De minister voor Natuur en Stikstof moet binnen zes weken met een plan komen voor natuurcompensatie vanwege de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland bepaald op 15 november 2022.

De rechtbank gaf diverse natuurorganisaties gelijk in deze zaak. In 2008 is de Tweede Maasvlakte als project van groot openbaar belang vergund onder de voorwaarde dat er voldoende natuurcompensatie zou plaatsvinden in het Natura 2000-gebied Voordelta. Nu blijkt dat er in strijd met de verleende natuurvergunning onvoldoende is gecompenseerd.

Bodemberoerende visserij verbieden
De natuurvergunning voor de Tweede Maasvlakte is destijds verleend aan het Havenbedrijf Rotterdam, die dus verantwoordelijk is om deze overtreding te beëindigen. Naast het Havenbedrijf is de minister zelf ook verantwoordelijk. Haar argumenten om ondanks de overtreding niet tot handhaving over te gaan, kan de rechtbank niet volgen. Als het verbieden van de bodemberoerende visserij, waaronder de garnalenvisserij, een positief effect zal hebben, dan moet de minister dat overwegen. De minister wil eerst het overleg met de Europese Commissie over een alternatieve vorm van compensatie afwachten, maar dat vindt de rechtbank niet nodig. De Europese Commissie heeft in 2003 namelijk al gezegd dat compensatie van de Tweede Maasvlakte belangrijk is voor de bescherming van de natuur, en uit de stukken van de minister blijkt niet dat de Commissie daar inmiddels anders over denkt. De minister moet binnen 16 weken opnieuw besluiten en moet binnen 6 weken een ontwerpbesluit ter inzage leggen.

ECLI:NL:RBMNE:2022:4557

Bron: www.rechtspraak.nl

Laatste nieuws