en strafzaken moeten, op straffe van nietigheid, worden gewezen met het in de wet voorgeschreven aantal rechters, aldus artikel 5 lid 2 Wet op de rechterlijke organisatie (RO). Als een behandelend rechter na de mondelinge behandeling, maar voorafgaand aan de totstandkoming van de beslissing defungeert (bijvoorbeeld wegens het bereiken van de wettelijke ontslagleeftijd van 70 jaar), kan dit ertoe leiden dat de zaak opnieuw inhoudelijk moet worden behandeld. In deze bijdrage buigen wij ons over de vraag wat het toetsmoment zou moeten zijn voor de vraag of de beslissing door het juiste aantal rechters tot stand is gebracht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

In de hoogste versnelling
Tess van der Linden
In deze bijdrage wordt ingegaan op de invloed die partijen hebben op de doorloopsnelheid van een civiele procedure. Aan de hand van enkele recente praktijkvoorbeelden wordt geschetst hoe partijen baat kunnen hebben bij het versnellen dan wel vertragen van een procedure en welke mogelijkheden zij hiertoe hebben. De grenzen van deze invloed worden besproken, alsmede de vraag of deze invloed door een toegenomen actievere rol van de rechter is gemarginaliseerd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Staatsveiligheid dwingt Tweede Kamer tot aanpassing Reglement van Orde
Henri Sarolea en Rutger Weemhoff
In het belang van de staatsveiligheid moet de integriteit van de leden van de commissie voor de Inlichtingenen Veiligheidsdiensten en hun onafhankelijkheid van buitenlandse veiligheidsdiensten boven alle twijfel verheven zijn. Op grond van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer zijn de fractievoorzitters van de vijf grootste partijen lid van de commissie. Maar is iedereen die eventueel in aanmerking zou komen na volgende verkiezingen wel even goed te vertrouwen?

[verder lezen in NAVIGATOR]

27 mei 2020
TijdschriftNJB 33 (2019)
De Januskop van de rechtmatigheid van het bestuur
Alex Brenninkmeijer, Jan van der Bij, Martin de Bree, Tjerk Budding, Gerda van Dijk, Paul Hofstra, Ronald van Rijswijk, Peter Smits, Koos Vos en Peter van der Zanden
De rechtmatigheid van het bestuur vormt een van de belangrijkste doelstellingen van de rechtsstaat. Maar hoe is die rechtmatigheid in de uitvoeringspraktijk gewaarborgd? De bestuursrechter doet bindende uitspraken in de voorgelegde individuele geschillen en vormt zo gezaghebbende jurisprudentie. Bestuursorganen streven de rechtmatigheid van hun uitvoering na en via accountantscontroles en rekenkameronderzoek worden uitspraken gedaan over de mate van rechtmatigheid van die uitvoering. Oordelen van accountants en rekenkamers over rechtmatigheid hebben in de praktijk vaak verstrekkende gevolgen, terwijl er veelal geen rechterlijk oordeel aan te pas komt. Waarborgen beide sporen van rechtmatigheidscontrole het rechtsbeschermingsmodel via de rechter en het controlemodel via de accountant voldoende de rechtsstatelijkheid, zonder een onevenredige druk te leggen op de uitvoeringspraktijk? Met de analyse van de Januskop van de rechtmatigheid verkennen wij dit tot nu toe onontgonnen terrein.


Lees het hele artikel in Navigator.

Forum arresti en de immuniteit van eigendommen van een buitenlandse centrale bank
Guido den Dekker
Verschijnen of niet verschijnen, dat lijkt de vraag in sommige immuniteitszaken na het arrest van de Hoge Raad van 17 mei 2019 inzake Central Bank of Iraq/Siemens AG. Indachtig de ambtshalve verplichtingen van de Nederlandse rechter tot de vaststelling van zijn rechtsmacht, kan verstek laten gaan mogelijk gunstiger uitpakken voor de volkenrechtelijke immuniteit dan het op een partijdebat te laten aankomen. Ook rijst naar aanleiding van het arrest de vraag hoe competentie-scheppend conservatoir beslag (forum arresti) in Nederland zich verhoudt tot de immuniteit van beslag en executie van de eigendommen van buitenlandse centrale banken naar internationaal recht, temeer als dat beslag is gelegd ten laste van het tegoed dat centrale banken onderling bij elkaar aanhouden. De positie van DNB in het buitenland is in dat verband niet zonder betekenis


Lees het hele artikel in Navigator.

