Artikelen van Redactie

Blog
Het wetsvoorstel Wet seksuele misdrijven door een digitale bril
Lees hier de scriptie Het wetsvoorstel Wet seksuele misdrijven door een digitale bril van Marrit Hofman.
24 september 2021 Topscripties Redactie
De Koninklijke Marechaussee mag etniciteit gebruiken bij vreemdelingentoezicht
<h4><br />Etniciteit</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl08__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl08_label"> <p>De zaak is aangespannen door Amnesty International, NJCM, Stichting Radar, Controle Alt Delete en twee individuele eisers tegen de Staat. Zij vinden dat de Koninklijke Marechaussee, die deze MTV-controles uitvoert, ongeoorloofd gebruik maakt van etniciteit en daarmee discrimineert.<br /><br /></p> </div> </div> <h4>Wat is het MTV?</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl12__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl12_label"> <p>Het MTV is een vorm van vreemdelingentoezicht in de grensgebieden aan de binnengrenzen van de Europese Unie. Het is gericht op de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland. MTV-controles vinden vaak plaats op luchthavens bij vluchten uit lidstaten van de EU, en op wegen en vaarwegen in de grensgebieden met Duitsland en België. Het gaat bij het MTV niet om de opsporing van strafbare feiten. De controle is bedoeld om de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van personen vast te stellen. Dit mag, ook zonder dat er aanwijzingen of vermoedens van illegaliteit zijn.</p> <p>MTV-controleacties worden gepland aan de hand van algemene risicoprofielen, waarbij etniciteit geen rol speelt. Op basis van het risicoprofiel worden tijdens een actie dan steeds concrete selectiebeslissingen genomen, waarbij personen voor een controle worden aangewezen.<br /><br /></p> </div> </div> <h4>Geen discriminatie</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl14__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl14_label"> <p>De Koninklijke Marechaussee gebruikt etniciteit als een mogelijke indicator bij het nemen van die concrete selectiebeslissingen. De rechtbank oordeelt dat de manier waarop dit gebeurt geen discriminatie is. De MTV-controles zijn bedoeld om de verblijfsstatus vast te stellen. Nationaliteit kan daarbij een belangrijke rol spelen en etniciteit kán een objectieve aanwijzing zijn voor iemands vermeende nationaliteit. Etniciteit is nooit de enige indicator en de selectiebeslissingen moeten uitlegbaar zijn. Steekproefsgewijs controleren of juist helemaal geen selecties maken en iedereen controleren biedt voor het MTV geen redelijk alternatief. De rechtbank wijst daarom de vorderingen van eisers, die gericht waren op een algemeen verbod op het gebruik van etniciteit bij MTV-controles, af.  </p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Nieuws/Paginas/De-Koninklijke-Marechaussee-mag-etniciteit-gebruiken-bij-vreemdelingentoezicht.aspx" target="_blank">rechtspraak.nl</a></p> </div> </div>
23 september 2021
Rechtbank vernietigt stikstofbesluiten Utrechtse veehouderijen
<h4><br />Twijfel over emissiearme stallen</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl08__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl08_label"> <p><span>Acht veehouderijen kregen van de provincie Utrecht een vergunning om meer melkkoeien te gaan houden in nieuwe, emissiearme stallen. Voor de berekening van de stikstofuitstoot gebruiken de provincies gestandaardiseerde emissiefactoren. In verschillende wetenschappelijke rapporten wordt echter betwijfeld of de emissiearme stallen daadwerkelijk een lagere uitstoot halen. Tegen die achtergrond vindt de rechtbank dat eerst verder onderzocht moet worden of de standaarden juist zijn. Tot die tijd is onzeker wat de gevolgen zijn voor de Natura 2000-gebieden en staat niet vast of de uitbreiding van de acht bedrijven juridisch mogelijk is.<br /></span></p> </div> </div> <h4>Mogelijk vergunning nodig voor koeien in de wei</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl12__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl12_label"> <p><span>Er is al langer discussie over de vraag wanneer een veehouderij een natuurvergunning nodig heeft voor het bemesten van landbouwgrond, of voor het in de wei laten van vee. Het Adviescollege Stikstofproblematiek (de commissie-Remkes) trok in december 2019 de conclusie dat zo’n vergunning nooit nodig is. Volgens het adviescollege zijn koeien in de wei voor de stikstofuitstoot altijd beter dan koeien in de stal. De rechtbank volgt die algemene conclusie, maar wel met de kanttekening dat op ieder bedrijf moet worden onderzocht of er geen uitzondering is waardoor toch een vergunning nodig is. Het is nu onzeker of het ‘beweiden en bemesten’ op 13 bedrijven in de provincie door kan gaan.