Bert Marseille is als hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische bestudering van het bestuursrecht, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij onder meer lid van de bezwaaradviescommissies van de gemeente Delfzijl en de provincie Drenthe, voorzitter van de redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrechter en annotator voor Ars Aequi. Zijn onderzoek richt zich op procedures van geschilbeschlechting, in het bijzonder die in het bestuursrecht. Gedurende de afgelopen jaren deed hij, samen met onder meer Kars de Graaf, Derek Sietses, Hanna Tolsma, Boudewijn de Waard, Heinrich Winter en Marc Wever, onderzoek naar de informele aanpak van bezwaren door bestuursorganen,de comparitie bij de Kantonrechter, de Nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht, de toepassing van de bestuurlijke lus door bestuursrechtelijke appelinstanties, de motieven voor het instellen van hoger beroep in het civiele, het straf- en het bestuursrecht en het functioneren van de bezwaarprocedure in de gemeente Tilburg.

Artikelen van Bert Marseille

Blog
Een dialoog met de Raad van State na de toeslagenaffaire
Net als bij een visitatie of peerreview kan zelf veel voorwerk gedaan worden, maar uiteindelijk moet de kritische blik van buiten komen.
26 februari 2021 Artikel Bert Marseille Alex Brenninkmeijer
TijdschriftNJB 31 (2021)
Ongemotiveerde uitspraken in het hoger beroep in vreemdelingenzaken en de grenzen van behoorlijke rechtspleging
Bert Marseille, Marc Wever en Viola Bex-Reimert
Door bijna altijd gebruik te maken van de bevoegdheid neergelegd in artikel 91 lid 2 VW 2000 om bij een ongegrond hoger beroep af te zien van het motiveren van haar uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak haar taak als hogerberoepsrechter in vreemdelingenzaken uiterst beperkt ingevuld. De verandering die is ingezet met de Pilot 91-2, die inhoudt dat steeds als toepassing wordt gegeven aan dat artikel wordt gekeken of door middel van een korte standaardmotivering partijen iets meer duidelijkheid kan worden geboden over de reden dat het hoger beroep ongegrond is, verdient het met kracht te worden uitgebouwd. Aldus de auteurs, die de pilot op verzoek van de Afdeling onderzochten. Uitgangspunt zou moeten zijn dat ongegronde hoger beroepen van een motivering worden voorzien. Zo kan recht worden gedaan aan het belang van de individuele rechtsbedeling in de vreemdelingenzaken waarin de Afdeling als hoogste rechter oordeelt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Toepasselijkheid van het oorlogsrecht in de Nederlands-Indonesische oorlog
Stan Meuwese, Jurjen Pen en Theo de Roos
De Nederlandse regering heeft het gewapend conflict tussen Nederland en de Republik Indonesia nooit een oorlog genoemd en nooit het geschreven oorlogsrecht formeel van toepassing geacht. Daarmee gingen de regering en de militaire autoriteiten eraan voorbij, dat er – gelet op de strafrechtelijke context (artikel 38 Wetboek Militair Strafrecht) – doorslaggevende gronden waren om aan te nemen dat het oorlogsrecht op het Nederlandse militair optreden formeel en materieel wel degelijk van toepassing was. Voor een beoordeling van de handelwijze van de Nederlandse strijdkrachten tijdens dit conflict is in ieder geval een ondubbelzinnig antwoord van belang op de vraag of dat werd genormeerd door het oorlogsrecht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Hoor en wederhoor, maar niet vragen naar de bekende weg
Han Jongeneel en Carole Keja
Twee kantonrechters stelden prejudiciële vragen over informatieverplichtingen voortvloeiend uit het Europees consumentenrecht. Inmiddels zijn in beide zaken grotendeels gelijkluidende conclusies genomen. De A-G is van mening dat het niet-behoorlijk nakomen van wettelijke informatieverplichtingen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst kan leiden. Voor de rechtspraktijk is dan wel van groot belang hoe dat ook praktisch in zijn werk moet gaan.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De BV-m: zwevend tussen nut en noodzaak
Esmée Driessen en Tine De Moor
Een voorstel met de uitgangspunten van een maatschappelijke BV, de BV-m, is in maart van dit jaar in consultatie gegaan. De doelstellingen van de BV-m zijn lovenswaardig, maar de uitwerking ervan is in het huidige voorstel zowel te beperkend, want alleen van toepassing op de BV, als te ruim met betrekking tot de transparantie- en participatieverplichtingen. Wil het voorstel echt werk maken van het stimuleren en faciliteren van sociaal ondernemerschap, dan is er nog werk aan de winkel. De minister zou er dan ook goed aan doen om het voorstel nog eens kritisch tegen het licht te houden en daarbij inspiratie op te doen bij al bestaande labels als de Code Sociaal Ondernemen en B-corp, maar ook bij de sociale ondernemingen die niet de BV, maar andere rechtsvormen gekozen hebben om hun maatschappelijke doelstellingen vorm te geven.

