Artikelen van Redactie

Nieuws
Onderzoek: investeren in gratis rechtshulp via Juridisch Loket loont

Tijdige rechtshulp werkt preventief: het helpt problemen sneller op te lossen en verkort negatieve gevolgen, of voorkomt die zelfs. Dit leidt tot minder stress, wat het welzijn van mensen vergroot, en de druk op de zorg verlaagt. Dit levert de samenleving 103 tot 232 miljoen euro op. Stress heeft niet alleen invloed op de gezondheid, maar ook op het functioneren op het werk. Juridische problemen die blijven spelen, kunnen hierdoor leiden tot psychische klachten, verzuim en zelfs ontslag. Het verhelpen van deze problemen komt ten goede aan de productiviteit, en zorgt voor minder afhankelijkheid van een uitkering. Dit levert de maatschappij 13 tot 15 miljoen euro op. Daarnaast kunnen juridische problemen zorgen voor schulden, bijvoorbeeld door boetes, naheffingen of het wegvallen van inkomsten. Het tijdig en effectief oplossen van deze problemen zorgt voor een stabielere financiële positie waardoor schuldenproblematiek afneemt.

Aanbevelingen

Onderzoekers doen verschillende aanbevelingen om de positieve impact van het Juridisch Loket te bestendigen en te vergroten. Ten eerste vraagt de groep net boven de inkomens- en vermogensgrens aandacht: zij heeft vaak beperkte middelen en een beperkt doenvermogen, maar geen toegang tot Juridisch Loket-advies of gesubsidieerde tweede lijn. Ten tweede is versterking van de signaleringsfunctie wenselijk. Door de landelijke schaal ziet het Juridisch Loket structurele knelpunten vroegtijdig; verdere professionalisering van registratie, analyse (eventueel met AI) en onderzoek naar effectiviteit kan deze systeemimpact vergroten. Ten derde kan een meer oplossingsgerichte eerste lijn die sterker gericht is op het oplossen van problemen dan wel het ‘warm overdragen’ van rechtzoekenden aan maatschappelijke partners, de baten verder verhogen. De transitie richting deze werkwijze waarin het Juridisch Loket zich momenteel bevindt, sluit aan bij deze aanbeveling. Tot slot is het van belang om vervolgonderzoek te doen naar causale effecten en de duur van juridische problemen, zodat een eventuele toekomstige maatschappelijke kosten-batenanalyse minder onzekerheid kent.

Over het onderzoek

De maatschappelijke kosten-batenanalyse geeft een indicatief beeld van de maatschappelijke waarde van de eerstelijns juridische dienstverlening van het Juridisch Loket. Omdat belangrijke databronnen (zoals de Gebruikersevaluatie van Ipsos I&O en de Geschilbeslechtingsdelta van het WODC) geen causale effectstudies zijn, is de geschatte effectiviteit van de dienstverlening niet precies en zijn de gebruikte cijfers in de berekeningen niet volledig representatief voor de doelgroep van het Juridisch Loket. Daarnaast zijn verschillende relevante maatschappelijke effecten niet in geld gewaardeerd, waaronder effecten op vertrouwen in de rechtsstaat, overlast voor de omgeving in het geval van probleemescalatie en het signaleren van maatschappelijke problematiek; deze zijn als Pro Memorie (PM)-posten opgenomen. Ook de kosten en baten van de online dienstverlening van het Juridisch Loket blijven buiten beschouwing. Bij onzekerheden over effectiviteit, duur en doorwerking van effecten, is in de analyse overwegend uitgegaan van conservatieve aannames. Alles bij elkaar dienen de gepresenteerde uitkomsten te worden geïnterpreteerd als een indicatieve inschatting van de maatschappelijke waarde van het Juridisch Loket.

