Artikelen van Redactie

PG Hoge Raad: procesafspraken in strafzaken onder voorwaarden toelaatbaar
<h4 id="hd13442b4-df4d-499e-899f-4314c1627f81"><strong>Achtergrond</strong></h4> <p>In 2019 kondigde het OM aan strafzaken sneller te willen afhandelen door procesafspraken te maken met de verdediging. Voor het maken van procesafspraken bestaat geen specifieke wettelijke regeling. Daarom is het onduidelijk of en, zo ja, onder welke voorwaarden het maken van procesafspraken toelaatbaar is. Door het instellen van een vordering tot cassatie in het belang der wet kan op korte termijn hierover meer duidelijkheid worden verkregen.</p> <h4 id="hcf187ea2-4077-4ca6-a2d3-f21443eab4a4"><strong>Advies PG</strong></h4> <p>Dat een specifieke wettelijke regeling voor procesafspraken ontbreekt, wil volgens de PG niet zeggen dat de wet geen ruimte laat voor procesafspraken in strafzaken. Wel is terughoudendheid geboden. De introductie van procesafspraken vraagt fundamentele afwegingen en keuzes over de inrichting en structuur van het strafproces en de rolverdeling tussen de procesdeelnemers. Daarom vindt de PG dat de wetgever niet afzijdig kan blijven.</p> <p>Zolang een specifieke wettelijke regeling ontbreekt zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of de behandeling van de zaak waarin procesafspraken zijn gemaakt in overeenstemming is met de eisen van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM, het systeem van de wet en beginselen van een behoorlijke procesorde. De PG geeft geen algemeen toetsingskader omdat hij vindt dat dat aan de wetgever is, maar formuleert in zijn vordering wel bepaalde randvoorwaarden.</p> <p>Samengevat houden de randvoorwaarden volgens de PG in:</p> <ul> <li><span class="li-content">Procesafspraken moeten kunnen bijdragen aan verkorting van de procedure en/of aan de effectiviteit en kwaliteit van de afdoening.</span></li> <li><span class="li-content">De rechter moet kunnen toetsen of de afspraken op een eerlijke wijze tot stand zijn gekomen. Door schriftelijke vastlegging van de afspraken, verslaglegging van voorbereidende besprekingen en voeging daarvan in het strafdossier zal de rechter in staat moeten worden gesteld de totstandkoming van de afspraken te toetsen.</span></li> <li><span class="li-content">Procesafspraken kunnen slechts tot stand komen op basis van vrijwilligheid en als de verdachte wordt bijgestaan door een raadsman. Aanwezigheid van de verdachte op de zitting is in de regel wenselijk om de rechter in staat te stellen de totstandkoming van de afspraken te kunnen toetsen.</span></li> <li><span class="li-content">Het belang van de externe openbaarheid vraagt om een openbare zitting waarop de procesafspraken aan de orde worden gesteld.</span></li> <li><span class="li-content">De rechter blijft verantwoordelijk voor de beoordeling van de zaak. Het beslissingsmodel in het Wetboek van Strafvordering vereist dat de rechter in strikte volgorde een aantal vragen moet beantwoorden om tot een uitspraak te komen. Daaraan kunnen procesafspraken niet afdoen.</span></li> <li><span class="li-content">De rechter zal de vraag of het ten laste gelegde feit bewezen is dus zelf moeten beantwoorden en motiveren, ook al zijn het OM en de verdediging het hierover eens. Ook de vragen of de bewezenverklaring onder een wettelijke delictsomschrijving valt en of de verdachte strafbaar is zal de rechter zelf moeten beantwoorden.</span></li> <li><span class="li-content">De rechter kan toetsen of een in een procesafspraak voorgestelde straf of maatregel passend is. Daarbij kan met de proceshouding van de verdachte rekening worden gehouden, dus ook met zijn medewerking aan de procesafspraken.</span></li> <li><span class="li-content">Bij het maken van procesafspraken zullen belangen van het slachtoffer moeten worden meegewogen. Het slachtoffer heeft onder meer recht op informatie en een correcte bejegening. Een voorstel tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel en/of het toewijzen van de vordering van de benadeelde partij kan onderdeel uitmaken van de procesafspraken. De rechter moet toetsen of de afspraken voldoende recht doen aan de belangen van het slachtoffer.</span></li> </ul> <p>Niet alle afspraken zijn toelaatbaar. Volgens de PG is in het huidige recht geen plaats voor onder meer afspraken over:</p> <ul> <li><span class="li-content">Bekentenissen.</span></li> <li><span class="li-content">De oplegging van ingrijpende vrijheidsbenemende maatregelen, zoals tbs.</span></li> <li><span class="li-content">Het niet instellen van een rechtsmiddel.</span></li> </ul> <p>De rechter is niet gebonden aan gemaakte procesafspraken die uitmonden in een afdoeningsvoorstel. Als de rechter het afdoeningsvoorstel niet volgt kan de rechter de zaak zonder heropening van de behandeling afdoen als er sprake is van een lichte afwijking die niet afdoet aan de essentie van het afdoeningsvoorstel. Als de rechter vindt dat aan de verdedigingsrechten van de verdachte of de procespositie van het OM tekort zou worden gedaan moet de behandeling wel worden heropend. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden (zoals de grond voor heropening) of het onderzoek door dezelfde rechters kan worden hervat.</p> <h4 id="hd08f6edc-01bc-445b-b725-1351529e8b15">Uitspraak Hoge Raad</h4> <p>De uitspraak van de Hoge Raad op de vordering cassatie in het belang der wet is voorlopig bepaald op 27 september 2022.</p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2022/juni/pg-hoge-raad-procesafspraken-strafzaken-voorwaarden-toelaatbaar/" target="_blank">hogeraad.nl</a></p>
