De wet misbruikt als wapen tegen de oppositie

Zoals de machthebbers in Rusland en Myanmar de oppositie bestrijden met dubieuze rechtszaken, doet president Rodrigo Duterte dat in de Filipijnen. Vanwege haar kritiek op Duterte zit senator Leila M. de Lima nu vier jaar gevangen, zonder daadwerkelijk veroordeeld te zijn. In het eerste jaar van zijn presidentschap haalden de duizenden vermoorde personen in Dutertes war on drugs regelmatig de internationale media. Hoewel er niets is veranderd, is die aandacht nu grotendeels verdwenen. Hetzelfde geldt voor de aandacht voor de detentie van De Lima. Aangezien De Lima op dit moment vanwege de COVID-19-beperkingen niet bezocht kan worden in de gevangenis, heeft ondergetekende haar schriftelijk een aantal vragen gesteld, die zij middels een uitgebreide handgeschreven brief heeft beantwoord.

Er loopt op dit moment een voorlopig onderzoek bij het International Strafhof in Den Haag (International Criminal Court, ICC) naar misdrijven die sinds 1 juli 2016 zijn gepleegd in de war on drugs in de Filipijnen. De regering van Duterte heeft geprobeerd om dit onderzoek te dwarsbomen door de deelname aan het Statuut van Rome op te zeggen, welke opzegging effectief is geworden op 17 maart 2019. Het ICC heeft echter zijn bevoegdheid behouden over misdrijven die gepleegd zijn vóór 17 maart 2019. In december 2020 maakte de aanklager van het ICC bekend dat er ‘een redelijke basis om aan te nemen’ is dat er misdrijven tegen de menselijkheid zijn gepleegd in de Filipijnen in de periode van 1 juli 2016 tot en met 16 maart 2019.1 Naar verwachting zal in de komende twee maanden worden beslist of er daadwerkelijk een onderzoek zal worden ingesteld naar de situatie in de Filipijnen.

De Lima zit gevangen omdat zij zich de woede van Duterte op de hals heeft gehaald door twee kwesties: haar onderzoek naar de Davao Death Squad in 2009 en het onderzoek in de Senaat in 2016, dat door haar geleid werd, naar de extrajudicial killings (EJK’s) in Duterte’s war on drugs.

Davao Death Squad

In 2009 was De Lima hoofd van de Commission on Human Rights of the Philippines (CHR). Zij deed onderzoek naar de Davao Death Squad (DDS), die verantwoordelijk werd gehouden voor honderden moorden in de stad Davao. Duterte was in die tijd burgemeester van de stad. Hij claimde dat hij Davao tot een van de veiligste steden ter wereld had gemaakt door keihard op te treden tegen criminelen. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch maakten echter melding van honderden moorden door de DDS. Duterte distantieerde zich niet van de moordpraktijken in zijn stad, hij juichte ze juist toe:

Ik vind het niet erg dat we de moordhoofdstad van de Filipijnen worden genoemd, zolang degenen die worden vermoord de bad guys zijn... Vanaf dag één heb ik gezegd dat Davao City voortaan zeer, zeer gevaarlijk zou zijn voor criminelen. Ik heb tegen criminelen gezegd dat het een plek is waar je op elk moment kunt sterven. Als dat een waarschuwing is voor iemand, dan is dat prima.’2

En:

Als je illegale activiteiten in mijn stad uitvoert, als je crimineel bent of deel uitmaakt van een syndicaat dat jaagt op onschuldige burgers van de stad, dan ben je – zolang ik de burgemeester ben – een legitiem doelwit voor moord.’3

Opsporing en vervolging van de moordenaars vond niet plaats. Integendeel, de moordenaars handelden vaak in opdracht van de politie of waren zelf politie. De politie kwam veelal expres te laat ter plaatse en deed vervolgens geen echt onderzoek. De moordenaars deden er daarom ook weinig aan om niet herkend te worden.4 Barangay5 captains gaven lijsten met namen van probleemjongeren (drugsdealers, dieven, gangleden) door aan de politie. De personen op die lijsten werden vervolgens het doelwit van de DDS.6

Het CHR-onderzoek van De Lima leverde relevant bewijs op, maar de Ombudsman, die Duterte en zijn politiemannen had moeten vervolgen, liet het afweten.

