NAM ook aansprakelijk voor immateriële schade aardbevingen

Geschreven door: Redactie op

De Nederlandse Aardolie Maatschappij  (NAM) moet aan een deel van de inwoners van het Groningenveld de immateriële schade vergoeden, zo oordeelt de rechtbank Noord-Nederland. De NAM is aansprakelijk voor de door inwoners van het Groningenveld geleden en/of nog te lijden immateriële schade, als gevolg van de aardbevingen. Ondanks onzorgvuldig handelen van de Staat, is deze niet aansprakelijk voor de door eisers genoemde schade. 

Aansprakelijkheid NAM

De rechtbank oordeelt ten aanzien van de door eisers gestelde aansprakelijkheid van de NAM dat niet in geschil is dat de aardbevingen in het algemeen het woongenot van bewoners van het Groningenveld aantasten en dat de bevingen het gevolg zijn van de bedrijfsactiviteiten van NAM. Er ontstaat schade aan de woningen en velen zijn bang voor hun veiligheid, ervaren spanningen en worden in hun dagelijks leven met de gevolgen van de aardbevingen geconfronteerd. Deze (over)last overschrijdt gezien de aard, de ernst en de duur daarvan de grenzen van hetgeen eisers in het maatschappelijk verkeer als ‘gewone’ hinder hebben te accepteren en vormt een inbreuk op hun eigendomsrechten en op hun recht op ongestoord woongenot. NAM, die deze onrechtmatige overlast als exploitant van Mijnbouwwerken heeft veroorzaakt, is daarom ook op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de schade die inwoners daardoor lijden. In een vervolgprocedure (een zogenaamde schadestaatprocedure) zal per eiser de hoogte van een eventuele schadevergoeding worden bepaald.

Aansprakelijkheid Staat

De rechtbank concludeert dat de minister gehouden was om de gasproductie met het oog op de veiligheidsrisico's voor inwoners in het Groningenveld zoveel als gelet op de leveringszekerheid mogelijk was te beperken en dat de Staat niet aannemelijk heeft gemaakt dat een eerdere reductie van de winning gelet op de leveringszekerheid niet mogelijk was. De rechtbank concludeert dat de Staat zijn zorgplicht als bedoeld in 6:162 BW na de beving in Huizinge en het daaropvolgende rapport van SodM van 22 januari 2013 onvoldoende heeft ingevuld. De rechtbank komt daarmee echter niet tot het oordeel dat de Staat aansprakelijk is voor de schade waarvan eisers thans vergoeding vorderen. Daarvoor is namelijk nodig dat die schade door het gestelde 'toezichtsfalen' van de Staat na de beving in Huizinge en het rapport van SodM is ontstaan of toegenomen. Eisers hebben niet onderbouwd dat zij geen schade zouden hebben geleden wanneer de Staat wel tot verdere reductie was overgegaan, zodat niet gezegd kan worden dat de schade die de eisers noemen het gevolg van dit onzorgvuldig handelen is.

 

Bron: rechtspraak.nl en ECLI:NL:RBNNE:2017:715

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 1 maart 2017

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.