Artikelen van Redactie

Nieuws
De Balie in Beeld 2026: aantal advocaten groeit door

In 2025 is het aantal advocaten in Nederland met 1,7% gegroeid tot 19.046, de grootste groei in tien jaar. De groei verschilt regionaal sterk:  Noord-Holland  groeit het snelst (3%), terwijl Den Haag en Zeeland-West-Brabant nauwelijks toenemen. In totaal kwamen er 323 advocaten bij, waarvan 118 in Amsterdam, dat met 6.788 advocaten veruit het grootste arrondissement blijft.

Hoewel de landelijke groei positief is, is de verdeling scheef. Ten opzichte van 2016 daalde het aantal advocaten in vijf van de elf arrondissementen. Amsterdam heeft bijna 6 advocaten per 1.000 inwoners, terwijl Noord-Nederland en Overijssel het met minder dan een halve advocaat moeten doen.

Het aantal advocaat-stagiairs steeg in 2025 naar 1.139, een groei van 27% ten opzichte van vijf jaar eerder. Van de nieuw beëdigde advocaten is 62% vrouw. De balie bestaat momenteel uit 53% mannen en 47% vrouwen, met de verwachting dat het aandeel vrouwen verder zal stijgen.

Het totaal aantal advocatenkantoren groeit nauwelijks. Driekwart van de kantoren bestaat uit één of twee advocaten, maar juist deze groep krimpt. Daartegenover staat een duidelijke groei van grotere kantoren (33–64 advocaten), vooral in Rotterdam. In Den Haag verdwenen de meeste kantoren (-16).

Ondanks de algemene groei daalt het aantal sociaal advocaten verder. In 2025 waren er 4.369 advocaten met minimaal tien toevoegingen, bijna 10% minder dan zes jaar geleden. Vooral in regio’s als Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe, en Delfzijl is het aanbod kritiek. Dit wordt door de Nederlandse orde van advocaten als zorgwekkend bestempeld.

Sommige specialismen, zoals het asiel- en vluchtelingenrecht, kampen met vergrijzing: 31% van de advocaten is 60-plus, terwijl er vrijwel geen jonge instroom is (slechts één advocaat onder de 30). Dit kan leiden tot toekomstige tekorten.

Bron: Balie in Beeld 2026

19 maart 2026
Nieuws
EU-lidstaten moeten de genderidentiteit van transpersonen erkennen

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat nationale wetgeving die een burger niet toestaat om zijn of haar gendergegevens officieel te wijzigen, terwijl die persoon gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer binnen de EU, in strijd is met het EU‑recht. 

De zaak betrof een Bulgaarse burger die bij geboorte als man was geregistreerd maar in Italië als vrouw leeft en daar een medische transitie is begonnen. Zij vroeg in Bulgarije om haar officiële gegevens (geslacht, naam, identificatienummer) te laten aanpassen, maar dit werd geweigerd. De Bulgaarse wet, zoals uitgelegd door de hoogste civiele rechter, beschouwt 'geslacht' uitsluitend als een biologisch gegeven en staat geen wijziging toe om redenen die verband houden met genderidentiteit. Het publieke belang en de morele of religieuze waarden van de samenleving zouden zwaarder wegen dan de belangen van transgender personen. 

De Bulgaarse rechter twijfelde of deze benadering wel verenigbaar is met het EU‑recht en stelde prejudiciële vragen aan het Hof. Het Hof oordeelt dat zulke nationale regels de uitoefening van het recht op vrij verkeer belemmeren: wanneer de genderidentiteit van een persoon niet overeenkomt met de gegevens op officiële documenten, kan dat leiden tot problemen bij identiteitscontroles, grensovergangen en dagelijkse situaties, waardoor de persoon gedwongen wordt steeds opnieuw uitleg te geven of twijfel weg te nemen. 

Het Hof benadrukt dat lidstaten weliswaar bevoegd zijn om regels vast te stellen over identiteitsdocumenten, maar dat zij dit in overeenstemming met het EU‑recht moeten doen. Beperkingen op het vrij verkeer zijn alleen toegestaan als ze berusten op objectieve redenen van openbaar belang én voldoen aan het proportionaliteitsbeginsel. Bovendien moeten zij de grondrechten, waaronder het recht op eerbiediging van het privéleven, respecteren. Dat recht omvat ook de bescherming van iemands genderidentiteit. Daarom moeten lidstaten duidelijke, toegankelijke en effectieve procedures bieden voor de juridische erkenning van genderidentiteit. Het Bulgaarse systeem, dat elke wijziging van geslachtsgegevens op basis van genderidentiteit uitsluit, voldoet daar niet aan en vormt een ongerechtvaardigde beperking van het vrij verkeer.

Bron: Info Curia 

18 maart 2026
Nieuws
Commissie stelt nieuwe Europese NV voor

De Europese Commissie heeft 18 maart een voorstel gepresenteerd voor een ‘EU Inc.’: een nieuwe EU-nv.  

