Nederlands Juristenblad 42
1 december 2015
2015/12
Over nabuurschap en nabuurhaat in het recht
Seminar Jonge NJV: Haat en liefde in het recht
In deze bijdrage wordt onderzocht hoe de bevoegdheden van de lokale overheid in de strijd tegen woonoverlast zich verhouden tot het vrijheids- en het tijdigheidsbeginsel. Welke bevoegdheden zou de overheid in het licht van het vrijheids- en tijdigheidsbeginsel moeten gebruiken? In het ideale geval ontlast de overheid de slachtoffers tijdig en is de noodzakelijke vrijheidsbeperking van de overlastveroorzaker zo gering mogelijk. Een analyse van het Nederlandse wettelijke instrumentarium laat zien dat veelal niet aan dit ideaal voldaan kan worden. Dat is voornamelijk het gevolg van de overdaad aan mogelijkheden tot ‘poortbewaking’ en uitzetting en de relatief weinig wettelijke mogelijkheden tot disciplinering van overlastgevers.
Het strafrecht en de bescherming van minderheden
Een haat-liefdeverhouding?
Hoe kan het strafrecht omgaan met emotionele verhoudingen tussen verschillende groepen in de samenleving met haat, vooroordelen en discriminatie? Het is daarbij van belang te beseffen dat vooroordelen en haat voortkomen uit het denken in groepen uit liefde voor de groep, die echter kan omslaan in haat richting andere groepen. Ook het strafrecht zelf is gestoeld op dit gemeenschapsdenken: op de roep om bevestiging van de gezamenlijke normen en het tegengaan van eigenrichting. Daarin ligt een moeilijke opdracht voor het strafrecht: juist vandaag de dag ligt het risico op de loer dat de vrijheidssfeer van deviante individuen en minderheden teveel wordt ingeperkt ten gunste van het stabiel samenleven van de groep als geheel.
What’s love got to do with it?
Over de betekenis van wangedrag en overspel in het familierecht
Dient, en zo ja in hoeverre, het recht rekening te houden met wangedrag van verwanten of (ex-)partners en overspel tussen geliefden? Is het redelijk om jongmeerderjarigen wangedrag aan te rekenen? Kan wangedrag waaraan een verstoorde relatie tussen een ouder en een jongmeerderjarig kind ten grondslag ligt, een jongmeerderjarige worden verweten? Mag de rechter zich inlaten met de vraag of het verzwijgen van (de gevolgen van) overspel juridische gevolgen moet hebben? Is het redelijk dat slechts vrouwen in alimentatiezaken kunnen worden afgerekend voor overspel? Kunnen kinderen worden gestraft voor het feit dat zij zijn geboren uit een overspelige relatie? Vragen met een morele lading waar juridisch het laatste woord nog niet over gezegd is.
Sinterklaas Schijnheiligman
Vorig jaar oordeelde de Amsterdamse rechtbank dat de burgemeester van Amsterdam artikel 8 EVRM (recht op privéleven) had geschonden door een evenementenvergunning voor de Sinterklaasintocht te verlenen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State draaide deze beslissing terug en de burgemeester kwam met de schrik vrij. Volgens de Afdeling moesten de klagers niet bij de burgemeester zijn maar bij de direct verantwoordelijke voor de aanwezigheid van Zwarte Piet bij de Sinterklaasintocht. De Afdeling liet wijselijk in het midden wie dat is. Het antwoord op die vraag ligt echter voor de hand: Sinterklaas.
Eerder verschenen
NJB 41 (2015)
24 november 2015
NJB 40 (2015)
17 november 2015
NJB 39 (2015)
10 november 2015
NJB 38 (2015)
3 november 2015
NJB 37 (2015)
27 oktober 2015