Test- en vaccinatiebewijzen tegen corona

Vormt de proef van de Rijksuniversiteit Groningen om studenten een coronasneltest aan te bieden voorafgaand aan een tentamen de opstap naar het ‘oude normaal’? Of vormt dit een voorbode van het ‘nieuwe normaal’, waarbij mensen na het vertonen van een testbewijs weer maximaal mogen deelnemen aan het maatschappelijk leven? En geldt dat straks ook voor personen die een vaccinatiebewijs kunnen overleggen?

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) had op 18 januari jl. een primeur. Bij wijze van proef biedt de universiteit haar studenten een coronasneltest aan voorafgaand aan het afleggen van een tentamen. Bij een negatieve testuitslag mag de student fysiek deelnemen aan het tentamen. Bij een positieve uitslag gaat de student, aldus een persbericht van de RUG, ‘het reguliere GGD-proces in’.1Volgens datzelfde persbericht is deze pilot opgezet volgens een plan van het ministerie van OCW in een poging te onderzoeken hoe op termijn meer fysiek onderwijs mogelijk kan worden gemaakt. Soortgelijke proeven volgen in Amsterdam en Delft. De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) reageerde verheugd over deze pilots. Via het inzetten van de sneltest kan er volgens de LSVb weer perspectief worden geboden aan studenten.2
Vormt deze proef inderdaad de opstap naar het ‘oude normaal’? Of vormt dit een voorbode van het ‘nieuwe normaal’, waarbij mensen na het vertonen van een testbewijs weer maximaal mogen deelnemen aan het maatschappelijk leven? En geldt dat straks ook voor personen die een vaccinatiebewijs kunnen overleggen?
Over deze vragen, toegespitst op het gebruik van testbewijzen, bracht de Gezondheidsraad op 14 januari een spoedadvies uit.3 Dit op verzoek van de Minister van VWS. Hij verzocht de Gezondheidsraad in december 2020 de juridisch en ethische kaders te onderzoeken om de samenleving weer meer te openen door een laagdrempelig testbeleid.4
Wat adviseerde de Gezondheidsraad? De Gezondheidsraad onderschrijft dat testbewijzen vrijheden kunnen teruggeven, niet het minst de vrijheid om met anderen aan het maatschappelijk leven deel te nemen. Tegelijkertijd constateert de Gezondheidsraad dat het verlangen van een recent negatief testbewijs vrijheden kan beperken. Of aan de vrijheidswens tegemoet kan worden gekomen hangt volgens de Gezondheidsraad af van onder meer de prevalentie van het coronavirus, de door de overheid genomen beschermingsmaatregelen en de gevoeligheid van de uitgevoerde test. Daaraan moet direct worden toegevoegd dat de betrouwbaarheid van de antigeen(snel) test, zoals ingezet in Groningen, aanzienlijk minder is dan de PCR-test (polymerase chain reaction).5 Niettemin acht de Gezondheidsraad het verlangen van een testbewijs verantwoord mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze condities betreffen bovenal de noodzakelijkheid, effectiviteit en proportionaliteit van het verlangen om een testbewijs, de afwezigheid van een minder ingrijpend middel, het voorkomen van discriminatie en de eis dat het testbeleid wordt gemonitord.