Met de invoering van deze vennootschap wil de Europese Unie een antwoord geven op kritiek van bedrijven op de wirwar van regels en rechtsvormen in Europa. Hierdoor vertrekken bedrijven vaak naar de VS, waar deze administratrieve hobbels minder groot zijn. 

Om dit in de toekomst te voorkomen, zal het met de EU Inc. mogelijk zijn om binnen de Europese Unie internationaal te ondernemen zonder nieuwe dochterondernemingen te moeten oprichten en er dus een goedkope en praktische rechtsvorm is voor internationeel opererende bedrijven. 

De registratie van de EU Inc. kan binnen 48 uur en tegen maximaal 100 euro gebeuren via een apart digitaal platform, zonder tussenkomst van een notaris;  nationale autoriteiten krijgen de gegevens via het platform. Naast minder administratieve rompslomp maakt de EU Inc. het mogelijk om aandeelhoudersvergaderingen alleen online te houden.

De voorgestelde EU Inc. is bij een faillissement sneller af te wikkelen. De reikwijdte van de EU Inc. is beperkt tot de opzet en organisatie van het bedrijf. Nationale belastingwetten en arbeidswetgeving veranderen niet. Er zijn waarborgen ingebouwd om misbruik (fraude, witwassen) te voorkomen. 

Bron: Eu Inc

18 maart 2026
Nieuws
WODC: Groter deel bevolking ervaart juridische problemen

Dit blijkt uit een vijfjaarlijks WODC-onderzoek (rapportage Geschilbeslechtingsdelta) over de toegang van burgers tot het recht, juridische instanties en procedures.

Dit onderzoek geeft een beeld van de toegang tot het recht en het functioneren van juridische instanties en procedures vanuit het perspectief van burgers. Toegang tot het recht is een fundamentele voorwaarde voor het functioneren van de rechtsstaat. Om van daadwerkelijke toegang tot het recht te kunnen spreken is alleen de beschikbaarheid van rechtshulp en van onafhankelijke rechters onvoldoende; hiervoor is het ook nodig dat burgers in het juridische systeem hun weg kunnen vinden – al dan niet met hulp – en een rechtvaardig resultaat kunnen behalen

Het aantal mensen met een juridisch probleem dat actie onderneemt is afgenomen. Dat zou kunnen duiden op verslechtering van de toegang tot het recht. Positief is dat partijen die elkaar wél treffen, steeds vaker overeenstemming bereiken.

Minder mensen dan in voorgaande periodes ondernamen actie om hun probleem aan te pakken. Zij hadden geen contact met de andere partij, schakelden geen professionele hulp in en hadden geen mediation of procedure. Degenen die wél actie ondernamen, maakten vaker afspraken met de andere partij om het probleem op te lossen.  Deze afspraken worden ook rechtvaardig gevonden. Het gebruik van juridische hulp, mediaton en juridische procedures blijft stabiel.

De geleidelijke toename van het aandeel mensen dat geen actie onderneemt – elke editie stijgt dit met een paar procentpunten – is zorgelijk als het gaat om toegang tot het recht. Het gaat soms om zeer ernstige juridische problemen.  Een aanzienlijk deel van de mensen met juridische problemen onderneemt geen actie omdat zij de juiste weg niet kennen, het stressvol vinden of omdat ze geen tijd of geld hebben. Dit zou kunnen duiden op drempels in de toegang tot het recht. Het WODC voert momenteel verdiepend vervolgonderzoek uit naar deze groep en andere respondenten waarvan op basis van hun antwoorden in de enquête wordt verwacht dat zij een gebrek aan toegang ervare

De onderzoekers pleiten voor extra aandacht voor jongeren, mensen met problemen met hun huurwoning en mensen met problemen met discriminatie, smaad/laster en slechte behandeling door de overheid. Zij hebben relatief veel moeite om hun problemen aan te pakken. Ook schatten zij hun juridische vaardigheden iets lager in. Het is van belang deze groepen extra aandacht te geven in beleid om de toegang tot het recht te versterken.

Bron: WODC 

18 maart 2026
Nieuws
Teksten van lobbyisten letterlijk overgenomen in verkiezingsprogramma's

Een divers gezelschap van bedrijven, brancheverenigingen en maatschappelijke organisaties probeert invloed uit te oefenen op de verkiezingsprogramma’s van lokale politieke partijen: lobbyteksten worden letterlijk overgenomen, zonder dat dit voor de kiezer duidelijk is. Dit blijkt uit onderzoek naar de invloed van lobbyisten bij gemeenten, uitgevoerd door Open State Foundation in samenwerking met de NOS. 

Doel van het onderzoek was een beeld krijgen van welke organisaties invloed proberen uit te oefenen op de gemeenteraadsverkiezingen. Bij meer dan 500 programma’s zijn overeenkomsten met lobbyteksten aangetroffen. In meer dan 100 gevallen was er sprake van letterlijke overname van lobbyteksten. 

Uit het onderzoek blijkt dat lobby bij gemeenten structureel en op grote schaal plaatsvindt. Organisaties, bedrijfsleven en overheid, sturen dezelfde documenten — soms met kleine aanpassingen — naar tientallen gemeenten tegelijk.

