Wetsvoorstel (16-02-2021) houdende regels met betrekking tot de private buitengerechtelijke incassodienstverlening en wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de cumulatieregeling voor buitengerechtelijke incassokosten (Wet kwaliteit incassodienstverlening)

—Dit wetsvoorstel reguleert de private buitengerechtelijke incassodienstverlening om de kwaliteit ervan te verbeteren. Het bevat daartoe de volgende maatregelen:

  • het opzetten en inrichten van een incassoregister;
  • het opstellen van eisen waaraan incassobureaus en opkopers van vorderingen moeten voldoen, willen zij actief kunnen worden (en blijven) in de incassomarkt;
  • het opzetten van een systeem van toezicht en handhaving bij het niet-naleven van de wettelijke vereisten;
  • het tegengaan van negatieve aspecten van verkoop van vorderingen; en
  • het ongewenste verdienmodel bij de cumulatie van termijnvorderingen tegengaan.

Ten aanzien van gerechtsdeurwaarders en advocaten wordt geen verplichting gecreëerd om, voorafgaand aan het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, een registratie aan te vragen. Echter, zij zullen bij het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden wel zijn gehouden aan de bij of krachtens dit wetsvoorstel gestelde materiële normen. De reden voor dit wetsvoorstel is het huidige functioneren van de private buitengerechtelijke incassodienstverlening bij de inning van vorderingen. In 2015 concludeerde de Autoriteit Consument en Markt al dat consumenten financieel gedupeerd kunnen raken door de handelwijze van sommige incassobureaus bij de inning van vorderingen. Ook uit vervolgonderzoek van onderzoeksbureau Panteia kwamen misstanden naar voren.

De Afdeling advisering van de Raad van State was in haar advies over het wetsvoorstel o.a. kritisch over het feit dat het wetsvoorstel drie instanties belast met het toezicht op de naleving van de daarin vervatte normen: de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV), het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en de deken. De Afdeling adviseerde om het toezicht op de incassodienstverlening te beleggen bij het BFT. Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling is de inrichting van het toezicht opnieuw tegen het licht gehouden. Daarbij is echter opnieuw tot de conclusie gekomen dat de keuze voor de aanwijzing van de Inspectie JenV als toezichthouder op de incassodienstverleners gerechtvaardigd is.

Kamerstukken