<br /></span></p> </div> </div> <h4>Veehouderij in overbelast gebied op de tocht</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl14__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl14_label"> <p><span>In één zaak ging het over de vraag of de geldende natuurvergunning van een veehouderij in Westbroek moet worden ingetrokken. Volgens de natuurorganisaties moet dit bedrijf stoppen vanwege de overbelaste stikstofsituatie in het natuurgebied Oostelijke Vechtplassen. De provincie wijst erop dat compenserende maatregelen zijn genomen: natuurontwikkelprojecten in Tienhoven, Maarsseveen, de Westbroekse Zodden en de Molenpolder. De rechtbank vindt dat het niet duidelijk is wat de effecten daarvan precies zullen zijn en op welke wijze deze maatregelen bijdragen aan natuurherstel. Dit moet de provincie beter onderbouwen voordat gezegd kan worden dat de natuurvergunning van deze veehouderij kan blijven bestaan.<br /></span></p> </div> </div> <h4>Toekomst van PAS-melders ook onzeker</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl16__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl16_label"> <p><span>De laatste zaak gaat over een slachterij in IJsselstein, die in 2015 op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een melding heeft gedaan voor haar stikstofuitstoot. Daarmee werd toen voldaan aan de regels. In 2019 heeft de Raad van State met terugwerkende kracht een streep gezet door het PAS, waardoor PAS-melders voor hun geringe stikstofuitstoot toch een natuurvergunning nodig hebben. De provincie heeft het bedrijf tot nu toe niet stil willen leggen, omdat de gevolgen daarvan voor de slachterij te groot zijn. De rechtbank vindt dat de provincie niet alleen daarnaar had mogen kijken. Hoewel de slachterij te goeder trouw en in overeenstemming met de destijds geldende regels heeft gehandeld, moest ook naar de natuurbelangen van het stikstofgevoelige gebied worden gekeken. Dat moet de provincie nu alsnog gaan doen. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is op verzoek van de Tweede Kamer weliswaar bezig om alle PAS-melders te legaliseren, maar dat is nu nog niet voldoende concreet.<br /></span></p> </div> </div> <h4>Actie nodig van kabinet en wetgever</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl18__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl18_label"> <p><span>De rechtbank beseft dat er met deze uitspraken nog veel onduidelijk is voor de betrokken bedrijven en natuurorganisaties. Dat is onbevredigend. In een woord vooraf bij de uitspraken schrijft de rechtbank dat het erop lijkt alsof iedereen elkaar nu afwachtend aankijkt, terwijl de stikstofproblematiek een maatschappelijk vraagstuk is. Het is aan het kabinet en aan de wetgever om in actie te komen voor een oplossing die verder gaat dan een individuele rechtszaak.</span></p> <p> </p> <p><span>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Rechtbank-vernietigt-stikstofbesluiten-Utrechtse-veehouderijen.aspx" target="_blank">rechtspraak.nl</a></span></p> </div> </div>
23 september 2021
Advies Afdeling Advisering Raad van State over Miljoenennota: speciale aandacht voor budgetrecht parlement
<p> </p> <p>Een eerste handreiking is het versterken van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën om het parlement meer grip te geven op sociale zekerheid, zorg en fiscaliteit. Met betrekking tot de fiscaliteit herhaalt de Afdeling de oproep om zuiverder en tijdiger met het jaarlijks Belastingplan om te gaan.</p> <p>Een tweede handreiking is het voorstel om een Tweede Operatie Comptabel bestel in te zetten om zo het begrotings- en verslagleggingstelsel te moderniseren.</p> <p>Als derde handreiking stelt de Afdeling voor om de Miljoenennota voortaan in het voorjaar in te dienen. Daarmee loopt dit proces in de pas met het Europese begrotingssemester en komen de Kamers zo tijdiger ‘aan de bal’. Prinsjesdag in september is dan voor de Troonrede en de op basis van de Miljoenennota uitgewerkte departementale begrotingen.</p> <p>De Afdeling behandelt dit thema tegen de achtergrond van de buitengewone omstandigheden van een abrupte economische schok als gevolg van het coronavirus. Deze heeft in 2020 gezorgd voor een historische krimp van de economie van 3,8% bbp. Mede dankzij de omvangrijke steunmaatregelen van de overheid laat de economie een veerkrachtig herstel zien, waarbij reeds sprake is van een zeer krappe arbeidsmarkt. De realisatiecijfers blijken sinds de coronacrisis steeds een stuk positiever dan eerder werd verwacht. Mede door het snelle herstel en de lage rente staan de Nederlandse overheidsfinanciën er relatief goed voor, met een schuldquote die zich onder de 60% bbp bevindt.