Artikelen van Redactie
In het wetsvoorstel staat dat er een algemeen verbod komt op gezichtsbedekkende kleding tijdens of direct na een demonstratie. Wie zich hier niet aan houdt, kan een straf krijgen van maximaal twee maanden gevangenis of een boete tot 5.500 euro. Alleen in bijzondere gevallen mag gezichtsbedekking wel, bijvoorbeeld voor veiligheid of vanwege belangrijke persoonlijke redenen. NOvA benadrukt dat het demonstratierecht een grondrecht is, beschermd door art. 9 van de Grondwet en art. 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Beperkingen zijn alleen toegestaan als zij noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, berusten op een dringende maatschappelijke noodzaak en proportioneel zijn. Het voorstel laat bovendien relevante jurisprudentie grotendeels buiten beschouwing. De aanpassing van de regelgeving lijkt niet alleen onnodig, maar ook weinig doeltreffend. Het wetsvoorstel brengt de volgende risico’s met zich mee:
- Uitholling van het demonstratierecht door een algemeen verbod dat onvoldoende ruimte laat voor individuele belangenafweging.
- Spanning met internationale mensenrechtennormen, waaronder vaste Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)‑jurisprudentie dat juist waarschuwt tegen algemene verboden op gezichtsbedekking bij vreedzame demonstraties.
- Oneigenlijk gebruik van strafrecht, want strafrechtelijke handhaving bij vreedzame betogingen vereist bijzondere terughoudendheid.
- Risico op willekeur en rechtsongelijkheid bij de toepassing van uitzonderingen.
- Negatieve uitvoeringsconsequenties, denk aan extra druk op politie, OM, rechtspraak en advocatuur. Terwijl uitvoerende partijen al aangeven dat het verbod moeilijk handhaafbaar en mogelijk escalerend is.
Advies Wijziging van de Wet openbare manifestaties in verband met de strafbaarstelling van het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties
Bron: www.advocatenorde.nl
Door het begrip ‘veilig derde land’ kunnen de EU-lidstaten een asielverzoek nog voor de inhoudelijke toetsing ervan als niet-ontvankelijk verklaren. Dat is het geval wanneer de betrokken asielzoeker om internationale bescherming had kunnen verzoeken en, in voorkomend geval, verkrijgen in een voor hem of haar als veilig aangemerkt niet-EU-land. De nieuwe wetgeving verruimt en verduidelijkt de gevallen waarin verzoeken op basis van dit begrip niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. De lidstaten kunnen er in drie gevallen voor kiezen het begrip toe te passen:
- er is een verband tussen de asielzoeker en het veilige derde land; al is zo'n verband voortaan niet meer vereist om het begrip ‘veilig derde land’ te kunnen toepassen;
- de verzoeker is door het veilige derde land gereisd om de EU te bereiken;
- er bestaat een overeenkomst of regeling met een veilig derde land.
EU-lijst van veilige landen van herkomst
De gemeenschappelijke EU-lijst moet zorgen voor een consistentere beoordeling van verzoeken uit als veilig aangemerkte landen van herkomst en moet de verwerking van de verzoeken helpen versnellen. De lidstaten zullen daarnaast een eigen nationale lijst kunnen blijven hanteren met andere derde landen die zij ook als veilig beschouwen. Kandidaat-lidstaten van de EU zijn ook veilige landen van herkomst, tenzij:
- er een internationaal of binnenlands gewapend conflict heerst;
- de EU tegen de betrokken kandidaat-lidstaat sancties heeft getroffen wegens inbreuk op de grondrechten en fundamentele vrijheden, of;
- de asielautoriteiten van de lidstaten meer dan 20% van de verzoeken om internationale bescherming uit de betrokken kandidaat-lidstaat goedkeuren.
Bron: www.consilium.europa.eu
Voor drie mogelijke consequenties van de plannen in het coalitieakkoord vraagt het SCP in het bijzonder aandacht:
- Er is weinig aandacht voor de gevolgen van het beleid voor ongelijkheden in de samenleving en groepen in een kwetsbare positie. Er zijn bijvoorbeeld risico’s voor intensieve mantelzorgers, zorgbehoevenden en mensen met beperkte digitale vaardigheden.
- Er zijn hoge verwachtingen van buurtcohesie en lokale initiatieven wat betreft het oplossen en voorkomen van maatschappelijke problemen, maar de coalitie doet maar beperkte investeringen. Het is onzeker of de ambities op deze manier waargemaakt kunnen worden.
- Voor het burgervertrouwen is het belangrijk om burgers zelf te betrekken bij beleid en om realistische plannen te presenteren. Beloftes die niet ingelost worden hollen namelijk het vertrouwen uit.
