Artikelen van Redactie

Nieuws
Ontvangen dwangsommen asielzoekers gelden niet als immateriële schadevergoeding

In zaken van vier asielzoekers heeft het COA eigen bijdragen vastgesteld voor de kosten van de opvang. Dat deed het COA omdat de asielzoekers een vermogen hadden boven de vermogensgrens. Het vermogen van de asielzoekers bestond uit geld dat zij hadden ontvangen van dwangsommen die de minister aan hen heeft betaald, omdat de minister niet op tijd op hun asielaanvragen had beslist. De asielzoekers zijn van mening dat hun vermogen niet boven de vermogensgrens komt, omdat de betaalde dwangsommen immateriële schadevergoedingen zijn. Volgens het COA is een dwangsom geen immateriële schadevergoeding, maar een financiële prikkel voor de minister om sneller op een asielaanvraag te beslissen.

Oordeel Afdeling

De Afdeling is het eens met het standpunt van het COA en oordeelt dat de dwangsommen geen vergoedingen voor immateriële schade zijn. Zij hebben als doel om de minister sneller te laten beslissen op asielaanvragen. Daarom mag het COA de dwangsommen die aan asielzoekers zijn betaald, betrekken bij de berekening of het vermogen uitkomt boven de vermogensgrens. Als dat zo is, dan mag het COA een eigen bijdrage van de asielzoekers verlangen voor hun opvang. Uit de Europese Opvangrichtlijn volgt dat EU-lidstaten een eigen bijdrage mogen vragen voor opvangvoorzieningen en gezondheidszorg, als asielzoekers over voldoende middelen beschikken. Deze bevoegdheid is in de Opvangrichtlijn verder niet geregeld. Het COA is daarom vrij om zelf invulling te geven aan deze bevoegdheid. Het COA sluit hiervoor aan bij het rekenmodel dat is gebaseerd op de zogenoemde interingsnorm uit de Participatiewet, en dat mag zij doen, zo oordeelt de Afdeling.

ECLI:NL:RVS:2026:139
ECLI:NL:RVS:2026:140
ECLI:NL:RVS:2026:141
ECLI:NL:RVS:2026:142

Bron: www.raadvanstate.nl

14 januari 2026
Nieuws
‘Rechters buigen zich nauwelijks inhoudelijk over inzet van hackbevoegdheid’

Door de wet is een aantal gedragingen nu strafbaar geworden. Twee van de nieuwe strafbaarstellingen zijn het stelen en helen van gegevens, waaronder foto’s, afbeeldingen en persoonsgegevens vallen. Ook online handelsfraude, zoals het oplichten van kopers via Marktplaats, heeft nu een eigen wetsartikel. Naast strafbaarstellingen biedt de wet nieuwe manieren om criminaliteit op te sporen en te verstoren. Zo mag de politie onder voorwaarden apparaten van verdachten hacken en kunnen illegale websites ontoegankelijk gemaakt worden. Uit de evaluatie van de wet komt een aantal aandachtspunten naar voren. Hoewel de strafbaarstelling van online handelsfraude volgens de wetgever vooral gericht is op grootschalige vormen van fraude, komt deze grootschaligheid in de door de onderzoekers bestudeerde zaken bijna niet voor. Daarnaast is het wetsartikel rondom online handelsfraude eenvoudiger van aard dan het wetsartikel ‘gewone’ oplichting. Hierdoor zou het in potentie gemakkelijker moeten zijn om verdachten te vervolgen. In de praktijk blijkt dat te weinig menskracht beschikbaar is om het grote aantal verdachten daadwerkelijk te vervolgen.

Bijzondere opsporingsbevoegdheden

In de praktijk is een spanningsveld zichtbaar tussen enerzijds de efficiëntie en effectiviteit van een inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheden ontoegankelijkmaking van gegevens (art. 125p Sv) en de hackbevoegdheid (artt. 126nba, 126uba en 126zpa Sv) en anderzijds de rechtsstatelijkheid. Vanwege de ingrijpendheid van deze bevoegdheden is het van belang dat stevige toetsingsvoorwaarden blijven bestaan. Met betrekking tot de ontoegankelijkmaking van gegevens kan gekeken worden of er meer variatie kan komen wat betreft bepaalde voorwaarden. Bijvoorbeeld de plicht voor een rechter-commissaris om een aanbieder te horen voorafgaand aan het afgeven van een machtiging om gegevens ontoegankelijk te maken. Er kan bijvoorbeeld worden gekeken of hetgeen nu alleen nog in de memorie van toelichting staat beschreven met betrekking tot het achterwege laten van het horen van de aanbieder ook in de wetstekst zelf opgenomen kan worden. Met betrekking tot de hackbevoegdheid heeft de toenmalig Minister van JenV al de keuze gemaakt om bepaalde voorwaarden anders in te richten, namelijk ten aanzien van de keuring van technische hulpmiddelen. Daarbij ging de minister ervan uit dat een zittingsrechter het bewijs, verzameld met de hackbevoegdheid, toetst. Tot nu toe heeft, zo blijkt uit de evaluatie, een zittingsrechter zich zeer sporadisch inhoudelijk gebogen over de inzet van de hackbevoegdheid. Dat betekent dat geen recht wordt gedaan aan een belangrijke rechtsstatelijke waarborg waarvan wel verondersteld wordt dat die in de praktijk aanwezig is. Dat is een belangrijk aandachtspunt.

