Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liabilty Law (UCall) en het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Midden-Nederland. Zij doet (rechtsvergelijkend) onderzoek op het terrein van de strafrechtspleging, in het bijzonder op het gebied van de positie van slachtoffers, civiel schadeverhaal en het herstelrecht. Zo heeft zij onlangs in een multidisciplinair team onderzoek verricht naar de praktijk van het civiele schadeverhaal via het strafproces. Voorts was zij als lid van een denktank onlangs betrokken bij het door Restorative Justice opgesteld ontwerp voor een Wetboek voor Herstelrecht,  is zij lid van het European Forum for Restorative  Justice en redacteur van het Tijdschrift voor Herstelrecht. Renée Kool is coördinator en docent van de specialisatieopleiding Rechtsbijstand ten behoeve van EGZ-slachtoffers en doceert in de gelijkluidende basisopleiding. Binnen de master Strafrecht geeft zij (onder andere) onderwijs op het terrein van de positie van het slachtoffer in het strafproces.

Artikelen van Renée Kool

TijdschriftNJB 2 (2021)
Verkrachting: what’s in a name?
Renée Kool en Anne Jongenotter
Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht gaat op de schop, waarbij onder meer seks tegen de wil op bredere grondslag strafbaar wordt. Het Verdrag van Istanbul en gewijzigde maatschappelijke opvattingen nopen inderdaad tot aanpassingen, maar de voorgenomen strafbaarstelling van verkrachting (artikel 241 Sr (nieuw)) in samenhang met de meer algemene strafbaarstelling van seks tegen de wil (artikel 239 Sr (nieuw)), voldoet niet. Seks tegen de wil, of je het nu verkrachting noemt of niet, moet krachtig worden bestreden. Alle reden dus om te pleiten voor een afdoende strafrechtelijke bescherming. Maar een waarschuwing voor een al te ongebreidelde beschermingsdrang en de daarin besloten gevaren is ook op zijn plaats. Vanuit dat oogpunt moet de wetgever terug naar de tekentafel.

[verder lezen in NAVIGATOR]

‘Tussen wet en recht’
Bart Jan van Ettekoven
De toeslagenwetgeving is streng en is door de Belastingdienst/Toeslagen streng uitgevoerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft die uitvoering (de ‘alles-of-niets’-lijn) in 2011 gesanctioneerd. Dat is te verklaren door de combinatie van de tekst van de wet en het toenmalige misbruik van toeslagen. De ABRvS is lang in de ‘strenge groef’ blijven hangen. Zij had eerder kunnen bijdragen aan de noodzakelijke correctie van ‘systeemfalen’ van de wetgever en in de uitvoering. De ABRvS heeft de wet tot 2019 als dwingend beschouwd. Gelet op de later gebleken gevolgen in de uitvoering is dat in retrospectief ongelukkig. Bij dwingend recht is er immers geen ruimte voor de menselijke maat op basis van evenredigheid. De ABRvS heeft in oktober 2019 haar rechtspraak op dit punt gewijzigd en de Belastingdienst/Toeslagen alsnog gedwongen tot maatwerk. Dat was nodig om recht te doen, ondanks de wet. Bij haar harde oordeel over de bestuursrechtspraak is de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (hierna: de commissie) voorbijgegaan aan het dilemma hoe recht te doen bij harde dwingendrechtelijke wetgeving. De commissie roept alle instanties op tot reflectie. De ABRvS neemt deze oproep ter harte en komt met een aantal concrete voorstellen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Black names matter?
Ruben Ritsema
Ook in Nederland is steeds meer aandacht voor een aspect van het slavernijverleden dat ziet op de geslachtsnaam: er is een groeiend aantal mensen dat de geslachtsnaam die de voorouder bij het afschaffen van de slavernij was toebedeeld, wenst te veranderen. Het strikte Nederlandse stelsel van naamswijziging maakt dit echter (vrijwel) onmogelijk. (Hoog) tijd om daar verandering in te brengen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Inleiding in het Surinaams recht voor onroerende zaken
Chiel Verbruggen
Het Surinaams grondbeleid is ouder dan het Surinaams Burgerlijk Wetboek. Vanuit de koloniale geschiedenis is een eigen recht ontstaan met eigen principes. Opvallend is het ontbreken van eigendom, in Suriname 'BW-eigendom' genoemd. Dit artikel is een inleiding in het complexe Surinaams grondbeleid. Twee vragen staan centraal. Als eerste de vraag of de traditie van het burgerlijk recht de grondslag is van het grondbeleid. De tweede vraag is of BW-eigendom een grotere rol verdient in dat grondbeleid.

