Artikelen van Redactie

Begroting Raad voor de rechtspraak
<p>Onder de noemer van toegankelijke en digitale rechtspraak werkt de Rechtspraak aan digitale toegankelijkheid, begrijpelijke en mensgerichte communicatie en het beter benutten van de beschikbare data om de toegankelijkheid en transparantie te vergroten. Hieronder valt ook het meer en verantwoord publiceren van rechterlijke uitspraken en het vergroten van de toegankelijkheid en kwaliteit van de openbare registers van de Rechtspraak.</p> <p>Tijdige en voorspelbare rechtspraak is een grote prioriteit voor de Rechtspraak. Door het uitbreken van de coronacrisis, complexer wordende zaken en een tekort aan rechters vormt dit een grote uitdaging. Het programma Tijdige rechtspraak loopt in 2023 door en heeft als opdracht om de gerechten te ondersteunen bij het behalen van de geformuleerde doorlooptijdenstandaarden en vergroting van de voorspelbaarheid voor rechtszoekenden. <br />Onder de noemer Kwaliteit van het primaire proces zal verder worden gewerkt aan innovatie en maatschappelijk effectieve rechtspraak en aan de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering en pilots in dat kader.</p> <p>Wat betreft het thema ‘Onze mensen’ zijn belangrijke aandachtspunten verbinding met de organisatie en verhoging van werkplezier en het proberen aan te trekken van betrokken en vakbekwame medewerkers, hen te behouden en hen in staat te stellen om zich te ontwikkelen.</p> <p>Voor overige beleidsdoelen wordt verwezen naar de begroting en toelichting daarop zelf.</p> <p><a data-udi="umb://media/95e9715686634c14b6ef66fbf743af7d" href="/media/4945/begrotingsvoorstel-2023-raad-voor-de-rechtspraak-2.pdf" title="Begrotingsvoorstel 2023 Raad Voor De Rechtspraak (2)">Raad voor de rechtspraak, ­Begrotingsvoorstel 2023</a></p>
30 september 2022
Hoge Raad oordeelt dat OM en verdediging procesafspraken mogen maken
<p>Procesafspraken in strafzaken doen geen afbreuk aan de eigen verantwoordelijkheid van de strafrechter voor de uitkomst van de zaak. De rechter kan tot een uitspraak komen die aansluit bij procesafspraken maar hij is niet verplicht het voorstel van het OM en de verdediging te volgen als hij vindt dat dit leidt tot een uitkomst die niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak.</p> <h4>De zaak</h4> <p>De zaak is in cassatie aan de Hoge Raad voorgelegd omdat voor het maken van procesafspraken geen specifieke wettelijke regeling bestaat. Daarom was het onduidelijk of en, zo ja, onder welke voorwaarden het maken van procesafspraken toelaatbaar is. Om die reden stelde de procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad Bleichrodt op 14 juni 2022 een vordering cassatie in het belang der wet in om op korte termijn hierover meer duidelijkheid te krijgen (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2022:566" title="ECLI:NL:PHR:2022:566" data-anchor="?id=ECLI:NL:PHR:2022:566">ECLI:NL:PHR:2022:566</a>).</p> <h4>Hoge Raad</h4> <p>Dat een specifieke wettelijke regeling voor procesafspraken ontbreekt – het eventueel voorzien in zo’n regeling ligt op de weg van de wetgever – wil volgens de Hoge Raad niet zeggen dat de wet geen ruimte laat voor het maken van procesafspraken in strafzaken. De Hoge Raad zet in zijn uitspraak het kader uiteen waarbinnen de rechter bij de beoordeling van de zaak kan komen tot een uitspraak die aansluit bij de procesafspraken. In de uitspraak van de Hoge Raad gaat het alleen om procesafspraken waarvan een gezamenlijk ‘afdoeningsvoorstel’ van het OM en de verdediging over de bewezenverklaring en/of de strafoplegging aan de strafrechter wordt voorgelegd. Het door de Hoge Raad geschetste kader komt samengevat op het volgende neer:</p> <ul> <li>Bij de totstandkoming van procesafspraken is rechtsbijstand voor de verdachte vereist.</li> <li>De officier van justitie moet bij het maken van procesafspraken rekening houden met de belangen van het slachtoffer. Aan procesafspraken die onvoldoende recht doen aan de belangen van de benadeelde partij komt geen betekenis toe.</li> <li>Een afdoeningsvoorstel moet op de openbare zitting worden voorgelezen of samengevat.</li> <li>Als de verdachte als onderdeel van een afdoeningsvoorstel afziet van bepaalde verdedigingsrechten, moet zijn gewaarborgd dat is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces. Zo moet de rechter onder meer onderzoeken of de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en zich bewust van de rechtsgevolgen, heeft meegewerkt aan het afdoeningsvoorstel en het afstand doen van verdedigingsrechten.</li> <li>Als het onderzoek op de zitting is begonnen, kan de officier van justitie niet meer beslissen dat van (verdere) vervolging wordt afgezien. Wel kan hij dan aansturen op een wijziging van de tenlastelegging.</li> <li>Ook als er een afdoeningsvoorstel wordt overgelegd, moet de rechter de zaak beoordelen met inachtneming van het beslissingsmodel in het Wetboek van Strafvordering en uiteenlopende motiveringsvoorschriften uit datzelfde wetboek.