Rechtsstatelijk bewustzijn
De coalitie neemt verschillende maatregelen om de rechtsstaat te versterken. Dit is wenselijk en nodig, omdat in de afgelopen jaren bleek dat de rechtsstaat kwetsbaar is en dat de steun ervoor minder vanzelfsprekend is dan gedacht. Naast maatregelen om de rechtsstaat zelf te versterken, wil de coalitie het ‘democratisch ethos’ onder de bevolking verbeteren. In het akkoord wordt bijvoorbeeld burgerschapsonderwijs genoemd als een van de manieren om dat te doen. Dat is een logische eerste stap, maar het is waarschijnlijk niet genoeg. Uit onderzoek blijkt dat rechtsstatelijke principes weliswaar breed onderschreven worden, maar dat het bewustzijn over wat dat inhoudt laag is. Nederlanders zijn doordrongen van het belang van vrije verkiezingen en van meerderheidsbesluitvorming. Het zijn juist rechtsstatelijke principes als macht en tegenmacht, gelijke behandeling en het belang van minderheidsrechten waarover mensen minder weten en waarover minder overeenstemming bestaat. Het is goed om ook andere mogelijkheden te verkennen om het rechtsstatelijk bewustzijn te vergroten, bijvoorbeeld door te kijken naar de voorbeeldfunctie die politici en bestuurders hebben en naar de mate waarin rechtsstatelijke principes geborgd zijn in de interactie van instituties met burgers.
Een sociaal-maatschappelijke reflectie op het coalitieakkoord
Bron: www.scp.nl
In de procedure vordert de man om zo snel mogelijk in een tbs-kliniek te worden geplaatst of in ieder geval als eerste op de wachtlijst te worden gezet voor een plaats in een tbs-kliniek. Hij vindt dat de Staat structureel zijn zorgplicht schendt en onrechtmatig handelt door hem niet binnen de maximale termijn van vier maanden in een tbs-kliniek te plaatsen. Ook vindt hij dat er sprake is van bijzondere, zwaarwegende omstandigheden waardoor een langer verblijf in een Penitentiair psychiatrisch centrum (PPC) onaanvaardbaar is.
Oordeel voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de man af. De voorzieningenrechter stelt vast dat inmiddels 273 tbs-passanten wachten op een plek in een tbs-kliniek en dat het tbs-systeem volledig is vastgelopen. Ook constateert de voorzieningenrechter dat, hoewel de Staat werkt aan oplossingen, het er niet naar uitziet dat deze binnen afzienbare tijd zijn gerealiseerd en dat er voorlopig dus veel meer wachtenden zijn dan beschikbare plekken. Die situatie is onwenselijk en betreurenswaardig, oordeelt de voorzieningenrechter. Maar omdat de Staat tekortschiet tegenover alle tbs-passanten, kan dit geen grond vormen om de man voorrang te geven boven andere tbs-passanten die langer op de wachtlijst staan. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen bijzondere en zwaarwegende omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat de man met voorrang wordt geplaatst. Het plaatsingsbeleid van de Staat is gebaseerd op een objectieve maatstaf: chronologie. De keuze voor dit systeem is redelijk en begrijpelijk. Een groot deel van de passanten kampt immers met ernstige problematiek en ieder van hen heeft er belang bij zo snel mogelijk behandeld te worden. Als de vorderingen van de man worden toegewezen en hij voorrang krijgt, zet dit de deur open voor de feitelijk onuitvoerbare opgave om te bepalen wie bovenaan de wachtlijst komt op basis van niet objectief meetbare persoonlijke factoren. Daarom kan slechts in zeer uitzonderlijke situaties van het huidige plaatsingsbeleid worden afgeweken. Van zo een uitzonderlijke situatie is hier geen sprake, oordeelt de voorzieningenrechter. In het PPC waar hij nu zit, zijn er behandelmogelijkheden die aansluiten bij zijn problematiek. Uit het verloop van de incidenten die hebben plaatsgevonden, kan in dit kort geding niet worden afgeleid dat zijn situatie in detentie nog verder verslechtert. Dit omdat de man al sinds zijn tienerjaren kampt met ernstige problematiek gepaard gaande met ernstige lijdensdruk en incidenten. Dat de man angstig is dat hij anderen opnieuw schade zal toebrengen, begrijpt de voorzieningenrechter, maar ook dat rechtvaardigt geen voorrang. Helaas is de harde realiteit dat vele andere tbs-passanten zich in een vergelijkbare situatie bevinden.