Dit advies bevat volgens mij een goede balans tussen principiële en realistische juridische en ethische uitgangspunten. Vanuit een principieel oogpunt kan worden gesteld dat het verlangen van een testbewijs bijdraagt aan schijnveiligheid, kosten genereert en mensen verplicht om gevoelige persoonsgegevens met anderen te delen. Bovendien is het geregeld ondergaan van een sneltest belastend en doet het een groot beroep op de zorg. Daar staat tegenover dat het een groot goed is om mensen de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Fysiek onderwijs, beoefening van sport, gebruik maken van horecagelegenheden, samen met collega’s werken et cetera draagt bij aan het mentale welzijn van mensen en stelt hen in staat sociale relaties te onderhouden. Als aan de door de Gezondheidsraad gestelde voorwaarden is voldaan, acht hij het verlangen van een testbewijs daarom toelaatbaar. Dat lijkt mij terecht. Hierbij merk ik op dat ook zonder dit doorwrochte advies van de Gezondheidsraad het gebruik van testbewijzen moeilijk is tegen te houden. Zo is het de regering zelf die van vrijwel alle internationale reizigers, inclusief Nederlanders, verlangt dat zij een negatieve PCR-test overleggen alvorens zij naar Nederland mogen reizen6 en vanaf 23 januari ook een bewijs van een coronasneltest. Indien de regering zelf dergelijke maatregelen hanteert, kan van particulieren niet worden verwacht dat zij afzien van soortgelijke ‘vrijheidsbevorderende’ maatregelen. Hierbij hoop ik van harte dat dergelijke maatregelen nooit worden gebruikt om de toegang tot essentiële voorzieningen te reguleren, waaronder de gezondheidszorg, apotheken en supermarkten.
Kunnen de conclusies van het spoedadvies van de Gezondheidsraad worden doorgetrokken naar het gebruik van vaccinatiebewijzen? Ik denk van wel. Net als een sneltest biedt een vaccinatie geen absolute zekerheid dat de betrokken niet geïnfecteerd kan raken en anderen niet kan besmetten. Niettemin wijzen de berichten erop dat zeker 90% van de gevaccineerden maandenlang effectief is beschermd tegen het coronavirus. Bovendien is er een groot publiek belang gediend bij een hoge vaccinatiegraad. Hoe meer gevaccineerden des te beter de totale bevolking is beschermd, inclusief degenen die zich niet (wensen te) laten vaccineren. Om die reden is het vergroten van de vrijheid voor mensen die zich hebben laten vaccineren naar mijn mening juridisch en ethisch daarom nog meer verdedigbaar dan het bieden van deze mogelijkheden aan hen die een sneltest hebben ondergaan. Maar ook bij het gebruik van vaccinatiebewijzen als toegangsbiljet voor meer vrijheid geldt: dit is niet gepast bij het gebruik van essentiële voorzieningen en mag alleen worden ingevoerd op voorwaarde dat iedereen weet dat er geen absolute zekerheid is dat het coronavirus zich aldus niet verspreidt.
Deze Opinie verschijnt in NJB 2021/283, afl. 4. Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden en als medewerker gezondheidsrecht verbonden aan dit blad.
Afbeelding: © Shutterstock
  1. https://www.rug.nl/news/2021/01/rug-en-hanzehogeschool-starten-pilot-sneltestlocatie-met-hulp-van-noorderpoort-studenten [laatst gecontroleerd: 19 januari 2021].
  2. https://lsvb.nl/2021/01/18/landelijkestudentenvakbond-blij-met-start-pilot-sneltesten-in-het-hoger-onderwijs-dit-biedtperspectief/ [laatst gecontroleerd: 19 januari 2021].
  3. Gezondheidsraad, Testbewijzen voor SARS-CoV-2: ethische en juridische voorwaarden, nr. 2021/02, Den Haag, 14 januari 2021, https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviesaanvragen/2020/12/17/adviesaanvraag-ethischkader-uitgebreid-testprogramma-covid-19 [laatst gecontroleerd: 19 januari 2021]. In het kader van de voorbereiding van dit advies ben ik een van de personen die zijn geïnterviewd.
  4. Brief Minister van VWS 17 december 2020, kenmerk 1798930-215927-PDC19.
  5. Ook na een positieve PCR-test staat nog niet vast dat de betrokkene geïnfecteerd is met Covid-19, al is de kans bijzonder hoog.
  6. Art. 58p Wet publieke gezondheid (Wpg).
Over de auteur(s)
Aart Hendriks
Hoogleraar Gezondheidsrecht en NJB-medewerker