</li> <li>Als de rechter tot een (wezenlijk) ander oordeel over de bewezenverklaring of de strafoplegging komt dan dat wat is overeengekomen in het afdoeningsvoorstel, is het van belang dat de procespartijen zich (hebben) kunnen uitlaten over hoe de zaak dan moet worden afgedaan. Dit kan met zich brengen dat de behandeling van de zaak moet worden heropend.</li> <li>Als in het afdoeningsvoorstel is opgenomen dat geen rechtsmiddel (hoger beroep of beroep in cassatie) zal worden ingesteld tegen een nog te wijzen uitspraak, betekent dat niet dat afstand is gedaan van het instellen van een rechtsmiddel.</li> </ul> <p>De totstandkoming van procesafspraken doet geen afbreuk aan de zelfstandige positie van de rechter. De rechter behoudt zijn eigen verantwoordelijkheid dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvindt in overeenstemming met de daarvoor geldende wettelijke regeling en de eisen van een eerlijk proces.</p> <p>Als de rechter van oordeel is dat de afdoening van de zaak in lijn met het afdoeningsvoorstel zou leiden tot een uitkomst die niet in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak, zal de rechter beslissingen nemen die afwijken van het afdoeningsvoorstel.</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2022:1252" target="_blank" title="ECLI:NL:HR:2022:1252" data-anchor="?id=ECLI:NL:HR:2022:1252">ECLI:NL:HR:2022:1252</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2022/september/hoge-raad-procesafspraken-strafzaken-toelaatbaar-inachtneming/" target="_blank" title="www.hogeraad.nl">www.hogeraad.nl</a></p>
29 september 2022
Nieuw Future Ready Lawyer-onderzoek wijst op toenemende druk op juridische professionals
<p>Juridische professionals staan voor de uitdaging om de opkomende trends bij te benen en aan de steeds hogere eisen te voldoen, en wenden zich steeds vaker tot juridische technologie voor hulp. In heel Europa en de VS zijn de investeringen in en de vraag naar juridische technologie-oplossingen toegenomen, waarbij technologie nu een centrale plaats inneemt bij het verbeteren van prestaties, productiviteit, relaties tussen klanten en kantoren en verwachtingen ten aanzien van talent. Uit het onderzoek blijkt dat:</p> <ul> <li>91% van de bedrijfsjuridische afdelingen verwacht dat hun advocatenkantoren volledig gebruik maken van technologie.</li> <li>Meer dan 80% van de advocaten zegt dat het voor hen van groot belang is om te werken voor een advocatenkantoor of juridische afdeling die technologie onder de knie heeft.</li> <li>Het toenemend belang van juridische technologie een toptrend is voor 79% van de advocaten.</li> <li>64% van de juridische afdelingen en 63% van de advocatenkantoren hun investeringen in software het komende jaar zullen verhogen.</li> </ul> <p>"Advocaten werken al in een omgeving met hoge druk, en uit de Future Ready Lawyer Survey 2022 blijkt dat de eisen toenemen nu de trends die van invloed zijn op de advocatuur blijven versnellen," aldus Martin O'Malley, Wolters Kluwer Legal &amp; Regulatory CEO. "De druk neemt verder toe nu slechts ongeveer een derde van de advocaten zegt dat ze zeer goed voorbereid zijn om deze trends aan te pakken. Terwijl juridische professionals hun capaciteiten willen versterken, blijkt uit het onderzoek dat organisaties zich - meer dan ooit - wenden tot technologie als hefboom om prestaties te verbeteren."</p> <p>De Wolters Kluwer Future Ready Lawyer Survey 2022 bevat inzichten van 751 juridische professionals in de VS en 10 Europese landen. De enquête, die voor het vierde opeenvolgende jaar wordt gehouden, biedt een actueel perspectief met benchmarkgegevens van voor en na de COVID-crisis over trends, capaciteiten en veranderingen in de beroepsgroep en onderzoekt hoe goed organisaties voorbereid zijn om betere prestaties te leveren.</p> <h4>Belangrijkste bevindingen<strong><br /></strong></h4> <p><strong>Top trends<br /><br /></strong>De toptrends die naar verwachting de komende drie jaar de meeste impact zullen hebben op de juridische sector zijn:</p> <ul> <li>Toenemend belang van juridische technologie - 79%</li> <li>Omgaan met het toegenomen volume en de complexiteit van informatie - 79%</li> <li>Voldoen aan de veranderende verwachtingen van cliënten en leidinggevenden - 79%.</li> </ul> <p>Slechts 36% of minder advocaten zeggen dat hun organisatie zeer goed voorbereid is om gelijke tred te houden met deze trends.</p> <p><strong>Nieuwe en groeiende gebieden in het recht zijn een andere grote trend die advocaten beïnvloeden:<br /></strong></p> <ul> <li>77% geeft aan dat het omgaan met opkomende en groeiende compliancegebieden, zoals Environmental, Social and Governance (ESG) en dataprivacy, een belangrijke trend is.</li> <li>56% van de bedrijfsjuristen en 45% van de advocaten van advocatenkantoren melden een toegenomen vraag naar ESG-advies in het afgelopen jaar. De meesten zeggen dat hun organisatie niet goed voorbereid is om bij te blijven.</li> </ul> <p>In 2022 is ook duidelijk de trend te zien van veranderingen in de manier waarop juridisch werk wordt gedaan en wie het werk uitvoert, waarbij elk gebied een toename laat zien ten opzichte van voorgaande jaren:</p> <ul> <li>Voor juridische afdelingen van bedrijven: 84% meldt een groter gebruik van contractors; een groter gebruik van niet-juridisch personeel om werkzaamheden uit te voeren; en een groter gebruik van alternatieve juridische dienstverleners.