Besluit van 24-7-2010, Stb. 2010, 306
Besluit tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEU L 251)
—Het gezinsmigratiebeleid wordt aangepast aan de uitspraak van het Europees Hof van Justitie op 4 maart 2010 in de zaak Rhimou Chakroun. De toelatingsvoorwaarden voor gevallen waarin de gezinsband al bestond vóór de komst naar Nederland (gezinshereniging) en gevallen waarin sprake is van een nieuwe gezinsband (gezinsvorming) dienen volgens deze uitspraak te worden gelijkgetrokken. Dit betekent dat voor wie een partner uit het buitenland naar Nederland wil halen voortaan de algemene eis geldt van een stabiel en regelmatig inkomen, waarbij het minimumloon als referentiepunt dient. De minimumleeftijd wordt voor beide partners 21 jaar.
Volgens de uitspraak van het Hof mogen lidstaten van de Europese Unie in hun voorwaarden voor gezinsmigranten geen onderscheid maken tussen gezinsvormers en gezinsherenigers. In het Nederlandse beleid werd dit onderscheid wel gemaakt. Bij gezinshereniging moesten beide partners volgens dit beleid beide minimaal 18 jaar oud zijn en lag de inkomenseis voor gezinshereniging op de bijstandsnorm. Bij gezinsvorming moesten beide partners minimaal 21 jaar oud zijn en lag de inkomenseis op 120 procent van het minimumloon. Het Hof sprak echter uit dat, hoewel stabiele, regelmatige en voldoende inkomsten gevraagd mogen worden, deze hogere inkomenseis voor gezinsvormers in strijd is met de richtlijn gezinshereniging. Het Hof gaf daarbij ook aan dat steeds een individuele beoordeling van de omstandigheden noodzakelijk is.
Inwerkingtreding 31-7-2010