24 juni 2022
Richtlijn voor sanctionering van schending van essentiële informatieplichten gewijzigd
<p><span>Het Europese Hof van Justitie heeft in het Tiketa-arrest bepaald dat de artikelen 6 en 8 van richtlijn 2011/83 er niet aan in de weg staan dat (een deel van) de verplichte precontractuele informatie alleen wordt verstrekt in de algemene voorwaarden. Wel moet dan aan de in het arrest weergegeven eisen worden voldaan. </span><span>Zo moeten de algemene voorwaarden beschikbaar zijn op de website van de handelaar (of tussenpersoon) en moet de consument op actieve wijze zijn goedkeuring aan die voorwaarden hebben verleend. Dit door het aanvinken van het daartoe bestemde vakje. Ook moet de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze geïnformeerd worden. Omdat de rechter moet kunnen beoordelen of aan deze eisen is voldaan, is de richtlijn aangepast. Dat betekent dat een papieren versie van de algemene voorwaarden als productie in het geding moet worden gebracht. Verder moet gesteld worden waar de betreffende precontractuele informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. </span></p> <p><span><a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-essentiele-informatieplichten.pdf" title="richtlijn-sanctiemodel-essentiele-informatieplichten.pdf">Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten<span class="rnl-file-properties"></span></a></span></p> <p><span>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Richtlijn-voor-sanctionering-van-schending-van-essentiele-informatieplichten-gewijzigd.aspx" target="_blank">www.rechtspraak.nl</a></span></p>
24 juni 2022
Asielopvang uit de crisis
<p>De crisisaanpak bij de opvang van asielzoekers gaat ten koste van de kwaliteit van de opvang en bezorgt asielzoekers een valse start. Ook zet die aanpak het maatschappelijk en politiek draagvlak voor de opvang voortdurend onder druk.</p> <p>Om uit de continue crisismodus te komen wordt de regering geadviseerd om gemeenten te verplichten asielzoekers op te vangen die grote kans hebben op een asielvergunning (de zgn. ‘kansrijke’ asielzoekers). Tegelijkertijd moet de Rijksoverheid gemeenten structureel de middelen maar ook de ruimte geven om dit naar eigen inzicht én met oog voor de sociale samenhang te kunnen doen.</p> <p>Telkens opnieuw wordt de eerstvolgende plotselinge toename van het aantal asielzoekers afgewacht, om vervolgens met ad-hocmaatregelen ‘de crisis’ te bezweren. Maar het is een crisis die gecreëerd en in stand gehouden wordt door een chronisch gebrek aan voorbereiding en een krampachtig vasthouden aan een financieringssystematiek en een bestuurlijke inrichting die niet werken.</p> <p>De huidige financiering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is gebaseerd op het aantal verwachte asielzoekers en het daadwerkelijke aantal in gebruik zijnde opvangplekken. Het aanhouden van buffercapaciteit wordt niet betaald. Het gevolg daarvan is dat beslis- en opvangcapaciteit voortdurend moet worden op- en afgeschaald. Dat kost veel geld en is niet efficiënt. De ACVZ en de ROB adviseren de financieringssystematiek in te richten op het noodzakelijke aantal beschikbare bedden inclusief buffers (lange termijn) in plaats van het aantal in gebruik zijnde bedden (korte termijn).</p> <p>Iedere asielzoeker heeft recht op opvang en begeleiding. In dit advies wordt gesteld dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor de begeleiding van asielzoekers in de eerste opvang. Alleen zal de IND sneller dan nu moeten kunnen beslissen of asielzoekers gerede kans maken op een asielvergunning. Is dat niet het geval, dan blijft het Rijk verantwoordelijk voor de opvang.</p> <p>Het volledige briefadvies is <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.adviescommissievoorvreemdelingenzaken.nl%2Fpublicaties%2Fpublicaties%2F2022%2F06%2F14%2Fasielopvang-uit-de-crisis&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Cf0cc77335b3644be520e08da4de41a50%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637907939985290033%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C2000%7C%7C%7C&amp;sdata=Scy2DD6b2VT%2FFK0K71lMoJjUwjMa%2BXh3XEGVVPTbiKI%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fwww.adviescommissievoorvreemdelingenzaken.nl%2Fpublicaties%2Fpublicaties%2F2022%2F06%2F14%2Fasielopvang-uit-de-crisis&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Cf0cc77335b3644be520e08da4de41a50%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637907939985290033%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C2000%7C%7C%7C&amp;sdata=Scy2DD6b2VT%2FFK0K71lMoJjUwjMa%2BXh3XEGVVPTbiKI%3D&amp;reserved=0">hier</a> te lezen.</p> <p> </p> <p><em>Bron: persbericht Adviesraad Migratie (ACVZ). </em></p>
