Alex Brenninkmeijer (1951-2022)

Met het overlijden van Alex Brenninkmeijer, gedurende bijna twintig jaar lid van de NJB-redactie, komt een rijkdom van herinneringen boven. Het zijn herinneringen aan een indrukwekkende en veelzijdige loopbaan bij tal van universiteiten, de rechterlijke macht en het openbaar bestuur in binnen- en buitenland. De jurist maar bovenal de mens Brenninkmeijer blijft voor altijd verbonden met de wezenlijke opdracht van het instituut Nationale ombudsman. Hij nam geen blad voor de mond en in tal van geschriften agendeerde en fileerde hij met een vooruitziende blik kwesties in het openbaar bestuur, onder meer in zijn 69 ‘Vooraffen’ voor dit blad. Als collega-redactielid was hij blijmoedig en gretig, met weloverwogen interventies, glimlachend gebracht in afwachting van tegenspraak. Wij bewaren kortom kostbare herinneringen, die lang niet allemaal in woorden zijn te vatten. Met groot respect gedenken wij hem als redactie.

Je hoeft de mens Brenninkmeijer niet te kennen om zijn veelzijdigheid te zien in zowel de uiteenlopende functies die hij bekleedde als het grote aantal Nederlandse universiteiten waaraan hij verbonden is geweest. Na studies begin jaren zeventig in Groningen en een promotie bij Ernst Hirsch Ballin (1987) maakte hij – eerst als medewerker, later als hoogleraar en decaan – een soort Grand Tour langs Nederlandse universiteiten (Tilburg, Nijmegen, Amsterdam, Leiden en Utrecht). Weg van gebaande paden leek toen al een van zijn motto’s. Zo aanvaardde hij de leerstoel burgerlijk procesrecht aan de UvA, wat de wenkbrauwen deed fronsen omdat hij geen civilist was en evenmin civiele rechter (hij was raadsheer in de CRvB). Maar juist omdat hij kon profiteren van de kennis vanuit zijn rol als bestuursrechter wist hij een waardevolle bijdrage te leveren aan het denken over het civiele procesrecht. Ook in zijn manier van werken toonde hij zich creatief (niet denken in beren op de weg, maar in zaken in beweging krijgen) en wars van conventies (de redactie heeft het niet gecheckt, maar naar verluid liet hij als decaan de Leidse hoogleraren één voor één op zijn kamer ontbieden om hen te vragen welke waarde zij precies aan de faculteit toevoegden). Illustratief is ook de allereerste ontmoeting, begin jaren tachtig, van een van ons met Alex toen hij een zitting van de CRvB voorzat. Het betrof een uitkeringszaak onder de WAO. Veel rechters in sociaal-zekerheidszaken gedroegen zich toen nog als mummies en gaven geen reactie op pleidooien. Alex was van een andere orde. Hij haakte meteen in op de kern van het probleem, kende de stukken, de pleitnota’s moesten maar even aan de kant en nadat ieder in vijf minuten mocht uitleggen waar het precies om draaide, kreeg de vertegenwoordiger van de uitkerende instantie er met een vriendelijke glimlach ongenadig van langs. De herinnering in wiens voordeel de zaak werd beslist, is vervaagd, maar voor de betreffende burger voelde de zitting al als een overwinning. Dat was nog eens een rechter!

Daarmee komt de kern van het werk van Alex in beeld. Ondanks zijn uiteenlopende functies en posities valt de inhoudelijke ‘akker’ van zijn werk scherp te omlijnen. Vrijwel al zijn werk valt terug te brengen tot de opdracht neergelegd in art. 6 EVRM. Vanaf zijn proefschrift over de toegang tot de rechter, dat nu uitmondt in een grondwetsartikel, tot aan zijn artikelen over de stresstest van de rechtsstaat Nederland (2015) en de kindertoeslagaffaire, wijdde hij zijn kennis, analyse en doorvoelde kritiek aan het denken over de taakopvatting van de rechter en de noodzaak het sterk formele procesrecht menselijker te maken. Onder meer door alternatieve geschilbeslechting voorop te stellen. In het agenderen van de talloze kwesties die aan deze thematiek raken, bezat hij een zeldzame combinatie van empathische zachtmoedigheid (in de omgang) en onverzettelijke hardheid (op de inhoud). Aimabel en vasthoudend als hij was, omarmde en bevocht hij niet alleen het belang van waarheidsvinding, maar ook en vooral de waarden van waarachtigheid en waardigheid in het proces van waarheidsvinding. De mens in plaats van het systeem als centraal element van het recht. Velen bestempelden tien jaar geleden zijn geschriften over onze Nederlandse rechtsstaat en de problemen waar burgers mee werden geconfronteerd door een repressieve verzorgingsstaat als te activistisch. Inmiddels weten we beter. Ruimschoots voor de Toeslagenaffaire sloot hij in 2010 zijn laatste Vooraf voor het NJB – getiteld “De instrumentele rechter” – af met de woorden: ‘Rechtspraak heeft een intrinsieke waarde die voor doorsnee burgers essentieel is: een rechter wikt en weegt en maakt keuzes. De notie rechtspraak is uiteindelijk verbonden met rechtvaardigheid. De rechter die slechts spreekbuis van de wet is, wordt door de burgers in zijn specifieke rol niet goed herkend. Ook tussen overheid en burger geldt als belangrijke afweging dat wat partijen over en weer in redelijkheid van elkaar mogen verwachten. De wetgever mag die afweging niet instrumenteel wegsnijden.’ (NJB 2010, afl. 7).

