Artikelen van Esmée Driessen

TijdschriftNJB 31 (2021)
Ongemotiveerde uitspraken in het hoger beroep in vreemdelingenzaken en de grenzen van behoorlijke rechtspleging
Bert Marseille, Marc Wever en Viola Bex-Reimert
Door bijna altijd gebruik te maken van de bevoegdheid neergelegd in artikel 91 lid 2 VW 2000 om bij een ongegrond hoger beroep af te zien van het motiveren van haar uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak haar taak als hogerberoepsrechter in vreemdelingenzaken uiterst beperkt ingevuld. De verandering die is ingezet met de Pilot 91-2, die inhoudt dat steeds als toepassing wordt gegeven aan dat artikel wordt gekeken of door middel van een korte standaardmotivering partijen iets meer duidelijkheid kan worden geboden over de reden dat het hoger beroep ongegrond is, verdient het met kracht te worden uitgebouwd. Aldus de auteurs, die de pilot op verzoek van de Afdeling onderzochten. Uitgangspunt zou moeten zijn dat ongegronde hoger beroepen van een motivering worden voorzien. Zo kan recht worden gedaan aan het belang van de individuele rechtsbedeling in de vreemdelingenzaken waarin de Afdeling als hoogste rechter oordeelt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Toepasselijkheid van het oorlogsrecht in de Nederlands-Indonesische oorlog
Stan Meuwese, Jurjen Pen en Theo de Roos
De Nederlandse regering heeft het gewapend conflict tussen Nederland en de Republik Indonesia nooit een oorlog genoemd en nooit het geschreven oorlogsrecht formeel van toepassing geacht. Daarmee gingen de regering en de militaire autoriteiten eraan voorbij, dat er – gelet op de strafrechtelijke context (artikel 38 Wetboek Militair Strafrecht) – doorslaggevende gronden waren om aan te nemen dat het oorlogsrecht op het Nederlandse militair optreden formeel en materieel wel degelijk van toepassing was. Voor een beoordeling van de handelwijze van de Nederlandse strijdkrachten tijdens dit conflict is in ieder geval een ondubbelzinnig antwoord van belang op de vraag of dat werd genormeerd door het oorlogsrecht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Hoor en wederhoor, maar niet vragen naar de bekende weg
Han Jongeneel en Carole Keja
Twee kantonrechters stelden prejudiciële vragen over informatieverplichtingen voortvloeiend uit het Europees consumentenrecht. Inmiddels zijn in beide zaken grotendeels gelijkluidende conclusies genomen. De A-G is van mening dat het niet-behoorlijk nakomen van wettelijke informatieverplichtingen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst kan leiden. Voor de rechtspraktijk is dan wel van groot belang hoe dat ook praktisch in zijn werk moet gaan.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De BV-m: zwevend tussen nut en noodzaak
Esmée Driessen en Tine De Moor
Een voorstel met de uitgangspunten van een maatschappelijke BV, de BV-m, is in maart van dit jaar in consultatie gegaan. De doelstellingen van de BV-m zijn lovenswaardig, maar de uitwerking ervan is in het huidige voorstel zowel te beperkend, want alleen van toepassing op de BV, als te ruim met betrekking tot de transparantie- en participatieverplichtingen. Wil het voorstel echt werk maken van het stimuleren en faciliteren van sociaal ondernemerschap, dan is er nog werk aan de winkel. De minister zou er dan ook goed aan doen om het voorstel nog eens kritisch tegen het licht te houden en daarbij inspiratie op te doen bij al bestaande labels als de Code Sociaal Ondernemen en B-corp, maar ook bij de sociale ondernemingen die niet de BV, maar andere rechtsvormen gekozen hebben om hun maatschappelijke doelstellingen vorm te geven.

[verder lezen in NAVIGATOR]

15 september 2021
TijdschriftNJB 38 (2019)
Een algemene regeling voor het Right to Challenge
Geerten Boogaard, Esmée Driessen en Willemien den Ouden
Politiek gezien leek een regeling van het uitdaagrecht wat in Den Haag ‘laaghangend fruit’ wordt genoemd. Iedereen is vóór, het moet alleen nog even worden geregeld. En dat kon evenmin veel moeite kosten, was de gedachte. Dat viel nogal tegen. Uitvoering van deze politieke afspraak uit het regeerakkoord bleek nog een hele puzzel. Aan het oplossen van deze puzzel hebben de auteurs van dit artikel een bijdrage geleverd door een mogelijke inhoud van een algemene regeling van het Right to Challenge vanuit juridisch perspectief verder te onderzoeken. De kern van hun conclusie is dat de in het coalitieakkoord overeengekomen regeling een onbegaanbaar pad vormt. In dit artikel reflecteren de onderzoekers op deze ontnuchterende valorisatieervaring, om het onderzoek op een abstracter niveau voort te zetten.


Lees het hele artikel in Navigator.

Eigen verantwoordelijkheid of bescherming tegen verkeerde keuzes?
Willem van Boom, Helen Pluut en Jean-Pierre van der Rest
Het recht is niet eenduidig waar het gaat om de balans tussen eigen verantwoordelijkheid en de bescherming tegen ‘verkeerde keuzes’. Vaak staat de eigen verantwoordelijkheid voorop. Soms biedt het recht bescherming in een vorm van paternalisme waar eigen verantwoordelijkheid om bepaalde redenen niet werkt of niet afdoende wordt gevonden. Wat vinden ‘gewone’ burgers eigenlijk van de keuzes die het recht maakt waar het gaat om het vraagstuk ‘eigen verantwoordelijkheid tegenover bescherming tegen verkeerde keuzes’? De auteurs zochten het uit.


Lees het hele artikel in Navigator.

De vrijheid van meningsuiting van de kritische rechter
Sietske Dijkstra
Artikel 10 EVRM beschermt het recht van rechters om een mening te uiten, ook een kritische: vrijheid als uitgangspunt. Dit uitgangspunt wordt in de rechtspraak van het EHRM gematigd door de eisen die het rechtersambt stelt. Het EHRM positioneert de rechter hierbij als ambtenaar. Het is een status die, door de op de ambtenaar rustende loyaliteitsverplichting, beperkte individuele vrijheid impliceert. Voor de rechter geldt als bijzondere beperking dat hij terughoudend moet zijn als het gezag en de onpartijdigheid van de rechtspraak in twijfel kunnen komen. Als de meningsuiting kan worden beschouwd als een bijdrage aan een publiek debat, bijvoorbeeld over het functioneren van de rechtspraak, verdwijnen de ambtelijke status en de terughoudendheid naar de achtergrond, en krijgt de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting ruimer baan.


Lees het hele artikel in Navigator.

Goedkope Stradivarius
Willem van Tongeren
De verwikkelingen omtrent de verkoop van een Stradivarius brengen de auteur tot een oproep om veel scherper te letten op zowel de goede trouw van de verkrijger van roerende zaken in het kader van artikel 3:86 lid 1 BW als, in voorkomende gevallen, de rechtmatigheid van een verrekeningsverklaring.


Lees het hele artikel in Navigator.

6 november 2019