24 juni 2022
Afdeling bestuursrechtspraak verduidelijkt 'Bahaddar beoordeling'
<h4>Arrest Bahaddar</h4> <p>De beoordeling of een nationale procedureregel wegens bijzondere omstandigheden opzij moet worden gezet, wordt de Bahaddar‑beoordeling genoemd. Die beoordeling komt voort uit het <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49916602%26url%3D302206%26signature%3DLsYJHQpVUUGPek02eCSv9big50c&amp;data=05%7C01%7Cnjb-nl%40wolterskluwer.com%7Ccf698e50489b481931ab08da54275497%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637914825153784467%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=hND%2BvbPIJ0vpIM6%2BULIs0GEhJv16%2BYcxO%2F9faek6bLI%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49916602%26url%3D302206%26signature%3DLsYJHQpVUUGPek02eCSv9big50c&amp;data=05%7C01%7Cnjb-nl%40wolterskluwer.com%7Ccf698e50489b481931ab08da54275497%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637914825153784467%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=hND%2BvbPIJ0vpIM6%2BULIs0GEhJv16%2BYcxO%2F9faek6bLI%3D&amp;reserved=0">arrest</a> van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998. Uit dat arrest volgt dat de bestuursrechter onder bijzondere omstandigheden een nationale procedureregel buiten toepassing moet laten om te voorkomen dat een vreemdeling wordt uitgezet naar een land waar hij wordt mishandeld of gemarteld.</p> <h4>Verduidelijking</h4> <p>De vraag wanneer de bestuursrechter moet beoordelen of zich ‘Bahaddar-omstandigheden’ voordoen in een bepaald geval en wanneer om die reden een nationale procedureregel niet moet worden toegepast, heeft verduidelijking nodig. In de uitspraak gaat de Afdeling bestuursrechtspraak daarom eerst in op het arrest van het Europese Hof en de nationale procedureregels en geeft zij een overzicht van haar rechtspraak over het buiten toepassing laten van een nationale procedureregel vanwege Bahaddar-omstandigheden</p> <h4>Achtergrond van de zaak</h4> <p>In de <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@131680/202101443-1-v2/" target="_blank">uitspraak</a> van 22 juni jl. gaat het om een vreemdeling die bij terugkeer naar Irak vreest voor problemen wegens zijn afvalligheid en atheïsme. Hij heeft zijn beroepsgronden tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag te laat ingediend bij de rechtbank. Normaal gesproken kijkt de rechtbank dan niet meer inhoudelijk naar de beroepsgronden en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Omdat de rechtbank echter “niet deugdelijk kon beoordelen” of de vreemdeling bij terugkeer naar Irak risico loopt op mishandeling of marteling, heeft zij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen daar nader onderzoek naar te doen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt met de uitspraak van vandaag dit oordeel van de rechtbank.</p> <h4>Toepassing van deze uitspraak</h4> <p>In een andere <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@131681/202200554-1-v2/" target="_blank">uitspraak</a> van dezelfde dag past de Afdeling bestuursrechtspraak deze uitspraak over het arrest Bahaddar meteen toe. Die uitspraak gaat over een vreemdeling uit Iran die in de procedure bij de rechtbank bedreigingen heeft overgelegd die zij via sociale media heeft ontvangen wegens haar seksuele gerichtheid en afvalligheid van de islam. De rechtbank heeft deze bedreigingen niet in haar oordeel betrokken. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak had de rechtbank dit wel moeten doen.</p> <p> </p> <p>Bron: persbericht Afdeling bestuursrecht van de Raad van State</p>
24 juni 2022
Pilot Reprimande geëvalueerd