Volgens de Open State Foundation is lobby 'an sich' geen probleem, maar de invloed van lobbyisten moet wel voor de kiezers duidelijk zijn. 

Open State Foundation doet daarom twee aanbevelingen. 

Politieke partijen die input van externe organisaties verwerken in hun verkiezingsprogramma dienen dit te vermelden, met een bronvermelding bij de betreffende passage. Daarnaast dienen gemeenten een lobbyregister in te richten, zodat burgers, journalisten en raadsleden kunnen zien welke organisaties contact zoeken met lokale politici. Een aantal grote gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven) doet momenteel al onderzoek naar zo’n lokaal lobbyregister. De rest moet zo snel mogelijk volgen.

Bron: Open State Foundation 

17 maart 2026
Nieuws
Conclusie AG: Psychische mishandeling niet strafbaar

Kan psychische mishandeling zelfstandig – dus zonder fysiek aspect of gevolg – strafbaar zijn als mishandeling in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht? Deze vraag staat centraal in een zaak waarin advocaat-generaal Van Kempen concludeert dat dit onder het huidige recht niet kan.

De zaak
De verdachte wordt verweten dat zij haar kind heeft mishandeld, zowel fysiek als psychisch. Het Openbaar Ministerie heeft haar vervolgd voor mishandeling in de zin van artikel 300 WvSr, meermalen gepleegd. Het hof heeft bewezen verklaard dat zij haar zoon meermalen een klap heeft gegeven en heeft gedreigd hem van een balkon te gooien. Het hof sprak vrij van mishandeling voor zover deze zou hebben bestaan uit de ­jongen onder een koude douche ­zetten, hem onder dwang geruime tijd op een krukje zetten zonder eten en drinken, hem geruime tijd alleen in de auto achterlaten zonder eten en drinken en hem kleinerend en denigrerend toespreken. Het hof heeft over deze gedragingen geoordeeld dat er onvoldoende bewijs is dat deze gedragingen een strafbare mishandeling opleveren, in die zin dat bij het slachtoffer als gevolg daarvan pijn of letsel is ontstaan of dat het slachtoffer als gevolg ­daarvan in de gezondheid is benadeeld.
Het OM stelde beroep in cassatie in om duidelijkheid te krijgen over de vraag of psychische mishandeling onder de reikwijdte van het artikel dat mishandeling strafbaar stelt (artikel 300 WvSr) kan vallen en de juridische kaders die daarop van toepassing zijn. In andere zaken zijn veroordelingen uitgesproken wegens psychische mishandeling op grond van artikel 300 WvSr. Dit is de eerste zaak die op dit punt aan de HR wordt voorgelegd.

Juridisch kader
Artikel 300 lid 1 WvSr stelt mishandeling strafbaar. Vaste rechtspraak van de HR houdt in dat onder mishandeling wordt verstaan het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn of het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam. Artikel 300 lid 4 WvSr bepaalt dat met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid.

Conclusie AG
In zijn conclusie van 10 maart gaat de AG ­uitgebreid in op psychische mishandeling in relatie tot artikel 300 WvSr. Het gaat dan om de vraag of psychische mishandeling zelfstandig - dus zonder fysiek aspect of gevolg - strafbaar kan zijn als mishandeling in de zin van artikel 300 WvSr en zo ja, onder welke voorwaarden.
De AG komt tot de slotsom dat psychische mishandeling, ondanks dat het wat betreft ernst niet onder hoeft te doen voor strafbare vormen van fysieke mishandeling, onder het huidige recht zelfstandig niet strafbaar is op grond van artikel 300 WvSr. Wetshistorisch ligt de focus op lichamelijk letsel. Uit rechtspraak van de HR over mishandeling komt naar voren dat de bescherming van de lichamelijke integriteit de strekking is van de strafbaarstelling van mishandeling. De HR vereist voor de andere varianten van mishandeling steeds een lichamelijke in- of uitwerking op het lichaam. Gelet op de wetsgeschiedenis, het sterk op fysieke gevolgen gerichte systeem van artikel 300 WvSr en de rechtspraak van de HR concludeert de AG dat psychische mishandeling onder het huidige recht ook niet als ‘benadeling van de gezondheid’ kan gelden. Ook daarbij gaat het om de fysieke gezondheid. 
Verder meent de AG dat – mede vanwege een aangekondigd wetsvoorstel tot zelfstandige strafbaarstelling van (vormen van) psychisch geweld – een interpretatie van de rechter waarmee psychische mishandeling alsnog onder de bepaling van artikel 300 WvSr wordt gebracht op bezwaren stuit. Volgens de AG gaat de rechter dan de rechterlijke interpretatievrijheid te buiten. Gelet op de stand van het huidige recht adviseert de AG dan ook om de bestanddelen ‘mishandeling’ en ‘benadeling van de gezondheid’ niet op zodanige wijze uit te leggen dat op grond daarvan psychische mishandeling voortaan zelfstandig strafbaar is onder artikel 300 WvSr. 

Bron: Hoge Raad 

12 maart 2026