Bron: www.rechtspraak.nl
De Algemene Rekenkamer stelde al in een op 18 mei 2022 gepubliceerd rapport dat diverse algoritmes van de overheid, waaronder CAS, niet aan de basiseisen voldeden. Bij het criminaliteitsanticipatiesysteem van de politie ontbrak onder meer controle op mogelijke vooringenomenheid. Zo gebruikte de politie historische data van bijvoorbeeld wijken om met kansberekening te bepalen wat voor criminaliteit werd verwacht. In 2023 stopte de politie al met een ander controversieel systeem, het Risicotaxatie Instrument Geweld. Dit algoritme voorspelde op basis van data of een individu geweld zou plegen, schrijft de Volkskrant. De Wetenschappelijke Adviesraad van de politie adviseerde in het vorig jaar gepubliceerde rapport ’Navigeren in niemandsland: zeven urgente uitdagingen rondom digitalisering en AI in politiewerk’ te stoppen met dit type algoritmes, vanwege de hoge en ingrijpende risico’s.
Bronnen: www.volkskrant.nl en ©ANP
Het comité ziet ook risico's voor de positie van sekswerkers door beleid tegen sekswerk vanuit huis. Vrouwen worden daardoor afhankelijk van exploiteurs van bordelen. Strengere wetgeving kan daarnaast inbreuk maken op het recht op privacy van sekswerkers, het stigma op sekswerk vergroten en het risico op geweld vergroten. Ook uitbuiting van vrouwen die huishoudelijk werk doen en in de zorg werken baart het comité zorgen. Slachtoffers blijven onder de radar, vluchtelingen en vrouwen zonder verblijfsvergunning in het bijzonder. Vrouwen voelen zich volgens het comité ontmoedigd om zich te melden door lange procedures en lage straffen voor daders.
Abortus
Het comité is bezorgd over het feit dat abortus op Aruba, Curaçao en Sint Maarten strafbaar wordt gesteld. Het Comité dringt erop aan abortus in alle gevallen te decriminaliseren en abortus te legaliseren in ieder geval in gevallen van verkrachting, incest, risico's voor het leven of de gezondheid van de zwangere vrouw. Daarnaast moeten op Aruba, Curaçao en Sint Maarten vrouwen toegang worden geboden tot veilige, legale, en betaalbare abortusdiensten.
Bronnen: www.ohchr.org en ©ANP
Pogingen om de toegang van kinderen te beperken via verboden en verplichte leeftijdsverificatie komen voort uit legitieme zorgen, omdat kinderen nu worden blootgesteld aan gewelddadige, seksuele of verontrustende inhoud, grooming en zich snel verspreidende desinformatie. Ondoorzichtige algoritmes sturen hen naar extreem materiaal, terwijl ontwerpen hun gedrag beïnvloeden en grootschalige gegevensverzameling hun privacy ondermijnt. Deze uitkomsten zijn voorzienbare gevolgen van specifieke ontwerpkeuzes en bedrijfsmodellen, en vereisen daarom regulering bij de bron.
Verantwoordelijkheid platforms
Staten zouden platforms aansprakelijk moeten houden bij tekortkomingen. Gezien de alomtegenwoordigheid van algoritmische systemen is uitgebreide regelgeving essentieel. Dit omvat onder meer:
- transparantie en controleerbaarheid van algoritmes
- effectieve meld‑ en herstelmechanismen
- risicobeoordelingen met betrekking tot kinderrechten
- onafhankelijke audits
- beperkingen op gerichte reclame.
Deze verplichtingen moeten afdwingbaar zijn, onderworpen aan onafhankelijk toezicht en ondersteund door sancties en aansprakelijkheden die een afschrikwekkend effect hebben. De bron van schade ligt in het ontwerp en de prikkels van de platforms en daar moet de focus van regelgeving liggen, aldus de commissaris.
Bron: www.coe.int
De asielstatushouder had het inburgeringstraject niet binnen de wettelijke termijn afgerond. Daarom kreeg zij in 2019 een boete opgelegd en moest zij de lening voor de inburgering terugbetalen. De vrouw is in 2024 in hoger beroep gegaan bij de Afdeling. In de procedure is verwezen naar recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU 4 februari 2025, ECLI:EU:C:2025:52) en de Afdeling op 9 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3087). Volgens die uitspraken is het stelselmatig opleggen van boetes bij het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht voor asielstatushouders strijdig met Europese regelgeving. Dit geldt ook voor het terugvorderen van leningen. De Afdeling heeft nu bepaald dat deze uitspraken ook van invloed zijn op eerder opgelegde en vaststaande besluiten over boetes en terugvorderen van leningen onder de Wet inburgering 2013. Ook heeft de Afdeling bepaald dat de boete voor deze asielstatushouder vervalt en zij ook de lening niet hoeft terug te betalen.
