Rechtswetenschappelijk onderzoek: een samenvatting van de uitkomsten van een landelijke enquête

Ondanks dat er al meer dan een decennium een debat woedt over de wetenschappelijkheid van de rechtswetenschap en de wijze waarop juristen de kwaliteit van hun onderzoek borgen was er nog nooit aan het forum van rechtswetenschappers gevraagd hoe men denkt over onderzoekskwaliteit en de beoordeling daarvan. Met de onderzoeksvisitatie van 2016 in het vooruitzicht zijn de rechtswetenschappers in Nederland nu eindelijk zelf eens bevraagd over hoe men hierover denkt opdat er ook vanuit het wetenschappelijk forum input is voor debatten over kwaliteitszorg.

Een selectie van de bevindingen is gepubliceerd in het NJB (NJB 2015/960, afl. 21). De integrale weergave van het onderzoek, inclusief de methodologische verantwoording en alle tabellen, vindt u hier.

Kern van de zaak is de vraag of er vanuit de rechtswetenschap als discipline niet meer initiatief zou kunnen worden genomen om het lot in eigen hand te nemen. In plaats van niets doen of juist blind de kwaliteitszorgsystemen van andere disciplines te kopiëren naar de rechtswetenschap, zou de rechtswetenschap ook als discipline, gevoed door praktijkervaringen en nader onderzoek, verder kunnen bouwen aan kwaliteitszorg op een wijze die rekening houdt met de eigenheid van de rechtswetenschap als kruispuntwetenschap.


Bron afbeelding: © Robert Adrian Hillman / Alamy

Naam auteur: Willem van Boom
Geschreven op: 20 mei 2015

Naam auteur: Rob van Gestel
Geschreven op: 20 mei 2015

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Arjen schreef op :
Goed dat de publicatiedruk aan de orde komt in deze enquête. Zoals terecht is aangegeven, zal een lagere publicatiedruk de onderzoekskwaliteit verbeteren.

Arjen
Reinier Bakels schreef op :
Wat ik nog vergat te zeggen is dat mijn betoog hieronder voornamelijk over het wetenschappelijk *karakter* gaat. Dat is iets anders dan kwaliteit. Uitstekend onderzoek kan wetenschappelijk karakter ontberen, en omgekeerd.
Voor universiteiten is ook het academisch gehalte van onderzoek van belang. Direct op de praktijk gericht onderzoek zou commercieel gefinancierd moeten kunnen worden, terwijl meer academisch onderzoek bij uitstek de taak is van universiteiten: onderzoek waar geen commerciële "business case" voor te maken is omdat het te indirect relateert aan de praktijk, of vanwege de "tragedy of the commons": omdat er heel veel mensen van kunnen profiteren, die echter niet voor de andere willen betalen - tenzij dat georganiseerd wordt. Hier vallen ook niet-postief rechtelijk georriënteerde onderzoeken.
Reinier Bakels schreef op :
Het hoge woord moest er maar uit: veel werk van juristen mag geen wetenschap worden genoemd. zelfs voor zover dat aan universiteiten gebeurt..
Naar hedendaagse wetenschapsfilosofische maatstaven behoeft een uitspraak niet ‘juist’ te zijn om voor wetenschappelijk door te gaan, doch moet deze slechts verifieerbaar of falsificeerbaar zijn. Dat betekent dat meningen niet wetenschappelijk zijn. Een mening is altijd uitwisselbaar, anders is het een feit.
Juristen geven graag meningen. Weliswaar worden ook meningen - als het goed is – op argumenten gebaseerd, maar hier komt het aan op een afweging van argumenten die onvermijdelijk subjectief is. Ook beoefenaren van andere disciplines geven vaak meningen: zelfs in “keiharde” technische vakken hebben de uiteindelijke keuzes toch vaak een subjectief karakter.
Natuurlijk is het niet oninteressant om kennis te nemen van meningen, maar het subjectieve aspect maakt dat het er toe doet wie aan het woord is. Dit maakt dat juridische proefschriften vaak ongelezen inde kast blijven staan: de promovendus is als regel een beginner in het vak, wiens mening niet snel als “gezaghebbend” zal worden beschouwd. Dat maakt het begrijpelijk dat NWO terughoudend is in het bekostigen van juridische promotieonderzoeken: die zijn veel meer een “proeve van bekwaamheid” dan dat ze een bijdrage leveren aan het vak.
In echte wetenschappen maakt het niet uit wie er aan het woord is: toen een onbekende klerk van het Zwitserse octrooibureau met zijn relativiteitstheorie kwam werd die puur op inhoud beoordeeld.
Hoe krijgt het werk van juristen een zo objectief karakter dat dit wél wetenschappelijk mag worden genoemd? Het is een hardnekkig misverstand dat het model van de ervaringswetenschappen daarvoor de norm zou zijn, en dus meer naar disciplines als rechtseconomie en rechtspsychologie zou moeten worden gekeken, waar theorievorming wel op ervaringen is gebaseerd (als het goed is).
Er zijn namelijk ook onbetwist wetenschappelijke disciplines die niet het model van de ervaringswetenschappen volgen, met name wiskunde. De kern van het werk van juristen is het redeneren vanuit teksten, en hier zijn de regels bijkans net zo streng als in de wiskunde: niet “draagkrachtige” redeneringen zijn niet houdbaar, punt.
Maar komt zo niet de oefening in meningsvorming in het gedrang? Naar mijn analyse is dat veeleer een kunst dan een wetenschap. In zekere zin verhouden zich recht en rechtswetenschap als muziek en muziekwetenschap. Het componeren en spelen van muziek is evenmin een wetenschap als het werk van een praktijkjurist. Waar musici, met name inde “lichte” muziek zich oefenen door hun voorbeelden na te spelen, scherpt de jurist zijn argumentatievaardigheid door kennis te nemen van de mening van hun “gezaghebbende” collegae. Maar die is dus als regel niet te vinden in proefschriften.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.