Artikelen van Redactie

Tijn Kortmann wint AB-annotatieprijs 2020
<p>In zijn ‘heldere, scherpe en fijn leesbare noot’ bespreekt Kortman de bestuursrechtelijke aspecten van de schade door het schietincident in Alphen aan den Rijn. Bij de selectie van de beste noot had Dorien Brugman inspiratie ontleend aan het artikel in Ars Aequi <em>Noten Kraken</em> van (de in 2016 overleden) prof. C.A.J.M. (Tijn) Kortmann (AA 50 (2001, 10, pag. 794-795). Een annotatie is volgens hem een beknopt, op zichzelf staand betoog(je) dat de essentialia van een probleem of leerstuk bevat. Zij mag geen parafrase zijn van de uitspraak maar moet rechterlijke misslagen of rookgordijnen blootleggen. Voor persoonlijke hobby’s is de noot niet bedoeld, en evenmin mag de noot afdwalen van het thema van de uitspraak en reizen maken langs geheel andere bezienswaardigheden.  Een annotatie moet volgens Kortmann senior klinken als een oefening uit het Notenbüchlein van Bach, aldus Kortmann. En zo klonk de annotatie van mr. C.N.J. (Tijn) Kortmann junior, aldus Brugman.  Weten hoe ene goede noot klinkt: <a href="https://open.spotify.com/track/5xYRxXZXNiGRxPkD7lfGcn?si=MkRPpafCS86mVTql6_dypA"> https://open.spotify.com/track/5xYRxXZXNiGRxPkD7lfGcn?si=MkRPpafCS86mVTql6_dypA</a><br /><br /></p>
21 januari 2021
Personenfuik in Nederlandse omgevingsrecht in strijd met Verdrag van Aarhus
<p><strong>Feiten in de zaken die hebben geleid tot het stellen van prejudiciële vragen<br /></strong><br />Op 28 september 2017 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren een omgevingsvergunning verleend voor een varkensstal. Het gaat om de activiteiten bouwen en milieu: artikel 2.1, eerste lid, onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een particulier en enkele rechtspersonen hebben beroep ingesteld tegen deze vergunning bij de rechtbank Limburg. Deze 2 beroepszaken zijn behandeld ter zitting in Roermond op 7 augustus 2018.</p> <p><strong>Juridisch kader en procedure bij de rechtbank Limburg<br /></strong><br />De rechtbank heeft vastgesteld dat de vergunde uitbreiding (aantal varkens) onder de werking van het Verdrag van Aarhus en een aantal Europese milieurichtlijnen (ter uitvoering van dit verdrag) valt. Daarin wordt inspraak geregeld en ook de toegang tot de rechter in zaken met (grote) milieugevolgen.</p> <p>De omgevingsvergunning is tot stand gekomen met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die geregeld is in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en waaruit in dit soort milieuzaken volgt dat eenieder zienswijzen kan inbrengen tegen het ontwerpbesluit.<br />Om in beroep te kunnen komen, dient men belanghebbende te zijn (artikel 8:1 en 1:2 van de Awb).</p> <p>Verder volgt uit artikel 6:13 van de Awb dat degenen, die in beroep komen bij de rechtbank, in beginsel zienswijzen bij het bevoegd gezag moeten hebben ingediend tegen het ontwerpbesluit. Dat laatste was hier niet het geval en het geschil bij de rechtbank ging erom of dat al dan niet kon worden tegengeworpen aan de eisers. De rechtbank vroeg zich af of deze in de Nederlandse wetgeving gestelde ‘ontvankelijkheidseisen’ - die de rechtbank ambtshalve moet beoordelen - wel verenigbaar zijn met het Verdrag van Aarhus. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had tot nu toe het standpunt ingenomen dat het Nederlandse recht op dit punt ’Europaproof’ was en geen vragen aan het Hof van Justitie hierover gesteld.</p> <p><strong>Prejudiciële vragen<br /></strong><br />De rechtbank twijfelde hierover en richtte zich rechtstreeks tot het Hof met een 6-tal vragen over de verenigbaarheid van het Nederlandse recht met het Europese recht. Dat heeft hij in een verwijzingsuitspraak van 21 december 2018 gedaan.</p> <p><strong>Uitspraak Hof<br /></strong><br />Het Hof heeft op 14 januari 2021 uitspraak gedaan (ECLI:EU:C:2021:7) en de door de Rechtbank Limburg gestelde vragen - samenvattend - als volgt beantwoord:</p> <p>1. Voor rechtspersonen die opkomen voor milieubescherming - in Verdrag van Aarhus-zaken - en daardoor tot het betrokken publiek behoren (= belanghebbenden zijn) geldt artikel 9 lid 2 van het Verdrag van Aarhus: dat artikel verzet zich volgens het Hof ertegen de toegang tot de rechter afhankelijk te stellen van deelname aan de voorbereidingsprocedure (hetzelfde lijkt te gelden voor particulieren die tot het betrokken publiek behoren, maar dat zegt het Hof niet met zoveel woorden).</p> <p>2. Voor particulieren (en rechtspersonen) die niet tot het betrokken publiek horen maar wel op basis van nationaal recht inspraak hebben (zoals in Nederland: eenieder) geldt artikel 9 lid 3: ook daar moet er volgens het Hof toegang tot de rechter zijn om op te komen in verband met die inspraakrechten maar dat mag wel - anders dan onder 1 - afhankelijk worden gesteld van eerdere deelname (indien redelijkerwijs: evenredig e.d.).</p> <p>Het Nederlandse recht (in Aarhus-zaken) zal aangepast moeten worden. Dat zal nog wel even duren. In de tussentijd zullen alle bestuursrechters in Nederland conform de uitspraak van het Hof moeten handelen.</p> <p> </p>
21 januari 2021
Commissie: wijziging Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten noodzakelijk
