Geen eigen huisvesting, eerder seksueel geweld of uitbuiting of lange werkdagen maken: dit zijn slechts enkele van de vele signalen van mensenhandel die bij de politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie (Arbeidsinspectie) en de Koninklijke Marechaussee (KMar) binnenkomen. De opvolging van deze signalen wisselt echter sterk per opsporingsinstantie. Dat blijkt uit een op 3 april 2025 gepubliceerd onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.
Hoewel opsporingsdiensten verplicht zijn elk signaal van mensenhandel op te volgen, verschilt deze opvolging sterk per organisatie. Bij de KMar heeft dat deels te maken met de taakstelling in de aanpak van mensenhandel. De KMar heeft daarin namelijk een beperktere taak en doet zelf nauwelijks opsporingsonderzoek, maar stuurt signalen door naar de politie. Verder heeft het ook te maken met de verschillen tussen de opsporingsdiensten in werkwijze en taakopvatting. Zo richt de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie zich in het verrijken van signalen van mensenhandel voornamelijk op het controleren van informatie in de systemen en zijn ze terughoudender met opsporingshandelingen in een vroeg stadium. De Arbeidsinspectie spreekt slechts in 30% van de gevallen met het slachtoffer, terwijl de politie dat in minimaal 69% van de gevallen doet. De KMar-medewerkers spreken bijna alle slachtoffers (93%).
Te vaak ‘geen zaak voor Opsporing’
Door deze beperkte verrijking, leiden veel signalen van mensenhandel bij de Arbeidsinspectie vaak niet tot opsporingsonderzoeken. Zo concludeert de Arbeidsinspectie te vaak, zonder verder onderzoek, dat meldingen ‘geen zaak voor Opsporing’ zijn. Van de 209 registraties van de Arbeidsinspectie uit de steekproef leiden er bijvoorbeeld slechts vier tot de start van een nieuw opsporingsonderzoek (2%). Terwijl de meeste meldingen signalen van mogelijke uitbuiting bevatten, waaronder dwang en dreiging, aldus de Nationaal Rapporteur. Daarom roept de Nationaal Rapporteur op tot structurele verbetering van de opvolging van signalen van arbeidsuitbuiting bij de Arbeidsinspectie.
Aanbevelingen rapport
- De Nationaal Rapporteur beveelt de politie aan om kennis over mensenhandel en vaardigheden om mensenhandel te onderzoeken, als vast en verplicht onderdeel op te nemen in de basisopleidingen van de politie en deze kennis bij te houden en te borgen.
- De Nationaal Rapporteur roept de Arbeidsinspectie op om concrete doelstellingen en richtlijnen vast te stellen in alle fasen van signalering, verrijking en opsporing, met inachtneming van de in dit rapport genoemde aandachtspunten. Om de voortgang en behaalde resultaten te monitoren, en de benodigde steun en middelen te bieden voor de verbeteringen, is een belangrijke rol weggelegd voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
- De Nationaal Rapporteur beveelt de minister van Justitie en Veiligheid aan de taakstelling van de KMar op het gebied van mensenhandel te verduidelijken. In het bijzonder wordt aanbevolen te onderzoeken waar de verrijking van signalen door de KMar minimaal aan moet voldoen en vast te leggen hoe een standaard verrijking eruit zou moeten zien. De Nationaal Rapporteur stelt voor de taakstelling van de KMar zo ruim mogelijk op te vatten. Verken of aanpassing van de Politiewet 2012 hiervoor noodzakelijk is. De verankering van een brede verrijking vereist ondersteuning en investering van de betrokken ministeries, zodat de KMar de benodigde steun, capaciteit en ruimte heeft om deze taak adequaat te kunnen uitvoeren.
Rijke signalen, wisselende opvolging - Knelpunten en kansen voor opsporingsinstanties in de aanpak van mensenhandel
Bron: www.nationaalrapporteur.nl