Privileges voor COVID-gevaccineerden?

‘We’ve learned that quiet isn’t always peace,
and the norms and notions
of what just is
isn’t always just-ice.’
Amanda Gorman, The Hill we Climb, 21/1/2021

In afwachting van de vaccinaties die nog komen gaan, wordt een discussie die in Duitsland al sinds eind december woedt steeds relevanter. Moeten gevaccineerde personen hun vrijheden terugkrijgen? Het is een vraag die in ons land in een recent rapport van de Gezondheidsraad omzichtig wordt beantwoord: “dat zal per situatie beoordeeld moeten worden.”1 In het rapport wordt vooral ingegaan op de inzet van vaccinatiebewijzen door private partijen. Daarmee blijft de fundamentelere vraag onderbelicht, misschien omdat die - om met een Duitse politicus te spreken - ‘sociale springstof’ bevat.

Het gaat om het volgende. Op dit moment gelden diverse verplichtingen om de verspreiding van de pandemie te beperken. Avondklok; thuisbezoek van maximaal één persoon; geen schoolbezoek voor middelbare scholieren en studenten; geen fitness, massage of haarverzorging; sluiting van winkels, restaurants, theaters; verplichte mondkapjes en zo voorts. Het zijn evenzovele inbreuken op fundamentele vrijheden en grondrechten. Die mogen worden gemaakt als ze voldoende wettelijke basis hebben en noodzakelijk zijn. De noodzaak van de maatregelen betreft in de eerste plaats de zorg dat zo weinig mogelijk mensen worden besmet. Minstens zo belangrijk is dat door de besmetting en eventuele daaropvolgende ziekenhuis­opnames mensen met andere aandoeningen niet meer kunnen worden geholpen – in het bijzonder kunnen noodzakelijke maar ingrijpende operaties niet doorgaan als de intensive care vol ligt met Covid-19-patienten. Welnu, als mensen door vaccinatie niet meer voor besmetting vatbaar zijn vallen beide rechtvaardigingen van de inbreuk op de betreffende grondrechten weg. De gevaccineerden zullen niet meer zelf worden besmet en ze zullen geen ziekenhuisbedden en beademingsapparatuur bezet houden.

Als de verboden niet meer kunnen gelden voor gevaccineerden, heeft dat gevolgen. Zij moeten dan immers een bewijs hebben dat ze zijn gevaccineerd als ze na de avondklok over straat willen lopen. “Ausweis bitte”: dat voelt niet prettig, maar het is een kleiner nadeel dan vrijheidsbeperking. Natuurlijk zal het voor handhavers veel gemakkelijker zijn om iedereen over een kam te scheren, maar dat praktische argument is ontoereikend om niet langer gerechtvaardigde inbreuken voort te zetten, zoals inperkingen op de bewegingsvrijheid en wie je thuis mag ontvangen.

De vraag rijst of winkels, restaurants, theaters, musea dan open zouden kunnen om de gevaccineerden te bedienen. Dat heeft niet alleen economische en maatschappelijke voordelen, maar ook het epidemiologische voordeel dat er een aansporing in schuilt om je te laten vaccineren. En wat is ertegen? Gevaccineerde klanten maken elkaar niet ziek. Natuurlijk staat het recht op gelijke behandeling eraan in de weg dat iemand in de uitoefening van een bedrijf ‘zonder redelijke grond’ een ander de toegang ontzegt vanwege een lichamelijke handicap. Zelfs als we het niet-gevaccineerd zijn daarmee op een lijn zetten, kan die redelijke grond echter best gevonden worden in het voorkomen van besmetting. Principieel lijkt het verschil niet groot met interna­tio­nale reizen waarvoor nu al een bewijs van negatieve tests moet worden overgelegd; vliegmaatschappij Qantas heeft aangekondigd alleen gevaccineerden te gaan vervoeren. Moeizaam is wel dat de winkelier dan van zijn personeel zal moeten verlangen dat het ook gevaccineerd is: ik voorzie lastige arbeidsrechtelijke vragen. Voor je het weet sluipt een niet gewenste vaccinatieplicht binnen.

Daarmee komen de bezwaren tegen wat wordt geframed als ‘privileges voor gevaccineerden’ in beeld. In de discussie in Duitsland vrezen sommigen een tweeklassensamenleving: gevaccineerden hebben hun vrijheid terug en anderen niet. Die ongelijkheid is menigeen te gortig. Daar is inderdaad wel iets voor te zeggen, zolang er niet genoeg vaccins zijn waardoor de meerderheid van de bevolking zich niet kan laten vaccineren. De volgorde die is gekozen bij het inenten heeft dan al te drastische gevolgen.

Moeten we dan wachten tot het moment waarop rond 90% van de bevolking een prik heeft gehad zodat waarschijnlijk gesproken kan worden van ‘herd immunity’? Op dat moment is het maken van verschil tussen al dan niet-gevaccineerden evenwel niet meer zinvol. Maar komt er wel zo’n moment? Met de Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten van Covid-19 daalt steeds meer het besef in, dat virussen zich juist door hun mutaties voortdurend aanpassen aan de bijzonderheden van ontvangende populaties.  Vaccinatie is een van die bijzonderheden. We moeten met het virus en zijn mutaties leren leven, maar dat betekent niet dat het voortduren van alle inbreuken op vrijheden ‘nu eenmaal nodig is’. “What just is/ isn’t always just-ice”.

Op dit moment is de beperking van de vrijheden van gevaccineerden nog te verdedigen. Dat kan veranderen. Mensen die zijn gevaccineerd, worden zelf niet besmet en zullen zelf de zorg niet belasten (tenzij hun vaccin niet is opgewassen tegen een mutatie). Dat betekent niet noodzakelijk dat zij na vaccinatie anderen niet kunnen besmetten. Is dat voldoende rechtvaardiging voor het laten voortduren van de ook hen opgelegde verboden? Hun fundamentele rechten en vrijheden worden ingeperkt louter omdat ze drager en vehikel kunnen zijn van pathogene micro-organismen. De aangevoerde “noodzaak” om inbreuk te maken op hun verdragsrechtelijk beschermde vrijheden betekent daarmee echt iets anders dan als het gaat om mensen die ook zelf de zorg kunnen gaan belasten.

Hoe dan ook, mensen zullen een besmettingsgevaar voor elkaar blijven, of dat nu door een al dan niet gemuteerd coronavirus is of door iets anders. In het licht daarvan verdienen de vragen die rijzen naar aanleiding van de kwestie van de privileges over de noodzaak van verdere inperkingen van vrijheden, een preciezer antwoord.

 

Dit Vooraf verschijnt in NJB 2021/423, afl. 6. 

 

Afbeelding van Gordon Johnson via Pixabay

 

  1. Gezondheidsraad, Ethische en juridische afwegingen Covid-19-vaccinatie, 4 februari 2021, p. 17.
Over de auteur(s)
Ybo Buruma
Raadsheer in de Hoge Raad