<p>De evaluatie van de Wiv 2017 is 20 januari aangeboden aan de ministers van BZK en van Defensie. De wet werd in mei 2018 ingevoerd met als belangrijk doel het moderniseren van de bevoegdheden van de diensten. Hierdoor kregen de diensten ook de mogelijkheid om telecommunicatie via de kabel (waaronder internetverkeer) breder te onderscheppen. In aanloop naar de invoering van de wet ontstond veel maatschappelijke discussie. Dit leidde tot het raadgevend referendum, waarbij bleek dat er veel zorgen bestaan in de samenleving over wat er met die onderschepte gegevens gebeurt. </p> <p><strong>Versterkte waarborgen</strong></p> <p>De modernisering van de wet betekende ook een versterking van de waarborgen – wettelijke maatregelen om te zorgen dat de wet goed wordt nageleefd. Vooral de introductie van de onafhankelijke Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (de TIB) speelde hierbij een belangrijke rol. Het toezicht op de diensten bestaat daarmee uit een toets door de TIB voorafgaand aan de inzet van bijzondere bevoegdheden, en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) die toezicht houdt op de uitvoering van deze inzet door de diensten. Ook op het gebied van internationale samenwerking heeft de nieuwe wet geleid tot een versterking van de waarborgen. Zo moeten buitenlandse diensten worden ‘gewogen’ voordat ermee mag worden samengewerkt. Deze verplichting stond niet in de vorige wet.</p> <p><strong>Wetswijziging is nodig</strong></p> <p>De Wiv 2017 doet voor een groot deel doet wat ze moet doen, aldus de commissie. De diensten missen geen bevoegdheden en de waarborgen zijn versterkt, vooral door de introductie van de TIB. Toch schiet de wet ook op punten tekort. Het is nodig dat de waarborgen op bepaalde punten worden versterkt. Daarom adviseert de commissie de wet aan te passen, en wel bij het aantreden van het nieuwe kabinet.</p> <p><strong>Bulkdata en gegevensuitwisseling</strong></p> <p>De diensten gebruiken grote hoeveelheden gegevens voor hun taakuitvoering. Nu regelt de wet het verzamelen en verwerken van deze bulkdata op verschillende manieren, afhankelijk van de bevoegdheid waarmee bulkdata wordt verzameld. Dat is niet logisch, want het gaat uiteindelijk om dezelfde gevoelige gegevens. De commissie beveelt daarom aan om bulkdata op één manier in de wet te regelen. Hierbij moet het verzamelen en het gebruik van bulkdata met meer waarborgen worden omkleed. Op het gebied van de meer technische onderwerpen is de belangrijkste aanbeveling van de Evaluatiecommissie om een nieuw regime voor bulkdata te introduceren, waarmee bulkdata met meer waarborgen wordt omkleed. Hierbij moet voor de verwerving van bulkdata eerst de behoefte daaraan worden aangetoond en geldt voor de daaropvolgende verwerking van bulkdata één regime, ongeacht met welke bevoegdheid de bulkdata is verworven. De Evaluatiecommissie beveelt aan om bij dit regime het instrumentele en verhelderende onderscheid tussen register-bulkdata en gedrag-bulkdata te hanteren. Daarnaast worden voor een aantal technische bevoegdheden aanbevelingen gedaan om operationele knelpunten weg te nemen.</p> <p>Verder vindt de commissie dat er extra waarborgen moeten komen voor de gegevensuitwisseling met buitenlandse diensten. Om de normering van deze samenwerking uit te breiden en te versterken in die zin dat die beter wordt geëxpliciteerd en wettelijk verankerd. Hiermee wordt ook de CTIVD meer handvatten geboden bij het toezicht op die samenwerking. Daarnaast wordt aanbevolen om toe te werken naar internationaal toezicht op de internationale samenwerking. Nederland is hierbij uiteraard slechts een van de vele spelers, maar kan wel een voortrekkersrol innemen. De commissie adviseert ook om voor de diensten een inspanningsverplichting in te voeren om Nederlandse gegevens uit bulkdata te filteren voordat deze wordt verstrekt aan buitenlandse diensten.</p> <p><strong>Toezicht</strong></p> <p>Voor het toezicht geldt dat wat de Evaluatiecommissie betreft het stelsel op hoofdlijnen kan worden gehandhaafd. Wel dient het stelsel te worden gecomplementeerd met een rol voor de bestuursrechter bij de invulling van begrippen en open normen uit de wet. Ook beveelt de Evaluatiecommissie aan om de ex-ante toets te beperken tot de verwerving van gegevens en dit te onderscheiden van de daaropvolgende verwerking van gegevens. Daarmee samenhangend wordt aanbevolen om de statische ex-ante toets te onderscheiden van de dynamische aard van het toezicht tijdens het werk van de diensten, waarbij een goede aansluiting tussen die twee van belang is. De Evaluatiecommissie is tijdens haar onderzoek gestuit op enige frictie in het systeem. Deze frictie is het gevolg van onvolkomenheden in de wet maar ook van de intensiteit waarmee de diensten, de betrokken ministeries en de toezichthouders met elkaar in deze complexe technische, politieke en sociale omgeving moeten werken. Enige wrijving tussen de toezichthouders en de ondertoezichtgestelden is logisch. De Evaluatiecommissie heeft bemerkt dat er de nodige controverses zijn ontstaan over toepassing van wettelijke bepalingen.</p> <p><strong>Rol voor de Raad van State</strong></p> <p>De Wiv 2017 geeft voor belangrijke begrippen, zoals geautomatiseerde data-analyse, geen duidelijke en afgebakende definitie. Daarnaast biedt de wet weinig aanknopingspunten om open normen zoals ‘zo gericht mogelijk’ (het zo goed mogelijk afbakenen van de te verzamelen van gegevens) in te vullen, afhankelijk van de omstandigheden. In de praktijk zorgt dit soms voor patstellingen tussen de diensten en de toezichthouders over de interpretatie van wettelijke begrippen en de invulling van de open normen. Hiervoor biedt de wet nu geen oplossing.