Stb. 2017, 489 Versterking bestrijding georganiseerde criminaliteit

Wet van 06-12-2017, Stb. 2017, 489

Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten strekkende tot aanpassing van enkele bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere opsporingsbevoegdheden en tot regeling van enkele bijzondere procedures van strafvorderlijke aard en aanverwante onderwerpen met het oog op een doeltreffende uitvoeringspraktijk

—Deze wet strekt tot aanpassing en aanvulling van enkele onderdelen van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten. De wet bevat maatregelen die door de regering wenselijk en noodzakelijk worden geacht ter versterking van de mogelijkheden tot bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.

Daartoe wordt het volgende geregeld:

  • het afwegingskader wordt verduidelijkt op grond waarvan de informatievoorziening over de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden kan worden beperkt met het oog op zwaarwegende opsporingsbelangen;
  • er wordt voorzien in een regeling om burgers en particuliere instanties te betrekken bij het treffen van maatregelen ter afscherming van de identiteit van bedreigde getuigen. Bij dergelijke maatregelen speelt de medewerking van particuliere instanties een belangrijke rol, omdat hun medewerking nodig kan zijn om getuigen die hebben ingestemd met een identiteitswijziging op een veilige wijze een nieuw leven in te leiden. Het is daarom wenselijk het belang van deze medewerking in de wet tot uitdrukking te brengen;
  • op organisatorisch gebied wordt bewerkstelligd dat ook opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (BOD’en) bevoegd zullen zijn uitvoering te geven aan een bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie;
  • mogelijk wordt gemaakt dat opsporingsambtenaren van BOD’en en de Koninklijke Marechaussee zelfstandig de bevoegdheden infiltratie en stelselmatig inwinnen van informatie kunnen uitoefenen. Hiermee wordt de ongelijkheid tussen de verschillende opsporingsambtenaren van artikel 141 Sv weggenomen. In de regeling van de bijzondere opsporingsbevoegdheden is de uitoefening van de bevoegdheden infiltratie en stelsel­matig inwinnen van informatie toebedeeld aan de ambtenaren van politie. De aangewezen militairen van de Kmar en de opsporingsambtenaren van de BOD’en kunnen op dit moment deze bevoegdheden slechts uitoefenen indien zij voldoen aan nader gestelde regels met betrekking tot opleiding en samenwerking met ambtenaren van de politie. De bevoegdheid opnemen vertrouwelijke communicatie mag worden uitgeoefend door opsporingsambtenaren van politie en aangewezen militairen van de Kmar. Deze laatste bevoegdheid mag niet zelfstandig door opsporingsambtenaren van de BOD’en worden uitgeoefend. Voor bovenstaande beperkingen is bij de totstandkoming van de regeling van de bijzondere opsporingsbevoegdheden gekozen omdat het wenselijk werd geacht ­dergelijke ingrijpende en risicovolle bevoegdheden op te dragen aan een beperkte categorie opsporingsambtenaren. Sinds de inwerkingtreding van de huidige regeling hebben de BOD’en en de Kmar een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt en zich ontwikkeld tot volwaardige opsporingsdiensten met relevante werkterreinen en eigen specifieke deskundigheid. ­Nationale en internationale ontwikkelingen hebben geleid tot een steeds verder toenemend beroep op de Kmar, zichtbaar bij het terugdringen van drugssmokkel, mensensmokkel, terrorisme en het verscherpen van grenstoezicht. Dit heeft geleid tot een zwaardere rol van de Kmar in de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, waardoor deze zelfstandig behoefte heeft aan het volledige arsenaal van opsporingsbevoegdheden. Ook de betekenis van de BOD’en ­binnen het geheel van de opsporing is aanmerkelijk toegenomen en deze diensten richten zich nu op complexe strafrechtelijke onderzoeken. De criminaliteit die zich in de verschillende BOD-domeinen voordoet, is minstens zo georganiseerd als de criminaliteit in het commune domein;
  • de (relatieve) competentie van de officieren van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie wordt geregeld;
  • de wet bevat tot slot een aantal wijzigingen van overwegend technische aard.

De wet maakt geen onderdeel uit van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Het gaat om specifieke strafvorderlijke voorzieningen waaraan in de praktijk dermate behoefte bestaat dat het streven er op is gericht deze wijzigingen met een grotere snelheid door te voeren dan binnen het brede (invoerings)kader van de modernisering. Omdat de wijzigingen alle gericht zijn op het wegnemen van gebleken knelpunten en onduidelijkheden in de uitvoerings- en opsporingspraktijk, is er voor gekozen deze in één wet op te nemen. Dat geldt ook voor een tweetal onderdelen van het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de versterking van het presterend vermogen van de politie (Kamerstukken II 2013/14, 33 747, nr. 2) welke onderdelen om die reden tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zijn overgeheveld naar onderhavige wet, te weten:

  • tappen op naam: vereenvoudigen van de procedure rond het aanvragen van het opnemen van telecommunicatie zodat een bevel en een machtiging tot het opnemen van telecommunicatie op naam gesteld kunnen worden;
  • vorderen van camerabeelden: vereenvoudigen van het opvragen van camerabeelden door in plaats van een vordering van de officier van justitie te volstaan met een vordering van de opsporingsambtenaar waardoor camerabeelden sneller en met minder administratieve handelingen beschikbaar worden voor de opsporing.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.


Kamerstukken



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.