Verslag van de JNJV-expertmeeting: Afscheid van de klassieke procedure?

Geschreven door: Joost Nan op

Opening

De Raad van State opende op 1 februari jl. op verzoek van de oude rotten van de NJV de deuren van de Balzaal voor een menigte jonge en hongerige juristen voor de eerste, traditionele, jaarlijkse expertmeeting tussen beide leeftijdsgroepen. De officiële opening werd om 10 uur stipt verricht door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Jaap Polak, die net buiten de aan hem gegeven termijn het stokje vervolgens overdroeg aan de voorzitter van de NJV, Jaap Hoekstra. Hoekstra legde de druk meteen bij de jonge juristen door hen onder meer de “kroonjuwelen” te noemen en de “jonge bloemen”. Als de verwachtingen niet al hoog gespannen waren, dan waren zij dat in ieder geval nu.

Dagvoorzitter Michel Vols bezweek evenwel niet onder die immense door Hoekstra opgelegde druk en opende vrolijk het inhoudelijke gedeelte van de bijeenkomst met een rondje wie komt van waar en vanuit welk rechtsgebied. Vols trok daarna de teugels aan door aan te geven streng op de gegeven tijd voor alle sprekers te letten (uiteindelijk zouden we slechts twintig minuten later lunchen dan gepland).

 

Plenaire voordrachten

Het woord was eerst aan de preadviseurs van bestuursrecht. Bart Jan van Ettekoven en Bert Marseille beten het spits af en gaven aan dat zij de bestuursrechtelijke procedure wilden bezien vanuit het gebruikersperspectief. Zoals zij in hun position paper ook al geschreven, waren er vier aandachtspunten, gericht op verbetering van het bestaande. Mede op basis van hetgeen zij uit de praktijk hadden meegekregen ging het om de toegang tot de bestuursrechter, het functioneren van de bezwaarprocedure, de taakuitoefening door de bestuursrecAfbeeldinghter en digitaal procederen. De preadviseurs benadrukten nog eens dat de bestuursrechter de regie moet voeren en aan verwachtingsmanagement moet doen. Uiteindelijk moet zoveel als mogelijk maatwerk worden verricht.

Referent Sander Lanshage (rechter in de rechtbank Midden-Nederland) gaf aan dat het eerste dat hij op zitting vraagt, is wat de burger precies van hem verlangt. Wat is het probleem en welke service kan de rechter verlenen? Ook hij beaamde dat maatwerk de sleutel is om geschillen tussen burger en de overheid naar ieders tevredenheid op te lossen. Meer dan de preadviseurs ging hij in op de mogelijkheid van mediation, ook binnen de rechtbank (maar dan met een andere rechter dan die over het geschil zou moeten oordelen).

Vervolgens waren de strafrechtelijke preadviseurs, Jan Crijns en Renée Kool, aan de beurt. Net als in hun position paper werd veel aandacht besteed aan buitengerechtelijke afdoening en de mogelijkheden van herstelbemiddeling. Bij die punten is de efficiëntiegedachte – die binnen het strafrecht inmiddels zo sterkt leeft – wat meer op afstand. Op zich willen de preadviseurs geen afscheid nemen van de gewone gerechtelijke procedure. De waarden en uitgangspunten die daarvoor gelden, hebben ook hun weerslag op de alternatieve afdoening van strafrechtelijke geschillen. Benadrukt werd dat het hierbij niet alleen gaat om een efficiënte afdoening met voldoende aandacht voor het slachtoffer, maar dat uiteindelijk sprake moet zijn van een zinvolle afdoening en dat dit zou kunnen inhouden dat gaandeweg de procedure met name de vervolgingsbeslissing herwaardeerd zou moeten kunnen worden. Zou de strafrechter de zaak alsnog mogen seponerenAfbeelding als ontwikkelingen (denk aan een geslaagde herstelbemiddeling) daartoe nopen?

Een belangrijke manier van buitengerechtelijke afdoening is natuurlijk de strafbeschikking. Daarbij is de officier van justitie wel magistratelijk, maar is de rol van de advocatuur nog niet geheel uit de verf gekomen en kunnen ook vraagtekens geplaatst worden bij de transparantie van deze modaliteit. Zou een herijking van deze procedure kunnen plaatsvinden aan de hand van de waarden die voortvloeien uit art. 6 EVRM? Wat is de rol van de hedendaagse rechter en hoe zit het met de rechtsbescherming? De preadviseurs wilden evenwel geen nieuwe grondslagdiscussie over de strafdoelen.

