Positieve verplichtingen en vrijheid van mening en aandacht

Onlangs ondertekenden onder meer de NPO en RTL een intentieverklaring voor verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie in media.1 Bij de inzet hiervan dienen waarden als menselijke autonomie, keuzevrijheid en rechtvaardigheid in acht te worden genomen, aldus de verklaring. Als concretisering maakte de NPO bekend te werken aan het versterken van pluriformiteit, om zo het bekijken en beluisteren van een meer divers media-aanbod te stimuleren.

Bij het lezen van de verklaring moest ik denken aan een uitzending in de serie Brainwash Talks van omroep Human. Ruim drie jaar geleden was het filosoof James Williams die sprak over de aandachtseconomie.2 Aandacht wordt een schaars goed onder invloed van digitalisering (zie zijn boek Stand Out of Our Light). In het verleden was informatie schaars en aandacht in overvloed. ‘Als jij op een zeepkist ging staan om jouw boodschap te verkondigen, luisterden mensen naar je, omdat je nieuwe informatie te bieden had. Als je dat nu zou doen, zou niemand luisteren. Informatie is zo overvloedig en aandacht zo schaars, de situatie is omgekeerd.’ Dat resulteert in wat Williams de aandachtseconomie noemt: een economie waarin talloze partijen, vooral sociale media, concurreren om onze aandacht. Op zichzelf is daar niets mis mee. Maar Williams stelt ook vast dat veel partijen, in het wedijveren om aandacht, vrijwel uitsluitend appelleren aan onze laagste instincten en onze impulsieve kant (klikken, scrollen, views) en niet of nauwelijks aan onze meer bedachtzame, rationele en humane kant.

Het betoog van Williams valt vanuit diverse invalshoeken op z’n juridische merites te doordenken. Op deze plaats beperk ik me tot de vrijheid van meningsuiting. Dit in artikel 7 Gw en 10 EVRM verankerde recht omvat zowel de vrijheid een mening te koesteren als de vrijheid om informatie en denkbeelden te ontvangen en te verstrekken. Het recht is essentieel voor een democratische samenleving. Concreet betekent het onder meer dat de overheid pluriformiteit van media heeft te eerbiedigen.

Maar wat als pluriformiteit voorhanden en door de overheid gegarandeerd is, maar vrijwel niemand meer ­pluriform is in zijn of haar aandacht? We zien dat slechts een handvol primair buitenlandse commerciële bedrijven (Facebook, Twitter, Instagram, YouTube, Snapchat en sterk opkomend: Tiktok) in feite dicteert waar de aandacht van een groot deel van de bevolking naar uitgaat. En deze partijen daarmee steeds dwingender bepalen hoe wij in het leven staan. En dan gaat het zeker niet alleen om smaak en tijdverdrijf. Ook om voorkeuren, politieke oriëntatie, gevoelens over de samenleving en visie op de aanpak van grotere maatschappelijke uitdagingen. COVID-19 en verkiezingen zijn illustratieve voorbeelden.

Belangrijk is daarbij te beseffen dat online platforms al lang niet meer uitsluitend doorgeefluik zijn. Ze maken ook inhoudelijke keuzes door bepaald aanbod te verwijderen en via algoritmes voor een bepaald type gebruiker een heel specifiek aanbod toegankelijk te maken. Kortom, ze hebben inhoudelijke macht in het sturen op onze aandacht. Veelvuldig is inmiddels gewezen op de keerzijde hiervan, zoals de groeiende fragmentatie van meningen over onze samenleving (ieder zijn eigen (media)bubbel). Twee punten wil ik hier voor discussie inbrengen.

Allereerst dat het niet uitsluitend gaat om pluriformiteit van inhoud maar ook om pluriforme aandacht voor die inhoud. Beide zijn wezenlijk voor het in stand houden van een gedeelde publieke ruimte en een gezonde democratie. Bij maatschappelijke deliberatie, autonoom denkvermogen binnen een samenleving en het kunnen adresseren van polarisatie gaan inhoud en aandacht als het ware hand in hand als voorwaarden voor constructief overleg en een open uitwisseling van argumenten.

Het tweede punt betreft de functie van art. 7 Gw. We hebben deze bepaling altijd opgevat als een klassiek grondrecht, een afweerrecht. Maar de vrijheid van meningsuiting draagt steeds meer ook een waarborgende opdracht voor de overheid in zich. Art. 7 Gw als een sociaal grondrecht als het ware. De tegenhanger in het EVRM (art. 10) kent wel duidelijk positieve verplichtingen. Wat betreft pluriformiteit van media heeft de Raad van Europa overigens ook diverse aanbevelingen gepubliceerd.3 Bovendien tonen recente initiatieven dat positieve verplichtingen ook heel concreet zijn te maken. Zo deed de EU High Level Group on Desinformation de suggestie om platforms te verplichten hun algoritmes zo in te richten dat informatie die wezenlijk is voor een democratie (bijvoorbeeld over politieke ­partijen) maar die minder bij het individu past, toch een hogere prominentie te geven.4 Ook het Nederlandse Commissariaat voor de Media liet weten bereid te zijn op de aanbodkant te gaan sturen door het stellen van voorwaarden.5 En via de Nederlandse Gedragscode Transparantie Online Politieke Advertenties, committeerden platforms zich concreet aan het ontwikkelen van transparantiemechanismen en het aanbieden van relevante gegevens over adverteerders en advertenties in publiek toegankelijke bibliotheken.6

Maar wat als partijen de afspraken onvoldoende naleven en er kennelijk niet met zachte hand valt te sturen? Wat mij betreft is het helder: willen we nog iets van een publieke sfeer overhouden dan heeft de overheid een actieve rol te pakken en wel door ook de positieve verplichtingen die uit de vrijheid van meningsuiting voortvloeien serieus te nemen. En daarbij oog te hebben voor zowel inhoud als aandacht voor die inhoud. Twee routes zie ik voor me. Een idealistische stip op de horizon: art. 7 Gw ook als sociaal grondrecht opvatten. En een realistische concrete actie voor nu: de Nederlandse overheid geeft veel beter en actiever dan nu het geval is uitvoering aan art. 10 EVRM. Een bepaling die immers geldend recht is in ons land en behalve een afweerrecht ook positieve verplichtingen kent.

 

Dit Vooraf verschijnt in NJB 2021/978, afl. 14.

 

Afbeelding: pixabay

 

  1. https://mediaperspectives.nl/intentieverklaring/
  2. https://www.brainwash.nl/bijdrage/dit-is-wat-er-op-het-spel-staat-in-onze-aandachtseconomie
  3. Zie voor relevante verplichtingen: https://www.coe.int/en/web/freedom-expression/media-pluralism
  4. https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/final-report-high-level-expert-group-fake-news-and-online-disinformation
  5. https://www.cvdm.nl/sites/default/files/Documenten/Rapport-Filterbubbels-in-Nederland.pdf
  6. www.nederlandrechtsstaat.nl/forum/id356/04-03-2021/gedragscode-politieke-advertenties-blog-2-een-veelbelovende-code-maar-zijn-beloftes-genoeg?.html
Over de auteur(s)
Corien Prins
Hoogleraar Recht en Informatisering