Young professionals: ‘Het idee dat je de wereld een klein beetje mooier maakt spreekt mij aan’

‘Wat ik leuk vind aan het recht? Het klinkt cliché, maar het idee dat je de wereld een klein beetje mooier maakt en een bijdrage kunt leveren aan rechtvaardige oplossingen spreekt mij aan’, zegt Maarten Remmink. Hij is in veel aspecten van het recht geïnteresseerd, maar probeert zich nu vooral te concentreren op zijn proefschrift.

‘Wat ik leuk vind aan het recht? Het klinkt cliché, maar het idee dat je de wereld een klein beetje mooier maakt en een bijdrage kunt leveren aan rechtvaardige oplossingen spreekt mij aan’, zegt Maarten Remmink. Hij is in veel aspecten van het recht geïnteresseerd, maar probeert zich nu vooral te concentreren op zijn proefschrift.

Waarom koos je voor de rechtenstudie?

‘Om dezelfde reden als veel andere rechtenstudenten. Ik kon niet echt kiezen. Ik vond geschiedenis leuk, maar ook bestuurskunde en sociologie. Op de middelbare school vond ik economie en maatschappijwetenschappen interessante vakken. Ik was geïnteresseerd in recht en politiek en in de dubbelstudie recht en economie kwamen die onderwerpen mooi samen. Als het niet bij me past, ga ik na het eerste jaar economie studeren, dacht ik. Maar ik vond rechten een heel mooie studie.’

Waarom volgde je een onderzoeksmaster?

‘Aanvankelijk wilde ik de master staatsrecht volgen. Staatsrecht vond ik in de bachelor namelijk het leukste vak. Maar tijdens de laatste studiereis met het Law Extra-programma, in Krakau, zeiden mevrouw Hermans – die het programma begeleidde - en professor Corjo Jansen – hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht – dat de Onderzoeksmaster Onderneming & Recht misschien beter bij me zou passen. Dat was een heel goed advies. Ik heb toen op de valreep nog gesolliciteerd en de master met veel plezier gevolgd. De master biedt een geweldige combinatie tussen de praktijk en de wetenschap. Na mijn master kon ik in Nijmegen blijven als promovendus.’

Mocht je het onderwerp van je proefschrift zelf bedenken?

‘Ik mocht zelf mijn promotoren en onderzoeksonderwerp kiezen. Professor Ben Schuijling, hoogleraar Burgerlijk Recht, is mijn eerste promotor. Ik kende hem al omdat ik eerst student-assistent bij de vaksectie was en later stage bij hem heb gelopen. Mijn aanvankelijk geplande stage bij een partner van de master kon door corona geen doorgang vinden. Tussen professor Schuijling en mij klikte het goed, we houden bijvoorbeeld allebei van wielrennen. Ik had vooraf een lijstje met mogelijke onderwerpen gemaakt. Toen we vervolgens samen over geschikte onderwerpen gingen brainstormen, bracht hij het onderwerp ‘rechtsvorderingen in faillissement’ ter sprake. En dat onderwerp stond ook op mijn lijstje.’

Hoe kwam je terecht in de redactie van Nederlandse Jurisprudentie Feitenrechtspraak?

‘Ik had een bijbaan bij Damsté advocaten-notarissen in Enschede. Daar werkte ik onder andere samen met Jérôme de Jong van Lier. Hij werd door de uitgever gevraagd voor de redactie van Nederlandse Jurisprudentie Feitenrechtspraak, maar hij heeft ook een drukke praktijk als advocaat. Hij heeft een beetje over me opgeschept tegenover de uitgever en stelde voor om samen de taak van één redacteur op ons te nemen. Dat leek me een goed idee en de redactie ging ook akkoord.’

Welke successen heb je behaald in je werk?

‘Dat is een beetje een lastige vraag om te beantwoorden. Ik ben natuurlijk pas twee jaar afgestudeerd en het antwoord dreigt al snel wat onbescheiden uit te vallen. Maar er zijn natuurlijk wel momenten waar ik met een goed gevoel op terugkijk. Het mooiste moment was de uitreiking van de scriptieprijs vorig jaar, een heel gezellige middag en prachtige afsluiting van mijn studententijd. En ik vind het mooi om bij de redactie van de Nederlandse Jurisprudentie te horen: ontzettend leerzaam. Tijdens mijn bijbaan bij Damsté vond ik het gaaf als een zaak waaraan ik had meegewerkt werd gewonnen en nu vind ik het leuk als een publicatie is geworden zoals ik graag had gewild.’

Wie inspireert jou in je vak?

‘Ik leer heel veel van andere juristen. De een is heel creatief, een ander weet alles van het geldend recht, en een derde kan bijvoorbeeld heel overtuigend schrijven. Als ik één naam moet noemen, dan zou ik graag die van professor Corjo Jansen noemen. Hij heeft me geënthousiasmeerd voor de wetenschap. Nu is hij een collega. Jansen is heel betrokken bij de studenten, enthousiast over zijn vak en hij geeft altijd snel en opbouwende feedback. Dat is heel waardevol en dat werkt motiverend.’

