Wat leert een methoden-perspectief ons over de coronamaatregelen?

Aan de universiteit leer ik studenten dagelijks op welke wijze wetenschappelijk onderzoek moet worden ingericht om een bijdrage te kunnen leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen. Wat vertel ik mijn studenten over de door de overheid getroffen maatregelen en adviezen in ‘de strijd’ tegen corona? Er zijn drie belangrijke defecten vanuit methoden-perspectief: het probleem is nog onduidelijk, de huidige toetsingsmaatstaf lijkt erg eenzijdig en de effecten van mogelijke oplossingen zijn niet bekend. Ik licht dit toe.

Ten eerste is het nodig dat een probleem grondig in kaart is gebracht, alvorens een oplossing kan worden bedacht in de vorm van maatregelen en adviezen. Want waar moet die oplossing zich op richten? De ziekte COVID-19 is een schijnbaar zeer besmettelijke ziekte, met een mogelijk ernstig tot dodelijke afloop, waardoor opname op een intensive care-afdeling noodzakelijk kan zijn. De meeste maatregelen en adviezen zijn gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van besmetting met corona om de Nederlandse intensive care-afdelingen niet te overbelasten. Maar met name rond die besmetting zijn nog veel onzekerheden. De volgende vragen zijn nog niet beantwoord: hoe het verloop van de ziekte is onder verschillende leeftijdscategorieën en kwetsbare groepen, of het doormaken van de ziekte tot 100% immuniteit leidt, vanaf wanneer en tot wanneer een geïnfecteerde zieke anderen kan besmetten, hoe groot het besmettingsgevaar in de open lucht is, welke afstand tot de ander houden nuttig is en of het dragen van mondkapjes bescherming biedt.

Omdat er nu geen tijd is om te wachten op de uitkomsten van onderzoek naar het eigenlijke probleem, zullen we ermee moeten leven dat de oplossingen die we kiezen ook niet precies toegesneden zijn op het echte probleem. Bij het maken van een keuze tussen verschillende oplossingen, is het nodig een toetsingsmaatstaf te hanteren. Bij het bepalen van die toetsingsmaatstaf kunnen we afwegingen maken. Het is op dit punt dat we enerzijds de meeste invloed kunnen uitoefenen, op probleem en oplossingen kan dit in mindere mate, en dat we uiteindelijk ook werkelijk effect kunnen sorteren.

Dan komt onvermijdelijk de vraag op: welke maatstaf willen we hanteren? Tot nu toe was de enige en vrij absolute toetsingsmaatstaf: de beste manier om coronabesmettingen tegen te gaan. Dat was namelijk ook de sleutel tot het beheersbaar houden van het aantal patiënten op de intensive care-afdelingen. Nu het aantal opgenomen coronapatiënten op de intensive care-afdelingen aan het afnemen is, lijkt er echter ruimte te ontstaan voor een ander, breder perspectief. We kunnen vraagtekens zetten bij de eerdergenoemde eenzijdige en absolute toetsingsmaatstaf. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de gewonnen levensjaren van de coronapatiënten (21.000), ruimschoots wegvallen ten opzichte van de verloren levensjaren van alle mogelijke patiënten (100.000 volgens voorzichtige schattingen), bijvoorbeeld hartpatiënten die niet meer naar het ziekenhuis durven voor een behandeling. Dat brengt ons bij een andere mogelijke toetsingsmaatstaf: welke maatregelen kunnen we het beste nemen als we de gezondheid van alle mogelijke patiënten beschouwen, niet alleen die van coronapatiënten. Ook bredere en meer inclusieve visies op wat de beste maatregelen en adviezen zouden zijn, zijn voor te stellen, bijvoorbeeld één waarbij bijvoorbeeld ook de economische gevolgen en de secundaire gezondheidseffecten worden meegewogen. Dat is dan een breder, Nederlands perspectief. Ook voor een meer mondiaal perspectief zijn argumenten te vinden, dan is de maatstaf de beste oplossing naar de economische gevolgen en de secundaire gezondheidseffecten op mondiale schaal. Door de enorme uitval van vraag naar goederen en diensten door Nederland, zoals de kledingindustrie en het toerisme, blijkt dat veel mensen komen te overlijden in derdewereldlanden. Zouden we die levens niet ook moeten opnemen in onze toetsingsmaatstaf als we zoeken naar ‘de beste’ oplossingen voor het probleem? Hierover zou de maatschappelijke discussie moeten gaan, maar ook het democratische debat, van degenen die over de te nemen maatregelen moeten beslissen.

Ten derde is het nodig te kijken naar mogelijke oplossingen. Bij het maken van een keuze aan de hand van de gekozen toetsingsmaatstaf gaan we de verschillende mogelijke oplossingen af. We kennen inmiddels verschillende opties: zoals een Nederlandse intelligente lockdown, een eigenzinnige Zweedse aanpak zonder lockdown of een Zuid-Koreaanse aanpak met testen, mondkapjes en quarantaine. Om een goede keuze te maken, is het nodig helder te hebben welke voor- en nadelen de verschillende maatregelen meebrengen. Wat zijn de kosten van deze verschillende maatregelen en wat zijn de baten? Ook hier zullen we moeten accepteren dat we nog onvoldoende kennis in huis hebben, dat we keuzes moeten maken die voor een deel gebaseerd zijn op onzekerheden. Wat we wel kunnen doen: niet in het wilde weg mogelijke kosten en baten noemen, maar ons bij het definiëren van de kosten en baten van een oplossing richten op de eerder gekozen toetsingsmaatstaf. Is de toetsingsmaatstaf de gezondheid van alle patiënten in Nederland, dan kunnen we bijvoorbeeld de door de maatregelen gewonnen en verloren levensjaren tegen elkaar afzetten. Voor de Nederlandse, bredere, inclusievere toetsingsmaatstaf kunnen dan ook nog economische gevolgen en secundaire gezondheidseffecten in beeld meenemen in de analyse. Wensen we een mondiaal perspectief, dan moeten ook de mondiale economische gevolgen en secundaire gezondheidseffecten in de toets worden betrokken.

Tot welke inzichten leidt het kijken naar de coronamaatregelen en adviezen vanuit een wetenschappelijk methoden-perspectief?  We zien dat het probleem nog onduidelijk is, de huidige toetsingsmaatstaf erg eenzijdig is en de effecten van mogelijke oplossingen nog niet bekend zijn. Dat onderzoek naar het precieze probleem en de kosten en baten van mogelijke oplossingen noodzakelijk is. Het is hard nodig een discussie te voeren over de toetsingsmaatstaf die we willen hanteren. Na het vaststellen van die toetsingsmaatstaf wordt het gemakkelijker om daarop toegespitste kosten en baten van verschillende oplossingen beter te kunnen en blijven monitoren. Op die manier kunnen maatregelen en adviezen zoveel mogelijk toegesneden zijn op de laatste inzichten en is er de grootste kans dat we met die maatregelen en adviezen de doelen die we in de uiteindelijke toetsingsmaatstaf hebben neergelegd, ook werkelijk kunnen behalen.

Over de auteur(s)
Janet van de Bunt
Universitair docent Rechtstheorie