Alex heeft zijn functies binnen de rechtspraak en het openbaar bestuur al die jaren weten te combineren met een aanstelling aan een universiteit. Dat gaf hem ruimte, maar ook inspiratie om inzichten uit beide werelden op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Geroemd en welbekend is zijn werk over de taakopvatting van de (bestuurs)rechter. Maar met zijn talenten, drive en kritische verbeterzucht leverde hij ook een belangrijke bijdrage aan het denken over bijvoorbeeld excuses door de overheid en aan het bieden van compensatie zonder altijd aan aansprakelijkheid te denken. We citeren een Vooraf van Alex naar aanleiding van de Schipholbrand: ‘Er is naast het juridische ook een domein van het menselijke en het maatschappelijke waarin het essentieel is om over schuld te praten en om ruimte te bieden voor verontschuldiging. Als de schuld in zijn verschillende gedaantes niet besproken kan worden vanwege juridische consequenties, dan dwingen we mensen autistisch gedrag af’ (NJB 2006, afl. 33).

Bijna twintig jaar was Alex redacteur van het NJB. Toegetreden in 1991 als opvolger van Henc van Maarseveen, schreef hij zijn eerste Vooraf over het Francovich-arrest van het HvJ EU en meer in het bijzonder de democratische legitimatie van Europa (NJB 1991, p. 256-259). In de redactievergaderingen legde Alex karaktereigenschappen aan de dag die allen daarbuiten ook kennen van zijn uitoefening van het ambt van Nationale ombudsman: met zachte stem en op vriendelijke toon hoopte hij de creativiteit van anderen tot bloei te laten komen. Hij had groot vertrouwen in en belangstelling voor alles wat met mediation te maken had. Inspirerend voor velen was zijn vermogen om een zodanig uitnodigende, respectvolle en open sfeer te creëren dat mensen uiteindelijk hun dogma’s zelf ter discussie gingen stellen. Maar zijn houding, aanpak en toon betekenden geenszins dat hij verschillen van mening liet voor wat ze waren. Hij schreef niet voor niets: ‘Het is mijn ervaring geweest dat enige escalatie van de kant van de ombudsman uiteindelijk deuren juist open liet gaan.’ (NJB 2014/81). Ook tijdens de redactievergaderingen en in zijn geschriften voor het NJB was zijn drijfveer de ongelijkheid van de strijd tussen het ‘systeem’ en ‘de burger’. En hij ging ervan uit dat ‘de meeste mensen deugen’. In het functioneren van het democratisch systeem zag hij onvoldoende waarborgen dat rechtsstatelijke waarden voldoende en tijdig beschermd worden ('Stresstest rechtsstaat Nederland', NJB 2015/740; Toeslagenaffaire NJB 2021/2). Dat maakte hem voor veel burgers tot een held, maar het leverde hem ook de kritiek op dat hij weinig oog had voor de noden van het systeem. Binnen de redactie bleef het beperkt tot hartstochtelijke debatten. Maar daarbuiten was er kritiek op wat hij als Nationale ombudsman en tegelijkertijd NJB-redacteur kon doen (Bas Kortmann in NJB 2012/463 naar aanleiding van het vooraf van Brenninkmeijer ‘Unitas politica’ in NJB 2012/176). Ook waren er Haagse stemmen die vonden dat hij zijn hand wel eens overspeelde en daardoor niet bereikte wat hij bij een iets andere opstelling wel had kunnen bereiken. Het weerhield hem er niet van om ook na zijn periode als Nationale ombudsman in treffende en nog immer actuele bewoordingen de Haagse politiek te duiden. Zo liet hij zeven jaar geleden in de Volkskrant optekenen: ‘Politiek Den Haag is beleidsmatig verschrompeld de afgelopen decennia. Tegelijkertijd zijn de media er veel meer aandacht aan gaan besteden. Elk probleem is een gigantisch conflict. Journalisten misbruiken het principe van hoor en wederhoor om de ruzie gaande te houden: ‘Hij heeft dit gezegd, wat vindt u ervan?’ Dagelijks worden er op het Binnenhof nieuwsbloemkolen geoogst terwijl de macht uit Den Haag is weggesijpeld.’ (de Volkskrant, 13 april 2015).

Het was een observatie die hij vanuit Luxemburg deed. Op een steenworp afstand van de gele wolkenkrabbers van het Europese Hof, waar zijn vrouw Sacha Prechal rechter is, ging Alex in 2014 aan de slag bij de Europese Rekenkamer. En wederom toonde hij in die functie zijn kritische verbeterzucht. Maar ook zijn vooruitziende blik. Zeven jaar voor de inval van Rusland in de Oekraïne liet hij in bovengenoemd interview met als kop ‘De EU is een vereniging van onbetrouwbare leden’ optekenen: ‘We zijn zo kwetsbaar. Pas nu begint door te dringen dat Rusland zo bij ons op de stoep kan staan. En wat doet Europa dan? Wat is Europa dan? Zijn we een defensiegemeenschap, vormen we een EU-leger? (…) Wat zich nu wreekt is dat de leiders geen visie op Europa hebben.’ 

Maar Alex genoot ook van het nieuwe leven. Op de vraag van de Volkskrant hoe ons land eruitziet vanuit Luxemburg was zijn antwoord: ‘Intolerant. Of het nu over Zwarte Piet gaat of Europa, de gemoederen zijn snel oververhit. Ik vind Nederland nogal opgefokt. Luxemburg is een stuk relaxter.’ Luxemburg: ook voor de jurist met het menselijke gezicht een prachtige omgeving om deze zomer zijn indrukwekkende loopbaan af te sluiten. Het heeft helaas niet zo mogen zijn. 

We missen Alex zeer. 

 

Redactie NJB 

(Dit in memoriam verschijnt in NJB 2022/947, afl. 15).

 

Afbeelding: © Sem van der Wal / ANP

 

Over de auteur(s)