</p> <p>Tegelijkertijd heeft de coronacrisis verschillen tussen groepen vergroot en bestaande kwetsbaarheden blootgelegd en urgenter gemaakt. Dit levert meerdere uitdagingen op. Het demissionaire kabinet kiest ervoor om voor een aantal uitdagingen middelen vrij te maken en schetst daarnaast in de Miljoenennota uitdagingen voor de toekomst.</p> <p>De zeven geschetste uitdagingen voor de toekomst zijn: kwaliteitsverbeteringen in het onderwijs, werkenden gelijker behandelen, een eenvoudiger toeslagenstelsel, ruimte voor wonen, toekomstbestendige zorg, duurzame (internationale) veiligheid en beperking van de verandering van het klimaat.</p> <p>De Afdeling vraagt zich daarbij echter af of het thema arbeidsmarkt niet te zeer beperkt blijft tot arbeidsmarktarrangementen. Is de toenemende krapte op de Nederlandse  arbeidsmarkt en het structureel lager arbeidsaanbod bij een grotere vraag naar arbeid niet evenzeer een wezenlijk thema?</p> <p>Verder is het thema zorg sterk gericht op kostenbeheersing. Ook in de zorg kan de structurele krapte in het aanbod van zorgpersoneel niet worden genegeerd. Lessen trekkend uit de coronapandemie, kan meer accent worden gegeven aan het belang van gezond leven, breder dan 'preventie'.</p> <p>Tot slot komt bij het thema Klimaat met de formulering ‘beperk de verandering’ de urgentie ervan onvoldoende tot uitdrukking.</p> <p>De Afdeling ziet daarmee noodzaak voor een aan te treden nieuw kabinet tot structurele hervormingen en investeringen. Daarmee worden noodzakelijke en urgente economische structuuraanpassingen gefaciliteerd. Daarbij lijken budgettaire beperkingen op het eerste gezicht vrijwel afwezig. Na twee jaar coronacrisis en heel forse collectief gefinancierde steunmaatregelen, staan de Nederlandse overheidsfinanciën er immers nog goed voor.</p> <p>Niettemin moet altijd rekening worden gehouden met onzekerheden. De coronapandemie is (wereldwijd) nog (lang) niet voorbij. Wereldwijde economische en geopolitieke turbulentie maken ook de voorspelbaarheid van wereldhandel, prijzen, inflatie en rente onzeker. Verder bestaan er zorgen over de schuldhoudbaarheid van andere EU-lidstaten.</p> <p>De in de Miljoenennota geschetste uitdagingen voor de toekomst vragen uiteraard om politieke keuzes. Wanneer budgettaire beperkingen niet worden gevoeld of niet in acht worden genomen, ontbreken democratische ankers om afwegingen over het heffen van belastingen en het uitgeven van collectieve middelen te beoordelen. Als die ontbreken, dreigen uitgavenbeslissingen niet langer integraal te worden afgewogen, op merites van effectiviteit te worden beoordeeld en democratisch te worden verantwoord. Daarom blijft het zaak oog te houden voor houdbare overheidsfinanciën. De Afdeling is het daarom eens met de door de regering in de Miljoenennota betrokken stelling om snel terug te keren naar ordelijk begrotingsbeleid en naar één hoofdbesluitvormingsmoment. Op een nieuw aantredend kabinet rust straks de plicht om met de weelde van relatief gunstige overheidsfinanciën zorgvuldig om te gaan.</p> <p>De Afdeling heeft in het Miljoenennota-advies 2021 en in de Voorjaarsrapportage 2021 dan ook het nieuw aantredend kabinet geadviseerd om het begrotingsbeleid transparant vast te stellen, door het benoemen van 'ankers voor begrotingsbeleid'.' In aanvulling op de voorgaande adviezen adviseert de Afdeling daarbij rekening te houden met een aantal gezichtspunten:</p> <ul> <li>Toets nieuw beleid ex-ante op basis van relevante aspecten van brede welvaart.</li> <li>Sta stil bij uitvoerings- en transitievragen die voortvloeien uit structurele hervormingen.</li> <li>Maak voor investeringen ook integrale afwegingen binnen het begrotingsbeleid, om zo oog te houden voor het maatschappelijke en economische rendement. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met conjuncturele factoren, die om andere keuzes kunnen vragen in termen van effectiviteit en uitvoerbaarheid.</li> <li>Kies voor een vast hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar, zodat meer samenhang ontstaat tussen de besluitvorming over de inkomsten, de uitgaven en fiscaliteit.</li> <li>Transparant begrotingsbeleid vraagt tevens om een transparante afweging van de lastendruk voor burgers en bedrijven.</li> <li>Weeg de effectiviteit van het te formuleren beleid ex-ante mee bij de keuze voor beleid.</li> <li>Wees transparant over de samenhang tussen het Nederlandse en Europese begrotingsbeleid en formuleer tijdig de Nederlandse inzet bij de evaluatie van het Stabiliteits- en Groeipact.</li> </ul>
23 september 2021
Justitiebegroting Prinsjesdag 2021