[verder lezen in NAVIGATOR]

15 september 2021
TijdschriftNJB 17 (2021)
De kracht (en het gevaar) van cognitive illusions in het civielrechtelijk debat
Bas van Zelst
De kern van het probleem dat in deze bijdrage centraal staat, is dat mensen irrationele beslissingen nemen. Die beslissingen zijn vaak voorspelbaar en daarmee beïnvloedbaar. Dat geldt ook voor beslissingen van rechters. Dit kan worden verklaard door de werking van heuristics en biases. Het is niet moeilijk te bedenken hoe dit soort cognitieve illusies door advocaten kunnen worden gebruikt. Het gunstig presenteren van een zaak aan een geschiloplosser is een kernelement in het werk van de advocaat. Maar de fundamentele beginselen van civiel procesrecht zijn geen tandeloze tijger. Zij bieden een essentiële tegenkracht aan de gestelde neiging van advocaten voor niets anders oog te hebben dan het belang van de cliënt en leggen de advocaat een verplichting op actief bij te dragen aan een behoorlijke procedure en, daarmee, aan het voorkomen van negatieve gevolgen van cognitieve illusies op de kwaliteit van rechterlijk oordelen. Toegegeven: het systeem is mogelijk niet waterdicht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Tussen recht en praktijk
Marc Bakkum en Annemarie Drahmann
Het onrechtmatig verwijderen van overheidsinformatie wordt op dit moment niet of nauwelijks gesanctioneerd. Hierdoor is er geen juridische ‘stok achter de deur’ om bestuursorganen te bewegen om hun informatiehuishouding op orde te krijgen. In dit artikel wordt ervoor gepleit om het toezicht op en handhaving van de informatiehuishouding te versterken. De Wet open overheid geeft namelijk ook nog te weinig hoop dat in de toekomst overheidsinformatie niet ten onrechte zal worden verwijderd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Financiële geschillen en procedurele rechtvaardigheid
Marc Hertogh, Bert Marseille en Marc Wever
Kifid heeft in 2016 een ‘nieuwe visie op klachtbehandeling’ ingevoerd. Centraal in deze nieuwe visie staat de notie van ‘procedurele rechtvaardigheid’. Op het eerste gezicht lijkt uit evaluatieonderzoek te volgen dat deze nieuwe visie zijn vruchten afwerpt. Positieve oordelen over Kifid ‘in het algemeen’ verhullen echter grote verschillen in de waardering van verschillende Kifid-procedures. Het onderzoek dat in dit artikel wordt beschreven laat zien dat dit verschil in waardering sterk samenhangt met de ervaren procedurele rechtvaardigheid in beide procedures. Het effect van de nieuwe visie lijkt zich te beperken tot de voorfase van de procedure waarin een substantieel aantal zaken met succes wordt bemiddeld, maar zij heeft in de ogen van consumenten nog niet geleid tot een verbetering van de ‘oude’ Kifid-procedure die uitmondt in een uitspraak. Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Het betwistbare rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch
Harmen van der Wilt en Klaas Rozemond
In het NJB van 17 maart 2021 reageert Ward Ferdinandusse op onze opvattingen over het rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch. Ferdinandusse was de zaaksofficier in het Nederlandse onderzoek naar Poch. Ook de leden van de commissie, Ad Machielse en Egbert Myjer, hebben op onze opvattingen gereageerd. De piloot Julio Poch werd ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de doodsvluchten tijdens de militaire dictatuur in Argentinië in de periode van 1976 tot 1983. Poch werd op 22 september 2009 in Spanje aangehouden en via Spanje uitgeleverd aan Argentinië, dankzij de gegevens van zijn laatste vlucht als piloot van Transavia die door Nederland waren verstrekt. Wij willen in deze repliek enkele juridische knelpunten in deze zaak onder de aandacht brengen die tot nu toe niet of onvoldoende aan de orde zijn gekomen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Naschriften
Ward Ferdinandusse, Ad Machielse en Egbert Myjer
Van der Wilt & Rozemond stellen dat het nog steeds niet duidelijk is waarom Poch in 2009 niet werd aangehouden ter uitlevering en vragen zich af of dat wellicht te maken had met zijn Nederlandse nationaliteit. Dat verbaast mij. Dat Poch inderdaad niet uitgeleverd werd vanwege zijn Nederlandse nationaliteit valt niet alleen te lezen in het rapport van de Commissie Poch, maar is door de overheid al toegelicht in een kort geding in 20092 en nog verschillende malen sindsdien.

