Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen

—Dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van artikel 6:119a lid 6 BW en zorgt ervoor dat grote ondernemingen in hun handelsrelatie met mkb-ondernemingen een betaaltermijn van ten hoogste 30 dagen kunnen afspreken. De reikwijdte van het huidige artikel 6:119a lid 6 BW blijft ongewijzigd, dat wil zeggen dat deze betaaltermijn alleen van toepassing is in de handelsrelatie tussen grote ondernemingen als schuldenaar en mkb-ondernemingen als schuldeiser.

Op 1 juli 2017 is de Wet tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van onredelijk lange betaaltermijnen (Wet tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen) in werking getreden. Het betrof een initiatiefwet waarin is geregeld dat grote ondernemingen in hun handelsrelatie met mkb-ondernemingen geen betaaltermijn kunnen overeenkomen van meer dan 60 dagen in situaties waar de grote onderneming handelt als schuldenaar en de mkb-onderneming handelt als schuldeiser (doorgaans als leverancier van goederen of diensten). Voor de afbakening van ‘grote ondernemingen’ is aangesloten bij criteria uit het jaarrekeningenrecht zoals beschreven in de artikelen 395a t/m 398 van Boek 2 BW. In artikel IIA van de Wet tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen is een evaluatiebepaling opgenomen. Naar aanleiding van de evaluatie van die wet is besloten dat de betaaltermijn van 60 dagen zal worden gewijzigd in 30 dagen. Dit wetsvoorstel is daarvan de uitwerking.

Kamerstukken