De rechtbank Midden-Nederland roept in een uitspraak van 18 maart 2025 de Staatssecretaris van JenV op de passantenproblematiek in de tbs met de hoogste prioriteit op te lossen. De rechtbank Den Haag oordeelt in een kort geding op 18 maart 2025 dat de Staat het voorrangsbeleid plaatsing tbs-ers in bijzondere omstandigheden van het geval niet onverkort mag toepassen.


Rb. Midden-Nederland, 18 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1154
De oproep door de Utrechtse rechter wordt gedaan in een uitspraak waarin de verlenging van de tbs-maatregel van een man aan de orde is. De tbs met dwangverpleging werd twee jaar geleden opgelegd, maar omdat er geen plek is in klinieken zit de man al die tijd, als passant, in de gevangenis te wachten. De man is veroordeeld voor moord en poging doodslag. Vanwege volledige ontoerekeningsvatbaarheid legde de rechtbank toen geen straf maar tbs met dwangverpleging op. De bedoeling van de rechtbank was dus dat de man in een tbs-kliniek behandeld zou worden. Maar omdat de tbs-klinieken die gespecialiseerd zijn in de problematiek van de man te maken hebben met wachttijden die oplopen tot meerdere jaren, verblijft hij al twee jaar (onbehandeld) in detentie in een penitentiair psychiatrisch centrum. Strafrechters worden steeds vaker geconfronteerd met zaken waarin mensen jaren als ‘passant’ in de gevangenis moeten wachten op een plek in een tbs-kliniek. Vorige week wees de rechtbank ook al op deze problematiek toen zij een tbs maatregel met voorwaarden noodgedwongen omzette naar tbs met dwang. De rechtbank benadrukt in de beslissing dat het voor de effectiviteit en geloofwaardigheid van het tbs-systeem belangrijk is dat tbs’ers daadwerkelijk en zonder lange wachttijden in een tbs-kliniek worden behandeld. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk en onwenselijk dat de wachttijden nu zo lang zijn dat een tbs’er na afloop van de eerste twee jaar van de tbs nog steeds op een plek wacht. De rechtbank schrijft verder dat het niet aan de strafrechter is om de wachttijden in de tbs op te lossen, maar ziet het wél als een verantwoordelijkheid van de rechtbank deze problematiek (blijvend) onder de aandacht te brengen. Daarom wordt de Staatssecretaris van JenV opgeroepen de passantenproblematiek met de hoogste prioriteit op te lossen. De rechtbank heeft in de zaak die nu voorlag de tbs-maatregel verlengd omdat die nog steeds nodig is vanwege de problematiek van de man.

Rb. Den Haag, 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4184
Eiser is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. Zijn reguliere gevangenisstraf heeft hij al uitgezeten. Er is een groot tekort aan tbs-plekken in Nederland en het lukt de Staat niet om tbs-ers binnen de wettelijke termijn van 4 maanden in een passende tbs-kliniek te plaatsen. Daarom hanteert de Staat een voorrangsbeleid waarbij bepaalde categorieën van tbs-veroordeelden voorrang krijgen bij de plaatsing in een kliniek. Eiser valt niet in een voorrangscategorie. Hij wacht al 2,5 jaar op een plaats in de voor hem geselecteerde tbs-kliniek, en al die tijd zit hij in detentie. Eiser vordert dat de Staat hem direct in een tbs-kliniek plaatst, maar de Staat voert als verweer dat hij op grond van het voorrangsbeleid nog niet aan de beurt is en ook niet te zeggen valt op welke termijn dat wel het geval zal zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat het voorrangsbeleid dat de Staat hanteert, gelet op de bijzondere omstandigheden van eiser, niet onverkort gehandhaafd mag worden. Eiser wacht van alle in Nederland tot tbs veroordeelden het langst op een plaats (2,5 jaar). Ook in de tijd dat hij zijn tbs aanvocht zat hij al 15 maanden in detentie. Uit onderzoek van een forensisch psycholoog volgt dat het niet onaannemelijk is dat de machteloosheid en uitzichtloosheid bij eiser leiden tot psychotische ontregeling. De Staat wordt veroordeeld om eiser in de tbs-kliniek te plaatsen nádat twee tbs-veroordeelden die voorrang op eiser hebben, zijn geplaatst. Los van deze twee veroordeelden met voorrang, mogen er geen tbs-gestelden met voorrang meer bij eiser langszij komen.

Bron: www.rechtspraak.nl

Laatste nieuws