Minister voor Rechtsbescherming in de bres voor de AP?

In het debat in de Tweede Kamer van 3 februari 2021 over een privacylek in de systemen van de GGD, kwam de capaciteit bij de Autoriteit Persoonsgegevens aan bod. Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, had mooie woorden over voor de Autoriteit Persoonsgegevens en verdedigde de AP tegen aantijgingen vanuit de Tweede Kamer dat er geen goed werk afgeleverd zou worden. Hij gaf aan dat een kritisch Kamerlid de AP ‘echt tekortdoet’ en dat er ‘ruim 180 mensen bij de AP ongelofelijk hard’ werken en dat ze dat in zijn ogen ‘gewoon heel erg goed’ doen.1

Dit lijkt een nobele zet van de minister: in de bres springen om de goede naam van de AP te beschermen tegen enkele afkrakende Kamerleden. Echter, de minister was bezig met het verdraaien van de uit de Kamer komende woorden. Woorden die juist strekten tot het verruimen van de capaciteit van de AP. Nota bene iets waar de AP zelf ook voorstander van is en recent nog uitgebreid de noodzaak van benadrukte.

Het betreffende Tweede Kamerlid, Verhoeven (D66), pleitte namelijk in het debat juist voor meer capaciteit voor de AP. Niet omdat er kwalitatief iets mis zou zijn met de medewerkers van de AP of het door de AP afgeleverde werk, maar simpelweg omdat er volgens hem sprake is van een te kleine AP:

‘Aan alle kanten loopt het water over de schoenen. Er zijn verschillende rapportages geweest in het afgelopen jaar, die allemaal aanwijzen dat er flinke tekorten zijn. (…) Waarom nou niet, als er moties van de Kamer zijn, een keer aan het einde van zo'n kabinetsperiode zeggen: we doen er wat geld bij voor die Autoriteit Persoonsgegevens? Die mensen werken keihard om aan alle kanten allerlei datamisstanden recht te zetten.’

De AP werd dus juist al door de parlementariër geprezen om het harde werk, in het kader van een pleidooi om meer geld voor de AP uit te trekken. De minister reageert hierop met de eerdergenoemde woorden, waarmee hij dus eigenlijk degene voor wie het Kamerlid opkomt, begint te verdedigen tegen datzelfde Kamerlid.

Op Kamerlid Hijink (SP) werd kort daarna eenzelfde soort tactiek toegepast. Door te wijzen op tekorten aan menskracht bij de AP, zou het Kamerlid een karikatuur van de AP maken. Vanzelfsprekend waren Kamerleden Verhoeven en Hijink hiervan niet gediend en zij wezen de minister erop dat degene die de AP tekort doet, juist de minister zelf is. Verhoeven:

‘Voorzitter, dit is een beetje balletje-balletje spelen met mijn vraag. Ik zeg dat er een groot probleem is met de capaciteit. En de minister maakt daar een soort spelletje van, dat ik zeg dat de kwaliteit niet goed is. Ze kunnen niet de kwaliteit leveren die nodig is, vanwege de gebrekkige capaciteit. (…) Dit is gewoon heel flauw van de minister.’

Problemen bij de AP

Zat de AP zelf op deze ‘verdediging’ door de minister te wachten? Vermoedelijk niet. Extra pijnlijk wordt de opstelling van de minister namelijk als je naast het bekijken van dit debat of het lezen van het stenogram, informatie van de Autoriteit Persoonsgegevens zelf erbij pakt.

  • In Focus AP 2020-2023 wordt aangegeven dat er enerzijds een groot toezichtveld is met daarin vaak grote financiële belangen van bedrijven/organisaties waarop de AP toezicht houdt, terwijl anderzijds de AP zelf een ‘beperkte capaciteit’ heeft.2
  • In de toelichting op de meerjarenbegroting van november 20203 luidt de AP de noodklok: de Algemene verordening gegevensbescherming ‘heeft geleid tot veel extra taken en werkzaamheden voor de AP. Door het achterblijven van budget en formatie kampt de AP op dit moment met verschillende knelpunten in de organisatie en grote werkachterstanden.’ Enkele meer concrete constateringen in deze toelichting:
    • Veel klachten van burgers zijn blijven liggen (1.850)
    • De AP kan bijna niets met tips van burgers doen
    • Te weinig opvolging van datalekken
    • Goedkeuring van binding corporate rules4 duurt 5 jaar
    • Onderzoeken kunnen niet starten / duren lang / kunnen niet afgemaakt worden en ook toezicht op persoonsgegevens-verwerkende algoritmes komt niet van de grond
    • Voor oplegging van boetes is onvoldoende capaciteit
    • Onvoldoende deelname aan het maatschappelijk debat en vrijwel stilliggen van voorlichting
    • Kortom: ‘Om alle taken goed te kunnen uitvoeren, móet de AP vanaf 2022 groeien van 184 fte naar 470 fte’, aldus de toelichting op de meerjarenbegroting, naar aanleiding van het onafhankelijke onderzoek dat KPMG in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de AP zelf heeft gedaan naar AP-taken en benodigde middelen.

De minister zou er dus goed aan doen om de AP niet te ‘verdedigen’ tegen woorden die juist goed aansluiten bij de visie van de AP zelf. Daarmee wordt geen recht gedaan aan het belang van het onderwerp en de ernst van de in de toelichting op de AP-meerjarenbegroting genoemde problemen en daarnaast komt dit het niveau van het Kamerdebat niet ten goede. Als je van mening bent dat het budget van de AP niet hoeft te worden verhoogd (bijvoorbeeld omdat je vindt dat de AP met het huidige budget uit de voeten zou moeten kunnen of omdat het voor een verruiming benodigde geld (nog) beter aan iets anders uitgegeven kan worden), dan kan je maar beter daarvoor uitkomen, dit standpunt motiveren en met het parlement daarover op een serieuze manier de discussie aangaan. Met de in dit debat door de minister toegepaste tactiek kom je mijns inziens niet veel verder.

Motie

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer stemde 3 februari in met een motie om ‘het budget van de AP dusdanig te verhogen dat zij in staat wordt gesteld om aan het realistische groeipad te kunnen voldoen zoals dat is verwoord in het onafhankelijke KPMG-onderzoek dat in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is opgesteld’.5 AP-bestuursvoorzitter Aleid Wolfsen was hier blij mee.6 Hopelijk zal de minister de motie serieus nemen en niet als een aanval op de AP afschilderen.

 

Afbeelding: Pixabay

 

  1. Tweede Kamer – debat over een privacylek in de systemen van de GGD (ongecorrigeerd stenogram).
  2. Autoriteit Persoonsgegevens, Focus AP 2020-2023, p. 35.
  3. Autoriteit Persoonsgegevens, Meerjarenbegroting AP: Een korte toelichting, p. 1-2.
  4. Zie over BCR’s: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/internationaal-gegevensverkeer/binding-corporate-rules.
  5. Kamerstukken II 2020/21, 27529, 240.
  6. Zie: https://www.privacy-web.nl/nieuws/autoriteit-persoonsgegevens-krijgt-ruim-twee-keer-zoveel-personeel.

 

 

Over de auteur(s)
Coen Modderman
Adviseur bij Haute Equipe Partners in Public en Thorbecke-fellow aan de Universiteit Leiden