President Duterte’s war on drugs

Op 9 mei 2016 waren er verkiezingen in de Filipijnen en werd Duterte verkozen tot president. De Lima werd tot senator verkozen. Duterte had in zijn campagne beloofd dat hij het drugsprobleem in de Filipijnen op dezelfde manier zou oplossen als hij in Davao had gedaan:

‘Vergeet de wetten over mensenrechten. Als ik in het presidentieel paleis terecht kom, zal ik precies doen wat ik al deed als burgemeester. Jullie, drugshandelaars, overvallers en andere nietsnutten, jullie kunnen maar beter vertrekken. Want ik zal jullie vermoorden, ik zal jullie allemaal in Manila Bay dumpen en de vissen daar vetmesten.’7

Direct na zijn aantreden als president werd de war on drugs gestart. Personen die verdacht werden van drugshandel of -gebruik werden vermoord, bij politieacties dan wel door zogenoemde vigilantes. Het aantal doden in de drugsoorlog werd eind september 2018 door de politie vastgesteld op 4.948, veroorzaakt door de politie, en 22.983 ‘homicides under investigation’ (EJK’s).8 De werkelijke aantallen zijn waarschijnlijk vele malen hoger. Het is moeilijk om de aantallen sindsdien vast te stellen omdat de Filipijnse overheid die gegevens niet meer bijhoudt of niet langer wenst bekend te maken.9

Net als in Davao wordt geen echt onderzoek door de politie uitgevoerd, laat staan dat er daders worden veroordeeld.10 Er is een klimaat van straffeloosheid ontstaan. Ook als president distantieert Duterte zich niet van de moordpartijen:

Hitler vermoordde drie miljoen Joden [sic]. Welnu, er zijn drie miljoen drugsverslaafden. Ik zou ze graag afslachten. Als Duitsland Hitler had, dan hebben de Filipijnen mij.11

De Lima leidde in de Senaat de justitiecommissie, die in 2016 onderzoek deed naar Duterte’s war on drugs. Zij liet een voormalige huurmoordenaar van de DDS, Edgar Matobato, in de Senaat (en op televisie) als getuige horen. Matobato verklaarde dat Duterte, toen hij burgemeester van Davao was, de opdrachtgever was van de DDS en verantwoordelijk was voor meer dan 1.000 moorden. Later werd de gepensioneerde politieman Arturo Lascañas eveneens als getuige gehoord in de Senaat. Ook hij bevestigde dat Duterte zijn opdrachtgever was voor de moorden.

Duterte was woedend op De Lima. In de media maakte hij haar zwart, onder andere door ermee te dreigen dat hij een sexvideo van haar en haar chauffeur in bezit had en die zou vrijgeven. Verder kondigde hij aan een strafzaak tegen haar op te zetten, waarin zij beschuldigd zou worden van drugshandel en waarbij hij benadrukte dat er voor dit misdrijf geen borgtocht zou bestaan.

Arrestatie van senator Leila de Lima

Op 24 februari 2017 werd De Lima gearresteerd in de Senaat. Ze werd ervan beschuldigd dat ze, in de periode dat ze het Department of Justice leidde (2010-2015), drugsopbrengsten van gevangenen in de New Bilibid Prison had ontvangen om daarmee haar verkiezingscampagne voor de Senaat te financieren. Het gaat om drie strafzaken die door twee rechtbanken behandeld worden. Anders dan bij de andere delicten waarmee Duterte zijn tegenstanders (zoals de voormalige senator Antonio Trillanes en de journaliste Maria Ressa) bestrijdt, is bij drugsgerelateerde delicten geen borgtocht mogelijk. De Lima zit daarom inmiddels vier jaar gevangen in Camp Crame in Quezon City, zonder dat er een eindvonnis is gewezen.

Anders dan ‘gewone’ gevangenen in de Filipijnen, die in overbevolkte cellen verblijven, heeft De Lima haar eigen cel. Buiten haar cel heeft zij een plaatsje in de buitenlucht met enkele planten en een paar door haar geadopteerde straatkatten. Er is nauwelijks contact met medegedetineerden. In haar cel is geen airconditioning, alleen een ventilator. De hitte is met name in de zomer ondraaglijk en veroorzaakt duizeligheid bij haar. Haar eten wordt iedere dag bezorgd door haar staf. Ook brengen familieleden eten mee. Sinds maart 2020 is vanwege COVID-19 het bezoek beperkt, ook in tijdsduur, tot directe familie, enkele stafmedewerkers, spirituele adviseurs, advocaten en dokters. Daarvoor golden er minder restricties, er werden alleen bureaucratische barrières opgeworpen voor buitenlandse bezoekers.