Vervolg
Het Ministerie van SZW bestudeert de uitspraak en de gevolgen hiervan. SZW had de inning van boetes en terugvordering van leningen van asielstatushouders al gepauzeerd sinds maart 2023. Toen had de Afdeling vragen gesteld aan het HvJ EU over het boete- en leningenbeleid van de Wet inburgering 2013. Na de uitspraak van de Afdeling in juli 2025 is het opleggen van boetes aan asielstatushouders voor het overschrijden van de termijn onder de Wet inburgering 2013 en Wet inburgering 2021 stopgezet. Voor de Wet inburgering 2013 is daarnaast het terugvorderen van leningen aan asielstatushouders stopgezet.
Bronnen: www.raadvanstate.nl en www.rijksoverheid.nl
Tijdige rechtshulp werkt preventief: het helpt problemen sneller op te lossen en verkort negatieve gevolgen, of voorkomt die zelfs. Dit leidt tot minder stress, wat het welzijn van mensen vergroot, en de druk op de zorg verlaagt. Dit levert de samenleving 103 tot 232 miljoen euro op. Stress heeft niet alleen invloed op de gezondheid, maar ook op het functioneren op het werk. Juridische problemen die blijven spelen, kunnen hierdoor leiden tot psychische klachten, verzuim en zelfs ontslag. Het verhelpen van deze problemen komt ten goede aan de productiviteit, en zorgt voor minder afhankelijkheid van een uitkering. Dit levert de maatschappij 13 tot 15 miljoen euro op. Daarnaast kunnen juridische problemen zorgen voor schulden, bijvoorbeeld door boetes, naheffingen of het wegvallen van inkomsten. Het tijdig en effectief oplossen van deze problemen zorgt voor een stabielere financiële positie waardoor schuldenproblematiek afneemt.
Aanbevelingen
Onderzoekers doen verschillende aanbevelingen om de positieve impact van het Juridisch Loket te bestendigen en te vergroten. Ten eerste vraagt de groep net boven de inkomens- en vermogensgrens aandacht: zij heeft vaak beperkte middelen en een beperkt doenvermogen, maar geen toegang tot Juridisch Loket-advies of gesubsidieerde tweede lijn. Ten tweede is versterking van de signaleringsfunctie wenselijk. Door de landelijke schaal ziet het Juridisch Loket structurele knelpunten vroegtijdig; verdere professionalisering van registratie, analyse (eventueel met AI) en onderzoek naar effectiviteit kan deze systeemimpact vergroten. Ten derde kan een meer oplossingsgerichte eerste lijn die sterker gericht is op het oplossen van problemen dan wel het ‘warm overdragen’ van rechtzoekenden aan maatschappelijke partners, de baten verder verhogen. De transitie richting deze werkwijze waarin het Juridisch Loket zich momenteel bevindt, sluit aan bij deze aanbeveling. Tot slot is het van belang om vervolgonderzoek te doen naar causale effecten en de duur van juridische problemen, zodat een eventuele toekomstige maatschappelijke kosten-batenanalyse minder onzekerheid kent.
Over het onderzoek
De maatschappelijke kosten-batenanalyse geeft een indicatief beeld van de maatschappelijke waarde van de eerstelijns juridische dienstverlening van het Juridisch Loket. Omdat belangrijke databronnen (zoals de Gebruikersevaluatie van Ipsos I&O en de Geschilbeslechtingsdelta van het WODC) geen causale effectstudies zijn, is de geschatte effectiviteit van de dienstverlening niet precies en zijn de gebruikte cijfers in de berekeningen niet volledig representatief voor de doelgroep van het Juridisch Loket. Daarnaast zijn verschillende relevante maatschappelijke effecten niet in geld gewaardeerd, waaronder effecten op vertrouwen in de rechtsstaat, overlast voor de omgeving in het geval van probleemescalatie en het signaleren van maatschappelijke problematiek; deze zijn als Pro Memorie (PM)-posten opgenomen. Ook de kosten en baten van de online dienstverlening van het Juridisch Loket blijven buiten beschouwing. Bij onzekerheden over effectiviteit, duur en doorwerking van effecten, is in de analyse overwegend uitgegaan van conservatieve aannames. Alles bij elkaar dienen de gepresenteerde uitkomsten te worden geïnterpreteerd als een indicatieve inschatting van de maatschappelijke waarde van het Juridisch Loket.
De waarde van het Juridisch Loket - Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van rechtshulp door het Juridisch Loket
Bron: www.juridischloket.nl