Referente Masha Fedorova (Radboud Universiteit) was het met het pleidooi van de preadviseurs niet oneens. Ook zij meende dat de buitengerechtelijke afdoening in het strafrecht zal toenemen. Wel moet de inbedding daarvan zorgvuldig geschieden, waarbij de rechtsbescherming van de verdachte en de strafdoelen niet uit het oog mogen worden verloren. Hoe kan dit alles worden ingepast in het alternatieve traject? Zij meende ten slotte dat een herbeoordeling van de vervolgingsbeslissing door de rechter (eventueel in de vorm van een rechtelijk sepot) een breuk zou zijn met de bestaande opvattingen. Het vervolgingsmonopolie en de keuze dienaangaande liggen immers bij het openbaar ministerie.

Het plenaire ochtendgedeelte werd afgesloten met een korte voordracht van de civiele preadviseurs. Lieke Coenraad en Peter Ingelse wilden geen afscheid nemen van de klassieke procedure. Daarbij willen zij ook vasthouden aan het zogeheten “toernooimodel”. Het civiele proces als gevecht zullen we maar zeggen. Daarbij zouden op gezamenlijk verzoek wel de geschilpunten aan de rechter kunnen worden voorgelegd (ook met betrekking tot echtscheidingen). De preadviseurs zeiden niet blind te zijn voor de digitalisering van het proces en de noodzaak dat de rechter actief is en regie voert (en geen sfinx meer is). Zij zien de digitalisering evenwel vooral als hulpmiddel voor administratiAfbeeldingeve handelingen, terwijl de rechter van oudsher al vrij was zijn rol in het proces zelf te bepalen. De preadviseurs signaleerden ook de opkomst van online dispute resolution (ODR). Maar de civiele overheidsrechter zal blijven bestaan.

Voor de preadviseurs zijn hoor en wederhoor (en dus tegenspraak) en oraliteit belangrijke uitgangspunten. Zo moet ook bij mediation hoor en wederhoor een belangrijke rol spelen. En ook al voorziet KEI in allerlei mogelijkheden om digitaal te procederen, een mondelinge behandeling van de zaak blijft. En dat is voor de preadviseurs een belangrijk gegeven: court is a place. De emotie die op de zitting loskomt kan belangrijk zijn voor de afdoening van het geschil en de preadviseurs zien in de persoonlijke aanpak van de rechter de meerwaarde ten opzichte van ODR. In dat verband merken zij ook op dat in het familierecht zover mogelijk moet worden gestreefd naar één rechter per gezin, waarvoor ook pilots zijn gestart: court is a face.

Een vraag van de preadviseurs was of de rechter zou moeten vragen naar de achterliggende belangen van het geschil, die niet altijd juridisch relevant zijn. Daarop zou mediation niet het monopolie moeten hebben. Maar gaat dit de rechter wat aan?

Referent Johan Sluymer (rechtbank Den Haag) wilde evenmin afscheid nemen van de klassieke procedure. Wel is het zo dat de rechter bij partijen moet polsen wat zij met de zaak willen bereiken. In zoverre staat de rechter een beetje tussen de partijen, maar hij wordt geen mediator. Sluymer was er geen voorstander van dat mediation dwingend zou worden voorgeschreven. Deze referent waardeerde ook de mondelinge zitting, vooral ook omdat de non-verbale communicatie dan een belangrijke rol speelt. De rechter moet uiteindelijk niet vergeten dat hij soms ook gewoon een knoop moet doorhakken om een geschil te beslechten, wat er verder op de achtergrond allemaal nog speelt tussen partijen.

 

Parallelsessies

Vervolgens brak de groep in drieën uiteen voor parallelle sessies. Zelf heb ik de parallelle sessie strafrecht bijgewoond onder leiding van sessievoorzitter Koen Vriend (UvA). Als snel namen de aanwezige advocaten het heft in handen (het openbaar ministerie was volgens mij niet Afbeeldingvertegenwoordigd) door de gebrekkige rol die zij nu in de strafbeschikking hebben te hekelen. De verdediging wordt in het ZSM-overleg te weinig betrokken. Niet alleen worden de belangen van de betrokken verdachte zo niet voldoende behartigd, relevante informatie die de raadsman zou kunnen verschaffen bereikt het overleg niet. De advocaat kan immers de officier van justitie voorzien van nadere informatie over de verdachte. De stelling was ook dat op de ZSM-afdeling niet altijd de meer ervaren officieren van justitie werden geplaatst. Uit ervaring weet ik dat dit per arrondissement wel verschilt, maar er was in ieder geval niemand van het openbaar ministerie om dit te weerspreken.

