Bij uitspraak van 22 november 2022 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vastgesteld dat de officier van justitie structureel nalaat om burgers te horen die zonder de hulp van een (professioneel) gemachtigde administratief beroep hebben ingesteld tegen een verkeersboete.

Met uitzondering van een aantal specifiek omschreven situaties, schrijft de wet in beginsel voor dat een betrokkene die administratief beroep heeft ingesteld door de officier van justitie in de gelegenheid wordt gesteld om te worden gehoord. De wetgever heeft het horen van betrokkenen om meerdere redenen van essentieel belang gevonden. De bevoegdheid om bij kennelijk ongegronde beroepen van het horen af te zien, moet volgens de wetgever met grote zorgvuldigheid en behoedzaamheid worden toegepast. In dit geval heeft de officier de betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en was geen sprake van een wettelijke uitzondering op de hoorplicht.

Structurele schending hoorplicht
Gebleken is dat het openbaar ministerie bij betrokkenen die zonder de hulp van een (professioneel) gemachtigde in beroep komen, het recht om te worden gehoord structureel schendt en dat geen concreet zicht bestaat op wijziging van dat beleid. Daarom verlaagt het hof de opgelegde boete in dit geval met 25 procent.

ECLI:NL:GHARL:2022:9934

Bron: www.rechtspraak.nl

Laatste nieuws