</li> <li>Voor advocatenkantoren: 81% meldt een groter gebruik van externe of uitbestede middelen; 78% meldt een groter gebruik van niet-juridisch personeel om werkzaamheden uit te voeren en een groter gebruik van contractors; en 77% meldt meer zelfbediening door de cliënt.</li> </ul> <p>De bevindingen voor 2022 bouwen ook voort op de enquêteresultaten van voorgaande jaren met betrekking tot prestatietrends, waaruit blijkt dat juridische organisaties die technologie ten volle benutten, op een groot aantal gebieden beter presteren dan organisaties die dat niet doen.</p> <ul> <li>Advocatenkantoren die technologie volledig omarmen zijn opnieuw winstgevender dan kantoren die dat niet doen: 63% van de<span> </span><em>Technology Leading</em><span> </span>kantoren melden dat hun winstgevendheid in het afgelopen jaar is toegenomen, vergeleken met 46% van de andere kantoren.</li> </ul> <p><strong>Problemen met talentmanagement in het vooruitzicht<br /><br /></strong>Juridische organisaties hebben het afgelopen jaar de impact gevoeld van de ‘great resignation’, en op basis van de bevindingen van het onderzoek komen er nog meer problemen met talentmanagement aan:</p> <ul> <li>86% van de bedrijfsjuristen en 70% van de advocaten van advocatenkantoren zegt dat  de ‘great resignation’ een zeer of enigszins grote impact heeft gehad op hun organisatie.</li> <li>70% van de bedrijfsjuristen en 58% van de advocaten in advocatenkantoren zegt dat ze het komende jaar zeer of enigszins geneigd zijn hun huidige functie te verlaten.</li> </ul> <p>Organisaties zijn niet goed voorbereid op de wisseling van talent. Slechts:</p> <ul> <li>33% van de juridische afdelingen is zeer goed voorbereid op het werven/behouden van juridisch personeel; 36% is zeer goed voorbereid op het werven/behouden van technologisch personeel.</li> <li>28% van de advocatenkantoren is zeer goed voorbereid op het werven/behouden van juridisch personeel; 33% op het werven/behouden van technologisch personeel.</li> </ul> <p>Technologie is van cruciaal belang voor talent:</p> <ul> <li>87% van de bedrijfsjuristen en 83% van de advocaten in advocatenkantoren zegt dat het uiterst of zeer belangrijk is om te werken voor een juridische organisatie die gebruik maakt van technologie.</li> </ul> <p><strong>Relaties tussen cliënten en kantoren verbeteren<br /><br /></strong>De technologische mogelijkheden staan centraal bij de evaluatie door cliënten van zowel bestaande als toekomstige kantoorrelaties:</p> <ul> <li>91% van de juridische afdelingen zegt dat het belangrijk zal zijn dat de advocatenkantoren waarop zij een beroep doen, technologie ten volle benutten.</li> <li>97% van de juridische afdelingen vraagt advocatenkantoren die zij overwegen om te beschrijven welke technologie zij gebruiken om productiever en efficiënter te zijn, of zal dit doen.</li> <li>De belangrijkste reden voor juridische afdelingen om van advocatenkantoor te veranderen is als het kantoor niet aantoont efficiënt en productief te zijn. Slechts 38% van de bedrijfsjuristen zegt dat hun huidige kantoor technologie gebruikt om de productiviteit/efficiëntie zeer goed te verhogen.</li> </ul> <p>Over het algemeen zijn de relaties tussen cliënten en kantoren verbeterd, maar toch lopen ’kantoren meer risico om ontslagen te worden:</p> <ul> <li>55% van de juridische afdelingen zegt dat de relatie met hun bedrijf is verbeterd sinds voor de pandemie.</li> <li>Bovendien zegt 43% van de juridische afdelingen vandaag zeer tevreden te zijn met hun bedrijf, tegenover 30% in 2021.</li> <li>Tegelijkertijd geeft echter 32% van de bedrijfsjuridische afdelingen aan dat zij het komende jaar zeer waarschijnlijk van kantoor zullen veranderen, tegenover 24% in 2021.</li> </ul> <h4>Over de Wolters Kluwer Future Ready Lawyer Survey 2022</h4> <p>De Future Ready Lawyer Survey 2022 van Wolters Kluwer Legal &amp; Regulatory omvatte kwantitatieve interviews met 751 juristen in advocatenkantoren, juridische afdelingen en zakelijke dienstverleners in de VS en 10 Europese landen - het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland, Italië, Frankrijk, Spanje, Polen, België, Zweden en Hongarije - om te onderzoeken hoe de verwachtingen van cliënten, technologie en andere factoren de toekomst van het recht in alle kerngebieden beïnvloeden en hoe juridische organisaties voorbereid zijn om deze aan te pakken. Het onderzoek werd online uitgevoerd voor Wolters Kluwer door een toonaangevende internationale onderzoeksorganisatie van 16 mei tot 3 juni 2022.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.wolterskluwer.com/nl-nl/news/new-future-ready-lawyer-survey-increasing-pressures-on-legal-professionals" target="_blank">Wolters Kluwer</a></p>
27 september 2022
Meer dan de helft van de advocaten maakte agressie mee