[verder lezen in NAVIGATOR]

In een hiervoor opgenomen bijdrage stellen Van der Wilt en Rozemond juridische vragen die in de zaak Poch niet of onvoldoende aan de orde zouden zijn gekomen. Het rapport en onze bijdrage in NJB 13 bevatten al veel antwoorden. Uit de in het rapport opgenomen onderzoeksopdracht kan bijvoorbeeld blijken waarom Poch en zijn raadsman niet zijn gehoord. Het stond hun overigens vrij zelf de commissie met relevante informatie te benaderen. Dat hebben zij niet gedaan.

[verder lezen in NAVIGATOR]

30 april 2021
TijdschriftNJB 8 (2021)
De gezonde voedselomgeving
Hannah van Kolfschooten, Richard Neerhof, Anita Nijboer, Anniek de Ruijter en Marjolein Visser
Overgewicht en obesitas vormen een groeiend probleem voor de volksgezondheid. Met name in de grote steden stijgt het percentage van mensen met overgewicht. Uit onderzoek blijkt dat de inrichting van de leefomgeving hier een belangrijke oorzaak van is, waar in grote mate ongezond voedsel beschikbaar is. Op basis van internationale en nationale doelen zetten gemeenten zich actief in om overgewicht terug te dringen. Het juridisch instrumentarium van gemeenten lijkt echter tekort te schieten, voornamelijk wat betreft het reguleren van de (on)gezonde voedselomgeving. Deze bijdrage onderzoekt de juridische knelpunten omtrent gemeentelijke regulering van de voedselomgeving en doet aanbevelingen om gemeenten meer juridische handvatten te geven.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Coronamaatregelen en godsdienstige bijeenkomsten?
Jos Vleugel
In Nederland gold gedurende de coronacrisis voor gebedshuizen slechts kortstondig een limiet van (eerst honderd en later) dertig bezoekers en per 1 december 2020 zijn religieuze bijeenkomsten bij formele wet vrijgesteld van de maximering van de bezoekersaantallen. De ‘ongelijke behandeling’ van religieuze en seculiere activiteiten leidt bij sommigen in de maatschappij tot verontwaardiging. De vraag dringt zich op wat het huidige beleid inzake religieuze bijeenkomsten rechtvaardigt. Welke redenen zijn er om in deze coronacrisis zoveel belang te hechten aan religie? Deze vraag staat in dit artikel centraal.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Een dialoog met de Raad van State na de toeslagenaffaire
Alex Brenninkmeijer en Bert Marseille
Na het rapport Ongekend onrecht ontwikkelt zich in de kolommen van het NJB een discussie over de rol van de Raad van State als rechter, die de Raad over zichzelf heeft afgeroepen. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State wil in de spiegel kijken, de Raad van State wil een dialoog over zijn functioneren; de Raad van State wil terugkoppeling, wil ook een respectvolle dialoog tussen de staatsmachten. Ondertussen heeft de Tweede Kamer moties aangenomen om te garanderen dat de bestuursrechter altijd aan het evenredigheidsbeginsel kan toetsen en stuurt ze aan op een oordeel van de Venetië-Commissie van de Raad van Europa. De vraag is, waarover moet die dialoog gaan?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Kinderopvangtoeslag, de theorie en de werkelijkheid
John van der Pauw
Een illustratie van de harde werkelijkheid maakt, naast theoretische beschouwingen naar aanleiding van de toeslagenaffaire over wat des wetgevers is, wat de rechter vermag en waar de wetgever iets zou moeten doen, de ellende van de onderdaan praktisch inzichtelijk.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Is de rechtsstaat wel zo’n kostbaar goed?
Rien den Boer
Dit is een fout stukje voor puur juridisch-inhoudelijk gemotiveerde juristen, ik waarschuw u maar vast. Na het verschijnen van het rapport Ongekend onrecht van de parlementaire ondervragingscommissie zou het moeten gaan over recht en rechtsstaat. Maar hier gaat het over economie en geld.

