Nederlands Juristenblad 37
30 oktober 2014
2014/10
Sleutelen aan ‘het volkenrechtelijk mandaat’
Om de zoveel tijd is hij daar weer: de roep om een ‘adequaat volkenrechtelijk mandaat’ voor militair ingrijpen bij grootschalige menselijke tragedies. Dit keer was IS de aanjager, maar zeker is dat er over enige tijd weer een andere aanleiding zal zijn. Wat is er eigenlijk toegestaan en wat niet? Deze bijdrage brengt het geldende recht in kaart en doet geen poging het zodanig uit te leggen dat er sociaal en politiek gewenste antwoorden uit komen. Wel stelt zij de vraag hoeveel het er uiteindelijk toe doet als iets standaard-volkenrechtelijk niet mag, maar misschien toch moet, en langs welke weg de noodzakelijke rechtsontwikkeling zich kan voltrekken. Deze tekst gebruikt geen voetnoten. Alles is echter te traceren.
Ambtsberichten van de AIVD
Belangrijke maar met risico’s omgeven schakel in de strafrechtelijke aanpak van jihadisme
De in een ambtsbericht vervatte informatie van de AIVD vormt een belangrijke schakel in de strafrechtelijke aanpak van jihadisme. In dit artikel wordt ingegaan op de wijze waarop ambtsberichten van de AIVD tot stand komen en worden enkele problemen besproken rondom de betrouwbaarheid en de rechtmatigheid van de verkrijging van dat soort informatie. Doel is om inzicht te geven in de informatievergaring door de AIVD en om eraan bij te dragen dat in het strafproces op een zo zuiver mogelijke manier wordt omgegaan met de ambtsberichten van deze inlichtingendienst.
De contra-terroristische bril
We zijn in oorlog. Met de Islamitische Staat en ook met een gedachtegoed, een ‘extreme gewelddadige ideologie’, die in Nederland honderden aanhangers en vele sympathisanten zou tellen. Dit liet onze Minister van Veiligheid en Justitie Opstelten in juni van dit jaar aan de Tweede Kamer weten. Maar we hoeven ons geen zorgen te maken, want onze minister doet er alles aan om te voorkomen dat die aanhangers en sympathisanten zich daadwerkelijk bij de Islamitische Staat kunnen aansluiten: ‘alle beschikbare middelen’ moeten volgens Opstelten worden aangewend om uitreis met dit doel te verhinderen. Waaraan hij toevoegt, in enigszins cryptische bewoordingen, dat het onderscheid tussen ‘softe en harde maatregelen’ irrelevant is en alleen het ‘resultaat telt’. Alles om onze rechtsstaat te beschermen. De nood is hoog want, zo is de gedachte, uitreizigers komen terug, gehersenspoeld in de ‘islamitische heilstaat’, en zullen dan als vanzelf in terroristisch geweld vervallen. Tikkende tijdbommen dus.
Verheerlijking van terrorisme
Een nieuwe kans?
In deze bijdrage wordt vanuit de hedendaagse context rondom Syriëgangers een nieuw licht geworpen op de argumenten voor en tegen strafbaarstelling van terrorismeverheerlijking. De ervaringen uit Engeland en Wales, waar terrorismeverheerlijking sinds 2006 in de strafwet staat, leren dat het delict weinig toegevoegde waarde heeft naast wetgeving over directe opruiing, terwijl het risico’s meebrengt voor de vrijheid om politieke ideeën te uiten. Het voorstel van CDA-fractieleider Buma om het verheerlijken van terroristisch geweld strafbaar te stellen vormt in de huidige context dan ook een disproportionele inbreuk op de uitingsvrijheid.
Nationaliteitsrecht als wapen in de strijd tegen de jihad
Het Actieprogramma voor de aanpak van strijdlustige jihadis omvat ook maatregelen op het gebied van het nationaliteitsrecht. Minister Opstelten schuift overhaast het ene na het andere voorstel in de legislatieve pijplijn. Schrijver beschouwt het nationaliteitsrecht als een ongeschikt instrument, bespreekt de laatste regeringsplannen en pleit ervoor het bij strafrechtelijke sancties te laten.
Eerder verschenen
NJB 36 (2014)
23 oktober 2014
NJB 35 (2014)
15 oktober 2014
NJB 34 (2014)
9 oktober 2014
NJB 33 (2014)
3 oktober 2014
NJB 32 (2014)
25 september 2014