<p>Op 1 oktober 2020 werd de landelijke Pilot Reprimande gestart, op initiatief van de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en Halt, en met betrokkenheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Tijdens de pilot werd een nieuwe werkwijze gehanteerd voor op heterdaad aangehouden minderjarige <em>first offenders</em> van een licht feit. Die nieuwe werkwijze houdt in dat deze aangehouden minderjarigen niet langer worden overgebracht naar het politiebureau om daar te worden voorgeleid aan de hulpofficier van justitie (hOvJ), maar dat dit ter plaatse telefonisch gebeurt. Als de hOvj vindt dat de minderjarige in aanmerking komt voor een reprimande, wordt deze in vrijheid gesteld en zal kort daarna een reprimandegesprek plaatsvinden, waarbij ook de ouders worden betrokken. De Pilot zou aanvankelijk een jaar duren, tot 1 oktober 2021, maar is tussentijds verlengd tot het moment van besluitvorming op basis van de resultaten uit dit onderzoek. De Erasmus School of Law heeft deze pilot in opdracht van het WODC geëvalueerd aan de hand van een onderzoek naar de opzet, uitvoering, doelbereik en neveneffecten van de pilot. Het rapport bevat de evaluatie van deze nieuwe werkwijze op basis waarvan zal worden besloten over de voortzetting daarvan.</p> <h4>De beoogde doelen en realisatie ervan</h4> <p><em>Het voorkomen van een nodeloos gejuridificeerd proces met insluiting op het politiebureau</em><span> </span>is één van de pilotdoelen. Uit de evaluatie blijkt dat betrokken partijen het creëren van ruimte buiten het strafproces om – zonder onnodige insluiting op het politiebureau – als belangrijke meerwaarde van de pilot zien. Toch blijkt uit de landelijke cijfers dat 11% van de minderjarigen in reprimandezaken nog op het politiebureau is opgehouden. Een ander pilotdoel –<span> </span><em>het bieden van een helder kader voor een landelijk eenduidige werkwijze</em><span> </span>– is volgens de onderzoekers ook nog niet volledig gerealiseerd. In de praktijk worden verschillende interpretaties gegeven aan de nieuwe werkwijze, varieert de bekendheid met de pilot en zijn afspraken over hoe reprimandes te registreren nog niet voor iedereen even helder.</p> <p>Het derde pilotdoel is<span> </span><em>het voorzien in een proportionele en pedagogische afhandeling buiten het strafrecht</em>. Hiervoor wordt het reprimandegesprek in aanwezigheid van de ouders als een belangrijk pedagogisch instrument gezien. Om daar goed invulling aan te geven zou dit wel gepaard moeten gaan met een herwaardering van het jeugdspecialisme bij de politie. Op basis van een internationale literatuurstudie concluderen de onderzoekers dat er veel aanwijzingen zijn dat de toepassing van de reprimande (en vergelijkbare interventies) tot minder geregistreerde recidive leidt dan traditionele afdoeningen via het (jeugd)strafrecht. Bij een juiste uitvoering van de interventie zijn er daarom positieve verwachtingen met betrekking tot het vierde pilotdoel,<span> </span><em>h</em><em>et bieden van een passende en effectieve reactie ter voorkoming van recidive</em>.</p> <h4>Reactie minister</h4> <p>De Minister van JenV heeft op het rapport en elke aanbeveling daarvan gereageerd in zijn <a rel="noopener" href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2022D21822&amp;id=2022Z10622" target="_blank" data-anchor="?did=2022D21822&amp;id=2022Z10622">brief</a> van 30 mei 2022. Hij zal samen met de politie, het openbaar ministerie, Halt en de advocatuur aan de slag met de aanbevelingen uit dit rapport. Wanneer de werkwijze en de doelgroep zijn aangescherpt wordt de pilotfase beëindigd en de politiereprimande voor minderjarigen landelijk uitgerold. Tot dan toe blijft de werkwijze uit de pilot standaardpraktijk. Als er specifieke elementen zijn die al eerder kunnen worden doorgevoerd en die bijdragen aan het doel van de werkwijze en de werkbaarheid daarvan voor de politie dan behoort gefaseerde uitrol tot de mogelijkheden. Met de landelijke uitrol zal de RAPP-app, een registratiesysteem van de politie voor digitale afhandeling van de reprimande bij meerderjarigen, ook worden ingezet voor minderjarigen. Naar verwachting zal dit de kwaliteit van de zaaksregistratie ook ten goede komen. Om daarnaast goed zicht te houden op de ontwikkeling van de toepassing van de reprimande in het algemeen heeft de minister het WODC gevraagd om de reprimande mee te nemen in de Monitor Jeugdcriminaliteit.</p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2022/05/30/pilot-reprimande-biedt-nieuwe-werkwijze-bij-minderjarige-overtreders" target="_blank">wodc.nl</a> en <a rel="noopener" href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z10622&amp;did=2022D21822" target="_blank" data-anchor="?id=2022Z10622&amp;did=2022D21822">tweedekamer.nl</a></p> <p> </p>
24 juni 2022
Landelijk toezichthouder advocatuur
<p>Onder meer de ontwikkelingen op het gebied van georganiseerde criminaliteit en de impact van incidenten maken het noodzakelijk het toezicht op de advocatuur opnieuw en in dat licht te bezien. Uitgangspunt voor de minister is dat het toezicht op de advocatuur onafhankelijk, transparant, uniform, preventief en effectief is. De komst van de landelijk toezichthouder op de advocatuur (hierna: LTA) moet hier in grote mate aan bijdragen. Over de inrichting van de LTA hebben zoals de afgelopen periode gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de algemene raad, de dekens en het college van toezicht.