<h4><br />Ondermijnende criminaliteit</h4> <p>Het kabinet is van mening dat er geen dag langer gewacht kan worden met de intensivering van de bestrijding van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Drie moorden rondom een kroongetuige illustreren de verharding van het criminele circuit en de kwetsbaarheid van de rechtsstaat. Het kabinet wil daar met kracht iets aan doen maar binnen de beschikbare middelen moeten keuzes gemaakt worden.</p> <p>De focus richt zich in 2022 op de aanpak van dominante criminele verdienmodellen en randvoorwaarden die Nederland aantrekkelijk maken voor ondermijning. Ook minder aantrekkingskracht van het criminele milieu op jongeren verdient hierbij een plek. En in 2022 krijgen uiteenlopende wetstrajecten uit de wetgevingsagenda ‘aanpak ondermijning’ een vervolg. Daarmee wordt een fundament gelegd voor een <em>evidence based</em> aanpak waarmee men even vooruit meent te kunnen.</p> <p>Daarnaast zijn er vijf cruciale deelopgaven waarop gefocust wordt:</p> <p>1) preventie en weerbaarheid in de aanpak,</p> <p>2) krachtig ondermijningsbeleid,</p> <p>3) verdere inrichting van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT),</p> <p>4) criminele geldstromen en</p> <p>5) en een sterk stelsel van bewaken en beveiligen. Personen in de frontlinie - burgemeesters, officieren van justitie, rechters, politiemedewerkers, advocaten, (kroon)getuigen en journalisten – moeten zich beter beschermd weten.</p> <p>Voor een krachtige regievoering op de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit is een programmadirecteur-generaal ondermijning (DGO) aangesteld.</p> <p>Het kabinet heeft in dit licht besloten om in 2022 € 524 mln. extra te investeren in de bestrijding van ondermijnende criminaliteit, waarvan € 154 mln. wordt uitgetrokken voor bescherming en veiligheid. Hiermee kan enerzijds een urgent noodzakelijke impuls worden gegeven aan de bescherming en veiligheid van degenen die zich dagelijks inspannen tegen ondermijning. Daarnaast zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor de samenhangende aanpak van ondermijning. Door - naast een verstevigde inzet op handhaving, opsporing en vervolging - in te zetten op een combinatie van onder andere het terugdringen van crimineel geld en het tegengaan van nieuwe aanwas, waarbij formeel gezag meer zichtbaar is in kwetsbare wijken en jongeren perspectief geboden wordt op studie en werk, wordt voorkomen dat er steeds meer beveiliging en bewaking nodig is. Het kabinet wil met deze brede, samenhangende aanpak ondermijning op termijn beheersbaar maken.</p> <h4>Toegang tot het recht</h4> <p>Het huidige stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is niet toekomstbestendig. In 2018 is een meerjarig programma gestart om het stelsel te vernieuwen, met minder verkeerde financiële prikkels en ongelijkheid in toegang tot het recht, en betere vergoedingen voor professionals in het stelsel. In 2025 moet een stelsel staan waarin iedere rechtzoekende op een laagdrempelige, snelle en integrale manier een oplossing kan vinden voor zijn of haar probleem. Deze vernieuwing gebeurt stap voor stap, door diverse praktijkpilots, alvorens deze in wetgeving te verankeren. Bij de uitwerking staan drie hoofdlijnen centraal: 1) laagdrempelige toegang en advies voor iedereen, 2) goede rechtshulp door professionals tegen een adequate vergoeding en 3) een burgergerichte overheid met oog voor de menselijke maat.</p> <p>De stelselvernieuwing bevindt zich middenin de pilotfase. Deze loopt tot eind 2022.</p> <p>In navolging van het rapport ‘Ongekend onrecht’  - het rapport naar aanleiding van de kindertoeslagenaffaire – wordt op basis van casuïstiek en onderzoek (WODC) of de zelfredzaamheidstoets onder de Wet op de rechtsbijstand nog bij de tijd is. Zo nodig worden maatregelen getroffen. Vooruitlopend hierop en om te voorkomen dat burgers tussen wal en schip raken ontwikkelden de Raad voor Rechtsbijstand, het Juridisch Loket en de Nederlandse Orde van Advocaten een gezamenlijke aanpak. Als deze organisaties signalen ontvangen die daartoe aanleiding geven, helpt het Juridisch Loket deze burgers snel of verwijst ze door naar de juiste professional. Voor zaken die te complex zijn om in de eerste lijn af te handelen, verstrekt de Raad (tijdelijk) een lichte adviestoevoeging aan advocaten op grond van de Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid.</p> <p>Onnodige procedures in het bestuursrecht moeten teruggedrongen worden, bijvoorbeeld door vanuit burgerperspectief een digitaal bezwaarplatform te ontwikkelen voor gemeenten. Daarnaast richt de aanpak zich op knellende wet- en regelgeving door zogenoemde wetgevingsdialogen uit te voeren met uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Hierbij wordt aangesloten bij acties en maatregelen die voortkomen uit de rapporten ‘Ongekend Onrecht’ en ‘Klem tussen balie en beleid’. Om burgers oplossingen te bieden voor problemen benadrukken deze rapporten dat de burger en zijn of haar probleem centraal moeten staan en niet de procedure.