<h4>Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek</h4> <p>Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de helft van de advocaten (50%) in de afgelopen twaalf maanden ten minste één vorm van agressie meemaakte. Vier op de tien (40%) maakten zelfs meerdere incidenten mee. De meest voorkomende vorm van agressie was verbale agressie (41%). Daarna volgden intimidatie (34%), bedreiging (18%) en fysieke agressie (4%).</p> <p>Agressie komt voor in alle rechtsgebieden, kantoren e.d. maar de kans om een incident mee te maken is het grootst voor advocaten die werken in het insolventierecht, strafrecht, letselschaderecht en personen- en familierecht. Advocaten werkzaam bij kantoren met minder dan negen advocaten hebben het afgelopen jaar vaker een incident van agressie meegemaakt dan advocaten werkzaam bij kantoren met meer dan negen advocaten.</p> <p>Verder blijkt dat een derde van de incidenten door advocaten als ernstig wordt aangemerkt, de bron van de agressie vaak de eigen cliënt betreft en dat maar van vijf procent van de incidenten aangifte wordt gedaan.</p> <p>Wat betreft de situatie na het incident blijkt onder meer dat zeven op de tien advocaten negatieve gevolgen ondervinden na een incident en dat een derde van de advocaten die behoefte had aan nazorg is niet tevreden hierover.</p> <p>Lees het hele rapport hier: <a data-udi="umb://media/6cb397ab86134533b946fc62a6fdbfbc" href="/media/4933/rapport_agressie-bedreiging-en-intimidatie-bij-advocaten-1.pdf" title="Rapport Agressie Bedreiging En Intimidatie Bij Advocaten (1)">Rapport Agressie, bedreiging en intimidatie bij advocaten </a></p>
23 september 2022
Toeslagenouders met buitenlandse afkomst vaker door Belastingdienst gecontroleerd
<p>Toegespitst op specifieke vormen van toezicht en handhaving zijn de verschillen groter. Bijvoorbeeld bij het risicoclassificatiemodel, op basis waarvan ouders geselecteerd werden voor nadere controle door een ambtenaar, werden er in 2014 mensen met een buitenlandse afkomst acht keer vaker geselecteerd voor nadere controle dan mensen met een Nederlandse afkomst. Ook kregen ouders met een buitenlandse achtergrond zeven keer vaker de kwalificatie ‘opzet/grove schuld’. Het vooronderzoek maakt deel uit van een nog lopende procedure waarin het College individuele klachten uit de periode 2014 tot 2018 afzonderlijk beoordeelt.</p> <h4>Bewijslast keert om</h4> <p>Al langer is duidelijk dat de harde fraudeaanpak van de Belastingdienst ouders vaak in grote (financiële) problemen bracht en ook dat er ouders onterecht als fraudeurs zijn aangemerkt. Op basis van het vooronderzoek constateert het College dat er genoeg aanwijzingen zijn om te vermoeden dat de toeslagenouders die bij het College een klacht hebben ingediend inderdaad zijn gediscrimineerd op grond van hun afkomst. Dit vermoeden heeft een belangrijke juridische consequentie: het betekent dat de ouders geen verder bewijs van discriminatie hoeven te leveren, maar dat het nu aan de Belastingdienst is om in al die individuele gevallen aan te tonen dat ze níet heeft gediscrimineerd.</p> <p> </p> <p><a rel="noopener" href="https://publicaties.mensenrechten.nl/publicatie/a356efac-8752-4843-a86c-665bb0a98667" target="_blank">Rapport Vooronderzoek naar de vermeende discriminerende effecten van de werkwijzen van de Belastingdienst/Toeslagen</a></p> <p> </p> <p>Bron: <a href="https://www.mensenrechten.nl/actueel/nieuws/2022/09/15/vooronderzoek-toont-aan-dat-toeslagenouders-met-buitenlandse-afkomst-vaker-door-belastingdienst-zijn-gecontroleerd">www.mensenrechten.nl</a></p>
23 september 2022
Raad van State over Miljoenennota: niet alles kan, en zeker niet tegelijkertijd
<p>De Miljoenennota 2023 verschijnt in een periode waarin hoge inflatie en grote onzekerheden het economische beeld bepalen. Tegelijkertijd blijft de economie dit jaar fors groeien. Hoewel de overheidsfinanciën ondertussen nog steeds een gunstig beeld vertonen, voldoet de Miljoenennota niet geheel aan de nationale en Europese begrotingsregels.</p> <h4>Nieuw begrotingsproces</h4> <p>Het kabinet heeft het begrotingsproces aangepast en is dit jaar gestart met een meerjarige Voorjaarsnota. In augustus heeft het kabinet in een heel korte tijd besloten tot een zeer omvangrijk pakket om de koopkracht te ondersteunen. Hierdoor zijn de gevolgen van de gemaakte keuzes slecht te overzien, terwijl het nieuwe begrotingsproces juist meer rust moet brengen en de integrale besluitvorming moet bevorderen. Het haastige proces in augustus staat niet alleen een zorgvuldige besluitvorming over andere onderwerpen, zoals de vermogensverdeling, in de weg, maar brengt ook de uitvoerbaarheid van maatregelen voor burgers en bedrijven niet dichterbij. Het advies aan het kabinet en de beide Kamers is dan ook om zich te houden aan de procedureafspraken die horen bij de Voorjaarsnota-nieuwe stijl.</p> <h4>Analyse sociaaleconomische structuur</h4> <p>Op de langere termijn zorgen vergrijzing en de klimaat- en energiecrisis voor een minder gunstige ontwikkeling van de overheidsfinanciën. Deze analyse zou onderdeel moeten zijn van het hervormingsprogramma dat het kabinet jaarlijks in het voorjaar opstelt. Zo’n analyse heeft als doel om tot integraal afgewogen keuzes en prioritering te komen en daarmee het handelings- en oplossingsvermogen van het kabinet en het parlement te helpen. Dat lijkt meer dan ooit nodig, want: niet alles kan, en zeker niet tegelijkertijd. Dit is dagelijks te zien in vastgelopen uitvoeringsorganisaties.