</p> <p>De commissie doet in haar rapport voorstellen voor duidelijker definities en aanknopingspunten voor de invulling van open normen.</p> <p>De commissie vindt het verder belangrijk dat het stelsel wordt aangevuld met een rol voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bij verschillen van mening over wettelijke begrippen en de invulling van open normen. Zo kunnen eventuele patstellingen in de toekomst worden opgelost. De weg naar de bestuursrechter moet echter wel als uitzondering worden gezien binnen een systeem waarin in eerste instantie moet worden geprobeerd problemen binnen het stelsel zelf op te lossen.</p>
21 januari 2021
Kabinetsreactie op ‘Ongekend onrecht’
<p>Het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire Ondervragingscommissie toont een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Nederlandse overheid. Door een samenspel van harde regelgeving, vooringenomen handelen en vooral door geen gehoor te geven aan noodsignalen hebben tienduizenden ouders en kinderen hun leven zien veranderen in een moeras van ellende. Het kabinet biedt hier excuses voor aan, aan alle gedupeerde ouders en hun kinderen: dit had nooit mogen gebeuren. Genoegdoening voor de getroffen ouders heeft nu de hoogste prioriteit.</p> <p>Daarom wordt de compensatieregeling uitgebreid, zodat ouders die door de kinderopvangtoeslagproblematiek zijn geraakt onder een ruimere regeling vallen. Er wordt € 30.000 betaald aan alle ouders die gedupeerd zijn door de ‘alles-of-niets’ uitleg van de kinderopvangtoeslag of de buitensporige fraudejacht, vooruitlopend op de verdere afhandeling van hun zaak. Ook wordt overleg gevoerd met schuldeisers om met hen afspraken te maken dat het bedrag ook ten goede komt aan ouders en niet direct volledig verdwijnt in aflossing van schulden. Inmiddels heeft het kabinet laten weten dat alle overheidsschulden van de gedupeerden zullen worden kwijtgescholden. </p> <p><strong>Toeslagenstelsel op de schop</strong></p> <p>Voor het kabinet is het overduidelijk dat de problemen niet binnen het huidige toeslagenstelsel kunnen worden opgelost en dat er een nieuw stelsel moet komen. Daartoe zijn, mede op verzoek van de Kamer, al diverse scenario’s uitgewerkt en aan de Kamer aangeboden. Nog vóór de komende formatie zal worden geïnventariseerd welke verbeteringen op kortere termijn mogelijk zijn binnen het huidige stelsel waarbij de lessen uit de POK over het betrekken van de uitvoering nadrukkelijk in worden meegenomen. Een eerste stap is gezet met het proportioneel vaststellen van de kinderopvangtoeslag en de mogelijkheid om terugvorderingen in bijzondere situaties te matigen.</p> <p><strong>Signalen serieus nemen</strong></p> <p>Signalen over problemen met hoge terugvorderingen en nihilstellingen waren er al vroeg. Zoals de waarschuwingen bij Financiën en SZW over disproportioneel hoge terugvorderingen in de jaren 2012-2016, en het rapport ‘Geen Powerplay maar Fair Play’ van de Nationale ombudsman uit 2017. Deze signalen hebben lange tijd niet tot verandering geleid. Het hielp daarbij niet dat de signalen vaak werden gekoppeld aan een concreet geval, zonder dat de gehele omvang van de problematiek in beeld kwam. Het kabinet zal daarom, zowel bij Belastingdienst en Toeslagen als gericht binnen de hele overheid, bekijken of en hoe naar aanleiding van de lessen vanuit de POK maatregelen nodig zijn. Toeslagen en de Belastingdienst beginnen dit jaar naar voorbeeld van SVB en UWV met het opzetten van een ‘stand van de uitvoering’, waarmee zij ongefilterd en overzichtelijk signalen met het kabinet delen. Het kabinet deelt dit vervolgens met het parlement. Praktijksignalen vanuit de rechterlijke macht, cliëntenraden en sociale advocatuur worden hier ook in meegenomen. Daarnaast worden burgerpanels ingericht bij Belastingdienst en Toeslagen.</p> <p>Aanvullend op de ‘stand van de uitvoering’ bij de Belastingdienst en Toeslagen zal er ook jaarlijks een overheids- en uitvoeringsbrede ‘Staat van de Uitvoering’ worden opgesteld die inzichten uit afzonderlijke domeinen bundelt en wordt vergezeld door een rijksbreed trendmatig beeld van de uitvoeringspraktijk. Deze focust nadrukkelijk op ‘slepende problematiek’ voorbij de waan van de dag.</p> <p>Nieuwe wet- en regelgeving zal voortaan een jaar na start van de uitvoering worden getoetst. Hoofdvragen van die toets worden: werkt dit inderdaad zoals we bedoeld hadden? Kloppen de aannames uit de uitvoeringstoets nog? Wat is de kwaliteit van de uitvoering? En zijn er misschien knelpunten of nieuwe inzichten waar aan de voorkant niet aan gedacht is? Hoe pakt het uit voor de mensen waarvoor de wet bedoeld is? Ook zal in beleidsevaluaties de uitvoerbaarheid van het beleid een prominentere rol gaan spelen. Het kabinet hoopt dat het volgende kabinet deze lijn zal doorzetten.