Haar werk als senator kan De Lima maar beperkt uitvoeren. Zij kan alleen via handgeschreven berichten reageren op zaken die spelen en (wets)voorstellen doen in de Senaat. Zij kan niet aan de beraadslagingen in de Senaat en aan commissievergaderingen deelnemen, ook niet via teleconferentie. Dit is vreemd, omdat de andere senatoren gedurende de pandemie wel via teleconferentie aan vergaderingen kunnen deelnemen. De Lima is nooit een strafrechtelijk verbod opgelegd om politiek actief te zijn.

De Lima heeft geen toegang tot mobiele telefoon, computer, televisie of internet. Zij blijft op de hoogte van het nieuws via kranten en dagelijks door haar staf samengestelde overzichten van online nieuws, sociale media-berichten en transcripties van televisie-uitzendingen. Omdat De Lima geen toegang tot internet heeft, kan ze zelf geen gebruik maken van sociale media. Haar staf plaatst daarom haar handgeschreven berichten op haar sociale-mediapagina’s. Vanwege deze logistieke beperkingen kan zij niet direct reageren op actuele gebeurtenissen.

De Lima zit inmiddels vier jaar in voorarrest. De lange duur van de strafzaken is met name te wijten aan de aanklager, die de aanklachten wijzigde tijdens het proces en er moeite mee had om getuigen voor te brengen die het bewijs konden leveren van de aanklachten. Diverse door de aanklager voorgebrachte getuigen hebben onder ede verklaard dat zij geen wetenschap hebben van een link tussen De Lima en drugshandel in de New Bilibid Prison. De getuigen die wel belastend hebben verklaard hebben zelf strafbare feiten gepleegd, maar worden daarvoor niet vervolgd. Voor zover zij in dienst zijn van de politie of het gevangeniswezen mogen zij in hun functie blijven, zonder dat er disciplinaire maatregelen volgen.

Deze getuigen hebben dus een duidelijk voordeel bij het afleggen van een voor De Lima belastende verklaring. Twee getuigen zijn in de gevangenis onder verdachte omstandigheden overleden. Bij het uitreiken van een arrestatiebevel in zijn cel, zou de gedetineerde Rolando Espinosa Sr. zijn gaan schieten naar de politie, waarna hij werd doodgeschoten. Jaybee Sebastian zou aan COVID-19 zijn overleden, maar volgens zijn familie was hij fit en had hij negatief getest. Zijn lichaam werd direct na overlijden gecremeerd.

In twee van de drie strafzaken zijn alle getuigen van de aanklager nu gehoord. De Lima’s advocaten hebben in die zaken om demurral gevraagd. Dat is een verzoek om de zaak af te wijzen omdat er op basis van het bewijs dat door de aanklager gepresenteerd is nooit een veroordeling kan volgen. Eén van die verzoeken werd op 17 februari 2021 gehonoreerd, zodat er nu nog twee zaken over zijn. De grote vraag is of rechters steeds hun rug recht zullen houden en de zaken alleen op de inhoud zullen beoordelen:

Ik hoop nog steeds dat de rechters de dwaasheid zullen inzien van het veroordelen van een onschuldig persoon alleen maar om Duterte een plezier te doen en een benoeming in een hogere functie te krijgen.

De Lima is overtuigd van haar onschuld:

‘Deze zaken zijn een complete leugen, een grote samenzwering van leugens. Ik heb dit al vaak gezegd en zeg het nogmaals: ik heb geen geld gevraagd of ontvangen – drugsgeld of anderszins – van de gevangenen voor mijn Senaatscampagne of voor enig ander doel. Ik heb met geen van hen transacties verricht, of geheime plannen gesmeed of op onregelmatige wijze, direct of indirect, gehandeld.

Het kan Duterte niet schelen. Hij heeft publiekelijk tegenover de media toegegeven dat hij, toen hij nog officier van justitie in Davao City was, intriges zaaide en vervolgens bewijsmateriaal bij verdachten plantte om hun veroordeling te vergemakkelijken. De man is een psychopaat en heeft geen greintje geweten of moraliteit in zijn botten.’

