Stb. 2017, 110 Vereenvoudiging beslagvrije voet

Wet van 08-03-2017, Stb. 2017, 110

Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Invorderingswet 1990 en enkele andere wetten in verband met een vereenvoudiging van de beslagvrije voet (Wet vereenvoudiging beslagvrije voet)

—De wet wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten en beoogt daarmee de regels voor de beslagvrije voet te vereenvoudigen. Voorts beoogt deze wet tot een betere coördinatie van beslagactiviteiten te komen bij samenloop van verschillende beslagen. Daartoe wordt een meer grofmazig stelsel geïntroduceerd, alsmede een coördinerende deurwaarder. Met de nieuwe regeling beoogt het kabinet dat de beslagvrije voet een transparante en eenvoudig te controleren norm wordt voor zowel schuldenaren als schuldeisers.

Hiertoe zijn vier randvoorwaarden geformuleerd. Het nieuwe systeem moet:

  1. transparant en uitvoerbaar zijn, ook in massale processen;
  2. mensen een reëel minimum bieden, waardoor zij in de (basale) kosten van levensonderhoud kunnen voorzien;
  3. een evenwichtige balans bieden tussen de belangen van schuldeiser en schuldenaar;
  4. voorkomen dat een significante groep mensen in geval van beslag bij voorbaat geen enkel verhaal biedt (doordat zij over geen enkele afloscapaciteit beschikken omdat zij een inkomen hebben onder de beslagvrije voet).

Aangezien de hoogte van een op basis van het huidige systeem juist berekende beslagvrije voet niet of nauwelijks ter discussie staat is voor de uitkomsten van de nieuwe berekening zo veel mogelijk aangesloten bij de uitkomsten van de huidige berekening. Op basis van de vier randvoorwaarden heeft het kabinet een nieuw systeem uitgewerkt dat in beginsel is gebaseerd op één vast bedrag per leefsituatie (uitgaande van vier leefsituaties).

Om tot dit bedrag te komen is een beperkt aantal, eenvoudig vast te stellen, gegevens nodig die zo veel mogelijk uit reeds bestaande registraties te halen zijn. Het betreft allereerst de leefsituatie van de schuldenaar en het inkomen van hem en zijn eventuele partner. De kern van dit nieuwe systeem is dat de deurwaarder op basis van informatie uit de Basisregistratie Personen en de polisadministratie de beslagvrije voet correct kan berekenen. Hiervoor zal de deurwaarder in de praktijk een rekentool kunnen gebruiken die door de overheid wordt gefaciliteerd. De schuldenaar hoeft in beginsel geen informatie meer aan te leveren voor de berekening van zijn beslagvrije voet. Het inkomen van de schuldenaar is de andere factor die de hoogte van de beslagvrije voet bepaalt. Toeslagen en het netto-inkomen vormen gezamenlijk in hoofdzaak het inkomen waarover iemand kan beschikken. In totaal worden drie inkomensgroepen onderscheiden:

  • a. de groep waarvoor de beslagvrije voet is vastgesteld op een vast bedrag per leefsituatie. Deze groep heeft een zodanig hoog inkomen dat geen recht op toeslagen bestaat;
  • b. de groep waarvoor de beslagvrije voet is opgebouwd uit verschillende componenten, die tezamen de hoogte bepalen. Zij hebben wel recht op toeslagen maar voor zover zij vanwege de hoogte van hun inkomen niet over een volledig recht op toeslagen beschikken wordt dit gecompenseerd met een evenredige ophoging (compensatiekop) binnen de beslagvrije voet;
  • c. de groep die een inkomen heeft gelijk aan of lager dan de voor hen geldende bijstandsnorm. De beslagvrije voet voor deze groep wordt 95% van het netto-inkomen inclusief vakantiebijslag. In de huidige berekening is de beslagvrije voet voor inkomens onder en rond de bijstandsnorm vaak (door toepassing van de verschillende correcties bovenop de 90% bijstandsnorm) hoger dan het inkomen zelf. Schuldenaren met een dergelijk inkomen hebben op dit moment geen afloscapaciteit. Dit zou ook gelden in het nieuwe model als de berekening zoals voorgesteld voor de groep toeslaggerechtigden ook zou gelden voor de inkomens onder de bijstandsnorm. Het kabinet wil echter het signaal afgeven dat financiële verplichtingen moeten worden nagekomen; vandaar de ‘5%-regeling’.

Bij het vormgeven van het nieuwe proces zijn de uitgangspunten zoals deze beschreven staan in de Rijksincassovisie leidend geweest (Kamerstukken II 2015/16, 24 515, nr. 336). Dit houdt in dat gestreefd is naar een transparant proces, waarin de incasserende partijen zo nodig de afstemming zoeken, ruimte is voor maatwerk en het maken van incassokosten, wanneer deze enkel een schuldophogend effect hebben, zo veel mogelijk wordt voorkomen. Leidend is het ook aan de Rijksincassovisie ten grondslag liggende principe van één burger, één afloscapaciteit. Dat vraagt bij samenloop van verschillende incassoactiviteiten (bijvoorbeeld derdenbeslag, beslag op toeslagen, (dwang)verrekenen)) dat incasserende partijen weet hebben van elkaars handelen en hun handelen ook op elkaar afstemmen. In het proces is er voor de schuldenaar steeds één duidelijk aanspreekpunt als het gaat om de hoogte van zijn beslagvrije voet: de coördinerende deurwaarder. Aan deze deurwaarder is de derde-beslagene gehouden het netto-inkomen voor zover dit hoger ligt dan de beslagvrije voet af te dragen. Eventuele andere beslagleggende partijen nemen de door de coördinerende deurwaarder vastgestelde beslagvrije voet over, inclusief eventueel tussentijds herberekeningen. Nieuw in het proces is de standaardherberekening, die eens in de twaalf maanden moet plaatsvinden.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.


Kamerstukken



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.