</p> <p><strong>Wet- en regelgeving en de menselijke maat</strong></p> <p>Duidelijk is dat maatwerk en de menselijke maat in het bestuursrecht moeten worden versterkt. Dit begint met de kwaliteit van sectorale wetgeving, die immers primair de basis moet verschaffen om maatwerk daadwerkelijk te kunnen leveren. Het fundament hiervoor moet breed worden vormgegeven zodat hierop in sectorale wetgeving kan worden teruggegrepen. Dit betekent dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel, een betere doorwerking moeten krijgen in beleid en wetgeving, zodat wetgeving in de toepassing rechtvaardig uitpakt. Daarom zal het kabinet stappen zetten voor een nadere regeling van de verhouding tussen het evenredigheidsbeginsel en sectorale wetten, door wijziging van de Awb of van sectorale wetgeving of een combinatie daarvan.</p> <p>Er zal ook beter gebruik moeten ­worden gemaakt van het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) en de rijksbrede wetgevingstoetsing door het ministerie van J&amp;V zal worden versterkt om beter toezicht te houden op de vraag of het beleid en de wettelijke regels uitvoerbaar en doenbaar zijn voor burgers en uitvoeringsorganisaties. Daarnaast is de inzet van het kabinet om strikt gebonden bevoegdheden in sectorale wetten waar nodig te vervangen door bevoegdheden met beoordelingsruimte of hardheidsclausules.</p> <p>Het kabinet gaat breed op zoek naar regelgeving die in de praktijk te hard uitpakt en actief inventariseren bij de uitvoering, belangenorganisaties en de Nationale ombudsman welke mogelijke hardheden er in wet- en regelgeving bestaan met betrekking tot frauderegelgeving en invordering. Het kijkt daarbij in ieder geval naar de invorderingsplicht op het terrein van bijstand, de terugvorderingstermijn in de sociale zekerheid en de wanbetalersregeling zorgpremie.</p> <p>Tegelijkertijd is het van belang te kijken naar de Algemene wet bestuursrecht (Awb), als centrale wet waarin de rechtsbetrekking tussen burger en overheid wordt genormeerd en de rechtsbescherming van burgers tegen beslissingen van de overheid is geregeld. De Awb zal meer mogelijkheden én verplichtingen moeten bevatten voor bestuursorganen om bij beslissingen die burgers rechtstreeks in hun belang treffen, maatwerk te leveren. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel, zijn daarbij steeds leidend. De bedoeling is dat meer maatwerk wordt bevorderd én fouten van burgers niet direct worden uitgelegd als fraude.</p> <p><strong>Discriminatie en het gebruik van nationaliteit</strong></p> <p>Bij de fraudeaanpak bij Toeslagen was een discriminatoire bejegening aan de orde. Ouders met een niet-Nederlandse nationaliteit en ouders met een dubbele nationaliteit hadden alleen al op basis daarvan meer kans om door de Belastingdienst gecontroleerd te worden. Het kabinet betreurt dit ten zeerste en wil ervoor zorgen dat dit nooit meer kan gebeuren. Er is bij de fraudeaanpak specifiek op nationaliteit gezocht. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft aangegeven dat zij voornemens is een sanctie op te leggen op basis van deze overtredingen. Ook zijn ouders geconfronteerd met discriminerend of ongepast taalgebruik. Signalen van dit soort discriminerend en/of ongepast taalgebruik en uitingen worden onderzocht en passend opgevolgd.</p> <p>Inmiddels zouden alle gegevens over dubbele nationaliteit die nog in de systemen van Toeslagen stonden verwijderd moeten zijn. Ook is het kenmerk nationaliteit verwijderd uit het risicosysteem van Toeslagen. Het opvragen van nationaliteit bij onderzoeken naar georganiseerd misbruik en oneigenlijk gebruik van toeslagen is dan ook niet meer mogelijk. De Belastingdienst rondt het in kaart brengen van het gebruik van nationaliteit en in de systemen van de Belastingdienst uiterlijk 31 maart 2021 af.</p> <p>Als Toeslagen in de behandeling van dossiers ziet dat discriminatie een rol heeft gespeeld bij de terugvordering van toeslagen, hebben gedupeerde ouders recht op de compensatieregeling. Daarnaast heeft Toeslagen afspraken gemaakt met het College voor de Rechten van de Mens. Als ouders het vermoeden hebben dat er sprake is geweest van discriminatie kunnen zij het College vragen om een oordeel in hun zaak. Het College oordeelt vervolgens of er sprake is geweest van discriminatie. Toeslagen neemt dit oordeel altijd over. Voor alle ouders die zich melden bij de organisatie herstel Toeslagen (UHT) wordt in het dossier van die ouder bekeken of sprake is geweest van discriminatie. De ouder wordt daar dan van op de hoogte gesteld.</p> <p>Het Ministerie van SZW is momenteel aan de slag om samen met UWV en SVB een inventarisatie te maken over de wijze waarop binnen de sociale zekerheid gebruik wordt gemaakt van nationaliteit in wetten, regelingen, procedures en risicomodellen. Hierbij wordt ook gekeken naar uitvoeringspraktijk en cultuur. Het kabinet zal deze inventarisatie Rijksbreed oppakken voor alle ministeries en uitvoeringsorganisaties.</p> <p>In een brief van 9 december 2020 heeft de minister van BZK al aangekondigd een verkenning uit te laten voeren naar een Nationaal coördinator tegen discriminatie en racisme. Na deze verkenning zal een Staatscommissie Discriminatie en Racisme worden ingesteld.