</p> <h4>Niet bij de lokale deken</h4> <p>De lokaal deken heeft nu veel verschillende taken en rollen. Deze verschillende taken en rollen kunnen elkaar versterken, maar kunnen ook tegenstrijdig zijn met elkaar. Het combineren van die verschillende taken en rollen kan in toenemende mate steeds lastiger worden en tot bezorgdheid leiden over de schijn van belangenverstrengeling.</p> <p>Mede gelet op die zorg en er van uitgaande dat alle betrokkenen in het toezicht moeten opereren met duidelijk afgebakende taken, rollen en bevoegdheden en gegeven de veranderingen in de maatschappij, het belang van een onafhankelijke advocatuur, het vertrouwen binnen en in de advocatuur kiest de minister ervoor de toezichthoudende taak (zie artikel 45a van de Advocatenwet) primair te beleggen bij de LTA. Daarbij beraad hij zich nog op de vraag of bij de toekomstige inrichting van het toezicht onder verantwoordelijkheid van de LTA er bij de uitvoering van dat toezicht nog een rol is weggelegd voor de lokaal deken.</p> <h4>Organisatie</h4> <p>Het toezicht op de advocatuur blijft, gelet op de onafhankelijke rol en positie van advocaten ten opzichte van de Staat, binnen de beroepsgroep zelf georganiseerd. De LTA wordt verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving door advocaten van het bepaalde bij of krachtens de Advocatenwet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft), de Sanctieregelgeving, toekomstige wetgeving zoals bijvoorbeeld de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening  en speelt een belangrijke rol bij de aanpak van ondermijning in relatie tot de advocatuur.</p> <p>De LTA zal worden bestuurd door ten minste drie advocaten, niet zijnde de lokaal deken. Deze advocaten hebben geen andere taken en houden zich uitsluitend met het toezicht bezig. Zij zullen om die reden ook worden vrijgesteld van de verplichting om duurzaam en stelselmatig kantoor te houden. De LTA krijgt voldoende instrumenten in handen om het toezicht uit te kunnen oefenen, zoals de bevoegdheid om bij overtreding van bepaalde voorschriften bestuurlijke maatregelen als de boete of last onder dwangsom op te leggen en hebben de toezichthouders de bevoegdheden van titel 5.2 Awb. Daarnaast krijgt de LTA de bevoegdheid om zelfstandig een tuchtklacht in te dienen bij de raad van discipline. Ook krijgt de LTA de bevoegdheid om verzoeken tot een ordemaatregel, zoals een spoedshalve schorsing of voorlopige voorziening, bij de raad van discipline in te dienen. De LTA krijgt de bevoegdheid om extra toezichthouders aan te wijzen. Net als nu wordt geregeld dat advocaten zich ten opzichte van de toezichthouders niet kunnen beroepen op hun wettelijke geheimhoudingsplicht en dat deze toezichthouders vervolgens beschikken over een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht (vergelijk artikel 45a, tweede lid van de Advocatenwet). Op die manier blijft de vertrouwelijkheid van cliëntinformatie gewaarborgd.</p> <p>Over enkele verschillende onderdelen is de minister nog in gesprek met de NOvA. Over de verdere inrichting en het vervolgproces wordt de Kamer na de zomer geïnformeerd.</p> <p><em>Bron: brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 13 </em></p>
16 juni 2022
HvJ EU: onderdanen VK hebben EU-burgerschap en daarmee gepaard gaand kiesrecht verloren
<p>Een vrouw die de nationaliteit van het Verenigd Koninkrijk bezit, woont sinds 1984 in Frankrijk. Zij is uit het Franse kiesregister geschrapt als gevolg van de inwerkingtreding op 1 februari 2020 van het Terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Daardoor heeft zij niet kunnen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen die op 15 maart 2020 in Frankrijk plaatsvonden. Zij heeft de burgemeester van de gemeente waar zij in Frankrijk woont verzocht om opnieuw te worden ingeschreven op de kieslijst voor niet-Franse burgers van de Europese Unie. Dat verzoek is afgewezen waarop tegen deze afwijzing beroep is ingesteld bij de Franse rechter. Die rechter stelde vast dat door de inwerkingtreding van het Terugtrekkingsakkoord betrokkene haar kiesrechten in Frankrijk heeft verloren. Daarnaast heeft zij – vanwege het feit dat zij langer dan vijftien jaar buiten het VK heeft verbleven – haar recht verloren om deel te nemen aan de verkiezingen in het VK. Deze rechter is van oordeel dat de toepassing van de bepalingen van het Terugtrekkingsakkoord in dit geval een onevenredige inbreuk vormt op het fundamentele stemrecht van betrokkene. De Franse rechter heeft daarom een aantal vragen gesteld aan het EU-Hof. In de eerste plaats wil de rechter van het EU-Hof weten of onderdanen van het Verenigd Koninkrijk nog steeds EU-burgers zijn en de voordelen van die status, waaronder het kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf, blijven genieten. Indien dat niet het geval is, verzoekt de rechter het EU-Hof om de geldigheid van Besluit 2020/135, dat betrekking heeft op de sluiting namens de EU van het Terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk te beoordelen, <br />in het licht van het evenredigheidsbeginsel.