De waarde van het Juridisch Loket - Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van rechtshulp door het Juridisch Loket

Bron: www.juridischloket.nl

19 februari 2026
Nieuws
Kinderombudsman: klachtenprocedures niet toegankelijk voor jongeren

Jongeren ervaren drempels door formele, langdurige trajecten en vooral door angst voor repercussies binnen de instelling waar zij in een afhankelijke positie verblijven. Hierdoor blijft wezenlijke informatie over misstanden en kwaliteit van zorg buiten beeld, terwijl het Kinderrechtenverdrag juist waarborgt dat hun stem gehoord moet worden in een zo ‘thuis’ mogelijke leefomgeving. De Kinderombudsman benadrukt de juridische plicht van instellingen en overheid om een pedagogisch klimaat te creëren waarin jongeren zich vrij voelen hun recht te benutten, en ziet het rapport als aanzet tot hernieuwd overleg met ministeries, gemeenten en jeugdhulpaanbieders over noodzakelijke systeemverbeteringen.

Aanbevelingen

De Kinderombudsman doet in het rapport drie aanbevelingen:

  1. Zorg voor een laagdrempelige en toegankelijke klachtenprocedure.
    Informeer jongeren standaard en op begrijpelijk niveau over hun klachtrecht. Sluit aan bij hun behoeften door bijvoorbeeld online klachten en feedback mogelijk te maken en anonimiteit te waarborgen.
  2. Creëer een veilig pedagogisch klimaat.
    Zet het welzijn en de ontwikkeling van jongeren centraal, bied ruimte voor inspraak en verantwoordelijkheid, investeer in vertrouwensrelaties en betrek jongeren serieus bij besluiten die hen raken.
  3. Stimuleer een cultuur van reflectie en leren.
    Sta open voor signalen en feedback van jongeren, geef snel en duidelijk terugkoppeling en investeer in het goede gesprek. Probeer conflicten waar mogelijk informeel op te lossen en erken altijd het gevoel van onvrede.

‘Je bent maar een kind, je durft gewoon niet’ - Wat jongeren nodig hebben om zich uit te spreken tijdens hun verblijf in de residentiële jeugdhulp

Bron: www.kinderombudsman.nl

18 februari 2026
Nieuws
Hof kan Nederlandse staat niet verplichten om PAS-melder te legaliseren

In het verleden is op grond van de toen geldende Natuurbeschermingswet een Programma Aanpak Stikstof (PAS) gemaakt. Dat programma hield in dat voor activiteiten waarbij beperkt stikstof vrijkwam in de nabijheid van Natura 2000-gebieden, geen vergunning nodig was. Onder voorwaarden kon worden volstaan met een melding. De ondernemer heeft in 2016 op grond van de PAS-regelgeving een melding gedaan, een extra stal gebouwd en is daarin kippen gaan houden. De Raad van State besliste op 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) dat de vrijstelling van de vergunningplicht op basis van een PAS-melding niet meer mocht worden toegepast. Een landelijk programma van maatregelen voor het legaliseren van de PAS-meldingen is in februari 2025 beëindigd, zonder dat het voor de ondernemer en vele andere PAS-melders een oplossing heeft geboden. De reden hiervoor was dat de stikstofuitstoot van deze agrarische bedrijven te groot was om te kunnen worden toegestaan.