</p> <p>Goede rechtsbijstand is ook volgens het demissionaire kabinet cruciaal voor de toegang tot het recht. Ter uitvoering van de motie Klaver/Ploumen (<em>TK</em> 28 362, nr. 44) maakt het kabinet extra middelen vrij voor een betere vergoedingen van sociale advocaten (in lijn met scenario 1 van de commissie-Van der Meer). Zo wordt de vergoeding in overeenstemming gebracht met de voor de werkzaamheden gemiddelde tijdsbesteding. Voor 2022 wordt hiervoor € 154 mln. (incl. btw) beschikbaar gesteld. Met het op niveau brengen van de vergoedingen voor sociale advocaten is de kous echter niet af.</p> <p>Onder het motto ‘meer oplossingen, minder procedures’ wordt met de vernieuwing van het stelsel van rechtsbijstand ingezet op snellere en meer laagdrempelige hulp voor mensen met problemen. Het beroep op rechtsbijstand zal hierdoor in de toekomst naar verwachting afnemen.</p> <p>Daarnaast zet het kabinet in op een grotere (financiële) tegenprestatie van commerciële advocatenkantoren. Zoals het voor sociale advocatenkantoren goed is dat zij zich niet volledig afhankelijk maken van overheidssubsidies, mag van de commerciële advocatuur ook best een maatschappelijke tegenprestatie worden verwacht. Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat met ingang van 2025 nog een structureel bedrag van € 64 mln. per jaar benodigd is.</p> <h4>Detentie</h4> <p>Gehoopt wordt dat de versterking van de aanpak van de zware georganiseerde criminaliteit gaat leiden tot meer gedetineerden in detentie. Om deze risicovolle groep gedetineerden veilig op te sluiten, vervoeren en berechten wordt fors geïnvesteerd in het gevangeniswezen. Hiervoor is 45 miljoen beschikbaar in 2022, 25 miljoen in 2023 en daarna structureel 15 miljoen. Om de toenemende capaciteitsbehoefte bij de Dienst Justitiële Inrichtingen op te vangen wordt het budget voor 2022 verhoogd met structureel 154 miljoen. Dat wordt ingezet voor de uitbreiding van de capaciteit binnen de tbs, forensische zorg, het gevangeniswezen en de justitiële jeugdinrichtingen.</p> <h4>Jeugdbescherming</h4> <p>Hulp en bescherming voor kwetsbare kinderen en gezinnen komt niet tijdig en onvoldoende van de grond. Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming hebben grote moeite om in het huidige stelsel hun wettelijke taken goed uit te voeren en de benodigde hulp voor deze kinderen te organiseren. Uit recente inspectierapporten en onderzoeken blijkt dat zowel op de korte termijn als lange termijn meer moet gebeuren om kwetsbare kinderen en gezinnen te beschermen. Voor de continuïteit van de jeugdbescherming op <em>korte termijn</em> werkt JenV samen met diverse stakeholders aan het terugdringen van de wachttijden. In regio’s waar dit niet tot de gewenste resultaten leidt en zorgen zijn over de zorgcontinuïteit wordt interbestuurlijk toezicht ingezet.</p> <p>Daarnaast is in 2021 gestart gemeenten en gecertificeerde instellingen te ondersteunen om de gewenste caseload van jeugdbeschermers goed in te schatten en te komen tot faire tarieven. Ook zijn in 2021 samen met betrokkenen de plannen aangescherpt om de arbeidsmarktproblematiek binnen de jeugdbeschermingsketen aan te pakken. Dit leidt in 2022 tot gerichte acties om jeugdbeschermers te werven en te behouden.</p> <p>Daarnaast wordt het Actieplan Verbetering Feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen uitgevoerd. Doel daarvan is een betere besluitvorming en communicatie hierover met kinderen en ouders.</p> <p>Voor de (<em>middel)lange termijn</em> biedt het toekomstscenario ‘Jeugdbescherming’ perspectief op een meer effectieve en eenvoudiger georganiseerde jeugdbescherming. Dit betreft de samenwerking van professionals onderling en de samenwerking met het gezin en het sociaal netwerk. In 2022 komen de uitkomsten van de eerste pilots beschikbaar en wordt het toekomstscenario gefinaliseerd.</p> <p>Over de toekomst van interlandelijke adopties zal het nieuwe kabinet besluiten.</p> <h4>Overige onderwerpen</h4> <p>Dit zijn de meest ambitieuze plannen uit de begroting.</p> <p>Voor de beleidsplannen over onderwerpen als politie, asiel en migratie, schuldhulpverlening, beter scheiden, aanpak jeugdcriminaliteit en forensische zorg wordt verwezen naar wat daar in de begroting zelf over te lezen is.</p> <p> </p> <p><a rel="noopener" data-udi="umb://media/fa6435e2c5474c5fa5bedd6e3842f529" href="/media/4462/kst-35925-vi-2.pdf" target="_blank" title="Kst 35925 VI 2"><em>Kamerstukken II</em> 2021/22, 35 925 VI, nr. 2</a></p>
23 september 2021
Blog
Disproportioneel politiegeweld bij de aanhouding
Scriptie van Mirre Dijk over de Nederlandse strafrechtelijke beoordeling van politiegeweld bij de aanhouding in het licht van 3 EVRM.
