Wetsvoorstel (21-09-2021) tot wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met het verlengen van de werkingsduur

—Op 1 maart 2017 is de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in werking getreden (Twbmt). Vanwege de ingrijpende aard van de maatregelen in de ­Twbmt vervalt de wet vijf jaar na inwerkingtreding op 1 maart 2022. Met dit wetsvoorstel wordt de Twbmt verlengd met nogmaals vijf jaar tot 1 maart 2027. De regering ziet geen reden om daarbij inhoudelijke wijzigingen door te voeren. De voornaamste reden voor de voorgestelde verlenging is de toegevoegde waarde van de bestuurlijke maatregelen voor de lokale persoonsgerichte aanpak van terrorisme die zou blijken uit de evaluatie van de Twbmt. Daarnaast wordt aangevoerd dat ook het huidige dreigingsbeeld aanleiding geeft om de Twbmt te behouden. Ter bevestiging van de bestaande praktijk voorziet dit voorstel voorts in het opnemen van twee grondslagen in de Twbmt voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en strafrechtelijke gegevens door de Minister van JenV.

De Afdeling advisering van de Raad van State was naar aanleiding van de aan haar voorgelegde versie van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting van oordeel dat de regering de noodzaak om de wet met nogmaals vijf jaar te verlengen overtuigender moest motiveren. De memorie van toelichting is daarop aangepast.

Daarnaast merkte de Afdeling in haar advies op dat de wettelijke basis voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens echter niet was beperkt tot bepaalde categorieën bijzondere persoonsgegevens. De Afdeling advisering acht zo’n beperking wel vereist vanwege onder meer het evenredigheidsvereiste. Zij adviseert dan ook om deze wettelijke basis te beperken tot het verwerken van gegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging (en eventueel de politieke opvatting) blijkt, tenzij de regering alsnog voldoende motiveert dat ook het verwerken van andere categorieën bijzondere persoonsgegevens noodzakelijk is. Daarnaast adviseert de Afdeling in de toelichting nader in te gaan op hoe invulling wordt gegeven aan de procedurele waarborgen uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en strafrechtelijke persoonsgegevens.

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in het voorgestelde artikel 7a ten aanzien van de verwerking van bijzondere persoonsgegevens deze verwerking beperkt tot gegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken en gegevens over gezondheid. Tevens is met het voorgestelde artikel 7b een bewaartermijn voor deze persoonsgegevens opgenomen en is de memorie van toelichting aangevuld met de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de vereiste waarborgen van de AVG.

Kamerstukken