Artikelen van Elbert de Jong

TijdschriftNJB 37 (2020)
Gebrekkige coronavaccins
Elbert de Jong
In rap tempo wordt wereldwijd gezocht naar een goed werkend coronavaccin. Vanuit de industrie komen signalen dat de mogelijkheid bestaat dat men niet alle bijwerkingen van een vaccin (nu al) kan voorzien. Dat roept de vraag op of hun immuniteit dient toe te komen voor eventuele productaansprakelijkheid. Deze bijdrage beoogt een aanzet te geven tot gedachtevorming over dit thema. Besproken wordt dat terughoudendheid moet worden betracht bij het accepteren van immuniteit voor productaansprakelijkheid voor een gebrekkig coronavaccin. Zo bestaan er, in ieder geval naar Nederlands recht, voldoende mogelijkheden om vaccinaansprakelijkheid beheersbaar te houden. Bovendien is de vraag welke effecten het verlenen van immuniteit heeft op de (toch al relatief lage) vaccinatiebereidheid. Dit alles betekent evenwel niet dat het wenselijk is om slachtoffers het pad van de productaansprakelijkheid te laten bewandelen. Dat pad is voor hen immers bezaaid met de nodige hindernissen. Een schadefonds voor slachtoffers van de bijwerkingen van een coronavaccin is het overwegen waard. De rechtvaardiging voor zo’n schadefonds is gelegen in de maatschappelijke solidariteit en het publieke belang van de volksgezondheid.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Gegevensbescherming, schadevergoeding en de bestuursrechter
Fatma Çapkurt
De Awb beperkt de schadevergoedingsbevoegdheid van de bestuursrechter tot appellabele onrechtmatige besluiten, waardoor feitelijke bestuurshandelingen doorgaans buiten zijn rechtsmacht vallen. Gegevensbeschermingsrechtelijk wordt schade die er voor de burger toe doet doorgaans echter niet veroorzaakt door een appellabel besluit, zoals een gegevensbeschermingsrechtelijk inzagebesluit, maar door een feitelijke gegevensverwerking die daaraan voorafgaat. Daardoor kon de bestuursrechter zelden als schadevergoedingsrechter optreden in gegevensbeschermingsrechtelijke zaken. Recentelijk heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke stap gezet om deze incompatibiliteit te verhelpen. In de 1-april-uitspraken, in het bijzonder die over het Pieter Baan Centrum, leidt zij uit de Uitvoeringswet AVG af dat de bestuursrechter wél bevoegd is te oordelen over gegevensbeschermingsrechtelijke schadeclaims. Maar de wetsgeschiedenis waar de Afdeling zich op beroept kan hiervoor strikt genomen geen rechtsbasis bieden. Het lijkt erop dat de Afdeling daarom een beroep deed op het politieke gezag van de Minister voor Rechtsbescherming, de verwerende partij in de Pieter Baan Centrum-zaak, om deze bevoegdheidsuitbreiding te realiseren. Zo creëerde zij, in samenspel met de minister, nieuw recht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Ongewenste tweede nationaliteit
Ulli d’Oliveira
De initiatiefnota van Kamerlid Jan Paternotte over de ongewenste tweede nationaliteit roept meer vragen op dan dat ze oplossingen biedt. Het kernpunt: het bestaan van nationaliteiten waarvan men geen afstand kan doen blijft bestaan, met alle internationaalrechtelijke gevolgen van dien.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Reacties op de opinie van prof. Schalken
Willem van Tongeren en Geert Corstens
Het lijkt er op dat prof. Schalken in zijn Opinie in het NJB d.d. 25 september 2020 de vraag ‘Moet minister Grapperhaus van Justitie opstappen?’ afdoet met het argument dat dat niet hoeft, omdat, zo begrijp ik hem, de minister (slechts) zoiets belachelijks als de nauwelijks te handhaven afstandsregel van 1,5 meter heeft overtreden.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Tout va très bien, madame la marquise. Dat is de titel van het lied van Ray Ventura. De markiezin telefoneert met haar bedienden die in haar kasteel zijn achtergebleven. Zij vertellen haar dat haar merrie dood is, maar ondanks dat: tout va très bien, madame la marquise, dat de schuur is afgebrand, maar ondanks dat: tout va très bien.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Naschrift van prof. Schalken
Tom Schalken
Allemaal tot uw dienst; ik ken alle bezwaren.

[verder lezen in NAVIGATOR]