De bevrijding en het recht (1944-1946)
Corjo Jansen
De herdenking van de 75ste verjaardag van de bevrijding van Nederland is op 31 augustus 2019 begonnen in Terneuzen. Met de bevrijding breekt een van de interessantste perioden uit de recente Nederlandse geschiedenis aan. De bevrijding had grote gevolgen voor het recht en de rechtsbeoefening. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de gelding van de door de bezetter ingevoerde wetgeving, de Nederlandse bijdrage aan het Neurenberg-Tribunaal, het rechtsherstel, de bijzondere rechtspleging, de zuivering van de overheidsorganen en de herstart van het juridische leven.


Lees het hele artikel in Navigator.

Reactie op ‘Liever advocaten’ van Caroline Forder
André Rouvoet
Juli jl. verscheen in dit blad een artikel van de hand van Caroline Forder met de sprekende titel Liever advocaten. Ik heb dit artikel met interesse gelezen en ben verheugd met de wetenschappelijke aandacht voor complexe scheidingen. Forder geeft een mooie beschrijving van het beleid van de afgelopen jaren en van de inhoud van de Agenda voor actie van februari 2018.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Caroline Forder
De gedeelde doelstelling die André Rouvoet op het einde van zijn reactie noemt en zijn uitgesproken wens om de zoektocht naar oplossingen gezamenlijk te ondernemen, kan ik hartstochtelijk beamen. Zijn betrokkenheid bij de urgente maatschappelijke kwestie van conflictscheidingen is enorm en zijn inzet voor kinderen die bij uitblijven van een oplossing vanuit de maatschappij ernstig en levenslang beschadigd zullen worden indrukwekkend. Daarom voel ik mij vereerd dat hij op mijn bijdrage reageert.


Lees het hele artikel in Navigator.

3 oktober 2019
TijdschriftNJB 30 (2019)
De bekostiging van scholen
Renée van Schoonhoven
Scholen zijn geen pop-up shops of food trucks. Het zijn geen flexibele units die zich vrij en snel kunnen verplaatsen door een regio of stad, afhankelijk van waar de vraag op de markt zich voordoet. Voor goed onderwijs is het nodig dat een school een zekere bestendigheid kent en op een herkenbare en vertrouwde locatie kan zorgen voor de overdracht van kennis en waarden aan leerlingen en studenten. En dat dan gedurende een wat langere periode, want de leerling of student moet de school of opleiding uiteraard wel kunnen afmaken. Het is mede tegen die achtergrond dat de wetgever voorziet in regels aangaande de bekostiging van de instandhouding van scholen. Het is in het licht van actuele ontwikkelingen echter de vraag of en in hoeverre deze regulering van bekostiging voldoende duurzaam is. Want: kan bekostiging van scholen niet (ook) gezien worden als een verdeling van een schaars publiek recht? En als het antwoord bevestigend luidt, moet de wetgever zich daar dan niet op gaan voorbereiden, juist om te voorkomen dat het onderwijs op juridische gronden te beweeglijk wordt?


Lees het hele artikel in Navigator.

Het verdelen van schaarse publieke rechten verder gecompliceerd
Annemarie Drahmann
In 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat bij de verdeling van schaarse vergunningen mededingingsruimte moet worden gecreëerd. In reactie hierop hebben meerdere burgemeesters aangegeven hun schaarse gedoogverklaringen voor coffeeshops transparant te moeten en willen verdelen, bijvoorbeeld door middel van een tender of loting. Op 24 april 2019 heeft de Afdeling geoordeeld dat tegen zowel de verlening als weigering van een gedoogverklaring geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open staat. Welke consequenties heeft dit voor de verdeling van schaarse gedoogverklaringen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Een nieuw ondernemingsrecht in België
Corjo Jansen en Claartje Buiten
Het sinds 1 mei 2019 geldende Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is niet het enige wetboek dat het Belgische ondernemingsrecht heeft vernieuwd. Op 1 november 2018 was de Wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht al in werking getreden. Hiermee is het traditionele onderscheid tussen het handelsrecht en het burgerlijke recht uit het Belgische rechtsleven verdwenen. In deze bijdrage wordt in vergelijkend perspectief de aandacht gevestigd op de ratio en de noodzaak achter de invoering van de nieuwe Belgische wetgeving. Daarnaast is er aandacht voor de opheffing van het onderscheid tussen het burgerlijk recht en het handelsrecht in Nederland en de ‘ondergang’ van het Nederlandse handelsrecht, mede in Belgisch perspectief.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mensenrechtelijke mazen
Koen Bovend’Eerdt
Peking startte in augustus een nieuw mediaoffensief om de protesten in Hong Kong  ontstaan naar aanleiding van een wetsvoorstel van de regering dat uitlevering naar China mogelijk maakt  de kop in te drukken. De Volksrepubliek hoopte aanvankelijk dat het verzet als een nachtkaars zou uitgaan. Nu blijkt dat demonstranten de spandoeken en megafoons niet uit eigen beweging neerleggen, zet het andere middelen in.