[verder lezen in NAVIGATOR]

25 februari 2021
TijdschriftNJB 36 (2020)
Afschaffing van geborgde waterschapszetels gestoeld op drijfzand?
Karlijn Landman, Frank Groothuijse en Marleen van Rijswick
Tegenwoordig lijkt te worden aangenomen dat de focus van het waterschap verschuift van het waterbeheer in een bepaald gebied naar het klimaatbestendig maken van (delen van) Nederland. En daarmee van een specifiek belang naar een algemeen belang, wat afschaffing van de geborgde zetels in het waterschapsbestuur zou rechtvaardigen. Maar welke wettelijke taak heeft het waterschap of zou het moeten hebben? Het antwoord hierop is volgens auteurs van wezenlijk belang voor de vraag welke vorm van democratische legitimatie bij de waterschapsorganisatie past. In deze bijdrage wordt dan ook deze fundamentele voorvraag ter discussie gesteld en wordt het systeem van de geborgde zetels in dat licht bezien. Hoewel beaamd wordt dat de rol van het waterschap met het oog op klimaatverandering belangrijker wordt, is de veronderstelling dat het waterschap er hierdoor allerlei nieuwe taken en verantwoordelijkheden bijkrijgt, en zodoende veralgemeniseert, onjuist. Door klimaatverandering zal het belang van het waterschap alleen maar toenemen. Vraagt dat niet juist om een bestuur waarin álle bij de taken betrokken belangen zijn vertegenwoordigd?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Empirical Legal Studies in Nederland
Bert Marseille, Monika Smit, Arno Akkermans, Catrien Bijleveld en Marijke Malsch
Het verschijnen van de Nederlandse Encyclopedie Empirical Legal Studies is een mooie aanleiding om de stand op te maken van de empirical legal studies in Nederland en om een aantal lijnen te trekken naar de toekomst. Wat weten we anno 2020 over hoe het functioneren van het recht in Nederland wordt onderzocht? Hoe bruikbaar is de kennis die de afgelopen 25 jaar is verzameld voor de rechtspraktijk en waar zou het ELS-onderzoek zich in de toekomst op moeten richten? We zoeken in deze bijdrage een antwoord op die vragen op basis van de ruim dertig bijdragen aan de Encyclopedie.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Een koloniaal residu in de Grondwet
Wouter Jong
De positie van het Caribisch deel van het Koninkrijk is eigenaardig geregeld in het Statuut en de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden. Een herziening is wenselijk om ook in constitutionele zin te borgen dat de landen binnen het Koninkrijk gelijkwaardige partners zijn.