28 oktober 2020
TijdschriftNJB 23 (2014)
Regulering van onzekere risico’s via public interest litigation?
Liesbeth Enneking en Elbert de Jong
De roep om de civiele rechter vooraf tegenwicht te laten bieden aan een falende risicoregulering en maatschappelijke belangen te laten afwegen in zaken zoals de Urgendazaak, is in feite een vraag om rechterlijk activisme. Rechterlijk activisme achteraf is niets nieuws onder de aansprakelijkheidsrechtelijke zon. Om individuele slachtoffers tegemoet te komen zijn rechters (heel) ver gegaan om de grenzen van onder meer verjaring en het causale verband aanzienlijk op te rekken. Thans ligt de vraag voor of een rechter vooraf, waar maatschappelijke belangen en soms catastrofale risico’s op het spel staan, zich activistisch moet opstellen. Gezien de opkomst van organisaties, zoals het recent opgericht Public Interest Litigation fonds van het NJCM en het We the People-platform, die nadrukkelijk de civiele rechter willen gaan inschakelen en de Urgendazaak, is het een kwestie van tijd alvorens de rechter zich moet buigen over die vraag. De rechterlijke macht doet er daarom goed aan om op fundamenteel niveau na te denken over de maatschappelijke, juridische en rechtspolitieke gevolgen van activisme en de grenzen van zijn capaciteiten om een activistische rol in te nemen.
Democratie, rechtsstaat en de rechten van toekomstige generaties
Femke Wijdekop
Nu de urgentie van het klimaatprobleem toeneemt en milieurampen aan de orde van de dag zijn, werken juristen wereldwijd aan nieuwe oplossingen om de aarde en haar (toekomstige) bewoners te beschermen. In dit artikel wordt een drietal publiekrechtelijke initiatieven besproken die erop gericht zijn de rechten van toekomstige generaties op een gezond en schoon leefmilieu te honoreren in de democratische rechtsstaat. Maar eerst wordt aandacht besteed aan de theoretische onderbouwing van de inclusie van de rechten van toekomstige generaties in de democratische rechtsstaat en de huidige stand van zaken om in rechte op te komen voor de belangen van deze generaties.
Naar een gezamenlijke aanpak van geweld tegen werknemers in de GGZ
Joke Harte, Bernice de Ruijter, Ko Hummelen, Gerard de Haas, Yvo van Kuijck en Kees Lemke
Werknemers in de psychiatrie ondervinden op de werkvloer veel agressie en geweld. Zowel binnen als tussen de verschillende betrokken partijen - GGZ, politie en OM - bestaat er verschil van mening over de reactie die op dergelijk geweld zou kunnen of zou moeten volgen. Landelijk beleid ten aanzien van geweld tegen hulpverleners in het algemeen blijkt onvoldoende aanknopingspunten te bieden. Terwijl ernstig geweld in de psychiatrie niet onbeantwoord mag blijven. Het blijkt echter vaak onduidelijk welke partij wanneer aan zet is en actie moet ondernemen. Praktische oplossingen lijken vooral gezocht te moeten worden in lokale samenwerkingsverbanden. Op diverse locaties in Nederland zijn inmiddels convenanten en samenwerkingsverbanden ontwikkeld en wordt er ervaring opgedaan met de werkzaamheid van deze afspraken. Daar waar dergelijke convenanten en afspraken (nog) niet zijn gemaakt lijkt er een taak te liggen voor de GGZ-instellingen om hiertoe het initiatief te nemen.
Reactie
Johan Legemaate
Reactie op Meer (toe)zicht op toetsing euthanasie dringend gewenst
Naschrift
Aart Hendriks
12 juni 2014
TijdschriftNJB 6 (2014)
Onzekerheid troef?
Elbert de Jong
In een tijd waarin wetenschappelijke onzekerheid over risico’s niet weg te denken is, zal het recht zekerheid moeten verschaffen over de vereiste omgang met wetenschappelijke onzekerheid. In essentie komt het daarbij aan op de vraag hoe en bij welke (on)zekerheid een risico rechtens verwaarloosbaar is. Antwoorden op deze vraag kunnen worden gevonden in het voorzorgsbeginsel, alsmede in een onderscheid naar typen en oorzaken van wetenschappelijke onzekerheid. In deze bijdrage wordt onderzocht hoe bij het formuleren van zorgplichten, wetenschappelijke onzekerheid over het bestaan van risico’s kan worden verdisconteerd. De nadruk ligt op zorgplichten van werkgevers, maar de bespreking is ook relevant voor andere (private) actoren.
Adviesrecht voor slachtoffers?
Alexander de Savornin Lohman
In oktober 2013 maakte Staatssecretaris Teeven het voornemen kenbaar het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, uit te breiden met een adviesrecht aan de rechter. Het oogt sympathiek om slachtoffers meer rechten te geven. Maar is dit adviesrecht wel een verstandig plan? Een adviesrecht voor slachtoffers doet afbreuk aan de kwaliteit van de strafrechtspraak en is schadelijk voor het proces van traumaverwerking van het slachtoffer.
De macht van de verbeelding
Geerten Boogaard
In deze exercitie wordt de relatie tussen verbeelding en werkelijkheid in het (Nederlandse) institutionele staatsrecht verkend. Verbeelde politieke figuren uit bekende (inter)nationale politieke televisiedrama’s blijken inspirerend voor ‘real-life’ politici. Het concrete bewijs is beperkt, maar de politieke fictie van het televisiescherm kan een rol spelen in het mede duiden en voorspellen van de staatkundige werkelijkheid. De intrigerende vraag daarbij is: gaat het richting meerderheidsdemocratie zoals Angelsaksische series als Yes Minister en West Wing propageren of wint de consensusdemocratie zoals verbeeld in de Deense serie Borgen?
Eerste Kamer ‘revisited’
Erik Jurgens en Wim Voermans
De net-niet Nacht van Duivesteijn illustreert de noodzaak nader onderzoek te doen naar het functioneren van tweekamerstelsels in Europa om de rol van onze Eerste Kamer te spiegelen aan die van andere senaten. De boel de boel laten is vragen om bedrijfsongelukken.
Europa: bedreiging of kans?
Lonneke Stevens
13 februari 2014