17 september 2021 Topscripties Redactie
RSJ doet aanbevelingen voor herijking van de jeugdbescherming
<p> </p> <p>Verschillende knelpunten in de uitvoering van de jeugdbescherming vormden de aanleiding voor de ontwikkeling van dit toekomstscenario. De RSJ onderschrijft dat een herijking van de jeugdbescherming noodzakelijk is. Zoals uit het toekomstscenario blijkt, lukt het nu niet om kinderen en ouders tijdig van passende hulp te voorzien en wordt daarbij te weinig rekening gehouden met de gezinscontext van kinderen. Het Rijk en de VNG willen met een vereenvoudiging van de jeugdbescherming ervoor zorgen dat kinderen en gezinnen op tijd de juiste hulp en steun ontvangen. Het toekomstscenario schetst een visie op een toekomst waarin kinderen en ouders op betere hulp en bescherming kunnen rekenen. Dat is positief, en het scenario bevat veel inspiratie voor een herijking van de jeugdbescherming.</p> <p>Tegelijkertijd vindt de RSJ dat vier belangrijke punten in het <a rel="noopener" href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/30/tk-bijlage-toekomstscenario-kind-en-gezinsbescherming" target="_blank">toekomstscenario</a> meer aandacht verdienen en doet in dat kader vier aanbevelingen voor een betere jeugdbescherming.</p> <p> </p> <h4>Aanbevelingen</h4> <ol> <li>De RSJ is van mening dat in het toekomstscenario duidelijker kan worden gemaakt hoe de voorgestelde structuurwijzigingen bijdragen aan het oplossen van het gebrek aan tijdige en passende hulp aan kinderen en ouders.<br /><br /></li> <li>De RSJ vindt dat kinder- en mensenrechten de basis moeten vormen van toekomstig jeugdbeleid. Dit is noodzakelijk omdat dit helderheid geeft over wat de overheid moet doen en wat de overheid mag doen in het kader van jeugdbescherming. Bovendien geeft dit richting aan de vraag hoe kinderen en gezinnen maximaal in hun waarde kunnen worden gelaten.</li> </ol> <ol start="3"> <li>De RSJ vindt dat in het belang van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid duidelijk moet zijn dat de Rijksoverheid, en niet de gemeente of regio, verantwoordelijk is voor het gedwongen kader<br /><br /></li> <li>De RSJ signaleert op basis van gesprekken met kinderen en ouders de volgende drie terugkerende aandachtspunten die concreter in het toekomstscenario mogen worden uitgewerkt:<br />* Kinderen en ouders voelen zich in de uitvoering van jeugdbescherming onvoldoende gezien en gehoord.<br />* Tijdig, onafhankelijk en kwalitatief goed onderzoek als basis voor beslissingen in de jeugdbescherming.<br />* Rechtspositie en rechtsbescherming van kinderen en ouders.</li> </ol>
16 september 2021
Wat te doen met data na de dood?
<p><br />Als iemand overlijdt laat diegene tegenwoordig vrijwel zonder uitzondering ook digitale ‘bezittingen’ na, bijvoorbeeld een Facebook- of Instagramaccount, een mailbox of in de cloud opgeslagen fotoalbums. De afwikkeling van ‘digitale nalatenschappen’ wordt bemoeilijkt door verschillende ontwikkelingen. Zo heeft er een verschuiving plaatsgevonden van bezit van eigen gegevensdragers naar digitaal bezit in de online omgeving, een omgeving die wordt gecontroleerd door de voorwaarden van de aanbieders ervan. Daarnaast worden producten en diensten steeds vaker gebundeld aangeboden, waarbij de aanschaf van een laptop of telefoon bijvoorbeeld gepaard kan gaan met een abonnement op informatiediensten. Hierdoor komt een groot deel van het digitale bezit onder controle van één platform. Ook publiceren mensen tegenwoordig (grote) hoeveelheden eigen werk (‘user generated content’) online. Dit alles maakt het voor nabestaanden onduidelijk wat wel en niet in de nalatenschap valt, en waar zij toegang tot en zeggenschap over moeten krijgen.</p> <p> </p> <h4>Weinig aandacht</h4> <p>Wetenschappers van het Instituut voor Informatierecht en de Afdeling Privaatrecht van de UvA onderzochten welke eventuele aanpassingen van het Nederlandse wettelijke kader wenselijk zijn met het oog op de adequate bescherming van de private en publieke belangen die spelen bij de afwikkeling van digitale nalatenschappen.</p> <p>Ze keken hiertoe naar het huidige beleid rond overlijden en de gehanteerde voorwaarden van een representatieve selectie van aanbieders van informatiediensten. Het algemene beeld dat naar voren komt, is dat de aanbieders tot op heden weinig expliciete aandacht schenken aan de omgang met digitale inhoud na het overlijden van gebruikers.</p> <p> </p> <h4>Op veel gebieden rechtsonzekerheid</h4> <p>Met betrekking tot het toepasselijke wettelijk kader bestaat er volgens de onderzoekers op veel gebieden nog rechtsonzekerheid. Die onzekerheid vloeit niet zozeer voort uit de erfrechtelijke normen, maar uit onduidelijkheid over welk digitaal ‘bezit’ er überhaupt in de nalatenschap valt. Het gaat hierbij om onder meer data, de inhoud van accounts (los van intellectuele eigendom), virtuele ‘zaken’ en portretrechten op afbeeldingen van personen. Het huidige overeenkomstenrecht, en dan met name consumentenrecht, is ook niet toegesneden op de specifieke ‘data na de dood’-problematiek van wat de juridische status is van digitale inhoud die achterblijft na overlijden .