[verder lezen in NAVIGATOR]

‘Veel psychiatrische diagnoses kloppen niet’
Yvonne van den Berg-Lotz
Verkeerde psychiatrische diagnoses zijn in de GGZ al vervelend en mogelijk nadelig voor patiënten, in de forensische sector kunnen de gevolgen nog veel groter zijn. Immers, een tbs-maatregel moet volgens de wet voldoen aan twee criteria: er moet sprake zijn van een stoornis en er moet vanuit gegaan worden dat er recidivegevaar bestaat.

[verder lezen in NAVIGATOR]

21 oktober 2020
TijdschriftNJB 41 (2019)
Snelheid, maatwerk en finaliteit in bestuursrechtelijke procedures bij de rechtbank
Bert Marseille en Marc Wever
De bestuursrechtspraak heeft het afgelopen decennium een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De bestuursrechter is van een tamelijk afstandelijke besluitentoetser veranderd in een betrokken communicator die snel werkt, maatwerk levert en de geschillen finaal beslecht althans, dat is het beeld dat uit de beleidsstukken van de bestuursrechters zelf naar voren komt. Om erachter te komen in hoeverre dat beeld met de werkelijkheid overeenstemt, hebben de auteurs een representatieve dwarsdoornede van uitspraken van de elf rechtbanken uit 2018 geanalyseerd. Het beeld dat daaruit over het functioneren van de bestuursrechtspraak naar voren komt, is genuanceerd maar stemt tegelijkertijd optimistisch.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rechter-plaatsvervanger
Ashley Terlouw en Mienke de Wilde
Rechters worden aangemoedigd eens in de zoveel tijd van sector te wisselen om het risico te verkleinen dat zij uiteindelijk op de automatische piloot beslissen. Ook ligt binnen de raadkamer altijd het gevaar van tunnelvisie op de loer. Er is gelukkig een voor de hand liggende oplossing om tunnelvisie en beslissen op de automatische piloot te voorkomen: de inzet van outsiders binnen de rechtspraak. Organisatorisch kost deze optie niet veel extra moeite. Er hoeft geen heel nieuw systeem te worden opgezet om outsiders toe te laten in de rechtspraak: ze zijn er al en ze heten ‘rechters-plaatsvervangers’. Wat is er voor nodig om de ‘frisse blik’ van deze outsiders beter tot zijn recht te laten komen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Wettelijk geregelde zaakstoedeling
Ulli d’Oliveira
Het recht op een eerlijk proces, binnenkort in onze grondwet opgenomen, impliceert het recht op een op grond van duidelijke criteria van te voren in of bij wet vastgelegde rechter in individuele zaken. Zo’n zaakstoedelingsregeling is er nu nog niet. Het werk eraan onder de paraplu van de Raad voor de rechtspraak is moeizaam en wordt extra bemoeilijkt door de aangekondigde inzet van flexrechters.


Lees het hele artikel in Navigator.

Partijdige rechtspraak
Paul Ruijs
Er is nog steeds het nodige af te dingen op de vermeende rechterlijke onafhankelijkheid in Nederland. Het bijbanenregister wordt door vele rechters niet of onvolledig ingevuld, nalatigheid in deze wordt met de mantel der liefde bedekt en ook de zaakstoedeling is een volstrekt schimmig gebeuren. Laat dat zaaksregister maar zitten en scherp daarentegen de verschoningplicht aan en laat rechters vóór acceptatie van een nieuwe zaak een verklaring ondertekenen dat ze volledig ‘vrij staan’ tegenover personen uit het voor hen liggende dossier.


Lees het hele artikel in Navigator.