Oordeel hof

Nationale bepalingen moeten in overeenstemming zijn met hogere, rechtstreeks werkende bepalingen van EU-recht. Aangezien de PAS-regelgeving in strijd is met art. 6 lid 3 van een EU-richtlijn, de Habitatrichtlijn, heeft de Staat onrechtmatig gehandeld tegenover de ondernemer, aldus het hof. Het hof is van oordeel dat het de rechter niet is toegestaan een bevel aan de wetgever (de Staat) te geven om wetgeving te maken die de activiteiten van de ondernemer weer legaal maakt. De ondernemer kan volgens het hof wel schadevergoeding in geld vorderen, in dit geval vanwege de investering in een extra stal. De ondernemer wil echter geen schadevergoeding in geld, daarvoor kan hij terecht bij een speciaal daarvoor in het leven geroepen Commissie. De bevoegdheidsverdeling tussen de rechterlijke macht (de rechter) en de wetgevende macht (de wetgever) brengt met zich dat de rechter zich niet mag mengen in de politieke besluitvorming. De ondernemer heeft aangevoerd dat de Staat diverse maatregelen kan nemen die tot legalisatie van zijn activiteiten leiden. Er is echter geen maatregel te bedenken zonder dat daarvoor wetgeving noodzakelijk is met een specifieke inhoud. Voor toewijzing van de vordering van de ondernemer is het dus nodig dat het gerechtshof de wetgever een bevel zou geven tot het maken van zulke specifieke wetgeving. Dat is het hof niet toegestaan. Het is, gelet op de staatsrechtelijke verhoudingen, uitsluitend aan de wetgever zelf om te bepalen of wetgeving met een bepaalde inhoud tot stand komt.

ECLI:NL:GHSHE:2026:364

Bron: www.rechtspraak.nl

18 februari 2026
Nieuws
Uitsluiting homoseksuele mannen bij geneesmiddelenonderzoek is discriminatie

CTC Netherlands B.V. voert in opdracht van farmaceutische bedrijven klinisch onderzoek uit naar nieuwe geneesmiddelen. Voor een studie naar een middel tegen erectiestoornissen plaatste het bedrijf een advertentie om deelnemers te werven. Daarin stond als voorwaarde dat deelnemers een man moesten zijn met ‘een stabiele heteroseksuele relatie van ten minste zes maanden’.  Twee mannen die vanwege hun homoseksuele gerichtheid niet konden deelnemen aan het onderzoek, vonden deze voorwaarde discriminerend en legden, los van elkaar, de kwestie voor aan het College. 

Opzet onderzoek

Volgens het College is daarbij van belang dat het onderzochte geneesmiddel, wanneer het op de markt komt, niet uitsluitend zal worden voorgeschreven aan heteroseksuele mannen, maar ook kan worden gebruikt door mannen die seks hebben met mannen. Juist daarom is het niet gerechtvaardigd om homoseksuele mannen van deelname aan het onderzoek uit te sluiten. Door homoseksuele stellen, en daarmee homoseksuele mannen, uit te sluiten van deelname, maakt CTC direct onderscheid op grond van seksuele gerichtheid.  CTC voerde aan dat de eis noodzakelijk was vanuit wetenschappelijk oogpunt. In het onderzoek worden vragenlijsten gebruikt die alleen zijn gevalideerd voor heteroseksuele mannen. Voor homoseksuele mannen zouden dergelijke goedgekeurde meetinstrumenten ontbreken. Volgens het College is dat echter geen geldige reden om een hele groep uit te sluiten. Dat het uitbreiden van de onderzoeksgroep extra inspanningen of kosten met zich kan meebrengen, doet niet af aan het gelijkwaardige belang van homoseksuele mannen bij deelname aan het onderzoek.

CRM 17 februari 2026, oordeelnummer 2026-26
CRM 17 februari 2026, oordeelnummer 2026-27

Bron: www.mensenrechten.nl

17 februari 2026
Nieuws
UWV: verhogen AOW-leeftijd leidt tot meer uitval 60-plussers

Nu stijgt de AOW-leeftijd nog met acht maanden voor ieder extra jaar aan levensverwachting, maar dat moet van D66, CDA en VVD vanaf 2033 gelijk opgaan. Daardoor gaat de AOW-leeftijd sneller richting de 70 jaar. Trouw schrijft in een bericht van 4 februari 2026 dat doorwerken tot je zeventigste de ongelijkheid vergroot. Het verhogen van de pensioenleeftijd brengt vooral lager betaalden in de problemen. Praktisch geschoolden, die vaak zwaar werk doen en tot de lage inkomens behoren. Dit is ook de groep die relatief vroeg gezondheidsproblemen krijgt en gemiddeld zeven jaar korter leeft dan rijkeren.

