Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven; Ljubljana, 26 mei 2023 (Trb. 2024, 39)

—Overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, vierde lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen deelt de Minister van Buitenlandse Zaken met betrekking tot het op 26 mei 2023 te Ljubljana tot stand gekomen verdrag van Ljubljana–Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven, mee dat Deel III van het verdrag voorlopig wordt toegepast in het Europese deel van Nederland vanaf 15 februari 2024.

Deel III van het verdrag heeft betrekking op Mutual legal assistance (MLA), dat wil zeggen dat staten op verzoek van elkaar onderzoekshandelingen verrichten bijvoorbeeld getuigen horen of voorwerpen in beslag nemen. Het voorlopig toepassen van Deel III is van belang voor de praktijk. De voorlopige toepassing vergemakkelijkt de samenwerking bij de opsporing van internationale misdrijven. Dit geldt in het bijzonder voor de samenwerking met Staten die voor de bestrijding van internationale misdrijven van groot belang zijn maar met welke op dit moment geen bestendige rechtshulprelatie bestaat. Voorlopige toepassing is mogelijk nu er voor Europees Nederland geen uitvoeringswetgeving nodig is om Deel III van het verdrag toe te kunnen passen.

Nadat het advies van de Raad van State van het Koninkrijk zal zijn ingewonnen, zal het verdrag ter goedkeuring aan de Staten-Generaal worden overgelegd.

Kamerstukken

TK 2023/24, 36522, nr. 1 (+ bijlage)