Artikelen van Marleen van Rijswick

TijdschriftNJB 36 (2020)
Afschaffing van geborgde waterschapszetels gestoeld op drijfzand?
Karlijn Landman, Frank Groothuijse en Marleen van Rijswick
Tegenwoordig lijkt te worden aangenomen dat de focus van het waterschap verschuift van het waterbeheer in een bepaald gebied naar het klimaatbestendig maken van (delen van) Nederland. En daarmee van een specifiek belang naar een algemeen belang, wat afschaffing van de geborgde zetels in het waterschapsbestuur zou rechtvaardigen. Maar welke wettelijke taak heeft het waterschap of zou het moeten hebben? Het antwoord hierop is volgens auteurs van wezenlijk belang voor de vraag welke vorm van democratische legitimatie bij de waterschapsorganisatie past. In deze bijdrage wordt dan ook deze fundamentele voorvraag ter discussie gesteld en wordt het systeem van de geborgde zetels in dat licht bezien. Hoewel beaamd wordt dat de rol van het waterschap met het oog op klimaatverandering belangrijker wordt, is de veronderstelling dat het waterschap er hierdoor allerlei nieuwe taken en verantwoordelijkheden bijkrijgt, en zodoende veralgemeniseert, onjuist. Door klimaatverandering zal het belang van het waterschap alleen maar toenemen. Vraagt dat niet juist om een bestuur waarin álle bij de taken betrokken belangen zijn vertegenwoordigd?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Empirical Legal Studies in Nederland
Bert Marseille, Monika Smit, Arno Akkermans, Catrien Bijleveld en Marijke Malsch
Het verschijnen van de Nederlandse Encyclopedie Empirical Legal Studies is een mooie aanleiding om de stand op te maken van de empirical legal studies in Nederland en om een aantal lijnen te trekken naar de toekomst. Wat weten we anno 2020 over hoe het functioneren van het recht in Nederland wordt onderzocht? Hoe bruikbaar is de kennis die de afgelopen 25 jaar is verzameld voor de rechtspraktijk en waar zou het ELS-onderzoek zich in de toekomst op moeten richten? We zoeken in deze bijdrage een antwoord op die vragen op basis van de ruim dertig bijdragen aan de Encyclopedie.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Een koloniaal residu in de Grondwet
Wouter Jong
De positie van het Caribisch deel van het Koninkrijk is eigenaardig geregeld in het Statuut en de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden. Een herziening is wenselijk om ook in constitutionele zin te borgen dat de landen binnen het Koninkrijk gelijkwaardige partners zijn.

[verder lezen in NAVIGATOR]

‘Veel psychiatrische diagnoses kloppen niet’
Yvonne van den Berg-Lotz
Verkeerde psychiatrische diagnoses zijn in de GGZ al vervelend en mogelijk nadelig voor patiënten, in de forensische sector kunnen de gevolgen nog veel groter zijn. Immers, een tbs-maatregel moet volgens de wet voldoen aan twee criteria: er moet sprake zijn van een stoornis en er moet vanuit gegaan worden dat er recidivegevaar bestaat.

[verder lezen in NAVIGATOR]

21 oktober 2020
TijdschriftNJB 17 (2016)
De betekenis van de Safe Harbor-uitspraak van het Europese Hof voor datadoorgiftes naar de VS
Lokke Moerel
In de Safe Harbor-uitspraak vernietigt het Hof het EU-US Safe Harbor Framework voor datadoorgiftes naar de Verenigde Staten (VS), maar heeft deze uitspraak ook gevolgen voor datadoorgiftes onder de alternatieve datadoorgifte-instrumenten, zoals de Europese modelcontracten? Staan datadoorgiftes naar andere landen dan de VS nu ook ter discussie? Lost het nieuwe ‘EU-US Privacy Shield’ data-akkoord de doorgifteproblemen naar de VS op?


Lees het hele artikel in Navigator.

Het EU-rechtsstaatmechanisme en Polen
Maurice Adams en Eva van Vugt
De Europese Commissie heeft in maart 2014 een nieuw kader voor een rechtsstaatsmechanisme vastgesteld dat een doeltreffende en samenhangende bescherming van de rechtsstaat in de lidstaten beoogt te waarborgen. Het mechanisme stelt de Europese Commissie in staat om voortvarend op te treden wanneer zich een systemische bedreiging van de rechtsstaat lijkt te ontwikkelen in een lidstaat. De zogenaamde Venetiëcommissie werd onlangs voor het eerst ingeschakeld in de kwestie van het Poolse Constitutioneel Tribunaal. Op 11 maart jl. bracht de Venetiëcommissie haar rapport uit.


Lees het hele artikel in Navigator.