27 november 2019
TijdschriftNJB 13 (2019)
Stelplicht, bewijslastverdeling en de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces
Ilou Felix en Alexander Schild
Om de vraag te beoordelen of een verdachte schadeplichtig is naar burgerlijk recht, moet de strafrechter in het strafproces zijn ‘civiele bril’ opzetten. De Hoge Raad heeft overwogen dat in de voegingsprocedure de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken gelden, en niet de bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering. De voegingsprocedure functioneert echter in hoge mate als een schadebegrotingsprocedure. Het past bij de aard van deze procedure te aanvaarden dat de benadeelde partij een onderbouwingsplicht heeft. Het vasthouden aan de civiele regels voor stelplicht en bewijslastverdeling lijkt daarnaast niet zinvol.


Lees het hele artikel in Navigator.

De civiele rechter in Nederland op de schopstoel
Jan Vranken en Marnix Snel
De inktzwarte kritiek in het HiiL-rapport Menselijk en rechtvaardig. Is de rechtspraak er voor de burger? op de civiele rechtspraak in Nederland is tendentieus, eenzijdig en gemakzuchtig. De oplossing, een civiele rechter als problem solver, klinkt woest-aantrekkelijk, maar getuigt bij nadere analyse van wensdromen of, erger, van gevaarlijke arrogantie waar Jan Leijten 50 jaar geleden al voor waarschuwde. De Raad voor de rechtspraak en Minister Dekker spiegelen, net als HiiL, ‘de burger’ verwachtingen over een probleemoplossende rechter voor waarvan op voorhand vast staat dat die niet waargemaakt kunnen worden. Het zou ook in de professionele standaarden tot uitdrukking moeten komen. Iedere suggestie, laat staan eis, dat een civiele overheidsrechter het onderliggende probleem oplost, is verkeerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

De opgedrongen bestuursrechter
Manon Hermans
Er komt een Instituut Mijnbouwschade Groningen, dat door middel van het nemen van besluiten in de zin van de Awb aardbevingsclaims zal afhandelen. Daartegen bestaat weerstand en wantrouwen. Dit wantrouwen en het feit dat Groningers de NAM niet meer kunnen aanspreken, moeten bij het behandelen van het wetsvoorstel serieus genomen worden. De wetgever, en uiteindelijk de praktijk, zullen de gedupeerde Groningers moeten overtuigen dat de bestuursrechtelijke rechtsgang daadwerkelijk de beste oplossing is.


Lees het hele artikel in Navigator.

Geef de bestuursrechter het voordeel van de twijfel
Janet van de Bunt
Een wetsvoorstel is in voorbereiding om de aardbevingsschade van inwoners van Groningen voortaan exclusief te laten afhandelen via de publieke weg door het Instituut Mijnbouwschade, een nog op te richten zelfstandig bestuursorgaan. De civiele weg zal voor het verhaal van die schade geheel worden afgesloten. Tegen de besluiten van het instituut kunnen gedupeerden de in het bestuursrecht gebruikelijke rechtsgang volgen: zij kunnen in bezwaar gaan bij het bestuursorgaan en (hoger) beroep aantekenen bij de bestuursrechter.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mijnbouwschadegeschillen
Bert Marseille, Herman Bröring en Kars de Graaf
In haar bijdrage Mijnbouwschade in Groningen. Waar is de civiele rechter? stelt Ruth de Bock dat mijnbouwschadegeschillen onder het concept-wetsvoorstel Wet Instituut Mijnbouwschade Groningen bij de bestuursrechter niet de behandeling zullen krijgen die ze verdienen. Die stelling berust op een onjuist beeld van de bestuursrechtelijke besluitvormings- en geschilbeslechtingsprocedure. We geven kort de argumenten van De Bock weer, om die vervolgens te weerleggen.


Lees het hele artikel in Navigator.

