Onderzoeken naar integriteit WODC

Geschreven door: Redactie op

Naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur van 6 december 2017 inzake de relatie tussen het Ministerie van Justitie en het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) waarin kritische constateringen werden gedaan op basis van een reconstructie die betrekking had op een tweetal onderzoeken die in opdracht van het WODC zijn uitgevoerd, laat Minister Grapperhaus een drietal onderzoeken uitvoeren. Het ministerie zou invloed hebben uitgeoefend op de bevindingen en conclusies van de onderzoeken ‘Het Besloten club- en het Ingezetenencriterium voor coffeeshops’ uit 2013 en ‘Internationaal recht en cannabis’ uit 2014.

Een klokkenluider vanuit het WODC meldde de beïnvloeding aan Nieuwsuur nadat zij binnen het WODC en het Ministerie geen gehoor had gevonden voor haar klachten. Naar aanleiding van de uitzending neemt de minister de volgende maatregelen, zo schreef hij op 7 december aan de Tweede Kamer:
• Er komt een onafhankelijke toets naar de wetenschappelijke standaard van bovengenoemde rapporten.
• Er komt een extern onderzoek naar hoe er sinds de inwerkingtreding van het protocol wordt gewerkt in de relatie WODC en beleidsafdelingen.
• Een externe onafhankelijke klachtencommissie gaat na hoe de bewuste klacht, die in Nieuwsuur werd genoemd, is afgehandeld.

Externe onderzoeken

De integriteit van het WODC en het beleid dient boven elke twijfel verheven te zijn aldus de minister. De uitzending van Nieuwsuur vormt voor hem derhalve aanleiding om twee externe onafhankelijke onderzoeken te laten uitvoeren.

Ten eerste zal hij ten aanzien van de bovengenoemde rapporten onafhankelijk laten toetsen of deze rapporten voldoen aan de wetenschappelijke standaard. Daarbij zal worden georiënteerd op wat in de wetenschappelijke wereld gebruikelijk is indien getwijfeld wordt aan de totstandkoming van wetenschappelijke rapporten.

Ten tweede zal de minister gelet op de hoge eisen die verwacht mogen worden ten aanzien van de relatie tussen het WODC en de beleidsafdelingen van het ministerie eveneens door externen laten onderzoeken op welke wijze thans invulling wordt gegeven aan die relatie. Daarbij is van belang te bekijken of de huidige werkwijze na inwerkingtreding van het Protocol WODC in augustus 2016 naar behoren functioneert.

Relevant in dit verband is dat een onafhankelijke visitatiecommissie onder leiding van prof. mr. Corien Prins in 2014 heeft vastgesteld dat het WODC zich kenmerkt ‘als zelfstandige onafhankelijke onderzoeksafdeling binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie’. In dit rapport heeft de visitatiecommissie onder meer op basis van een achttal rapporten van het WODC en gesprekken met stakeholders gekeken naar de academische kwaliteit, maar ook naar de benutting van onderzoek door stakeholders in de praktijk.

Het WODC heeft in de gevisiteerde periode 245 onderzoeken zelf uitgevoerd en nog eens 437 onderzoeken ontworpen en begeleid die extern zijn uitgevoerd. De visitatiecommissie constateert in haar rapport met betrekking tot de positionering van het WODC dat deze ‘per definitie spanningsvol [is]. Het instituut heeft immers steeds te opereren op het snijvlak tussen (…) wetenschap (voor wat betreft de kwaliteit van onderzoeken) en beleid (voor wat betreft de bruikbaarheid van onderzoeken)’. Op basis van het door haar verrichte onderzoek concludeert de visitatiecommissie dat ‘het WODC zijn taak als onafhankelijk instituut voor de ontwikkeling van kennis ten behoeve van het justitiële en veiligheidsdomein naar behoren uitvoert’.

Teneinde de onafhankelijke positie van het WODC verder te versterken is in augustus 2016, dus ruim twee jaar na de oplevering van de gewraakte rapporten, het Protocol WODC verder aangescherpt. Het aangescherpte protocol stelt sindsdien onder meer expliciet dat ‘dienstopdrachten aan het WODC om formuleringen, uitkomsten, onderzoeksmethoden of veronderstellingen die ten grondslag liggen aan het onderzoek aan te passen of anderszins te veranderen, niet mogelijk [zijn]’. Deze aanscherping past in het algemene beleid dat de secretaris-generaal bij zijn aantreden in 2015 uiteen heeft gezet om het departement te veranderen.

Afhandeling melding

Het huidige beeld van de minister is dat op individueel en op systematisch niveau opvolging door het ministerie is gegeven aan de bewuste melding die ook in Nieuwsuur ter sprake kwam. Hij zal expliciet laten nagaan door een onafhankelijke nader in te stellen externe klachtencommissie of de klacht is behandeld met inachtneming van het toen geldende protocol en andere geldende regelgeving. Deze externe klachtencommissie zal ook openstaan voor eventuele nieuwe meldingen. 

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 12 december 2017

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.