</p> <p><strong>Informatievoorziening aan parlement en samenleving: openheid wordt de standaard</strong></p> <p>Het kabinet kiest radicaal voor ruime informatievoorziening aan de Kamer. Het kabinet zal bij elk stuk (wetsvoorstel, brief of nota) dat aan het parlement wordt gestuurd, de onderliggende departementale nota’s die de bewindspersonen hebben gebruikt voor de besluitvorming, actief openbaar gaan maken. Ook wil het veel vaker dan nu technische briefings geven, of tijdens commissievergaderingen technische toelichtingen door ambtenaren laten verzorgen. Verder wil het kabinet meer openheid geven over de afwegingen die ten grondslag liggen aan het beleid door transparanter te zijn wanneer interne ambtelijke stukken worden verstrekt. In die interne ambtelijke stukken zullen persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren niet langer worden gelakt. Het kabinet wil in dialoog met de Kamer en andere betrokken partijen om te bespreken hoe de ruimte voor kritische of afwijkende advisering en de veiligheid van ambtenaren geborgd kunnen blijven. Ook zal de minister-president op korte termijn de besluitenlijst van de ministerraad openbaar gaan maken op de dag van de vergadering. Op termijn zal de informatiewaarde van de besluitenlijst worden verhoogd met de toevoeging van annotaties aan de besluitenlijst. Adviezen van de landsadvocaat zullen openbaar worden gemaakt voor zover die het karakter hebben van algemene juridische beleidsadviezen. Adviezen die zien op procedures worden alleen openbaar, indien na afloop van een procedure het procesbelang daaraan niet meer in de weg staat en het belang van de Staat zich daar niet tegen verzet.</p> <p>Om de andere manier van informatievoorziening aan het publiek en aan de Kamers voor elkaar te krijgen, moet Rijksbreed de achterstand in de informatiehuishouding sneller worden ingehaald en verbeterd. Informatie moet, ook volgens de Archiefwet, duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist, volledig en betrouwbaar worden bewaard. Er wordt een actieplan met concrete maatregelen voor de verbetering van de informatiehuishouding gemaakt onder regie van het overleg van de Secretarissen-generaal en dat is op 1 april klaar.</p> <p><strong>Afsluitend</strong></p> <p>De maatregelen worden de komende periode nader uitgewerkt. Het zal tijd kosten dit goed te doen. Nadat de verschillende maatregelen zijn uitgewerkt en van uitvoeringstoetsen zijn voorzien, wordt een nadere planning voor implementatie gemaakt. De kabinetsreactie schetst de richting die het kabinet voor ogen heeft maar in de precieze uitwerking zijn verschillende maatregelen en modaliteiten denkbaar. Het kabinet reserveert € 0,8 miljard structureel voor de uitvoering. Deze middelen worden op basis van een uitgewerkt bestedingsplan toegevoegd aan de begrotingen.</p> <p>Het kabinet kan de pijn van ouders en kinderen niet weg nemen, maar hoopt door deze diepgevoelde erkenning van de pijn en van de fouten van de overheid wel bij te dragen aan de verwerking van deze zware periode en het vertrouwen in de overheid stap voor stap weer op te bouwen. Om deze redenen neemt het kabinet zijn verantwoordelijkheid en heeft de minister-president het ontslag van het kabinet aangeboden aan de Koning. Het kabinet acht de urgentie van de maatregelen die in deze kabinetsreactie zijn geschetst van zodanig groot belang voor het herstel van vertrouwen van burgers in de overheid dat het de Kamer vraagt het kabinet de ruimte te geven de maatregelen zoals beschreven uit te voeren.</p> <p><em>Kabinetsreactie rapport ‘Ongekend onrecht’, <a data-udi="umb://media/cff119724afa400ea3451800fbda1e45" href="/media/4124/kamerbriefplusmetplusreactiepluskabinetplusopplusrapportplusongekendplusonrecht-2.pdf" title="Kamerbrief+Met+Reactie+Kabinet+Op+Rapport+Ongekend+Onrecht (2)">brief</a> van 15 januari 2021, kenmerk 4181691.</em></p>
19 januari 2021
Stand van zaken onderzoek naar binnenlandse afstand en adoptie tussen 1956 en 1984
<p>Van elk gesprek dat binnenkwam bij het Aanmeldpunt is een verslag gemaakt. Bij het verwerken en opslaan van de verslagen is niet aan alle eisen van de privacywetgeving voldaan. Vanwege alle tekortkomingen heeft het verantwoordelijke ministerie een datalek gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. <span>Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker heeft in de Tweede Kamer publiekelijk gezegd dat de fouten bij het Aanmeldpunt niet hadden mogen gebeuren en spijt betuigd aan allen die zich hebben aangemeld bij het aanmeldpunt.<br /><br /></span></p> <p><strong>Commissie van onafhankelijke deskundigen</strong></p> <p>Na kritische berichten van de belangenbehartigers in het voorjaar van 2020, heeft de Tweede Kamer de Minister voor Rechtsbescherming  verzocht een ‘deskundige van statuur’ te benoemen. De minister heeft een commissie van onafhankelijke deskundigen ingesteld die bestaat uit twee ‘deskundigen van statuur’: prof. dr. Catrin Finkenauer (voorzitter) en prof. mr. Wendy Schrama. Zij bekijken nu hoe het Aanmeldpunt heeft gewerkt en wat dat betekent voor het vertrouwen in het onderzoek. De commissie zal ook met de belangenbehartigers van de aanmelders spreken; deze zijn hierover al benaderd. <br /><br /></p> <p><strong>Verificatie- en correctie van de gespreksverslagen</strong></p> <p>De Minister voor Rechtsbescherming heeft verder besloten dat alle aanmelders alsnog de gelegenheid moeten krijgen om hun gespreksverslag in te zien, te verbeteren en (schriftelijk) aan te geven waarvoor het mag worden gebruikt. Alleen zo kunnen de gemaakte fouten hersteld worden en alleen met verslagen die zijn gecontroleerd en waar nodig zijn verbeterd, kan het onderzoek door het Verwey-Jonker Instituut correct worden afgerond.</p> <p>Het herstellen van de gemaakte fouten gebeurt in de zogenaamde ‘verificatie- en correctieprocedure’. Deze heeft ook tot doel bij te dragen aan het herstel van uw vertrouwen in het onderzoek.