Vervolgens draaide de discussie onder regie van de strafpleiters uit op geld – hoe kon het ook anders. De advocatuur gaf aan dat voor de inbreng van de raadsman te weinig geld is, terwijl er ook structureel te weinig geld is voor het openbaar ministerie. Dit was een waarschuwing aan de preadviseurs. Alle mooie plannen om bijvoorbeeld de strafbeschikking en andere afdoeningsmodaliteiten van waarborgen en dergelijke te voorzien, zouden nog wel eens kunnen stuklopen op een gebrek aan ruimte in de begroting (waarvan het de bedoeling is dat deze gelijk blijft).

Een discussiepunt was ook in hoeverre de deelrechten van art. 6 EVRM reflexwerking zouden kunnen hebben op de strafbeschikking. Zijn die van overeenkomstige toepassing en in hoeverre kan de verdachte daarvan steeds afstand doen? In ieder geval was iedereen het erover eens dat ook buiten het normale strafproces de afdoening eerlijk moet verlopen (of dat nu uit art. 6 EVRM voortvloeit of niet).

De preadviseurs waren vervolgens bijzonder geïnteresseerd in het door de rechter laten herwaarderen van de vervolgingsbeslissing van het openbaar ministerie. Stel nu dat mediation of een andere ontwikkeling maakt dat de ingezette vervolging niet langer opportuun is. Zou de inmiddels bij het proces betrokken strafrechter dan niet alsnog de vervolgingsbeslissing indringender moeten kunnen toetsen? Kan hij de zaak dan seponeren? Het probleem is, zo werdAfbeelding onderkend, dat na het uitroepen van de zitting er een eindbeslissing van de rechter moet komen. Het is dan in principe niet meer aan de officier van justitie om de zaak alsnog op een andere manier af te doen. In het huidige systeem heeft de rechter zeer weinig mogelijkheden om de opportuniteit van de ingezette route nog eens kritisch te toetsen. De preadviseurs willen een escape, zodat het mogelijk is om uit de proceskoker te kunnen stappen.

Een ander punt was nog of de strafbeschikking niet afbreuk doet aan de zichtbaarheid van het strafrecht als norm handhavend instrument. Al snel spitste zich dit toe op de vraag wie de inhoud van het recht bepaald (officieren van justitie willen daarover nog wel eens een andere opvatting op nahouden dan de geldende). Mij lijkt evenwel eerder een probleem dat de bestraffing van criminaliteit niet openbaar geschiedt en dus uit het zicht verdwijnt. Wat merkt het Nederlands publiek van de overheidsreactie op criminaliteit als veel hinderlijke misdaden op het politiebureau wordt afgehamerd?

 

Plenaire terugkoppeling

Na de parallelsessies kwam iedereen weer bij elkaar voor een korte terugkoppeling. De voorzitters van de parallelsessies rapporteerden in één minuut (althans dat was de bedoeling). De discussie ging daarna onder meer over de vraag of de rechtsgebieden konden worden overstegen en tot één aanpak zou kunnen worden gekomen. Vanuit een van de preadviseurs kwam de reactie dat dat op zich wel mogelijk was, maar dat er een specialisatie gaande is waardoor de kolommen waarin elk rechtsgebied zich bevindt niet voor niets aanwezig zijn.

Een ander punt was nog of de digitalisering het proces verder zal veranderen. Hoever gaat de ondersteuning? Een enkeling ging daarbij zo ver, dat kunstmatige intelligentie ervoor zou kunnen zorgen dat veel geschillen niet meer door een rechter zouden hoeven te worden opgelost. De tijd zal het leren of het inderdaad zonder de menselijke maat kan.

Hoekstra sloot de dag af met de opmerking dat het een mooie ochtend was geweest, dat de NJV via het NJB meegaat in de digitale revolutie en dat hij hoopt op meer jonge NJV-leden dan ooit.

 

Epiloog

De voorliggende vraag vanuit de NJV is of afscheid moet worden genomen van de klassieke procedure. Ik dacht en denk daarbij vooreerst aan een andere afdoening van geschillen, door een ander dan de door de overheid aangewezen en beschikbaar gestelde rechter. Wat mij bij het lezen van de drie position papers opviel is dat in meer of mindere mate zo fundamenteel de discussie niet wordt gevoerd. Er wordt snel voor behoud gekozen, met daarna voorstellen tot onderhoud.