Toename WIA-instroom

Het UWV rekent op extra instroom in de WIA als de pensioenleeftijd wordt verhoogd. Voor elke drie maanden dat de AOW-leeftijd stijgt, vallen er waarschijnlijk enkele honderden mensen extra uit. Volgens cijfers van het UWV neemt de WIA-instroom van 60-plussers voor elke maand verhoging van de AOW-leeftijd gemiddeld met 0,2 procent toe. Nederland zou straks dus meer geld kwijt zijn aan WIA-uitkeringen. Maar daar staat tegenover dat er relatief minder aan AOW uitgekeerd hoeft te worden. Per saldo zou sprake zijn van een besparing. Deze is voor 2060 structureel geraamd op bijna 2,8 miljard euro.

Bronnen: www.trouw.nl en ©ANP

17 februari 2026
Nieuws
Advocaten druk met corrigeren van cliënten na onjuist AI-advies

Onder meer de Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators, de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland en de Vereniging voor Arbeidsrecht Advocaten zeggen dat cliënten soms volledige processtukken die zij met AI hebben opgesteld sturen. Zij hopen daarmee kosten te besparen. Cliënten ondernemen ook juridische acties op AI-advies zonder een advocaat te raadplegen.

Bron: www.fd.nl

16 februari 2026
Nieuws
Inspectie JenV: gebruik algoritmes reclassering niet verantwoord

Als bekend geeft de reclassering adviezen over verdachten en veroordeelden aan het Openbaar Ministerie en rechters. Hierbij gebruikt de reclassering algoritmes om het risico te voorspellen dat iemand opnieuw de fout ingaat. Met name het algoritme OXREC blijkt risicovol.

Eerdere waarschuwing

In 2020 werd in het NJB al gewaarschuwd voor de risico’s die het gebruik van dit instrument met zich meebrengt (Gijs van Dijck, ‘Algoritmische risicotaxatie van recidive over de Oxford Risk of Recidivism tool (OXREC), ongelijke behandeling en discriminatie in strafzaken’, NJB 2020/1558, afl. 25). In een uitgebreide reactie op dat artikel verdedigt de reclassering het gebruik van het instrument (NJB 2020/1814, afl. 28). Het zou uiterst transparant en betrouwbaar zijn. Ook wordt benadrukt dat de uitkomst van OXREC altijd slechts ondersteunend is voor het menselijk oordeel, en nooit vervangend. OXREC wordt nog steeds bij de advisering gebruikt en ongeveer 44.000 keer per jaar toegepast.

Bevindingen Inspectie

En nu heeft de Inspectie dus in de software van OXREC fouten aangetroffen. Zo worden sinds de ingebruikname in 2018 formules voor gevangenen en verdachten verwisseld en worden verkeerde getallen gebruikt. Deze bevindingen maken dat sinds de ingebruikname het algoritme geen correcte voorspellingen heeft gedaan. Deze gebreken zijn dusdanig groot dat de Inspectie JenV met behulp van computersimulaties schat dat in ongeveer 21% van de gevallen de OXREC tot een andere risicocategorie zou zijn gekomen als het algoritme op de bedoelde wijze zou zijn toegepast. Hierdoor wordt in de meeste gevallen het risico op recidive te laag ingeschat, met name voor drugsgebruikers en mensen met een ernstige psychische aandoening zoals een psychose. In welke mate reclasseringsmedewerkers en rechters verkeerde adviezen ook hebben overgenomen heeft de Inspectie niet onderzocht. Medewerkers wordt in ieder geval niet voldoende uitgelegd hoe de OXREC werkt om in te kunnen schatten wanneer de uitkomst minder betrouwbaar is. Zij worden gestimuleerd om de uitkomsten van het algoritme over te nemen. Zo wordt in een interne podcast aangegeven dat het oordeel van de medewerker zonder de OXREC geen beter resultaat oplevert dan het opgooien van een muntje. Daarmee wordt de betrouwbaarheid van het algoritme te groot voorgespiegeld.