</p> <p>Een onderbelicht probleem is dat gebruikers steeds vaker zelf auteursrechthebbende zijn, omdat zij content maken en publiceren die voor bescherming in aanmerking komt. Aangezien auteursrechten in de nalatenschap vallen, is ook hierbij de vraag wat de verschuiving naar de cloud betekent voor de daadwerkelijke controle die erflater en erfgenamen hebben over deze vermogensrechten.</p> <p>Tot slot speelt dat in het Nederlands recht geen duidelijke erkenning bestaat van enig algemeen persoonlijkheidsrecht dat werking zou hebben na de dood. Hetzelfde geldt voor een recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de overledene. Het kabinet kon bij de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming deze ook van toepassing laten zijn op de persoonsgegevens van overledenen, maar heeft dit in – tegenstelling tot een aantal andere EU-landen – bewust niet gedaan.</p> <p> </p> <h4>Drie oplossingsrichtingen</h4> <p>In hun rapport formuleren de onderzoekers oplossingen langs drie lijnen:</p> <p>Binnen het (consumenten)overeenkomstenrecht kunnen verschillende zaken geregeld worden die rechtsonzekerheid voor erfgenamen beperken en de autonomie van de gebruiker respecteren, in het bijzonder:</p> <p>- Binnen het consumentenrecht zou mogelijk een (beperkt) recht op portabiliteit erkend kunnen worden, waarbij bepaalde content verplaatst mag worden van de account van de gebruiker naar een andere account of device, om de toegang tot content door erfgenamen te verzekeren.</p> <p>- Een verdergaande overeenkomstenrechtelijke optie is het versterken van de rechten van gebruikers door hen meer directe controle te geven. Aanbieders van online diensten worden dan bijvoorbeeld verplicht om voorzieningen te treffen waarmee gebruikers kunnen bepalen wat er met de aan de account verbonden gegevens moet gebeuren na hun overlijden.</p> <p>- Verder kan de toegang voor erfgenamen vergemakkelijkt worden door beperkingen te stellen aan de bewijslast die aanbieders van online diensten mogen opleggen aan erfgenamen.</p> <p>Een tweede oplossingsrichting ligt in de lijn van het gegevensbeschermingsrecht. Bepaalde rechten en plichten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zou men post-mortem kunnen laten doorwerken.</p> <p>De derde oplossingsrichting behelst een specifieke wettelijke regeling voor de omgang met digitaal bezit naar het voorbeeld van ‘digital records acts’ in onder andere de Verenigde Staten en Australië. Dit kan de vorm krijgen van een getrapt systeem, waarbij iemand een of meer geautoriseerde personen kan aanwijzen die na zijn/haar overlijden toegang tot gegevens moeten kunnen krijgen. Een dergelijke regeling kan echter vergaande gevolgen hebben, zeker wanneer erfgenamen standaard volledige toegang krijgen tot het digitale bezit als de overledene geen voorziening heeft getroffen. De onderzoekers raden aan met concrete aanpassingen van het wettelijk kader af te wachten totdat er meer publieke opinievorming is over de wenselijk geachte omgang met gegevens van overleden personen. Bovendien ligt een regeling op Europees niveau meer voor de hand, gezien de grensoverschrijdende aard van het internet.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.uva.nl/content/nieuws/persberichten/2021/09/wat-te-doen-met-data-na-de-dood.html?" target="_blank" data-anchor="?">https://www.uva.nl/</a></p>
16 september 2021
Definitieve vaststelling NOW
<p> </p> <p>Veel bedrijven hebben de afgelopen periode gebruik gemaakt van de NOW. Op basis van een door hen ingeschat omzetverlies en de loonsom hebben ze een voorschot van 80 procent gehad. Hierdoor konden ze hun personeel doorbetalen. De subsidie wordt definitief als bedrijven een vaststelling van de NOW-subsidie aanvragen gebaseerd op de daadwerkelijke omzet en de loonsom in de subsidiemaanden. Voor sommige bedrijven betekent dit dat ze nog subsidie krijgen, anderen zullen (deels) subsidie moeten terugbetalen. Bedrijven kunnen daarvoor met UWV een betalingsregeling afspreken.<br /><br /></p> <h4>NOW 1 en 2</h4> <p>In oktober 2020 is het aanvraagloket geopend voor de subsidievaststelling van de eerste NOW-periode (maart, april en mei 2020), ook staat het loket van NOW-2 (juni, juli, augustus en september 2020) sinds maart 2021 open.</p> <p>Op dit moment blijft het aantal vaststellingsverzoeken voor NOW-1 nog achter. De eerdere verschuiving van de sluitingsdatum van het loket, van 31 maart 2021 naar 31 oktober 2021, heeft er niet voor gezorgd dat in de tussentijd significant meer vaststellingsaanvragen zijn binnen gekomen. UWV heeft nu 64.000 verzoeken binnen van de circa 140.000 aanvragers. Meer dan de helft, ongeveer 76000 bedrijven, moet dit dus de komende twee maanden nog doen. Als UWV op 31 oktober geen verzoek binnen heeft, wordt de subsidie op nihil vastgesteld, dat betekent dat een bedrijf geen recht heeft op de NOW.