Evaluatie Wet Computercriminaliteit III - Een empirisch onderzoek naar de toepassing in de praktijk

Bron: www.wodc.nl

14 januari 2026
Nieuws
Veroordeling oud-wethouder wegens schending geheimhoudingsplicht definitief

In cassatie is onder meer geklaagd over de bewezenverklaring van de schending van het ambtsgeheim. A-G Van Wees adviseerde de Hoge Raad op 4 november 2025 (ECLI:NL:PHR:2025:1181) de veroordeling in stand te laten.

Oordeel Hoge Raad

De verdachte is vervolgd voor opzettelijke schending van het ambtsgeheim (art. 272 Sr). In de tenlastelegging en de bewezenverklaring komen de woorden ‘enig geheim’ voor. Informatie die ‘enig geheim’ bevat, betreft informatie die is bestemd om niet bekend te worden, behalve voor zover deze door daartoe bevoegde personen bekend wordt gemaakt. Bij de beoordeling of sprake is van geheime gegevens kan onder meer betekenis toekomen aan de aard van de informatie, het moment waarop en de hoedanigheid waarin de geheimhoudingsplichtige hiervan kennis kreeg en het moment waarop hij of zij deze informatie aan een derde verstrekte. Dat de betreffende informatie ook bij een andere instantie of op een andere manier dan wel op een later moment verkrijgbaar zou zijn geweest, staat niet eraan in de weg dat sprake kan zijn van een ‘geheim’ in de zin van de strafbepaling. De opvatting van de verdediging dat van ‘enig geheim’ slechts sprake kan zijn als de plicht tot geheimhouding volgt uit een wettelijke bepaling, zoals in dit geval de Gemeentewet in samenhang met de (oude) Wet openbaarheid van bestuur is volgens de Hoge Raad onjuist. Uit de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van de strafbepaling en bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Gemeentewet komt naar voren dat een geheimhoudingsverplichting ook kan voortvloeien uit een ambt of beroep. De Hoge Raad is dan ook van oordeel dat de cassatieklacht niet slaagt. Het hof heeft kunnen oordelen dat de verdachte door voorafgaand aan de besloten collegevergadering de ambtelijke e-mail door te sturen, ‘enig geheim’ heeft geschonden, waarvan de verdachte uit hoofde van zijn ambt als wethouder op de hoogte was gebracht en dat hij uit hoofde van dat ambt verplicht was te bewaren. Dit oordeel van het hof is ook toereikend gemotiveerd.

ECLI:NL:HR:2026:32

Bron: www.hogeraad.nl

13 januari 2026
blog
‘In de procespraktijk gaat het om het verhaal dat je wilt vertellen’
‘Wij beschikken over pragmatisme en creativiteit die ik bij collega’s uit andere jurisdicties soms mis’
13 januari 2026 Gastpost Redactie
Nieuws
Naleving Corporate Governance Code gedaald

Algemeen beeld is dat de AEX-genoteerde vennootschappen goed aan de aangescherpte rapportagebepalingen voldoen, waarbij de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)-verslaglegging helpt om aan de Code te voldoen. Naleving Code:

