Wetsvoorstel (11-05-2020) tot wijziging van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten teneinde de uitvoerbaarheid op punten te vergroten en enkele technische onvolkomenheden en omissies te herstellen

—De betrokken ketenpartijen hebben een aantal concrete punten onder de aandacht gebracht die de uitvoerbaarheid van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten kan verbeteren. Een deel daarvan is in dit wetsvoorstel neergelegd. Beoogd wordt met behoud van de uitgangspunten de uitvoerbaarheid te vergroten. Zo wordt voor de Wvggz onder meer de wijziging van de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel mogelijk gemaakt, waarmee wordt voorkomen dat wanneer de zorgbehoefte van betrokkene tussentijds wijzigt, de procedure van een nieuwe crisismaatregel (en machtiging tot voortzetting daarvan) moet worden gestart. Ook krijgt de rechter de mogelijkheid om in zijn beslissing andere vormen van verplichte zorg op te nemen dan die in het verzoekschrift van de officier van justitie staan. Deze punten vloeien voort uit terugkoppeling van de ketenpartijen, die – na de eerste ervaringen met de uitvoering van de wet. Voor de Wzd ziet de regeldrukverlaging er met name op dat volstaan kan worden met een medische verklaring bij de aanvraag van een rechterlijke machtiging, en dat niet daarnaast ook een nagenoeg gelijkluidende verklaring van de aanbieder noodzakelijk is. Ook komt de eis te vervallen dat een arts die een dergelijke verklaring afgeeft niet in dienst mag zijn bij de zorgaanbieder indien iemand reeds daar is opgenomen.

Kamerstukken