</p> <h4>Arrest</h4> <p>Het Hof brengt in de eerste plaats in herinnering dat voor het EU-burgerschap het bezit van de nationaliteit van een EU-lidstaat is vereist (artikel 9 EU-Verdrag en artikel 20, lid 1, EU-Werkingsverdrag). Volgens het Hof bestaat er een onverbrekelijk en exclusief verband tussen het bezit van de nationaliteit van een EU-lidstaat en de verkrijging en het behoud van de hoedanigheid van EU-burger. Een persoon kan daarom niet de hoedanigheid van EU-burger en de daaraan verbonden rechten behouden wanneer hij na de terugtrekking van zijn staat van herkomst uit de EU niet langer de nationaliteit van een EU-lidstaat bezit.</p> <p>Wat in de tweede plaats de gevolgen van de terugtrekking van het VK uit de EU voor de onderdanen van het VK betreft, brengt het Hof in herinnering dat het VK, door zijn soevereine beslissing om de EU te verlaten, niet langer een EU-lidstaat is en de onderdanen van het VK thans de nationaliteit hebben van een derde land. Aangezien de nationaliteit van een lidstaat een noodzakelijke voorwaarde is voor het behoud van het EU-burgerschap, leidt het verlies van de nationaliteit van een lidstaat dus automatisch tot het verlies van de status van EU-burger. De betrokken persoon heeft niet langer het actief en passief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar hij verblijft.</p> <p>Verder oordeelt het Hof dat het verlies van de status van EU-burger voor een onderdaan van het VK een automatisch gevolg is van het besluit van het Verenigd Koninkrijk in zijn soevereine hoedanigheid om zich uit de EU terug te trekken. Om die reden kan van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en van de rechterlijke instanties van die staten niet worden verlangd dat zij de gevolgen van het verlies van de status van EU-burger voor de betrokkenen individueel onderzoeken in het licht van het evenredigheidsbeginsel.</p> <p>In de derde plaats oordeelt het Hof dat het Terugtrekkingsakkoord geen enkele bepaling bevat die, na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf handhaaft ten gunste van de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die vóór het einde van de overgangsperiode gebruik hebben gemaakt van hun recht om in een lidstaat te verblijven.</p> <p>Ten slotte beoordeelt het EU-Hof de geldigheid van Besluit 2020/135. In dat kader oordeelt het EU-Hof dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de geldigheid van dat besluit kunnen aantasten. In het bijzonder wijst niets erop dat de EU, als overeenkomstsluitende partij bij het Terugtrekkingsakkoord, de grenzen van haar discretionaire bevoegdheid in het kader van de externe betrekkingen heeft overschreden door niet te eisen dat wordt voorzien in het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf ten gunste van onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die vóór het einde van de overgangsperiode hun recht van verblijf in een lidstaat hebben uitgeoefend.</p> <p><a rel="noopener" href="https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-673/20" target="_blank" data-anchor="?num=C-673/20">HvJ EU 9 juni 2022, C‑673/20</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://ecer.minbuza.nl/-/eu-hof-onderdanen-van-het-vk-hebben-het-eu-burgerschap-en-de-daaraan-verbonden-kiesrechten-verloren-door-brexit?redirect=%2Fecer%2Fnieuws%3Fp_p_id%3Dnl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw%26p_p_lifecycle%3D0%26p_p_state%3Dnormal%26p_p_mode%3Dview%26_nl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw_delta%3D10%26_nl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw_resetCur%3Dfalse%26_nl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw_cur%3D2" target="_blank" data-anchor="?redirect=%2Fecer%2Fnieuws%3Fp_p_id%3Dnl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw%26p_p_lifecycle%3D0%26p_p_state%3Dnormal%26p_p_mode%3Dview%26_nl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw_delta%3D10%26_nl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw_resetCur%3Dfalse%26_nl_worth_article_search_portlet_ArticleSearchPortlet_INSTANCE_278PgL1wBWOw_cur%3D2">ecer.minbuza.nl</a></p>
16 juni 2022
Ingezonden mededeling: Word expert arbeidsrecht of onderwijsrecht