  • Naleving van de rapportagebepalingen ligt lager dan in monitors over eerdere boekjaren (79%). De daling wordt primair verklaard door de aangescherpte rapportage vereisten in de Code 2022;
  • Net als in eerdere monitors zijn grote verschillen in naleving tussen soorten vennootschappen. Naleving is hoger onder AEX-genoteerde vennootschappen (94%), dan onder vennootschappen die niet in een index zijn opgenomen (78%). De scores in de vorige monitor waren 99%, resp. 88%;
  • Dit jaar zijn alle Nederlandse vennootschappen met een buitenlandse notering in de monitoring meegenomen (48), waar eerder een kleine steekproef was meegenomen (10-15). Naleving onder deze vennootschappen is beduidend lager (68%), hetgeen deels de daling van het algehele nalevingspercentage verklaart;
  • Dit jaar is voor het eerst ook een steekproef van institutionele beleggers gemonitord op naleving van de nieuwe aan hen gerichte bepalingen. De naleving is 71%;
  • Net als in eerdere monitors hoort de rapportage bepalingen inzake cultuur tot de minst nageleefde bepalingen (32%);
  • Wat betreft het thema diversiteit en inclusie zien de doelstellingen van de vennootschappen vooral op diversiteit en minder op inclusie (30% heeft concrete doelen voor inclusie opgenomen).

Bron: www.mccg.nl

13 januari 2026
Nieuws
VNG: stilval dreigt door wijzigingsvoorstel Aanbestedingswet

Terwijl Europa inzet op snellere procedures, introduceert Nederland in dit wetsvoorstel drie verplichte wachttijden binnen één aanbestedingsprocedure, vanaf het indienen van een klacht tot en met de uitspraak van de voorzieningenrechter. Deze wachttijden gaan ertoe leiden dat projecten worden vertraagd of zelfs uitgesteld. Omdat de verplichte wachttijden gaan gelden voor alle aanbestedingen binnen één project kunnen er telkens drie wachttijden op alle afzonderlijke aanbestedingstrajecten zijn. Grootschalige woningbouwprojecten hebben al snel te maken met 15 verschillende aanbestedingen, vanaf het de ontwerpfase tot en met de inrichting van de wijk. Dit wetsvoorstel leidt dus tot een carrousel aan wachttijden, waardoor de totale doorlooptijd niet meer te overzien is en de kosten onbeheersbaar. Het bieden van rechtsbescherming in aanbesteden is cruciaal voor het vertrouwen van ondernemers en inwoners in het aanbestedingsproces, maar het wetsvoorstel biedt daarvoor niet de oplossing, aldus de partijen. Ook de Raad van State kwam tot deze conclusie.

Reactie Advies Raad van State op Wetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de versterking van de rechtsbescherming bij aanbesteden

Bron: www.vng.nl

12 januari 2026
Nieuws
Raad voor de rechtspraak roept op om voor rechtsstaat op te komen

Hij waarschuwt voor het groeiende anti-institutionele sentiment, zowel in Nederland als internationaal en uitte zijn zorgen over de Amerikaanse sancties tegen rechters en medewerkers van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Een instituut dat zo’n belangrijke rol speelt in de internationale rechtsorde valt ten prooi aan intimidatie. Rechters en medewerkers van het strafhof wordt toegang tot hun e-mail ontzegd. Er zijn visumrestricties, geblokkeerde bankrekeningen en creditcards, pakketjes die niet zijn bezorgd en abonnementen die worden geannuleerd. Naves verbaast zich over het uitblijven van een sterk, publiekelijk tegengeluid.

Verminderen rechtsbescherming

In zijn toespraak roept de voorzitter van de Raad iedereen op om pal voor de rechtsstaat te staan en zo tegenwicht te bieden aan anti-rechtstatelijke krachten. Hij vraagt het toekomstige kabinet de Nederlandse rechtsstaat te versterken door rechters de mogelijkheid te geven om te toetsen aan de Grondwet, de positie van de Raad voor de rechtspraak te verankeren in de Grondwet en de rol van de minister bij benoemingen van de leden van de Raad af te schaffen. Daarnaast waarschuwt Naves tegen het verminderen van rechtsbescherming om sneller resultaten te boeken, bijvoorbeeld door het beperken van hoger beroep in migratie- of woningbouwzaken.

Nieuwjaarstoespraak Voorzitter Raad voor de rechtspraak

Bron: www.rechtspraak.nl

12 januari 2026
Nieuws
EU-kader dwanglicenties in crisissituaties gepubliceerd

In de verordening ligt de nadruk op vrijwillige overeenkomsten. Dwanglicenties zijn slechts een laatste redmiddel. De verordening zorgt er ook voor dat houders van intellectuele-eigendomsrechten niet verplicht zijn om bedrijfsgeheimen bekend te maken. In de nasleep van de coronacrisis heeft de EU op Europees niveau verschillende crisisinstrumenten voorgesteld, waaronder het noodinstrument voor de eengemaakte markt en de maatregelen ter waarborging van de levering van medische tegenmaatregelen in een volksgezondheidscrisis. Met deze instrumenten kan de EU waarborgen dat de producten die nodig zijn om een crisis op de interne markt aan te pakken, leverbaar zijn en vrij kunnen worden verhandeld. De focus ligt op vrijwillige overeenkomsten, aangezien dit nog altijd de meest efficiënte manier is om een snelle productie van door intellectuele-eigendomsrechten beschermde producten mogelijk te maken, ook in een crisis. Als een vrijwillige overeenkomst echter niet haalbaar is, kunnen dwanglicenties een oplossing bieden en het alsnog mogelijk maken snel de nodige middelen te produceren.