Toekomst

In 2022 zullen er nieuwe presidentsverkiezingen zijn. Duterte kan niet herkozen worden. Hij heeft er alle belang bij dat zijn opvolger hem goed gezind zal zijn en hem niet zal uitleveren aan het ICC, bijvoorbeeld zijn dochter Sara die nu burgemeester van Davao is. Als dit plan lukt, zijn de vooruitzichten voor De Lima somber. Zij zal dan de juridische strijd moeten voortzetten tot aan de Supreme Court, die grotendeels bestaat uit rechters die door Duterte zijn aangesteld. Ook De Lima’s periode in de Senaat eindigt in 2022. Als zij niet wordt herkozen (zij zal haar verkiezingscampagne vanuit de gevangenis moeilijk kunnen voeren), zal zij niet langer over het salaris en de staf beschikken waarover zij als senator nu wel kan beschikken.

De verwachtingen van De Lima over de toekomst van de Filipijnen zijn somber, nadat Duterte een cultuur van dood en straffeloosheid heeft gepromoot en belangrijke instituten, zoals de rechtspraak (met het uit de Supreme Court verwijderen van Chief Justice Maria Lourdes Sereno), de media (het sluiten van het televisienetwerk ABS-CBN en de vervolging van de journaliste Maria Ressa) en de kerk (monddood gemaakt) heeft ondermijnd. Zij hoopt dat de oppositie zich in 2022 kan verenigen achter één presidentskandidaat. Naar het nu laat aanzien zal dat de huidige vice-president Leni Robredo zijn.

De Lima waarschuwt echter voor de grote invloed van China:

‘In tegenstelling tot eerdere verkiezingen hebben we nu in de Filipijnen een supermacht die vastbesloten is om onze soevereiniteit, onafhankelijkheid en democratie te ondermijnen door een cliënt-president te steunen die ze in Duterte vonden, en voor 2022 in zijn dochter. Het zal erg moeilijk zijn om te concurreren met de Chinese middelen en degene die hun tweede Manchurische kandidaat zal zijn. Maar we moeten doorvechten. Als Filipino’s die van ons land houden, moeten we vechten tegen de tirannie van een Filipijnse regering onder de voet van China.’

Over haar eigen toekomst zegt ze:

‘Ik heb goede hoop dat ik zal worden vrijgesproken. Hoe moeilijk mijn situatie ook is, uiteindelijk zullen waarheid en gerechtigheid zegevieren. Het kwaad kan alleen tijdelijk zegevieren. Bovendien kan ik niet toestaan dat mijn verhaal zo eindigt. Mijn verhaal kan niet eindigen met een verlies in de gevangenis. Ik ben niet opgevoed om een sterke vrouw te zijn, om vervolgens een dergelijk lot te accepteren.’


Dirk de Loor is kantonrechter bij de Rechtbank Den Haag. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel. De auteur dankt senator Leila de Lima voor haar bereidheid om de vele aan haar gestelde vragen zo uitvoerig te beantwoorden, haar stafchef Attorney Fhillip Sawali voor het mogelijk maken van de communicatie met haar, Fr. Albert E. Alejo voor alle hulp en dr. Rachel A.G. Reyes voor haar inhoudelijke bijdrage aan het artikel.
Dit artikel verschijnt in NJB 2021/1511, afl. 21. 

Afbeelding: © Office of Senator Leila M. De Lima.

Noten

  1. International Criminal Court, Office of the Prosecutor, Report on Preliminary Examination Activities, 2020, pp. 46-47.
  2. The Washington Post 30 november 2003, geciteerd in Amnesty International, Philippines – Political killings, Human Rights and the Peace Process, 2006, p. 29.
  3. Human Rights Watch, You Can Die Anytime - Death Squad Killings in Mindanao, 2009, p.1. en 70.
  4. Human Rights Watch 2009, p. 3.
  5. Barangay is de kleinste locale administratieve/politieke eenheid in de Filipijnen (dorp, deelgemeente, wijk).
  6. Human Rights Watch 2009, p. 55.
  7. Tijdens de laatste campagne rally voor de verkiezingen, 7 mei 2016 in Manila.
  8. Human Rights Watch World Report 2019, www.hrw.org/world-report/2019/country-chapters/philippines.
  9. S. Coronel, M. Padilla, D. Mora & The Stabile Center for Investigative Journalism, ‘The Uncounted Dead of Duterte’s Drug War’, The Atlantic 19 augustus 2019, www.theatlantic.com/international/archive/2019/08/philippines-dead-rodrigoduterte-drug-war/595978/.
  10. Amnesty International 2017, p. 49.
  11. Human Rights Watch, ‘Licence to Kill’- Philippine Police Killings in Duterte’s ‘War on Drugs’, 2017, p. 23.
Over de auteur(s)