</p> <h4>Historisch krappe arbeidsmarkt</h4> <p>Dat niet alles kan, komt ook door de historisch krappe arbeidsmarkt die aanzienlijke economische en maatschappelijke gevolgen heeft. Het kabinet zet stappen om de krapte aan te pakken, maar volgens de Afdeling advisering kan het kabinet met de knelpunten voortvarender aan de slag. Het kabinet kan onder meer bijdragen aan een oplossing door werknemers te stimuleren meer uren te werken. Overheid én werkgevers spelen hierin samen een rol. Ze hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het arbeidsmarktprobleem aan te pakken.</p> <h4><strong>Onvolledige naleving van de nationale en Europese begrotingsregels</strong></h4> <p>Het kabinet stelde al in de Voorjaarsnota 2022 dat de grens was bereikt van wat het acceptabel acht om uit te geven en dat nieuw beleid met gevolgen voor de begroting in beginsel gedekt moet zijn. Het beleidspakket uit de Miljoenennota 2023 leidt echter wederom tot verdere ongedekte intensiveringen op de korte termijn. Ook aan de Europese begrotingsregels wordt niet volledig voldaan. De Miljoenennota 2023 voldoet niet aan de eisen van de zogenoemde preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact. Hoewel dit niet direct tot consequenties leidt en niet op korte termijn tot zorgen over de financierbaarheid van de Nederlandse overheidsschuld aanleiding geeft, draagt dit niet bij aan een ordelijk begrotingsbeleid.</p> <h4>Positieve ontwikkelingen</h4> <p>De Afdeling advisering benoemt ook enkele positieve ontwikkelingen in haar rapportage. Het is goed dat het kabinet in de Miljoenennota 2023 zowel ingaat op de financiële houdbaarheid als de houdbaarheid van de overheidsfinanciën voor toekomstige generaties. Ook heeft het kabinet verdere stappen gezet in het verankeren van brede welvaart in de begrotingscyclus en de transparante weergave in de Miljoenennota van begrotingsrelevante onderwerpen, wat de Afdeling advisering eerder bepleitte.</p> <p> </p> <p><a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/publish/library/29/w06_22_0143_advies.pdf" target="_blank">Advies en rapportage Miljoenennota 2023</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@133001/advies-miljoenennota-2023-en-obt-2022/" target="_blank">www.raadvanstate.nl</a></p>
22 september 2022
Justitiebegroting Prinsjesdag 2023
<h4>Toegang tot het recht voor iedereen</h4> <p>Toegang tot het recht houdt in dat mensen toegang hebben tot informatie, advies, begeleiding bij het oplossen van een geschil, rechtsbijstand en de mogelijkheid van een beslissing door een neutrale instantie. Ook in het digitale tijdperk. Toegang tot het recht is een voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat. Daarom wil het kabinet de toegang tot het recht versterken, o.a. door de griffierechten te verlagen voor burgers en het midden- en kleinbedrijf, en door het voortzetten van de herziening van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand.</p> <p>Daarnaast wil het kabinet ook juridische procedures van de overheid tegen burgers beperken en de sociale advocatuur versterken. Ook zet het kabinet in op maatschappelijk effectieve rechtspraak, laagdrempelige alternatieve geschillenbeslechting en herstelrecht. De pilotfase van het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand is in 2022 afgerond. Centraal daarin stonden de contouren van het nieuwe stelsel en de rollen daarbinnen. In 2023 start de fase van implementatie en borging.</p> <h4>Een nieuw Wetboek van Strafvordering (WvSv) in 2026</h4> <p>Het WvSv is een belangrijke pijler onder onze rechtsstaat. Het geeft de overheid de bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden en waarborgt de grond- en mensenrechten. Het huidige wetboek van bijna 100 jaar oud is toe aan vernieuwing. Het nieuwe wetboek, nu nog in concept, moet ervoor zorgen dat het strafprocesrecht weer in een overzichtelijke regeling wordt neergelegd, met waarborgen voor slachtoffers, getuigen en verdachten. Het ministerie verwacht dat het nieuwe wetboek zal bijdragen aan de slagvaardigheid van de opsporing, door middel van moderne bevoegdheden voor de opsporing van criminaliteit. Door middel van een techniekonafhankelijke regeling van het strafprocesrecht zou het nieuwe wetboek ook klaar moeten voor de digitalisering van de strafrechtspleging. Het nieuwe WvSv is een belangrijke prioriteit van het kabinet en voor de invoering daarvan zijn daarom de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld. In 2023 wordt verder gewerkt aan het wetgevingsproject en aan de voorbereiding van de implementatie van het nieuwe wetboek.