<p><strong>Online informatiesessies leergang Arbeidsrecht</strong><strong><br /></strong>Woensdag 29 juni en dinsdag 30 augustus van 16.00 tot 17.00 uur organiseren we twee kosteloze online informatiesessies over deze leergang. Laat u informeren en inspireren door cursusleider prof. dr. mr. Willem Bouwens die meer zal vertellen over de leergang en uiteraard uw vragen beantwoordt. Bent u erbij? <a rel="noopener" href="https://fd20.formdesk.com/vuamsterdam/aanmeldformulier_informatiesessies_leergangen?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Meld u hier aan.</a><span><br /><br /></span><strong>Leergang onderwijsrecht<br /></strong>Tijdens deze leergang onder leiding van prof. dr. Renée van Schoonhoven krijgt u kennis van en inzicht in het onderwijsrecht. Speciale aandacht is er voor de mate en vorm waarin dit recht het onderwijs en de organisatie daarvan in de praktijk beïnvloedt. Startdatum 22 september 2022. <br /><a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/leergang-opleiding-onderwijsrecht/inhoud" target="_blank">Meer informatie en inschrijven</a>.<br /> <br /><strong>Cursussen voorjaar 2022 <br /></strong>- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-helder-en-overtuigend-beschikkingen-schrijven-voor-juristen/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week22&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week22&amp;utm_id=NJB">Helder en overtuigend beschikkingen schrijven voor juristen</a> Gaat zeker door! <br />maandag 13 juni 2022 | NOvA 5 PO/KBvG 2/KNB 5<br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-aanbestedingsrecht/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23i&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23i&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten aanbestedingsrecht</a> Gaat zeker door!<br />dinsdag 21 juni 2022 | NOvA 4 PO/2PWO<br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-wgr/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten WGR</a> Gaat zeker door!<br />maandag 27 juni 2022 | NOvA 3 PO/3 PWO<strong><br /></strong>- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-onderwijsrecht/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten onderwijsrecht</a> Gaat zeker door!<br />dinsdag 28 juni 2022 | NOvA 4 PO<br /><strong><br />Masterclasses Aanbestedingsrecht <br /></strong>- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/masterclass-aanbestedingsrecht-2/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Masterclass Aanbestedingsrecht II</a> – donderdag 9 juni 2022<br />Thema: de interactie tussen het aanbestedingsrecht en het arbeidsrecht<br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/masterclass-aanbestedingsrecht-3/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Masterclass Aanbestedingsrecht III</a> – dinsdag 27 september 2022 <br />Thema: Rechtsbescherming bij aanbestedingen<br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/masterclass-aanbestedingsrecht-4/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Masterclass Aanbestedingsrecht IV</a> – dinsdag 15 november 2022<br />Thema: Het Dynamisch Aankoopsysteem (onder voorbehoud)<br /><br /><strong>Actualiteitenlezingen Pensioenrecht </strong><br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/actualiteitenlezing-pensioenrecht-2/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Actualiteitenlezing Pensioenrecht II</a> - woensdag 29 juni 2022<br />Thema: De Wet toekomst pensioenen<br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/actualiteitenlezing-pensioenrecht-3/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Actualiteitenlezing Pensioenrecht III</a> - woensdag 28 september 2022<br />Thema: Pensioenrechtspraak<br />- <a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/actualiteitenlezing-pensioenrecht-4/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB">Actualiteitenlezing Pensioenrecht IV</a> - woensdag 7 december 2022<br />Thema: De Wet toekomst pensioenen<br /><br /><strong>Online informatiesessie leergangen najaar 2022 <br /></strong>Leergang Specialisatie strafrecht (donderdag 23 juni van 16.00 tot 17.00 uur) <br />Leergang Verdieping aanbestedingsrecht voor inkopers (mandag 20 juni van 16.00 tot 17.00 uur) <br />Leergang Klimaatverandering en energietransitie (donderdag 23 juni van 16.00 uur tot 17.00 uur) <br />Leergang Aanbestedingsrecht voor juristen (dinsdag 28 juni van 16.00 uur tot 17.00 uur) <br />Leergang Arbeidsrecht (woensdag 29 juni van 16.00 tot 17.00 uur) <br />Leergang Financieel toezichtrecht (donderdag 30 juni van 16.00 tot 17.00 uur) <br />Leergang Verdieping aanbestedingsrecht voor inkopers (donderdag 7 juli van 16.00 tot 17.00 uur) <br />Leergang Arbeidsrecht (dinsdag 30 augustus van 16.00 tot 17.00 uur)<br /><strong><br /></strong><a rel="noopener" href="https://fd20.formdesk.com/vuamsterdam/aanmeldformulier_informatiesessies_leergangen?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB" target="_blank" data-anchor="?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week23&amp;utm_id=NJB"><strong>Meld u hier aan voor de online informatiesessie(s).</strong></a><br /><strong><br /></strong><br /><br /><br /><br /></p>
16 juni 2022
Richtsnoeren inzake de uitlevering van personen aan derde landen