Leren van het verleden
Marleen van Rijswick
Dit essay gaat over ontwikkelingen in het omgevingsrecht en in het bijzonder het waterstaatsrecht en de lessen die we daaruit kunnen leren voor de verdere vormgeving van het omgevingsrecht, met het doel hiermee een bijdrage te leveren aan de discussie over de toekomst van het omgevingsrecht en het bestuursrecht. Het bestuur dient zich te realiseren dat de komende jaren gepaard zullen gaan met veel onzekerheden terwijl de samenleving tegelijkertijd voor grote opgaven staat. Men zou niet te bang moeten zijn om de mogelijkheden van de Omgevingswet ten volle te benutten. ‘Nat gaan’ bij de Raad van State zal deel van dat proces zijn, en is de enige manier om duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden die wetgeving biedt en om een visie te verwezenlijken.


Lees het hele artikel in Navigator.

28 april 2016
TijdschriftNJB 44 (2013)
Waar staat water na 2013?
Marleen van Rijswick

Zwanenzang van een roemrijke waterstaatscommissie

Goed waterbeheer is noodzakelijk om in een delta als Nederland te kunnen leven en verdient naar het oordeel van de Commissie van Advies inzake de Waterstaatswetgeving (CAW) permanente en bijzondere zorg. De Commissie wordt per 1 januari 2014 opgeheven. Zij doet een laatste oproep de internationaal en nationaal geprezen Nederlandse waterstaatzorg te koesteren. De Commissie vraagt aandacht voor twee belangrijke ontwikkelingen die van grote invloed zijn op het Nederlandse waterbeheer. Dit zijn de integratie van het waterrecht in het omgevingsrecht en de mogelijke opheffing van de waterschappen als zelfstandig functioneel bestuur.

Toegang tot het recht: grondrecht of kostenpost?
Hugo Arlman en Else Lohman

De huurder van een woonhuis in Delft loopt een betalingsachterstand op van een maand of twee, bij woningcoöperatie Woonbron ‘partner in prettig wonen'. Hij maakt afspraken met de deurwaarder over afbetaling van de achterstand, maar realiseert zich niet dat de zitting bij de kantonrechter en allerlei bijkomende kosten gewoon doorgaan. Een jaar en een verstekvonnis later loopt hij, ondanks regelmatige betalingen, nog steeds achter. Bij een tweede verstekvonnis worden de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van zijn huis uitgesproken. De man zwerft langs vrienden en slaapplaatsen, zijn huisraad is hij kwijt. Een ingeroepen advocaat gaat in verzet, het verstekvonnis wordt door een verse kantonrechter vernietigd en het hoger beroep dat Woonbron daartegen instelt bij het Hof in Den Haag wordt augustus jl. verworpen. De woningcoöperatie wordt bijgestaan door een advocaat van het Zoetermeerse kantoor Bos Van der Burg tarief gewoonlijk 220 per uur. Advocaat Soekarman van de huurder wordt betaald uit een toevoeging. Uitgaande van ‘huurrecht algemeen‘ een forfaitair bedrag van ruim 940, ongeacht het aantal uren. Nog wel.

Noodzaak + eerlijk proces = verdedigingsbelang
Willem Jebbink

Toepassing van criteria voor het beoordelen van getuigenverzoeken in strafzaken is geen hogere wiskunde

In strafzaken speelt een belangrijke rol welke maatstaf wordt gehanteerd bij de beoordeling van getuigenverzoeken. Zoals recentelijk nog door de Hoge Raad is onderstreept, is toetsing aan het zogeheten verdedigingsbelang aan strikte, bijna formalistische voorwaarden gebonden. Wordt aan die voorwaarden niet voldaan, dan geldt het noodzaakcriterium. Omdat echter volgens de wetgever het horen van getuigen noodzakelijk is als de waarborgen van art. 6 EVRM dat eisen, versmelten bij deugdelijk onderbouwde verzoeken noodzaak en verdedigingsbelang. Dat maakt een beschouwing van de rechtspraak van het EHRM inzake het recht op ondervraging van getuigen à décharge inzichtelijk.

Gouverneur Sint Maarten mist bevoegdheden om aanwijzing uit te voeren
Aubrich Bakhuis

Premier Wescott-Williams van Sint Maarten heeft boos gereageerd op de aanwijzing die de rijksministerraad op voorstel van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 30 september jl. heeft gegeven aan de Gouverneur van dit land. Wescott-Williams noemt de aanwijzing aan de Gouverneur een ‘constitutionele blunder’ en verwijt Den Haag ‘neokolonialistisch gedrag’. Ze vindt dat de aanwijzing inbreuk maakt op de interne aangelegenheden van haar land, de positie van de Gouverneur schaadt en een gevaarlijk precedent schept. Men kan zich afvragen of het voor de verhoudingen binnen het Koninkrijk wel verstandig is dat de premier zo hoog van de toren blaast. Echter, ten aanzien van de positie van de Gouverneur en de inhoud van de aanwijzing heeft ze wel een punt.

Niet-strafbare uitingen behoren niet strijdig te zijn met de openbare orde
Jan Brouwer

Reactie

11 december 2013