Wet van 02-12-2020, Stb. 2021, 56

Wet tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met het inzetten van het instrument van een bestuurlijke boete om slotmisbruik op gecoördineerde luchthavens effectief te kunnen bestraffen

—De overheid is verantwoordelijk voor de handhaving van de regels van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van ‘slots’ op communautaire luchthavens (PbEG 1993 L 95, de slotverordening). Door de toegenomen schaarste aan slots op gecoördineerde luchthavens is het van belang dat elk slot goed gebruikt wordt en er zorgvuldig met de schaarse luchthaveninfrastructuur wordt omgegaan. Op grond van de slotverordening moet elke lidstaat zorgen voor doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties of gelijkwaardige maatregelen waarmee kan worden opgetreden tegen slotmisbruik. Het is van belang dat verkeerd gebruik van slots direct kan worden bestraft. Dat is nu niet mogelijk, aangezien artikel 11.15, onderdeel a, en artikel 8a, 52 van de Wet luchtvaart, alleen het opleggen van een herstel­sanctie mogelijk maakt. Recent onderzoek laat zien dat het aantal onregelmatigheden op Schiphol relatief hoog is. Geconstateerd is dat er in 2018 meer dan zeshonderd keer op Schiphol gevlogen is zonder toegewezen slot en dat er gemiddeld twintig vluchten per dag worden gepland op een ander tijdstip dan de toegewezen slottijd.

Gebleken is dat door de aard van de overtreding een herstelactie nauwelijks leidt tot gedragsverandering. Daarom voorziet deze wet in de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete voor gevallen waarin slots verkeerd worden gebruikt en wordt de ten hoogste op te leggen bestuurlijke boete bepaald.

Kamerstukken