</p> <h4>Een sterke ‘digitale rechtsstaat’</h4> <p>In 2023 wordt de Autoriteit Persoonsgegevens geëvalueerd en wordt gestreefd naar afronding van het wetsvoorstel Verzamelwet gegevensverwerking, dat onder andere de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) op enkele punten wijzigt. Ook zal het ministerie een strategische visie op internationale gegevensstromen initiëren. Daarnaast zal – in aanloop naar de tweede evaluatie van de AVG in 2024 – een Nederlandse visie op het gegevensbeschermingsrecht worden geformuleerd. Daarbij zal er speciaal aandacht zijn voor effectief toezicht, rechten van minderjarigen en technologische ontwikkelingen. In 2023 wordt voort het digitaliseringstraject van de strafrechtketen afgerond. Het project ‘Digitaal procesdossier’, waarmee processen-verbaal digitaal worden verwerkt, zal dan in heel Nederland worden gebruikt. Verder worden drie multimediavoorzieningen voor politie, openbaar ministerie (OM) en Rechtspraak gerealiseerd. Daarmee is dan voor alle partijen binnen de keten alle beeld- en audiomateriaal beschikbaar dat relevant is voor het procesdossier.</p> <h4>Cybercrime: versterkte aanpak en bewustwording</h4> <p>Uit de Veiligheidsmonitor 2021 blijkt dat cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit vrijwel net zo vaak slachtoffers maken als traditionele criminaliteit. Daarom investeert het OM in de aanpak van cybercrime en versterkt het de opsporingscapaciteit in het digitale domein. En om cybercrime te voorkomen door de bewustwording bij potentiële slachtoffers te versterken, trekken de ministeries van BZK, JenV en EZK gezamenlijk op.</p> <h4>Samen tegen mensenhandel</h4> <p>Om het programma ‘Samen tegen mensenhandel’ te versterken heeft het kabinet € 2 mln. structureel ter beschikking gesteld. Dit programma start op 1 januari 2023. Samen met SZW wordt artikel 273f Sr gemoderniseerd. Daarin staat de strafbaarstelling van mensenhandel.</p> <h4>Seksuele misdrijven aanpakken: wetgeving en menskracht</h4> <p>In 2023 wordt de inwerkingtreding van de wet seksuele misdrijven (2024) verder voorbereid. Het wetgevingstraject en de parlementaire behandeling worden gecontinueerd, evenals het implementatietraject dat JenV coördineert. Daarnaast gaat de politie verder met het uitbreiden van haar capaciteit hiervoor. Zij investeert in extra capaciteit voor de zedenpolitie, in (medisch) forensisch onderzoek en in de opleiding tot zedenrechercheur. Ook richt zij zich op de implementatie van het wetsvoorstel seksuele misdrijven.</p> <h4>Recht doen aan slachtoffers</h4> <p>Het hoofddoel van de ‘Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2022-2025’ is het borgen van slachtofferrechten in de praktijk. Zo wordt in 2023 gewerkt aan de (verdere) implementatie van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS). Hiermee wordt onder andere het spreekrecht uitgebreid naar stief- en pleegfamilie en wordt een spreekrecht geïntroduceerd bij tbs- en pij-verlengingszittingen om de beschermingsbehoefte toe te lichten.</p> <h4>Brede aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit</h4> <p>De aanpak van deze vorm van criminaliteit zal verder worden uitgebouwd, verbreed en versterkt. Daarbij worden vier beleidsprioriteiten genoemd in de begrotingstoelichting: 1) voorkomen, 2) doorbreken van criminele netwerken en verdienmodellen, 3) bestraffen en 4) beschermen. De preventieaanpak richt zich op de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit én de jeugdcriminaliteit. Het doorbreken moet vaker bereikt worden door vaker samen te werken met andere landen, om te voorkomen dat drugssmokkel zich verplaatst en te leren van ervaringen met misdaadbestrijding elders. Ook worden criminele geldstromen aangepakt. Verder wordt er geinvesteerd in de hele strafrechtketen - van politie en Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) tot gevangeniswezen en reclassering en in het weerbaarder maken van lokaal bestuur, rechters, officieren van justitie en advocaten.</p> <h4>Migratie, nationaliteit en grenstoezicht</h4> <p>Met reguliere migratie leveren we een bijdrage aan de Nederlandse samenleving, zowel nu als in de toekomst. Nederland maakt zich sterk om aantrekkelijk te blijven voor hooggekwalificeerde kennismigratie en innovatieve ondernemingen. Het kabinet zet in op brede migratiepartnerschappen met derde landen. Het coalitieakkoord spreekt van een rechtvaardig, humaan en effectief asiel[1]en migratiebeleid. De inzet daartoe stoelt op twee pijlers: verbeteren en versterken van legale migratie enerzijds en anderzijds het beperken van irreguliere migratie, het bestrijden van overlast en misbruik en het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf. Hiermee probeert het kabinet het draagvlak voor migratie te vergroten.</p> <p>Het lukt al langere tijd niet om voldoende (structurele en duurzame) asielopvang te realiseren. Hierdoor is de situatie, in het bijzonder in het aanmeldcentrum in Ter Apel, onhoudbaar geworden. Inmiddels zijn er afspraken gemaakt tussen VNG, Veiligheidsberaad, IPO en Rijk. Om op de langere termijn tot een stabiel, wendbaar en duurzaam stelsel van asielopvang te komen wordt gewerkt aan een wettelijke taak voor gemeenten om asielopvang mogelijk te maken. Worden verdere maatregelen genomen die de financiering van de ketenpartners stabieler moet maken en daarmee toekomstbestendiger. Mensen die nietrechtmatig in Nederland mogen blijven, moeten terugkeren naar het land van herkomst. Hiervoor worden ook in 2023 maatregelen ingezet. Ondanks vele onzekerheden rondom de toestroom van Oekraïense ontheemden, zet het kabinet zich ook in 2023 in om samen met anderen deze groep op te vangen en voorzieningen te bieden, passend bij hun behoefte én de onzekerheid van de duur van hun verblijf.