Wat zijn je plannen voor de langere termijn?

‘De komende drie jaar ga ik me richten op mijn promotieonderzoek. Dat is nog best een puzzel. Als dat eenmaal goed op de rails staat, ga ik wat concreter nadenken over een vervolgstap. Het liefst zou ik een baan hebben met een maatschappelijke component. Misschien blijf ik wel op de universiteit, al lijkt het me ook mooi om ooit rechter te worden. De politiek vind ik overigens ook interessant. Ik weet het dus eigenlijk nog niet. Eerst maar eens het promotieonderzoek.’

Hoe zie je het juridische landschap en jouw plek daarin?

‘Mijn onderzoek gaat over rechtsvorderingen in faillissement. Kort gezegd: er zijn twee partijen die procederen en een van de twee gaat failliet. Er spelen dan verschillende vragen op het snijvlak van proces- en faillissementsrecht. Er is al een mooi commentaar in de Groene Serie en er zijn ook verschillende goede artikelen en annotaties over het onderwerp verschenen, maar er zijn nog veel puzzels om op te lossen. Het laatste proefschrift over het onderwerp is van Van Riemsdijk en dateert – uit mijn hoofd –  uit 1868. Sinds die tijd is er natuurlijk veel veranderd. Het juridische landschap wat betreft rechtsvorderingen in faillissement is dus nog niet volledig ingekleurd. Daar ligt voor mij een mooie uitdaging. Het doel van mijn onderzoek is het geldende recht verduidelijken en voorstellen doen voor verbeteringen. Laatst heb ik bijvoorbeeld een flowchart (stroomdiagram) gemaakt om alle kleine puzzels rondom rechtsvorderingen in faillissement in beeld te brengen.’

Een flowchart voor rechtsvorderingen in faillissement?

‘Daarop zie je steeds wat de volgende stap is. Ben je eiser of gedaagde? Is de vordering aanhangig of niet? Gaat de procedure wel of niet om een vermogensrecht? Als je al die stappen volgt, kom je uiteindelijk uit bij een bepaald artikel of arrest. Het zou mooi zijn om daar een online model van te maken, of een poster in een tijdschrift. Zo’n visualisatie is misschien aantrekkelijker om te gebruiken dan een lange publicatie.’

Vind je publiceren belangrijk?

‘Ja, goede publicaties helpen om het recht te verbeteren. Het is bovendien leuk om onderzoek te doen en de resultaten daarvan te delen met anderen. De komende jaren moet ik wel iets minder gaan publiceren over onderwerpen die niet aan mijn eigenlijke onderzoeksonderwerp raken. Dat soort publicaties is namelijk wel leuk en leerzaam, maar het kost toch vaak meer tijd dan gedacht en die tijd kun je dan niet besteden aan je eigenlijke onderzoek.’

Hoe zie je de rol van de uitgever?

‘De uitgever zorgt voor redacties die de kwaliteit van de publicaties bewaken. Ook vind ik het persoonlijk mooi dat de uitgever een archieffunctie heeft. Ik deed in coronatijd bijvoorbeeld onderzoek naar het insolventienoodrecht in onder andere de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De rechtspraak die ik daarvoor nodig had, had ik nooit gevonden als die door de uitgever destijds niet was gepubliceerd en verwerkt in goed doorzoekbare registers. Om het te koppelen aan de Nederlandse Jurisprudentie Feitenrechtspraak: het is ons doel om de spreekwoordelijke krenten uit de pap te halen. Op rechtspraak.nl wordt veel gepubliceerd en wij proberen elke week de meest relevante uitspraken in het tijdschrift op te nemen. Die voorzien we tegenwoordig ook van een korte redactionele aantekening. Bij het selecteren van uitspraken speelt de archieffunctie ook een rol. De laatste jaren zijn er bijvoorbeeld veel uitspraken over klimaatzaken of COVID-19. Het is een interessante gedachte dat mensen over 100 jaar een oude Nederlandse Jurisprudentie Feitenrechtspraak uit de kast halen en opzoeken wat in onze tijd belangrijk was. Dat vind ik waardevol.’

Wat is jouw favoriete arrest van de Hoge Raad?

‘Het Quint/Te Poel-arrest uit 1959. Het arrest gaat over ongerechtvaardigde verrijking, maar het is de manier van rechtsvinding die er uitspringt. Die is heel goed gevonden. Als je iets niet rechtstreeks uit de wet kunt afleiden, kijk je naar wat er volgt uit het stelsel van de wet. Briljant, een heel zinvolle manier van rechtsvinding. De Hoge Raad gebruikt de formule ook nog steeds in zijn arresten. Op de faculteit spreken we weleens, als grapje, van ‘quint-te-poelen’.’

                                               

In de interviewreeks Young Professionals zijn eerder gesprekken met Jannemieke van OuwerkerkJeroen Rheinfeld, Justine van Lochem, Kasper Jansen, Ralph Frins, Elbert de Jong en Niels Jak & Pim Huisman gepubliceerd.

Tekst: Wilma van Hoeflaken -- Fotografie: Berly Damman

Over de auteur(s)