3 april 2019
TijdschriftNJB 2 (2019)
Een aantal dilemma’s voor de privacywetenschap
Bart van der Sloot
In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan een aantal vragen en dilemma’s dat momenteel aanleiding geeft tot veel intense discussies binnen de privacywetenschap. Voor het beantwoorden van deze vragen zou aansluiting kunnen worden gezocht bij reeds bestaande sectorspecifieke regelingen, bijvoorbeeld uit de medische sector. Echter, dergelijke sectorspecifieke regelingen bieden slechts nadere richtsnoeren ten aanzien van een beperkt aantal van de in deze bijdrage opgeworpen vragen. Daarenboven zijn ze vaak moeilijk veralgemeniseerbaar. Het zou daarom raadzaam zijn als er nadere standaarden en richtlijnen worden opgesteld voor de wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid, in ieder geval voor de privacywetenschap, maar wellicht ook breder.


Lees het hele artikel in Navigator.

Burgers in het digitale opsporingstijdperk
Eelco Moerman
De rol en positie van de burger in de opsporing in het digitale tijdperk is aan het veranderen. Huidige technologische mogelijkheden bieden nieuwe opsporingsmogelijkheden voor politie en justitie, maar tegelijkertijd neemt de autonomie van het Openbaar Ministerie in de opsporing af en wordt aan het juridische monopolie van de overheid op het onderzoek naar strafbare feiten getornd. Van een zelfstandig strafrechtelijk beleid van het Openbaar Ministerie kan niet meer gesproken worden. Van een omlijnd overheidsbeleid om invulling te geven aan deze veranderingen is geen sprake. Een dergelijke, meer vrijblijvende benadering van burgers en opsporing dwingt op een bepaald moment tot keuzes. Worden de bijdragen van burgers definitief juridisch omarmd en wordt daarmee de insteek van het strafrecht meer publiek-privaat, of wordt vastgehouden aan de klassieke centrale rol van de overheid in de opsporing en wordt ingezet op betere waarborgen hieromtrent?


Lees het hele artikel in Navigator.

Getuigenverhoor bij de rechter-commissaris
Annelies Vredeveldt
Overleg tussen getuigen kan zowel voor- als nadelen hebben. De vraag rijst derhalve hoe moet worden omgegaan met getuigen die met elkaar hebben gepraat. De beste oplossing zou zijn om ervoor te zorgen dat getuigenverklaringen zo snel mogelijk na het incident worden veiliggesteld, maar dat is niet altijd mogelijk. Tegen de tijd dat de getuige bij de R-C komt, is het essentieel dat die zo goed mogelijk in kaart brengt met wie de getuige heeft gesproken en waarover precies. De zittingsrechter moet er niet voor terugschrikken als getuigen met elkaar gesproken blijken te hebben, maar doet er goed aan om de ontstaansgeschiedenis van verklaringen kritisch te analyseren, waar nodig met behulp van een rechtspsychologisch deskundige. Die analyse van de ontstaansgeschiedenis dient te worden meegewogen in de beoordeling van de validiteit van de getuigenverklaringen, zonder daarbij te vervallen in een automatisch wantrouwen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het verstrekken van niet-gepubliceerde uitspraken door de Rechtspraak
Bert Marseille en Marc Wever
Uitspraken van rechters vormen een rijke bron voor empirisch onderzoek naar het functioneren van de rechtspraak. Zo lang niet alle uitspraken worden gepubliceerd, is in veel gevallen medewerking van de Rechtspraak bij het verkrijgen van uitspraken ten behoeve van onderzoek noodzakelijk. Je zou denken dat dat probleemloos gaat. Uitspraken zijn immers openbaar. Niets is echter minder waar: openbaarmaking wordt als gunst gezien. Dat moet anders.


Lees het hele artikel in Navigator.

De Dutch Russian Law Association
M. Wladimiroff en R.A. van der Pol
Onlangs is er een nieuwe vereniging opgericht, de Dutch Russian Law Association. De vereniging is een non-gouvernementele organisatie naar Nederlands recht en is in Den Haag gevestigd.


Lees het hele artikel in Navigator.