Verordening 2025/2645 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2025 betreffende de verlening van dwanglicenties voor crisisbeheersing en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 816/2006

Bron: www.consilium.europa.eu

8 januari 2026
Nieuws
Hogere boetes en strengere regels voor commerciële vlogfamilies

Naast een (formele) werkgever zal in de toekomst ook een ouder of voogd als verantwoordelijk persoon een ontheffing kunnen aanvragen voor een kind tot 13 jaar. Daartoe zal naast arbeid door een kind in het kader van een arbeidsovereenkomst ook andere arbeid door een kind in de commerciële sfeer worden genormeerd. De ouder of voogd die het kind die arbeid laat verrichten wordt toegevoegd aan de categorie verantwoordelijke personen. Daardoor kunnen zij ook op naleving van de wet worden aangesproken. In de Atw komt een definitie van de online-activiteiten waarvoor de ouder of voogd ontheffing moet aanvragen. Een ontheffing zal nodig zijn als het kind tot 13 jaar de producent is. Dit gaat dus bijvoorbeeld om kinderen die zelf vloggen. Ook is ontheffing nodig als het kind herkenbaar in beeld komt in vlogs die ouder(s) maken. Het kan net als bij artistiek werk zo zijn dat een kind slechts kort in beeld komt. In alle gevallen gaat het om filmpjes die gemaakt worden met een commercieel karakter op een online platform. Voor de toetsing of sprake is van een commercieel karakter wordt de eerste tijd uitgegaan van minimaal 50.000 abonnees/volgers per account. In deze situatie kunnen de vloggers dusdanige inkomsten genereren, ook via adverteerders, dat sprake is van een winstoogmerk. De lagere regelgeving wordt in lijn met de Atw aangepast. Daarbij moet nog wel gekeken worden naar hoeveel tijd er door een kind aan het maken van een vlog wordt besteed, ook in de voorbereiding. De boetes worden geïndexeerd en verhoogd.

Bron: Kamerstukken II 2025/26, 25883, nr. 544

8 januari 2026
Nieuws
Maatregelen terugdringen achterstanden WIA-beoordelingen

De vraag naar sociaal-medische beoordelingen is al jaren fors groter dan het aantal beoordelingen dat UWV kan verrichten. Dit komt doordat er te weinig verzekeringsartsen zijn. Tegelijk neemt het aantal aanvragen toe. In 2026 krijgt UWV naar verwachting 40.000 meer aanvragen voor een sociaal-medische beoordeling dan UWV kan beoordelen. UWV moet binnen zestien weken een besluit nemen over een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Lukt dat niet, dan kunnen mensen UWV in gebreke stellen. Dit kan leiden tot een bestuurlijke dwangsom. Door de groeiende achterstand in het beoordelen van aanvragen is het niet realistisch dat UWV deze termijn de komende jaren haalt. De dwangsom dient daarom niet meer het doel waar die voor bedoeld is. Om die reden worden voorbereidingen getroffen om de bestuurlijke dwangsom in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) tijdelijk af te schaffen. Mensen kunnen wel nog steeds naar de rechter stappen als zij dat nodig achten. Om meer beoordelingen uit te kunnen voeren wordt een groter deel van de taken uitgevoerd door andere professionals. Om dit te bereiken zorgt UWV er op korte termijn voor dat HBO-professionals meer zelfstandig taken mogen gaan uitvoeren. Daarnaast wordt er gewerkt aan een andere taakverdeling. Andere professionals gaan onder verantwoordelijkheid van de verzekeringsarts meer taken uitvoeren. Tegelijkertijd start het Ministerie van SZW samen met beroepsverenigingen en UWV een verkenning naar de toekomstige rolverdeling voor de lange termijn. Hiervoor zal in de toekomst bestaande wet- en regelgeving moeten worden aangepast, zodat sommige taken - die nu wettelijk zijn toebedeeld aan de verzekeringsartsen - ook door andere zorgprofessionals kunnen worden gedaan.

Bronnen: www.rijksoverheid.nl en www.uwv.nl

7 januari 2026