Lees het hele artikel in Navigator.

11 september 2019
TijdschriftNJB 17 (2014)
Privacy in het post NSA-tijdperk
Bart van der Sloot
De recente NSA-affaire heeft een brede technologische ontwikkeling blootgelegd waarin zeer grote hoeveelheden persoonsgegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt, zonder dat dit een vooraf en helder bepaald doel heeft. Alhoewel dit evidente privacyproblemen met zich meebrengt, lijken de meeste privacydoctrines, waarvan in Europa de belangrijkste artikel 8 EVRM is, niet toegesneden op deze nieuwe ontwikkeling.
Constitutionele creativiteit en rechterlijke zelfbeperking
Frank Vlemminx
Doorgaans wordt iets te gemakkelijk de stelling aanvaard dat in het Nederlandse staatsbestel bevoegdheden van de rechter door de wetgever worden verleend en afgebakend en dat de rechter uit ontzag voor de wetgever moet terugtreden. Hier wordt een minder bevooroordeelde en minder polariserende kijk op de relatie wetgever-rechter bepleit. Er wordt een lans gebroken voor een rechter die vanwege zijn fundamentele taak om burgers bescherming te verlenen tegen onevenredige belangenaantasting over een geheel eigen democratische legitimatie beschikt en daarom een vrijere positie mag innemen.
‘Pogroms in Duitschland’
Corjo Jansen
De vraag rijst waarom in 1940 de nieuwe machtsverhoudingen zo gelaten werden aanvaard en ambtenaren de ariërverklaring bijna en masse invulden en opstuurden. Terwijl de berichtgeving in Nederlandse kranten na de Reichskristallnacht in november 1938 toch al niets aan duidelijkheid te wensen overliet omtrent de intenties van het Duitse Naziregime.
Reactie
Steef Bartman en Donald Kalff
Reactie op Modaliteiten van een duurzaam en efficiënt model voor de ‘governance’ van ABN AMRO
Naschrift
Wilco Oostwouder en Hans Schenk
Naschrift Who pays the ferryman en Quis custodiet ipsos custodes?
1 mei 2014
TijdschriftNJB 34 (2013)
Een bijna ongebreidelde beteugeling van de tijd
Martijn Stronks
Een analyse van aanscherpingen van de glijdende schaal
In 1990 werd de zogenaamde ‘glijdende schaal’ ingevoerd ten behoeve van de rechtszekerheid en versterking van de verblijfszekerheid van vreemdelingen. Maar deze schaal bleek in de daaropvolgende decennia een tijdmachine met vier knoppen waaraan naar believen gedraaid kan worden teneinde een restrictiever vreemdelingenbeleid te bereiken. De ernst van het misdrijf, de lengte van het verblijf, de toepasselijke straffen en de vreemdelingen op wie het beleid van toepassing is, het zijn allemaal instrumenten om de teugels aan te trekken. Met als resultaat eindeloze voorwaardelijkheid voor de migrant.
‘Krijgt hij nog een kans, of rekenen we af?’
Sigrid van Wingerden, Martijn Moerings en Johan van Wilsem
Rechters over de rol van het recidiverisico bij de straftoemeting
Het recidiverisico van de dader is in theorie een belangrijke straftoemetingsfactor indien gestraft wordt met het oog op speciale preventie. In deze studie wordt onderzocht welke rol het recidiverisico in de praktijk speelt bij de straftoemetingsbeslissing van de rechter. Rechters zeggen aan hoog-risico-daders eerder bijzondere voorwaarden op te leggen en altijd op zoek te zijn naar aanknopingspunten dat de dader zijn leven wil beteren. Dit getuigt van een straftoemetingpraktijk die gekenmerkt wordt door penal welfarism. Desalniettemin worden hoog-risico-daders soms wel zwaarder bestraft, echter niet vanwege hun recidiverisico, maar vanwege hun sanctielijn: als daders hun kansen om hun leven te beteren hebben vergooid, stappen rechters over op vergelding en incapacitatie. De straftoemetingspraktijk is dan ook een mix van traditionele vergeldingsgerichtheid, penal welfarism en new penology.