</p> <p>Er zijn verschillende oorzaken denkbaar voor de vertraagde aanvragen. Zo kunnen bedrijven het naar achteren hebben geschoven in de hectiek van afgelopen Corona-jaar. Sommige bedrijven die een terugbetaling verwachten, hebben de aanvraag misschien uitgesteld om het gespreid terugbetalen later te kunnen starten. UWV is daarom al eerder communicatie-activiteiten gestart zodat bedrijven goed weten wat ze moeten doen, de komende periode zal dit worden geïntensiveerd.</p> <p>De sluitingsdatum voor aanvragen uit de tweede tranche is op 5 januari 2022.</p> <p> </p> <h4>Veertien weken</h4> <p>Daarnaast hebben accountants aan de bel getrokken dat ze soms de deadline niet halen. De controle voor de NOW is afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag en de grootte van het bedrijf. Bedrijven die een voorschot hebben gehad tussen de 20.000 euro en de 125.000 moeten een derdenverklaring leveren. Boven de 125.000 euro hebben bedrijven een accountantsverklaring nodig. Dit zijn relatief weinig bedrijven, maar met grote subsidiebedragen. Om de druk bij de accountants te verlichten, kunnen bedrijven tot veertien weken na de vaststellingsaanvraag nog een accounts- of derdenverklaring indienen. Deze aanvullende veertien weken gelden alleen als de vaststelling uiterlijk 31 oktober aanstaande is aangevraagd.</p> <p>Ook leidt met name het concernbegrip waarmee in de NOW gewerkt wordt bij grote complexe internationale bedrijven tot omvangrijke accountantsonderzoeken. Samen met beroepsorganisatie Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) past het ministerie daarom het accountantsprotocol en de Standaarden aan zodat het beter werkbaar is en tegelijkertijd het doel van de controle dient. Een van de wijzigingen is dat bedrijven waarvan de accountant een vastgelegde set controlewerkzaamheden heeft verricht maar waarbij nog steeds niet zeker is dat wereldwijd elke uithoek is gevonden, tien procent minder subsidie krijgen in plaats van een nihilstelling. Zo’n 140 tot 160 bedrijven die NOW hebben aangevraagd hebben zo’n complexe structuur, gezamenlijk hebben ze tussen de 360 en 440 miljoen euro subsidie ontvangen.</p> <p> </p> <h4>NOW 3 en 4</h4> <p>De sluitingsdata van de drie tranches van de NOW-3 wordt gelijkgetrokken met de sluitingsdatum van het loket van de NOW-4. Dit geeft werkgevers de ruimte om de vaststellingsaanvraag van de NOW-3 (derde, vierde en vijfde tranche) samen te laten controleren met de vaststellingsaanvraag van de NOW-4 en zo kosten te kunnen besparen voor het verkrijgen van de accountantsverklaring. De sluitingsdatum voor de definitieve aanvraag van deze tranches is op 22 februari 2023.</p>
13 september 2021
Uberchauffeurs vallen onder CAO Taxivervoer
<div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl00__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl00_label"> <p> </p> <p>FNV was naar de rechter gestapt omdat er volgens de vakbond tussen Uber en deze chauffeurs sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst. Dat Uber, zoals het bedrijf zelf stelt, slechts een platform biedt waar zelfstandige chauffeurs en hun klanten elkaar kunnen ontmoeten, klopt volgens de FNV niet. De betrokkenheid van Uber is veel groter, stelde de FNV: het bedrijf organiseert de vervoersdiensten tot in detail.<br /><br /></p> </div> </div> <h4>FNV in het gelijk gesteld</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl08__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl08_label"> <p>De kantonrechters stellen de vakbond nu in het gelijk. De rechtsverhouding tussen Uber en de chauffeurs voldoet aan alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst: arbeid, loon en gezag. Van de Uber-app gaat namelijk een disciplinerende en instruerende werking uit, en een financiële stimulans. Zodra de chauffeurs gebruik maken van de app zijn zij onderworpen aan de werking van het door Uber ontworpen en eenzijdig door haar te wijzigen algoritme. De chauffeurs vallen daarmee onder het “modern werkgeversgezag” dat Uber via de app uitoefent.<br /><br /></p> </div> </div> <h4>Achterstallig salaris en schadevergoeding</h4> <div> <div id="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl12__ControlWrapper_RichHtmlField" class="ms-rtestate-field" aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl06_ctl12_label"> <p>De uitspraak van de kantonrechters betekent dat Uber verplicht is de cao op de arbeidsovereenkomsten van deze chauffeurs toe te passen, in de periodes dat de cao algemeen verbindend is verklaard. Daarmee kunnen deze chauffeurs in bepaalde gevallen aanspraak maken op achterstallig salaris. Daarnaast moet Uber aan FNV een schadevergoeding van 50.000 euro betalen vanwege het niet nakomen van de CAO Taxivervoer.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Amsterdam/Nieuws/Paginas/Uberchauffeurs-vallen-onder-CAO-Taxivervoer.aspx" target="_blank">rechtspraak.nl</a></p> </div> </div>
13 september 2021