15 januari 2019
Blog
Het verstrekken van niet-gepubliceerde uitspraken door de Rechtspraak: Gunst of recht?
Het beleid van de Rechtspraak zou moeten zijn dat elk verzoek om openbaarmaking zonder wat voor inhoudelijke beoordeling dan ook wordt gehonoreerd. Dat is niet een gunst, maar een recht
15 januari 2019 Artikel Bert Marseille Marc Wever
TijdschriftNJB 37 (2018)
Een gebruikersperspectief op aardbevingsschadevergoedingsprocedures
Bert Marseille, Herman Bröring en Kars de Graaf
De gaswinning in Groningen is, zo is de bedoeling, uiterlijk in 2030 verleden tijd. Vergoeding van de schade als gevolg van de gaswinning zal tot 2030 en misschien ook nog daarna de aandacht vragen. De discussie over de vraag bij wie gelaedeerden zich kunnen melden en welke procedures beschikbaar zijn om te beslissen of aanspraak bestaat op schadevergoeding, wordt nog volop gevoerd. In deze bijdrage vergelijken we de procedure die tot begin dit jaar beschikbaar was, de procedure die op dit moment geldt en de procedure zoals die voor de nabije toekomst is voorzien. Met welk van de drie zijn de gebruikers, Groningers met schade door aardbevingen ten gevolge van gaswinning, het beste af?


Lees het hele artikel in Navigator.

Strafrechtelijke gegevens in het bestuursrecht
Pieter Ronteltap
Een burgemeester ontvangt van de politie het signaal dat prostituees in een vergunde seksinrichting gedwongen (onveilige) seks moeten aanbieden. Een vertrouwenspersoon van de GGD heeft dit verklaard. Anonieme berichten op internetfora bevestigen dit. Echter, de betreffende prostituees wensen geen verklaring af te leggen. De beveiliging van de seksinrichting is namelijk in handen van (leden van) de plaatselijke Outlaw Motorcycle Gang (OMG). Zij zouden de sterke hand van de exploitant zijn en invloed op de bedrijfsvoering hebben. De politie heeft enkele processen-verbaal met bevindingen die zij kan verstrekken. Ook is het mogelijk om van de onderzoeksbevindingen een rapportage met een advies voor de burgemeester op te stellen. Omdat de betrokken medewerkers van de politie in dezelfde gemeente wonen als de leden van de OMG zijn ze terughoudend met het ondertekenen ervan. De burgemeester neemt het signaal serieus en beraadt zich op bestuursrechtelijke handhaving. Maar hoeveel waarde heeft het geschetste bewijs in een bezwaar- en beroepsprocedure? Dat staat in deze bijdrage centraal.


Lees het hele artikel in Navigator.

Waarom mogen Amerikanen schiettuig bij zich hebben?
Erik Jurgens
De Amerikanen danken dit recht aan het Second Amendment (1791): ‘A well regulated Militia, being necessary to the security of a free state, the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed.’


Lees het hele artikel in Navigator.

Toetsing aan de Grondwet? Niks bijzonders!
Reiner de Winter
Als het aan de Staatscommissie-Remkes ligt, kunnen we opnieuw een debat over toetsingsrecht verwachten. Oude wijn… En erg zwaar aangezet, want de commissie denkt zelfs aan een speciaal constitutioneel hof.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het intrekken van het voorstel-Halsema is ongrondwettig
Toni van Gennip
De intrekking door GroenLinks van het initiatiefwetsvoorstel constitutionele toetsing door de rechter is ongrondwettig. Artikel 137 lid 1 en 4 Grondwet leggen namelijk de verplichting op dat een voorstel in tweede lezing overwogen zal worden. Het intrekken van een voorstel druist in tegen deze bepaling en ook het vervallen verklaren past hier niet bij. De Tweede Kamer kan dan niet meer over het voorstel beraadslagen en stemmen. Het voorstel zou (alsnog) op de agenda moeten worden gezet en in stemming moeten worden gebracht.


Lees het hele artikel in Navigator.

31 oktober 2018