Onbetrouwbaar en discriminerend

De data van de OXREC blijkt sterk verouderd en ontwikkeld voor een andere doelgroep dan waar de reclassering ze op toepast. Ook voldoet de OXREC niet aan de privacywetgeving. De OXREC gebruikt variabelen die kunnen leiden tot discriminatie; namelijk ‘buurtscore’ en ‘hoogte van het inkomen’. Het College van de Rechten van de Mens heeft enkele jaren geleden gesteld dat het gebruik van deze variabelen in algoritmes in principe verboden is, tenzij onderbouwd wordt waarom gebruik noodzakelijk is en er aanvullende maatregelen worden getroffen. De reclassering heeft dit echter niet gedaan. Volgens de Inspectie stuurt de reclassering ook onvoldoende op het gebruik en onderhoud van de algoritmes. De aangetroffen tekortkomingen zijn daardoor jarenlang niet opgemerkt. Bovendien is, naar inzicht van de Inspectie, de OXREC een hoog-risico AI-systeem waar de Artificiële Intelligentie verordening (AI-verordening) op van toepassing is en waarvoor strenge wettelijke vereisten gelden. De reclassering heeft nog geen maatregelen getroffen om aan deze wettelijke eisen te voldoen.

Aanbevelingen

De Inspectie beveelt aan dat de tekortkomingen zo snel mogelijk worden weggewerkt of dat de OXREC wordt stilgelegd. Daarnaast beveelt de Inspectie de reclassering aan een structuur op te zetten voor de ontwikkeling, het gebruik en het onderhoud van algoritmes en die uit te voeren. De reclassering moet de algoritmes trainen met nieuwe gegevens en nagaan of het gebruik ervan correct is. Ook moet ze voldoen aan de wettelijke normen en richtlijnen hiervoor zoals het toetsen van de privacy. De Inspectie JenV wil elke zes maanden van de reclassering weten hoe ver zij is met deze verbeteringen. De reclassering heeft inmiddels aangekondigd dat zij tijdelijk zal stoppen met het gebruik van de OXREC.

Rapport Risicovol algoritmegebruik

Bron: www.inspectie-jenv.nl

12 februari 2026
Nieuws
Rechtbank oordeelt dat Staat voldoende doet om verspreiding PFAS tegen te gaan