De Nederlandse Belastingdienst in de Tweede Wereldoorlog
Corjo Jansen
Peter Essers heeft in 2012 een diepgravend boek gepubliceerd onder de titel: Belast verleden. Het Nederlandse belastingrecht onder nationaalsocialistisch regime. De opstelling van de belastingdienst is, zo luidt het eindoordeel, weinig verheffend te noemen. In onderstaande beschouwing worden enkele algemene bespiegelingen gegeven naar aanleiding van de opstelling van de belastingdienst tijdens de Tweede Wereldoorlog waarbij gebruik wordt gemaakt van de analyses van de socioloog Lammers, die getracht heeft het bestuurlijke handelen tijdens de oorlog te verklaren met onder meer het begrip gezag.
Een waardeloos zwijgrecht?
Daan Doorenbos
Tweede Kamer opgelet! (deel 2)
Bij de volwaardige erkenning van de rechtspersoon als rechtssubject in het strafrecht en het bestuurlijk handhavingsrecht, past een volwaardige erkenning van zijn rechtspositie. Dan behoort rekening te worden gehouden met het simpele feit dat de rechtspersoon zich gedraagt, spreekt en zwijgt door middel van zijn mensen. De Minister van Economische Zaken wil het zwijgrecht van de onderneming inperken, in die zin dat ex-werknemers in de toekomst wel verplicht zullen zijn te verklaren over een vermeende overtreding van de ex-werkgever. Dit zal er echter toe leiden dat het zwijgrecht van de onderneming in voorkomend geval een waardeloze rechtswaarborg blijkt.
4 oktober 2013
TijdschriftNJB 18 (2013)
Nederlanders, Nederlandse juristen en de Holocaust
Corjo Jansen
Wat wisten de Nederlanders tijdens de Duitse bezetting over het lot van de weggevoerde Joden? Daarover woedt al jaren een verhitte discussie. Aanleiding voor de auteur om onderzoek te verrichten naar de toenmalige kennis binnen de juridische wereld over de Holocaust die plaatsvond. Aan de hand van dagboeken en brieven wordt getracht daar een beeld van te krijgen.
Rechtsbescherming bij plaatsing op een VN-terrorismelijst
Alexander Schild
De conclusie van A-G Bot in de Kadi II-zaak
Aan de Kadi-zaak die nu aan het Hof van Justitie voorligt is de vraag aan de orde in hoeverre de Unierechter de rechtmatigheid van een plaatsing op een VN-terrorismelijst dient te onderzoeken. In het licht van de principiële stellingname in Kadi I dat de Unierechter een VN-listing ‘in beginsel volledig’ aan de grondrechten dient te toetsen, is het niet heel waarschijnlijk dat het Hof van Justitie nu op zijn schreden zal terugkeren. In dat geval zal de Unierechter in een beroep de relevante verordening kunnen blijven vernietigen, zolang de (de)listing-procedure niet is omkleed met adequate rechtswaarborgen op VN-niveau. In dat laatste kan en zou echter moeten worden voorzien.
Hoe zuiver is de strafkamer van de Hoge Raad?
Willem Jebbink
Achterwege laten ambtshalve cassatie in evidente gevallen is in strijd met onze cassatieprocedure en het EVRM
Volgens de auteur heeft de strafkamer van de Hoge Raad in HR 9 oktober 2012, NJ 2013, 53 een huiveringwekkend standpunt ingenomen. Hij betoogt dat de hoogste rechter welbewust een evident onjuiste veroordeling in stand laat, louter omdat daartegen geen klacht was geformuleerd door de cassatieadvocaat. Daardoor zou de Hoge Raad zonder rechtshistorische of democratische legitimering zijn eigen kerntaak om rechtsbescherming te bieden, miskennen. Deze gang van zaken lijkt in strijd met art. 6 EVRM.
Niet alleen de definitie is verkeerd, er is ook geen sprake van een evaluatie
Heleen Weyers
Reactie op artikel Den Hartogh
Dianne Vastenavond
3 mei 2013