TK 2017/18, 34 809 Veiligehavenbeginselen

Wetsvoorstel (12-10-2017) tot wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 oktober 2015 (C-362/14) inzake de Veiligehavenbeginselen

– Dit wetsvoorstel strekt ertoe de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in overeenstemming te brengen met de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 6 oktober 2015 (C-362/14) inzake de beschikking van de Europese Commissie met betrekking tot de Veiligehavenbeginselen (ook wel: Safe Habour-beschikking).

De uitspraak is gedaan op het verzoek om een prejudiciële beslissing door het Ierse High Court of Justice naar aanleiding van een door de Ierse gegevensbeschermingstoezichthouder afgewezen klacht die was ingediend door de Oostenrijkse student Maximillian Schrems over de rechtmatigheid van de doorgifte van zijn door Facebook verwerkte persoonsgegevens naar de Verenigde Staten. De Ierse toezichthouder had zich onbevoegd verklaard, omdat hij oordeelde dat de Beschikking van de Commissie nr. 2000/520/EG van 26 juli 2000 (PbEG L 215) (Safe Harbour-beschikking), hem de mogelijkheid ontzegde om de klacht op feitelijke juistheid te onderzoeken omdat hij zich moest conformeren aan het oordeel van de Commissie. Daarop heeft Schrems zich tot de rechter gewend en heeft vervolgens het Ierse High Court prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. Het Hof heeft de Safe Harbour-beschikking – die een belangrijke grondslag vormde voor de doorgifte van persoonsgegevens van de Europese Unie naar de Verenigde Staten – ongeldig verklaard omdat deze onvoldoende waarborgen biedt voor een passend beschermingsniveau van de persoonsgegevens van EU-burgers in de Verenigde Staten.

Het Hof heeft artikel 28, derde lid, derde gedachtestreepje, van de gegevensbeschermingsrichtlijn 95/46, gelezen in samenhang met artikel 8, derde lid, van het Handvest van de Grondrechten, in het Schrems-arrest (rechtsoverweging 65) zo uitgelegd dat de nationale gegevensbeschermingstoezichthouder de bevoegdheid moet hebben om de nationale rechter te benaderen indien een belanghebbende bij de toezichthouder een klacht indient over de onrechtmatigheid van de doorgifte van zijn persoonsgegevens naar een land ten aanzien waarvan de Commissie op grond van artikel 25, zesde lid, van de richtlijn, een toereikendheidsbesluit heeft genomen, en de belanghebbende daarbij aanvoert dat de desbetreffende beslissing geen passend beschermingsniveau waarborgt en ook de toezichthouder de geldigheid van de Commissiebeschikking in twijfel trekt. De nationale wetgever moet er in zo’n geval voor zorgen dat de toezichthouder de klacht inzake de ongeldigheid van de Commissiebeschikking aan de nationale rechter kan voorleggen, zodat die laatste, wanneer hij de twijfel ten aanzien van de geldigheid van de Commissiebeschikking deelt, de vraag naar de geldigheid ervan prejudicieel kan verwijzen.

Onderhavig wetsvoorstel maakt het met het nieuw voorgestelde eerste lid van artikel 78a voor de Autoriteit persoonsgegevens mogelijk om in gevallen waarin het op verzoek van een belanghebbende een onderzoek heeft ingesteld betreffende doorgifte van persoonsgegevens naar een land buiten de Europese Unie en de Autoriteit gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een door de Commissie van de Europese Unie genomen toereikendheidsbesluit of een goedkeurend besluit inzake modelcontractbepalingen onvoldoende waarborgen biedt voor een passend beschermingsniveau, bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek in te dienen om voor recht te verklaren dat het desbetreffende Commissiebesluit geldig is. Indien de Afdeling de twijfel over de geldigheid deelt, stelt zij een prejudiciële vraag aan het HvJ EU op grond van artikel 267 VWEU (zesde lid, tweede volzin).

Kamerstukken



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.