</p> <h4>Verdere prioriteiten</h4> <p>Verder ziet de beleidsprioriteit van Preventie met name op de preventie van jeugdcriminaliteit, op de aanpak met personen met verward gedrag en de re-integratie van gedetineerden. Onder de noemer ‘Nationale veiligheid’ zal in 2023 de in 2022 tot stand gekomen ‘Rijksbrede Veiligheidsstrategie’ worden geïmplementeerd. Ook wordt wat betreft crisisbeheersing verder gewerkt naar een robuust en landelijk dekkend stelsel, o.a. met programma ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’. Cybersecurity, vitale belangen en economische veiligheid en toekomstbestendig bewaken en beveiligen zijn verdere aandachtspunten binnen de beleidsprioriteit Nationale veiligheid. Tot slot worden de beleidsprioriteiten Radicalisering, terrorisme en gewelddadig extremisme, Politie (‘basis op orde, goed toegerust en klaar voor de toekomst’) en Jeugd benadrukt. Verwezen wordt naar de begroting en de toelichting zelf.</p> <p>In de beleidsagenda is verder een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, een overzicht met de meerjarige planning voor de strategische evaluaties en een overzicht van de risicoregelingen die vallen onder het Ministerie van JenV.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/09/20/investeren-in-de-aanpak-van-misdaad-en-toegang-tot-het-recht" target="_blank">www.rijksoverheid.nl</a> en <a rel="noopener" href="https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/begrotingen/2022/09/20/vi-justitie-en-veiligheid-rijksbegroting-2023/6-justitie-en-veiligheid.pdf" target="_blank"><em>Kamerstukken</em> <em>II</em> 2022/23, 36 000 VI, nr. 2</a></p>
22 september 2022
Blog
Erkenning en tenuitvoer­legging ­buiten verordening en verdrag
In deze scriptie onderzoekt Robin Tess ­Bolland de mogelijkheid van een ­wijziging van het artikel en, meer specifiek, van de invoering van een exequaturmogelijkheid onder voorwaarden.
22 september 2022 Topscripties Redactie
Advies aan Hoge Raad: onjuiste beëdigingen moeten over, uitspraken hoeven niet vernietigd
<h4>Achtergrond</h4> <p>Op 19 juli 2022 bracht het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch naar buiten dat een aantal raadsheren(-plaatsvervangers) in de teams strafrecht en belastingrecht in dat hof niet op de juiste manier is beëdigd. Bij het afleggen van de ambtseed is niet de juiste tekst gebruikt. In plaats van het formulier dat is bestemd voor rechterlijke ambtenaren is het formulier dat is bestemd voor de beëdiging van gerechtsambtenaren gebruikt. Op 21 juli 2022 kondigde de PG aan cassatie in het belang der wet in te stellen om op korte termijn duidelijkheid te krijgen over de mogelijke gevolgen van het gebruik van de onjuiste tekst bij de beëdigingen.</p> <h4>Conclusie P-G</h4> <p>Het gebruik van de onjuiste tekst bij de beëdigingen hoeft volgens de P-G niet te leiden tot vernietiging van uitspraken in zaken die door deze raadsheren (mee) zijn behandeld en beslist. Daarbij vindt hij het volgende van belang.</p> <ul> <li>Er heeft een zitting plaatsgevonden die tot doel had de betrokken raadsheren(-plaatsvervangers) te beëdigen.</li> <li>De betrokkenen hebben een eed/belofte afgelegd die ertoe strekte dat zij daarmee zouden voldoen aan de voor de rechterlijk ambtenaren geldende verplichte eed-/belofteaflegging.</li> <li>De betrokkenen hebben verklaard dat tot het verkrijgen van het ambt niets ontoelaatbaars is gedaan.</li> <li>Voor het overige bestaat de eed/belofte in essentie uit een verklaring van trouw aan de Koning en het eerbiedigen van de Grondwet en alle overige wetten en dat de betrokkene zich zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Dit laatste moet in deze gevallen worden ingekleurd aan de hand van waarden en normen die gelden voor rechterlijke ambtenaren, waaronder het onpartijdig, zonder aanzien van personen, oordelen. Deze waarden en normen zijn opgenomen in diverse wetten, verdragen en (gedrags)codes.</li> </ul> <p>Gelet op dit alles brengt het niet woordelijk volgen van de in de wet bedoelde eedformule volgens de P-G niet mee dat de betrokken raadsheren(-plaatsvervangers) niet kunnen worden aangemerkt als een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. Daarom kan ook niet worden gezegd dat hun beslissingen niet met het wettelijk vereiste aantal raadsheren zijn genomen en kunnen uitspraken die (mede) door deze raadsheren(-plaatsvervangers) zijn gedaan wat de P-G betreft in stand blijven. Wel wijst de P-G erop dat de beëdiging van rechterlijk ambtenaren op de wettelijk voorgeschreven wijze een rechtsstatelijke waarborg is die moet worden gekoesterd. Hij vindt dat hernieuwde beëdigingen daarom zijn aangewezen in de gevallen waarin niet de in de wet bedoelde eedformule is gebruikt.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="http://www.hogeraad.nl" target="_blank">www.hogeraad.nl</a></p>