PFAS is een groep chemische stoffen die sinds de jaren '60 worden gebruikt in een zeer breed scala aan toepassingen zoals regenkleding, cosmetica, kookgerei en medicijnen. Er zijn op dit moment circa 10.000 verschillende PFAS-verbindingen. PFAS zijn vaak slecht afbreekbaar en kunnen door uitstoot tijdens industriële processen en bij gebruik in het milieu terechtkomen en via het (grond)water en de lucht verder verspreid raken. In de afgelopen decennia is steeds meer bekend geworden over de aanwezigheid van PFAS in het milieu en de risico’s daarvan voor de gezondheid van mensen en dieren. Partijen zijn het erover eens dat het noodzakelijk is om verspreiding van PFAS tegen te gaan en om maatregelen te treffen tegen de gezondheidsrisico’s van PFAS die al in het milieu aanwezig zijn. Een vijftal milieuorganisaties vindt dat de Staat op dat vlak onvoldoende en met te weinig voortvarendheid maatregelen treft. Daardoor blijft volgens hen wijdverbreide verontreiniging in stand met grote schade aan mens en milieu tot gevolg.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de regering en het parlement een grote mate van vrijheid hebben om afwegingen te maken over de aanpak van de PFAS-problematiek. Die afwegingen zijn complex: het treffen van mogelijke maatregelen raakt aan allerlei maatschappelijke belangen, zoals het belang van woningbouw, afvalverwerking en drinkwaterproductie. Het is niet aan de rechter om keuzes hierin voor te schrijven. De rechter beoordeelt wel of de regering en het parlement bij hun besluitvorming zijn gebleven binnen de grenzen van het recht, waaraan ook de regering en het parlement zijn gebonden. De rechtbank wijst de vorderingen af die gaan over de norm voor zogenoemde PFOS (één van de stoffen uit de stoffengroep van PFAS) in het oppervlaktewater. Volgens de milieuorganisaties moet de Staat de norm uiterlijk op 22 december 2027 halen, maar is het uitgesloten dat dit lukt. De Staat stelt daarentegen dat de termijn voor het halen van de norm nog kan worden uitgesteld. De milieuorganisaties hebben dit niet voldoende gemotiveerd weersproken. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat niet met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat de Staat de norm op uiterlijk 22 december 2027 moet halen. De rechtbank wijst ook de andere vorderingen van de milieuorganisaties af. De rechtbank vindt de maatregelen die de Staat met de kennis van nu neemt, geschikt en voldoende. Na afweging van alle relevante maatschappelijke belangen, heeft de Staat ervoor gekozen zich in eerste instantie te richten op het zoveel mogelijk voorkomen of beperken dat PFAS in het milieu terechtkomen. Verder geeft de Staat er prioriteit aan om zich in te zetten voor een zo breed mogelijk Europees verbod op het gebruik van vrijwel alle PFAS, gelet op de grensoverschrijdende verspreiding van PFAS, de Europese interne markt en de geharmoniseerde stoffenwetgeving. Dit alles valt binnen de beoordelingsvrijheid die de Staat heeft, oordeelt de rechtbank.

ECLI:NL:RBDHA:2026:2175

Bron: www.rechtspraak.nl

12 februari 2026
Nieuws
AP moet opnieuw besluiten of bioscoop contante betaling mag weigeren

In 2018 is de bioscoop Focus verhuisd naar een nieuw pand en sindsdien kunnen bioscoopkaartjes alleen nog met pinpas of creditcard, of online via de website gekocht worden. Ook consumpties in de horecagelegenheid van Focus kunnen alleen nog met pin of creditcard betaald worden. Dat zou de veiligheid van de veelal vrijwillige medewerkers van de bioscoop vergroten. Een Arnhemmer vindt dit in strijd met zijn recht op privéleven, omdat daarbij onnodig persoonsgegevens van hem verwerkt worden. Daarom heeft hij de AP verzocht om, met toepassing van de AVG onderzoek te doen naar en handhavend op te treden tegen de afschaffing van de mogelijkheid van contante betalingen door Focus. De AP heeft op basis van bureauonderzoek het niet aannemelijk geacht dat zich mogelijkerwijs een overtreding van de AVG voordoet doordat Focus geen contante betalingen accepteert. De AP heeft het handhavingsverzoek daarom afgewezen.

Oordeel Afdeling

Sociale veiligheid kan een gerechtvaardigd doel kan zijn om alleen pinbetalingen te accepteren. Maar op basis van de informatie in deze zaak kan niet worden vastgesteld of de veiligheid van de medewerkers van de bioscoop in dit geval werkelijk in het geding is. De man uit Arnhem had gemotiveerd betwist dat het accepteren van contante betalingen zou leiden tot onveilige situaties voor de bioscoopmedewerkers, en de AP heeft daar niets tegenover gesteld. Uit niets blijkt dat het afschaffen van contant geld in dit geval een wezenlijk effect heeft op de veiligheid van de medewerkers van de bioscoop. De enkele omstandigheid dat contant geld vatbaar is voor diefstal is naar het oordeel van de Afdeling niet voldoende om uit een oogpunt van (sociale) veiligheid contante betalingen af te schaffen en over te stappen op verplichte pinbetalingen. De AP moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.

ECLI:NL:RVS:2026:746

Bron: www.raadvanstate.nl

11 februari 2026