De bestuursrechtelijke preadviseurs willen in de kern het proces het sterkst behouden. Zij hebben de vraag namelijk geherformuleerd: ‘hoe is het op dit moment gesteld met de kwaliteit van de bestuursrechtelijke geschilbeslechtingsprocedures en in hoeverre zijn aanpassingen noodzakelijk?’ Hoewel alternative dispute resolution (ADR) en ODR wel één keer worden genoemd als bijzondere ‘track’, is dat als de zaak al bij de rechtbank is binnengekomen. Anders dan ik had verwacht, is er weinig tot geen aandacht voor mogelijke alternatieven voor een afdoening in bezwaar of door de bestuursrechter. Natuurlijk ligt het voor de burger lastig om een (slepende) kwestie tegen de overheid bij een andere geschillenbeslechter aan te brengen dan bij het bestuursorgaan of de overheidsrechter, maar ligt daar niet juist onontgonnen gebied?

De strafrechtelijke preadviseurs besteden het meeste aandacht aan een afdoening buiten de rechter om, waarbij ook herstelbemiddeling ruime aandacht krijgt. De vlucht die de strafbeschikking heeft genomen, waarbij de ZSM-aanpak een belangrijk pilaar is, maakt dat ook onontkoombaar. De normering daarvan zal een belangrijk onderdeel van het preadvies worden. Wellicht voert het te ver om ook hier te kijken of een strafrechtelijk geschil geheel buiten overheidsbemoeienis kan worden afgedaan. In dat verband meen ik dat hooguit flutzaken buiten het bereik van justitie zouden moeten kunnen blijven. Dat zou een ‘civilisering’ van het strafrecht inhouden die ons systeem tot op heden eigenlijk vreemd is.

De civilisten nemen een middenpositie in wat mij betreft. Zij verstaan onder de klassieke procedure ‘de met waarborgen van de procesbeginselen omklede procedure ten overstaan van een civiele overheidsrechter die eindigt met een schikking of een beslissing’. Ook zij streven naar het handhaven van een belangrijke rol voor de civiele rechter, omdat een alternatief niet voor iedereen is weggelegd. Wel zou sprake moeten zijn van een innoverende rechtspraak. Maar juist een civiel geschil met twee strijdende burgerpartijen leent zich volgens mij goed voor een andere afdoeningsmodaliteit.

Hoekstra merkte ergens aan het begin van de dag op dat civilisten in het algemeen niet gewend zijn aan fundamentele veranderingen in wetgeving (na nieuw BW dan kennelijk). Voor de parallelsessie hoefden zij daarom niet te verhuizen. Volgens mij geldt dat eigenlijk de meeste juristen niet van verandering houden (ik zeker niet). Alle preadviseurs willen het proces en de rol van de rechter daarin wel moderniseren, maar majeure wijzigingen lijken niet op stapel te staan in de preadviezen. In zoverre blijft het toch vooral bij het fine tunen van de klassieke procedure, ter behoud daarvan. De preadviseurs lijken geschillenbeslechting uiteindelijk maar mondjesmaat aan burgers zelf te willen overlaten. Die discussie zal dan kennelijk op een ander moment moeten worden gevoerd. Als juristen daarover zouden willen praten.

njv

Naam auteur: Joost Nan
Geschreven op: 13 februari 2017

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Poll: Zit er toekomst in Legal Visions?

Op onze site vindt u een video presentatie van een arrest van de Raad van State.  Wat zou u er van vinden wanneer wij, bijvoorbeeld wekelijks, de belangrijkste uitspraken (straf-, privaat- en bestuursrecht) door middel van content-visualisatie aan u zouden presenteren? En ziet u videopresentaties een rol spelen binnen uw kantoor, bijv. bij het jurisprudentieoverleg (zie de tweede poll hieronder)?

  • Ha, eindelijk! Ik zou het lezen van stukken graag willen afwisselen met het kijken naar visuals om bij te blijven (33) Ha, eindelijk! Ik zou het lezen van stukken graag willen afwisselen met het kijken naar visuals om bij te blijven (33) 70%
  • Nee, dank. Er gaat niets boven het geschreven woord (14) Nee, dank. Er gaat niets boven het geschreven woord (14) 30%

Totaal aantal stemmen: 47

Datum van plaatsing: 08/06/17

Poll: Zou u videopresentaties gebruiken?

Ziet u videopresentaties een rol spelen binnen uw kantoor bijv. bij het jurisprudentieoverleg?

  • Nee, ik zie de toegevoegde waarde daar niet zo van in (32) Nee, ik zie de toegevoegde waarde daar niet zo van in (32) 68%
  • Ja, een videopresentatie voegt hier echt iets toe (15) Ja, een videopresentatie voegt hier echt iets toe (15) 32%

Totaal aantal stemmen: 47

Datum van plaatsing: 08/06/17

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.