</p> <p>De Minister voor Rechtsbescherming laat de Auditdienst Rijk verder onderzoeken of de verificatie- en correctieprocedure zo is ingericht dat de persoonsgegevens van andere aanmelders goed beschermd blijven. De Auditdienst kijkt hierbij ook of de rechten van alle aanmelders in deze procedure gewaarborgd zijn. Daar bovenop heeft de Minister de Commissie van onafhankelijke deskundigen gevraagd om de procedure te beoordelen. Pas na groen licht van de Commissie begint de verificatie- en correctieprocedure.<br /><br /></p> <p><strong>Vertraging in het onderzoek</strong></p> <p>Het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut loopt door al het voorgaande vertraging op. Naar verwachting ronden de onderzoekers hun onderzoeksrapport na de zomer van 2021 af. Het rapport komt dan beschikbaar via rijksoverheid.nl.</p> <p>Parallel aan het onderzoek wordt nagedacht over de manier waarop alle verslagen, waarvan de betrokkenen toestemming hebben gegeven voor het bewaren ervan, bewaard kunnen worden. Ideeën over de manier waarop de verhalen over deze periode in onze geschiedenis het best tot hun recht kunnen komen, of andere suggesties voor het bieden van erkenning, kunnen worden gedeeld via <a href="mailto:projectafstandenadoptie@minjenv.nl">projectafstandenadoptie@minjenv.nl</a>.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/01/11/stand-van-zaken-onderzoek-naar-binnenlandse-afstand-en-adoptie-tussen-1956-en-1984" target="_blank">www.rijksoverheid.nl</a></p>
15 januari 2021
SyRI-coalitie aan Eerste Kamer: ‘Super SyRI’ blauwdruk voor meer toeslagenaffaires
<p>De Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) maakt het mogelijk om databases van zowel overheden als bedrijven in zogeheten samenwerkingsverbanden aan elkaar te knopen. Overheidspartijen en bedrijven in zo’n samenwerkingsverband zijn verplicht hun gegevens samen te brengen om daarmee data-analyses uit te voeren. Deze moeten helpen bij het bestrijden van allerlei vormen van criminaliteit en overtredingen.</p> <p>De coalitie, bestaand uit het Platform Burgerrechten, FNV, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, Stichting Privacy First, Stichting KDVP, de Landelijke Cliëntenraad en auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari noemt de wet ‘Super SyRI’, omdat deze in meerdere opzichten verder gaat dan het vorig jaar door de rechter uit de wet geschrapte SyRI (Systeem Risico Indicatie). De partijen noemen het voorstel een bedreiging voor het functioneren van de rechtsstaat in een brief aan de Eerste Kamer, die morgen start met de behandeling.</p> <p><strong>Parlement buitenspel gezet</strong></p> <p>De Eerste en Tweede Kamer worden in dit voorstel buitenspel gezet, schrijven de partijen. De belangrijke onderdelen staan namelijk niet geregeld in de wet waarover de Kamer nu stemt, maar worden naderhand bepaald door de minister in lagere regelgeving. Kwesties als de hoeveelheid en soorten gegevens, de partijen die erbij kunnen en de manier waarop ze worden geanalyseerd en verder worden gebruikt, worden bepaald zonder dat de Kamer daarmee instemt. Zo’n wetsconstructie is in strijd met de Grondwet, die voorschrijft dat een inbreuk op de privacy moet worden goedgekeurd door het parlement. Als de Eerste Kamer instemt met deze insteek, plaatst ze zichzelf effectief langs de zijlijn.</p> <p><strong>Alle </strong><strong>data over burgers <em>fair game</em></strong></p> <p>Het kabinet stelt in haar toelichting op de wet dat het ‘nee, tenzij’ principe bij het verwerken van persoonsgegevens moet worden omgedraaid naar een ‘ja, mits’. Daarmee keert ze het doelbindingsprincipe om, dat voorschrijft dat persoonsgegevens verzameld voor een specifiek doel, niet zomaar voor andere doelen mogen worden verwerkt. De vanzelfsprekende vertrouwelijkheid waarmee werd omgegaan met persoonsgegevens, wordt daarmee afgeschaft, zo schrijven de partijen. “Alle data over burgers zijn ‘fair game’ onder de WGS.”</p> <p>Voor burgers wordt het zo onmogelijk om na te gaan wat er zoal over hen wordt uitgewisseld, waar deze informatie terecht komt en welke gevolgen dat kan hebben. Het gaat onder de WGS niet alleen om feitelijke gegevens die bedrijven en overheden met elkaar delen, maar ook om signalen, vermoedens en volledige zwarte lijsten die worden uitgewisseld en met elkaar verknoopt. Daarbij is het de bedoeling dat deze partijen op basis van deze schaduwadministraties ‘interventies’ met elkaar afstemmen waarin ze handhavend optreden tegen burgers die ze in het vizier krijgen.</p> <p><strong>Blauwdruk voor meer toeslagenaffaires</strong></p> <p>Uit de toeslagenaffaire is gebleken dat het heimelijk plaatsen van burgers op lijsten rampzalige gevolgen kan hebben. Het wetsvoorstel voor de WGS leest als een blauwdruk voor een nieuw data-schandaal, stellen de partijen: “Met dit voorstel koerst het kabinet af op een vorm van <em>governance</em> die niet past in een vrije samenleving en doet denken aan de dataverwerkingspraktijken die vooraf gingen aan de toeslagenaffaire.”</p> <p>De coalitie hoopt dat de fundamentele bezwaren tegen dit voorstel, die eerder werden geuit door de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens, in de Eerste Kamer tot een uitvoerige en kritische behandeling leiden. </p>
15 januari 2021