<p><span>In 2016 heeft het EU-Hof in het <a rel="noopener" href="https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-182/15" target="_blank" data-anchor="?num=C-182/15"><em>Petruhhin</em>-arrest</a> specifieke verplichtingen geïntroduceerd voor lidstaten die hun eigen onderdanen niet uitleveren wanneer zij een uitleveringsverzoek ontvangen van een derde land voor de vervolging van een EU-burger die een onderdaan is van een andere lidstaat en die gebruik heeft gemaakt van zijn recht van vrij verkeer uit hoofde van <a rel="noopener" href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:12016E021" target="_blank" data-anchor="?uri=CELEX:12016E021">artikel 21, lid 1 van het EU-Werkingsverdrag</a>. De verplichtingen van de lidstaten werden verder gespecificeerd in latere jurisprudentie. </span></p> <p><span>Op 8 juni 2022 heeft de Europese Commissie <a rel="noopener" href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.C_.2022.223.01.0001.01.NLD" target="_blank" data-anchor="?uri=uriserv:OJ.C_.2022.223.01.0001.01.NLD">richtsnoeren</a> gepresenteerd voor de uitlevering aan derde landen. Voor de opstelling van die richtsnoeren heeft de Commissie de lidstaten geraadpleegd via een vragenlijst over uitleveringsverzoeken van derde landen. Ook heeft de Commissie Eurojust en het Europees Justitieel Netwerk (EJN) geraadpleegd, die in 2020 een <a rel="noopener" href="https://www.eurojust.europa.eu/publication/joint-report-eurojust-and-ejn-extradition-eu-citizens-third-countries" target="_blank">gezamenlijk rapport</a> hadden gepubliceerd over hoe in de praktijk met verzoeken om uitlevering van EU-burgers door derde landen wordt omgegaan. De richtsnoeren vatten de jurisprudentie van het EU-Hof samen en houden ook rekening met de ervaring die is opgedaan in de afgelopen vijf jaar door de toepassing van het <em>Petruhhin</em>-mechanisme in de EU, IJsland en Noorwegen.</span></p> <p> </p> <p><em>Bron: <a rel="noopener" href="https://ecer.minbuza.nl/-/richtsnoeren-van-de-commissie-inzake-de-uitlevering-van-personen-aan-derde-landen?redirect=%2F" target="_blank" data-anchor="?redirect=%2F">www.ecer.minbuza.nl</a></em></p>
10 juni 2022
Strafrechtelijk afpakken crimineel vermogen: veel gezaaid en beperkt geoogst
<p>Sinds 2010 is via 5 intensiveringen extra budget uitgetrokken om zoveel mogelijk vermogen van criminelen strafrechtelijk af te pakken. De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht of de financiële doelstellingen van dit extra budget zijn bereikt.</p> <p>Het extra budget van tenminste € 634,1 miljoen dat in de periode 2010-2021 beschikbaar kwam, is met de ontvangsten uit ‘normale afpakzaken’ van € 740,3 miljoen ’terugverdiend’. De politieke ambities waren echter groter. Volgens de Minister van JenV zou iedere extra geïnvesteerde euro drie keer zoveel aan afgepakt vermogen opbrengen. Het Ministerie van JenV ontving in dezelfde periode in totaal weliswaar ruim € 1,9 miljard aan afgepakt crimineel vermogen, maar daarvan kwam het overgrote deel voort uit 8 hoge en bijzondere transacties (bijv. ABN AMRO, Vimpelcom). Die transacties hangen niet samen met de intensiveringen vanwege het bijzondere opsporings- en vervolgingstraject. Daarom laat de Algemene Rekenkamer deze uitzonderlijke zaken buiten beschouwing.</p> <p>Sinds 2015 blijven de jaarlijkse gemiddelde ontvangsten die voortkomen uit normale afpakzaken rond € 83 miljoen liggen. Het afgepakte criminele vermogen raakte in de tweede helft van de periode 2010-2021 steeds verder achter op de gewekte verwachtingen. Vanaf 2019 ligt het verschil tussen verwachte meeropbrengsten en gerealiseerde opbrengsten boven € 100 miljoen structureel per jaar. Teleurstellend, concludeert de Algemene Rekenkamer, omdat behalve het extra budget ook ruimere wet- en regelgeving en beleid het eenvoudiger maakte om crimineel vermogen af te pakken.</p> <p>Of het extra budget effectief en efficiënt is besteed is niet te zeggen. Zo is onduidelijk waar het extra geld aan is besteed. Bovendien werken de opsporingsdiensten, het OM, de rechtspraak en CJIB allen met andere definities, administraties en IT-systemen. Een integrale aanpak in de justitieketen is nauwelijks zichtbaar. Ook zijn er nauwelijks evaluaties van de intensiveringen uitgevoerd. Daardoor ontbreekt bij het departement een integraal beeld van de resultaten van het strafrechtelijk afpakken van crimineel vermogen.</p> <p>De Algemene Rekenkamer beveelt de Minister van JenV aan om samenhang tussen beleid en uitvoering tot stand te brengen. De minister onderkent in haar reactie de conclusies van het onderzoek en geeft aan dat zij de afpakketen verder gaat versterken. De minister geeft aan dat zij alleen kan sturen op het beheer van betrokken organisaties en dat het OM verantwoordelijk is voor het effectief afpakken van crimineel verworven vermogen. De Algemene Rekenkamer vindt dat de Minister van JenV hiermee een beperkte invulling geeft aan haar wettelijke bevoegdheden en mogelijkheden om te sturen op de resultaten in de afpakketen.</p> <p> </p> <p><em>Bron: persbericht Algemene Rekenkamer</em></p>
9 juni 2022