[verder lezen in NAVIGATOR]

13 januari 2021
TijdschriftNJB 40 (2017)
De proef (met een) Spreekuurrechter
Het regeerakkoord omarmt laagdrempelige rechtspraak, mediation en herstelrecht. Ook moet er een experiment met een buurtrechter komen. Voor de inrichting daarvan kan inspiratie worden opgedaan bij het project Spreekuurrechter, een experiment van de Rechtbank Noord-Nederland voor laagdrempelige rechtspraak. De eerste ervaringen zijn alvast veelbelovend.


Lees het hele artikel in Navigator.

Over de rapportage van het NFI: een weerwoord
Marjan Sjerps, Ate Kloosterman en Charles Berger
Recent leverde rechtspsycholoog prof. Peter van Koppen in een artikel in dit blad stevige kritiek op rapportages van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Hierbij werd één specifiek NFI-rapport over een speciaal type hamer, een tengelhamer, als voorbeeld gebruikt. In dit artikel bespreken wij deze kritiek. Kortgezegd: wij zien in het artikel van Van Koppen geen aanleiding tot aanpassing van de rapporten of het starten van nog een onderzoek naar de NFI-rapportage. De weg die Van Koppen voorstaat is wetenschappelijk gezien achterhaald en om meerdere redenen verworpen. Wat betreft het verdedigingsbelang bij verkorte DNA-rapportages heeft Van Koppen echter een punt: er zou vaker een uitgebreide rapportage kunnen worden aangevraagd. Het standaard toevoegen van DNA-profielen aan het NFI-rapport stuit op privacybezwaren en vereist een wetswijziging.


Lees het hele artikel in Navigator.

Nawoord: Hoe onlogisch werken toch logisch kan worden gevonden
Peter J. van Koppen
Nu NFI-deskundigen geen keuze maken voor een van de hypotheses en met een onnodig nauwe blik naar het onderzoek kijken en het NFI een door de rest van de wereld geaccepteerde wetenschappelijke methode achterhaald vindt, worden rapportages geleverd met conclusies die voor menig rechter, officier van justitie en advocaat onbegrijpelijk zijn en die ook niet aansluiten bij de manier waarop rechters redeneren over strafrechtelijk bewijs.


Lees het hele artikel in Navigator.

Schadeverhaal na internet-oplichting
Renée Kool
In de initiatief-nota ‘Laat slachtoffers van internetoplichting niet in de kou staan’ ligt een uitnodiging tot een denkoefening besloten die aangegrepen moet worden. De conceptualisering van het schadeverhaal naar aanleiding van een strafbaar feit moet onder de loep worden genomen en de vraag is welke signatuur we daar aan toe willen kennen. Victimologische overwegingen zijn daarbij, gelet op de noodzaak tot behoud van een legitieme strafrechtspleging, van belang, maar dienen te worden afgewogen tegen de noodzaak tot behoud van het rechtsstatelijk karakter van het recht. Zowel dat van het civiele recht, als dat van het strafrecht. Maar tot een onmiddellijke uitvoering van de voorstellen, althans die ten aanzien van de verruiming van de executoriale bijstand, moet het niet komen.


Lees het hele artikel in Navigator.

15 november 2017