Ingezonden mededeling: Leergang voor vennootschaps- en ondernemingsrecht juristen
<p>De meeste advocaten en juristen weten het van zichzelf: “Ik heb veel praktijkervaring opgebouwd, ik heb kennis ontwikkeld van een aantal specialismen, maar ik ben het zicht op de grondslagen van het vennootschaps- en ondernemingsrecht kwijtgeraakt”. Dat is problematisch, omdat ons recht een getrapte structuur heeft en dat dus de gedachtevorming over zelfs de meest gespecialiseerde vragen bij de basis moet beginnen. Heeft men een gedegen kennis van die basis, dan is men veel beter en sneller in staat de grote lijnen van de oplossing te doorgronden. Bovendien zijn er de laatste jaren enkele belangrijke wijzigingen geweest in het vennootschapsrecht, onder meer door de invoering van nieuwe rechtsvormen.</p> <p>Met deze leergang kunt u uw kennis van de grondslagen van het vennootschaps- en ondernemingsrecht van zorgpunt ombuigen tot een belangrijk wapen van deskundigheid. De belangrijkste basisleerstukken van vennootschaps- en ondernemingsrecht worden ten behoeve van juristen in de praktijk behandeld. Dat gebeurt door elk leerstuk gedegen en helder te behandelen, door dat toe te spitsen op veel voorkomende problemen in de praktijk, door de laatste stand van de rechtspraak te bespreken en door tips &amp; tricks voor de praktijk te geven. We gaan vanuit de grondslagen en basisleerstukken naar de actualiteit en van daar naar de praktijk. Aan het eind heeft de cursist toepasbare ‘state of the art-kennis’ van de grondslagen en de grote thema’s van het huidige vennootschaps- en ondernemingsrecht en kan hij die deskundigheid ook toepassen binnen de meer specialistische rechtsgebieden.</p> <p>De leergang wordt ieder jaar goed gewaardeerd met ruim een 8!<br />''Bevat veel actueel leesmateriaal en jurisprudentie.''  <br />''Helder en praktisch.''  <br />''Goede leergang om kennis op te frissen!''</p> <p><strong>Start:</strong> 23 maart 2021<br /><strong>Data bijeenkomsten:</strong> 23, 30 maart, 6, 13, 20 en 29 april 2021 <br /><strong>Prijs:</strong> €2.175,00 (geen BTW)</p> <p><strong><a rel="noopener" href="https://www.rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/leergang-grondslagen-vennootschapsrecht-ondernemingsrecht/index.aspx?utm_source=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_medium=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_campaign=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_term=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_content=IMNJBLGGrondslagen15jan21" target="_blank" data-anchor="?utm_source=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_medium=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_campaign=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_term=IMNJBLGGrondslagen15jan21&amp;utm_content=IMNJBLGGrondslagen15jan21">Ga voor meer informatie en inschrijven naar deze site van de leergang.</a></strong></p>
14 januari 2021
Limieten omvang processtukken
<p>Een memorie van grieven en van antwoord mag dan nog maximaal 25 pagina’s beslaan. Een memorie van grieven en van antwoord in incidenteel hoger beroep 15, overige memories en akten ook 15. Beroepschrift en verweerschrift 25 pagina’s, een beroepschrift en verweerschrift in incidenteel hoger beroep 15 pagina’s en overige processtukken in verzoekschriftprocedures maximaal 15 pagina’s. In geval van juridische of feitelijke complexiteit kan een partij het hof verzoeken om een processtuk van grotere omvang te mogen indienen. De limieten worden ingevoerd om de procesdossiers beheersbaar te houden. Te lange processtukken maken dat raadsheer en advocaat van de wederpartij te veel tijd kwijt zijn met het doorgronden van de stukken, belangrijke details kunnen over het hoofd worden gezien en hoor en wederhoor komt onder druk als de wederpartij het zich financieel niet kan veroorloven om haar advocaat tijd te laten besteden aan de reactie op een te lang processtuk.<br /><br /></p> <p>Tom Barkhuysen schreef hierover deze week een kritisch <a rel="noopener" href="https://www.njb.nl/blogs/intelligent-omgaan-met-lange-processtukken/" target="_blank">Vooraf</a>.</p> <p> </p> <p><em>Hieronder linkjes naar de procesreglementen zoals deze zullen luiden<span> </span></em><strong><em>per 1 april 2021:</em></strong><br /><strong><br /></strong><a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/landelijk-procesreglement-voor-civiele-dagvaardingszaken-bij-de-gerechtshoven-042021.pdf" target="_blank" title="landelijk-procesreglement-voor-civiele-dagvaardingszaken-bij-de-gerechtshoven-042021.pdf">Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven<span> </span><span class="rnl-file-properties">(pdf, 613,5 KB)</span></a>.</p> <p><a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/procesreglement-verzoekschriftprocedures-handels-en-insolventiezaken-gerechtshoven-042021.pdf" target="_blank" title="procesreglement-verzoekschriftprocedures-handels-en-insolventiezaken-gerechtshoven-042021.pdf">Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven<span> </span><span class="rnl-file-properties">(pdf, 856,7 KB)</span></a>.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Per-1-april-limiet-aan-lengte-processtukken-bij-de-civiele-afdelingen-gerechtshoven.aspx" target="_blank">www.rechtspraak.nl</a></p>
7 januari 2021
Blog
De Nationale ombudsman als ‘one stop shop’?
