Geen Rechtsstaat, Geen Geld

Terwijl de Nederlandse politiek gedomineerd wordt door de Forum-soap, is de EU in de ban van de krachtmeting tussen de lidstaten Polen & Hongarije en de andere leden van de Europese Raad over de handhaving van de rechtsstaat.

Ter voorbereiding van de bijeenkomst van de Raad op 10 en 11 december, waarbij moet blijken of de twee ‘dissidente’ landen hun veto tegen het Corona Herstel Fonds en de meerjarenbegroting van de EU handhaven, is in de Tweede Kamer een motie ingediend, waarin de regering wordt verzocht om Polen voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens het niet-nakomen van zijn rechtsstatelijke verplichtingen. De bedoeling van de motie is om het beginsel vast te leggen dat lidstaten die de waarden van de EU schenden, geen aanspraak kunnen maken op financiële steun van de Unie. Geen rechtsstaat, geen geld.

Internationale Betrekkingen

De botsing tussen de dissidente lidstaten en de andere leden van de Europese Raad gaat zowel over beginselen als over geld. Hongarije en Polen beroepen zich op het volkenrechtelijke uitgangspunt dat staten op voet van gelijkwaardigheid met elkaar om dienen te gaan en zich niet met de interne aangelegenheden van andere soevereine staten mogen bemoeien. Dit beginsel vormt de kern van het mondiale stelsel van internationale betrekkingen dat na de Middeleeuwen tot ontwikkeling is gekomen en dat de juridische basis van de organisatie van de Verenigde Naties vormt. Oorspronkelijk werd het voeren van oorlog als uiterste middel van geschillenbeslechting beschouwd en het huidige VN-Handvest sluit oorlog niet uit. 

Unie van democratische Staten

De voorlopers van de EU zijn in het midden van de 20e eeuw opgericht met de nadrukkelijke bedoeling om het voeren van oorlog tussen de deelnemende landen juist wèl uit te sluiten. De opzet van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 1952 was om het beheer over de middelen waarmee oorlog gevoerd werd, in handen van een hogere autoriteit te stellen. De burgers van de lidstaten ervoeren aan den lijve dat het delen van soevereiniteit op een bepaald terrein een redelijke prijs voor het voorkomen van oorlog was. Zij besloten het experiment uit te breiden tot de hele economie. De lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap presenteerden zichzelf in 1973 aan de buitenwereld als een Unie van democratische Staten.  

Kernwaarden van de Unie

De uitbreiding van de in 1992 opgerichte EU ging gepaard met een verscherping van de vereisten voor het lidmaatschap van de Unie. De Kopenhagen criteria van 1993 bepalen dat kandidaat-staten zowel aan economische voorwaarden als aan vereisten van democratie en rechtsstaat moeten voldoen. Bij het Verdrag van Amsterdam uit 1997 spraken de lidstaten niet alleen af dat de Unie zelf democratisch moest functioneren, maar voerden ze ook een stelsel van toezicht op de naleving van de beginselen van democratie en rechtsstaat door de lidstaten in. Het voor de EU kenmerkende stelsel van duale democratie is in het Verdrag van Lissabon verankerd. Artikel 2 van het huidige EU verdrag rekent respect voor democratie en rechtsstaat tot de kernwaarden van de Unie.

Een democratische Unie van democratische Staten

De EU ontwikkelt zich dus, zij het met vallen en opstaan, tot een democratische Unie van democratische Staten. Deze evolutie ligt achteraf bezien voor de hand. Het zou onlogisch zijn om een unie van democratische staten op dictatoriale of autocratische wijze te besturen. De burgers moeten zowel op bescherming van de kant van de Unie als van hun eigen lidstaat kunnen rekenen. De afspraken die de lidstaten van de EU met elkaar hebben gemaakt, gaan dus veel verder dan die van het traditionele VN-stelsel. Hongarije en Polen zijn in 2004 op voorwaarde van respect voor rechtsstaat en democratie tot de EU toegetreden en hebben zich bij het Verdrag van Lissabon van 2007 verbonden de kernwaarden van de Unie te respecteren. Zij kunnen zich nu niet op de rechtsregels van de Verenigde Naties beroepen om de financiële vruchten van het lidmaatschap van de EU te plukken. De motie over de rechtsstaat verdient het om met grote meerderheid door de Tweede Kamer te worden aangenomen.   

Over de auteur(s)
Jaap Hoeksma
Rechtsfilosoof