2020: Corona & Constitutie

2020 zal de geschiedenis niet alleen ingaan als het jaar van de corona crisis, maar ook als dat waarin de Europese Unie haar constitutionele vorm heeft gekregen. Dankzij de invoering van het rechtsstaatsmechanisme, waarbij de verstrekking van EU-subsidies gekoppeld wordt aan respect voor de waarden van de Unie, heeft de EU zich namelijk ontwikkeld tot een Unie van democratische rechtsstaten die zelf ook als een constitutionele democratie functioneert. Bezien vanuit het leerstuk der Internationale Betrekkingen is de EU uitgegroeid tot een nieuw type internationale organisatie dat het best als een democratische regionale organisatie omschreven kan worden.

Nationale veto’s versus transnationale democratie

Scherpslijpers onder de critici van het besluit tot invoering van het mechanisme dat tijdens de vergadering van 10 en 11 december door de Europese Raad is genomen en dat een week later door het Europees Parlement is goedgekeurd, wijzen erop dat de Raad de grenzen van de haar in artikel 15 VEU toegekende bevoegdheden heeft overschreden door zich de rol van wetgever aan te meten. Vanuit bestuurlijk oogpunt kan daartegen worden aangevoerd dat de Raad met het zwaarbevochten compromis een politieke crisis heeft voorkomen, die de bestrijding van de pandemie ernstig vertraagd en ondermijnd zou hebben. Deze veelbewogen episode maakt hoe dan ook duidelijk dat nationale veto’s en democratische besluitvorming op Europees niveau niet verenigbaar zijn.

 

Brexit

De ironie van de geschiedenis wil dat de uittreding van Groot-Brittannië uit de EU, waarover tot de laatste dagen van het jaar 2020 is onderhandeld, deze verdere stap in de ontwikkeling van de EU tot ‘een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa’ mogelijk heeft gemaakt. Als het Verenigd Koninkrijk de EU niet uit eigen beweging verlaten zou hebben, zou het voorstel tot invoering van de rechtsstaattoets door de Britten in de Europese Raad als een inmenging in de interne aangelegenheden van een soevereine lidstaat zijn afgewezen. De Conservatieve Partij die sinds het aantreden van Cameron in 2009 onafgebroken aan de macht is geweest, beschouwt de EU in het voetspoor van Thatcher louter als een vrijhandelsorganisatie die tegenover het eigen electoraat als ‘een ondemocratische Leviathan’ wordt afgeschilderd. Toezicht op de naleving van de beginselen van de rechtsstaat zou het karakter van de EU als een ‘Vierde Rijk’ in de ogen van de brexiteers alleen maar versterkt hebben.

 

Strategische autonomie

Als gevolg van de onvoorspelbaarheid van het Amerikaanse beleid onder Trump is de behoefte aan een zelfstandig buitenlands beleid van de EU sterk toegenomen. Als Hoge Vertegenwoordiger van de EU heeft Josep Borrell Fontelles in 2020 herhaaldelijk gepleit voor ‘strategische autonomie’ van de Unie. Zijn pleidooi wint aan kracht, wanneer het streven naar strategische autonomie wordt geplaats in het kader van de ontwikkeling van de EU als geheel. In dat licht bezien ligt het voor de hand dat de nationale veto’s op het gebied van het buitenlands beleid plaatsmaken voor besluitvorming met gekwalificeerde meerderheden. Een dergelijk verstrekkend besluit kan niet zonder verdragswijziging tot stand komen. De Conferentie over de Toekomst van Europa die in 2021 – eindelijk – van start zal gaan, biedt een uitgelezen mogelijkheid om het streven naar strategische autonomie van de EU kracht bij te zetten.

 

De wet van de remmende voorsprong

Sinds 1979 belichaamt het Europees Parlement de democratische legitimatie van het Europese samenwerkingsverband. Direct nadat de toenmalige Gemeenschappen zich in 1973 hadden omschreven als een Unie van democratische staten, besloot de Europese Raad dat parlementaire assemblee omgevormd diende te worden tot een rechtstreeks gekozen parlement. In overeenstemming met de inrichting van de EG bepaalde de desbetreffende acte uit 1976 dat de burgers van de lidstaten hun afgevaardigden in het EP rechtstreeks zouden kiezen. Krachtens het Verdrag van Maastricht uit 1992 zijn de burgers van de lidstaten ook burgers van de Unie geworden. Het Verdrag van Lissabon bepaalt in artikel 14, tweede lid, dat het EP bestaat uit vertegenwoordigers van de burgers van de Unie. ‘Lissabon’ schrijft ook voor dat het EP zelf de regels voor de verkiezing van die vertegenwoordigers moet opstellen. Twaalf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het Europees Parlement daar nog steeds niet in geslaagd. De wet van de remmende voorsprong heeft het symbool van de democratische legitimatie van de EU getransformeerd tot een blok aan het been. De Conferentie over de Toekomst van Europa geeft het EP de kans de opgelopen achterstand in 2021 goed te maken!    

 

 

Afbeelding: iXimus via Pixabay

Over de auteur(s)
Jaap Hoeksma
Rechtsfilosoof