In deze scriptie van Joanne de Bruijn is onderzoek gedaan naar de wijze waarop de Nationale ombudsman omspringt met zijn bevoegdheid ten aanzien van private partijen die een publieke taak uitvoeren en naar uitbreidingsmogelijkheden van deze bevoegdheid en de wenselijkheid daarvan.
5 januari 2021 Topscripties Redactie
Raad van State geeft voorlichting over versterking kwaliteit van de rechtsbescherming van de burger
<p>De Afdeling advisering hanteert het begrip 'dialoog' in de voorlichting niet in de letterlijke zin van een gesprek. Een 'dialoog' tussen wetgever, bestuur en rechter moet worden opgevat als een wisselwerking tussen deze staatsmachten, die plaatsvindt binnen de kaders van machtenspreiding. Om een zinvolle dialoog te voeren, is het van belang dat elk van de staatsmachten zich bewust is van zijn rol binnen de democratische rechtsstaat en regelmatig reflecteert op het eigen functioneren. Tegelijkertijd moeten de staatsmachten terughoudend zijn in hun eigen standpunt over elkaars functioneren. Dat neemt niet weg dat de staatsmachten zich steeds bewust moeten zijn van de rol van de andere staatsmachten en zich met dat doel moeten verdiepen in elkaars functie, achtergrond en werkzaamheden. Rolvastheid, begrip van en respect voor elkaars positie en de bereidheid om van elkaar te leren zijn essentieel voor een goede dialoog.</p> <p> </p> <p><strong>Terugkoppeling</strong></p> <p>Het lerend vermogen van wetgever en bestuur kan en moet in de eerste plaats binnen de bestaande context vorm krijgen. De voorbereiding van wet- en regelgeving en beleid is daarbij van groot belang. Toetsing achteraf vindt plaats door de rechter, die zijn bevindingen terugkoppelt via zijn uitspraken. De mogelijkheid van terugkoppeling door de rechter van ervaringen met wet- en regelgeving en bestuurspraktijk – anders dan via zijn uitspraken – is aan beperkingen onderworpen. De Afdeling advisering onderscheidt drie typen zaken en beoordeelt daarbij in hoeverre een nadere uitwerking van terugkoppelingsinstrumenten behulpzaam kan zijn:</p> <p> </p> <p><strong><em>Wetstechnische onvolkomenheden</em></strong></p> <p>In de eerste plaats zijn er zaken waarin wetstechnische onvolkomenheden aan het licht komen. Het gaat dan om onduidelijkheden of inconsistenties die door de rechter kunnen worden opgelost in de kwestie die aan hem is voorgelegd. In verband met de rechtszekerheid is het van belang dat de wetgever die onvolkomenheden verhelpt voor alle toekomstige gevallen. Dat kan de rechtsbescherming van de burgers ten goede komen.</p> <p> </p> <p><strong><em>Samenhangend rechterlijk beleid</em></strong></p> <p>Ten tweede zijn er zaken die zich in de kern van het rechterlijk oordelen en daarmee samenhangend rechterlijk beleid bevinden. Deze zaken lenen zich naar het oordeel van de Afdeling niet voor terugkoppeling. Het onderscheid in de rol van de staatsmachten zou daarmee te veel vervagen en dat zou het evenwicht tussen de verschillende staatsmachten verstoren.</p> <p> </p> <p><strong><em>Zaken buiten deze categorieën</em></strong></p> <p>Ten slotte zijn er zaken die niet in de eerste of tweede categorie vallen. Die zaken gaan bijvoorbeeld over complexe regelingen die structureel tot problemen leiden voor burgers (doenbaarheid) of het bestuur (uitvoerbaarheid). Waar mogelijk moet de rechter individueel maatwerk bieden. Als deze zaken niet voldoende kunnen worden opgelost door individuele uitspraken van de bestuursrechter, kunnen zij voor terugkoppeling in aanmerking komen. De rechter moet hierbij de grenzen van zijn functie en rol bewaken en dus terughoudend zijn. Hij zal zich moeten beperken tot het signaleren van de zaken en zich in niet moeten inlaten met politieke en beleidsmatige keuzes en oplossingen.</p> <p> </p> <p><em>Kamerstukken I</em> 2020/21, 35300 VI, BD</p>
21 december 2020