16 september 2022
WODC: Breed draagvlak voor behoud digitale zittingen in de rechtspraak
<h4>Alleen voor noodsituaties</h4> <p>Professionals vinden dat sommige tijdelijke voorzieningen niet het nieuwe normaal moeten worden, maar bij een crisis wel voorhanden moeten zijn. Zo biedt de reguliere werkwijze van een aantal voorzieningen meer voordelen dan de crisiswetgeving. Bijvoorbeeld de notaris die in persoon beter de aan het ambt verbonden plichten kan waarmaken dan bij het op afstand passeren van een hypotheekakte. En bij deurwaarders zorgt het contact bij de persoonlijke uitreiking van een dagvaarding in sommige gevallen voor een alternatieve oplossing; een mogelijkheid die ze missen bij de coronabetekening. Wel zou de wetgeving in geval van een crisis (weer) voorhanden moeten zijn, vinden de geïnterviewde professionals. Dat kan door bij een volgende crisis weer snel tijdelijke wetgeving in te voeren. Maar ook door permanente wetgeving voor uitzonderingssituaties te maken. Als aandachtspunt geldt dat precies moet worden gedefinieerd wat een ‘noodsituatie’ is.</p> <h4>Breed draagvlak voor mondelinge digitale behandeling</h4> <p>Daarnaast zijn er voorzieningen waarvoor draagvlak bestaat om die permanent te behouden. Dat is de mogelijkheid tot mondelinge digitale behandeling in civiele, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures. Dat geldt ook voor de mondelinge digitale behandeling in tuchtrechtelijke procedures en het op afstand horen van gedetineerden in beklag- en beroepsprocedures.</p> <p>In algemene zin is de ervaring van betrokkenen dat een digitale zitting beperkingen oplevert ten aanzien van de non-verbale communicatie en dat mogelijk ‘contextuele’ informatie wordt gemist (zoals hoe procesdeelnemers op elkaar reageren). Ook wordt gewezen op beperkingen ten aanzien van de beeld- en geluidskwaliteit. Onder gesprekspartners bestaat een breed draagvlak voor het behouden van de mogelijkheid om digitale/hybride zittingen te organiseren in bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures. De meeste gesprekspartners menen daarbij dat het uitgangspunt moet blijven dat zittingen fysiek plaatsvinden. Afhankelijk van de aard en omstandigheden van de zaak en de wens van procespartijen kan het houden van digitale zittingen meerwaarde hebben. De beoordeling of in een zaak een digitale/hybride zitting al dan niet passend is, zou volgens vrijwel alle geïnterviewden moeten liggen binnen het rechterlijk domein. Een instemmingsrecht van procesdeelnemers wordt daarbij niet noodzakelijk geacht. Wel zouden procespartijen zoveel mogelijk in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun wens kenbaar te maken. Voor strafrechtelijke procedures (en vreemdelingenbewaringzaken) geldt dat al een wettelijke regeling bestaat die voorziet in de mogelijkheid om personen per videoverbinding te horen, verhoren of te ondervragen in elke strafprocesfase. Uit de interviews volgt dat de meeste gesprekspartners vinden dat de tijdelijke mogelijkheid om personen per telefonische verbinding te horen of verhoren behouden moet blijven, maar enkel in gevallen waar het niet mogelijk is om een persoon fysiek of per videoverbinding te horen of verhoren. Daarbij vormt het voldoende kunnen identificeren van de te horen of verhoren persoon een bijzonder aandachtspunt.</p> <p>Verder komt uit de gesprekken het beeld naar voren dat bij strafzaken (nog) terughoudender zou moeten worden omgegaan met de toepassing van digitale middelen tijdens zittingen dan in bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures.</p> <h4>Randvoorwaarden en ­aandachtspunten</h4> <p>Met het oog op het houden van digitale zittingen in bestuursrechtelijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures zijn er verschillende aandachtspunten/randvoorwaarden die (al dan niet door middel van regelgeving) gewaarborgd moeten worden:<br />- kwaliteit van beeld en geluid en voldoende technische en logistieke voorzieningen;<br />- voldoende administratieve, tech­nische en logistieke ondersteuning tijdens zittingen;<br />- digitale vaardigheid van procesdeelnemers en de beschikking over technische middelen om deel te nemen aan een digitale zitting;<br />- decorum;<br />- gelijkwaardigheid procesdeel­nemers (equality of arms);<br />- borging verdedigingsbeginsel en het faciliteren van vertrouwelijk ­contact tussen advocaat en cliënt;<br />- borging contact tussen rechter en rechtzoekende;<br />- de openbaarheid c.q. beslotenheid van de zitting.</p> <p> </p> <p><a href="https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3201">Onderzoek Ervaringen met elementen uit de tijdelijke COVID-19-wetgeving Justitie en Veiligheid</a></p> <p> </p> <p>Bron: <a href="https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2022/09/14/breed-draagvlak-voor-behoud-digitale-zittingen-in-de-rechtspraak">www.wodc.nl</a></p> <p> </p>
16 september 2022