Kind en ouders in de 21e eeuw

Geschreven door: Redactie op

Ieder kind heeft er belang bij dat zijn juridische positie zoveel als mogelijk vanaf zijn geboorte is geregeld. De vele verschillende gezinssituaties die vandaag de dag in Nederland voorkomen maken het nodig dat wetgeving en beleid op het terrein van ouderschap en gezag worden aangepast. 

Dat schrijft de Staatscommissie Herijking ouderschap in het rapport ‘Kind en ouders in de 21ste eeuw’, dat op 7 december jl. is aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. De opdracht aan de Staatscommissie was de regering te adviseren over de wenselijkheid van wijziging van bestaande regelgeving die betrekking heeft op het ontstaan van juridisch ouderschap en de invoering van een wettelijke regeling voor meerouderschap en meeroudergezag en draagmoederschap. De Staatscommissie heeft de afgelopen tweeëneenhalf jaar uitvoering gegeven aan deze opdracht.

Juridisch ouderschap

Tot enkele decennia geleden was het juridisch ouderschap vrij duidelijk. Genetisch en juridisch ouderschap vielen doorgaans samen. Vandaag de dag zijn er, veel meer dan vroeger, verschillende gezinssituaties: eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen (fusiegezinnen), gezinnen van ouders van gelijk geslacht (regenbooggezinnen), meergeneratiegezinnen en meerdere personen die met elkaar een of meer kinderen verzorgen en opvoeden. De Staatscommissie wil de belangen van kinderen in al dit soort gezinssituaties juridisch borgen. Daarom doet zij een aantal voorstellen voor aanpassing van de wet- en regelgeving, neergelegd in 68 aanbevelingen. Zo wil zij onder meer een regeling instellen voor juridisch meerouderschap, meeroudergezag en een Nederlandse regeling voor draagmoederschap.

Een van de voorwaarden voor juridisch meerouderschap zou moeten zijn dat een kind maximaal vier juridische ouders kan hebben, die maximaal twee huishoudens vormen. Vóór de conceptie van het kind moeten de ouders aan de rechter een meerouderschapsovereenkomst overleggen, waarin afspraken zijn gemaakt over onder meer zorg- en opvoedingstaken, de hoofdverblijfplaats van het kind, de verdeling van de financiële lasten en de geslachtsnaam. Voor het toekomstige kind zal een bijzondere curator worden benoemd, die de rechter moet adviseren over de zorgvuldigheid van het traject. Belangrijk is dat een duidelijk aanwijsbare band bestaat tussen alle ouders enerzijds en het kind anderzijds. Daarnaast adviseert de Staatscommissie dat meerdere personen het gezag over een kind kunnen uitoefenen (meerpersoonsgezag). Hierbij zou moeten worden aangesloten bij de voorwaarden die aan het juridisch meerouderschap worden gesteld.

Draagmoederschap

Daarnaast is een wettelijke regeling nodig voor draagmoederschap. Nederlandse wensouders richten zich op draagmoederschap in het buitenland door het gebrek aan mogelijkheden in Nederland. Hieraan zitten nadelen: in veel landen is de positie van de draagmoeder onvoldoende beschermd, is het onderscheid tussen draagmoederschap en kinderkoop niet altijd helder en dreigt het gevaar van kinderhandel. De Staatscommissie wil dan ook dat er een wettelijke regeling komt, die garandeert dat het traject van draagmoederschap zorgvuldig verloopt, met respect voor de menselijke waardigheid van het kind en van de draagmoeder. De regeling moet het kind vanaf de geboorte rechtszekerheid bieden over ouders, nationaliteit, naam en gezag. Ook de draagmoeder en de wensouders krijgen zo zekerheid over hun positie en verantwoordelijkheden ten opzichte van het kind. Ook moet het kind zijn ontstaansgeschiedenis in de toekomst kunnen achterhalen. De draagmoeder heeft er belang bij dat zij wordt begeleid en onafhankelijk wordt voorgelicht over de psychologische en juridische gevolgen van het draagmoederschap. Haar medische en financiële risico’s moeten goed zijn afgedekt. Zij neemt immers een grote verantwoordelijkheid op zich voor een kind dat zij in beginsel niet zelf zal verzorgen en opvoeden. De Staatscommissie adviseert daarnaast om ook een regeling te maken voor de erkenning van de juridische positie van kinderen die uit een draagmoeder in het buitenland zijn geboren. Deze regeling moet dezelfde waarborgen voor draagmoeder en kind garanderen als de regeling in ons land.

Recht op informatie

Bij regelingen voor juridisch meer-ouderschap en draagmoederschap is het niet meer vanzelfsprekend dat een kind met zijn ouders genetisch verwant is. De informatie over zijn ontstaansgeschiedenis wordt zo belangrijker. Daarmee worden de gegevens van de eventuele zaad-, eicel- of embryodonoren, de gegevens van de eventuele draagmoeder en de gegevens van de betrokken instanties die hebben bemiddeld of medische assistentie hebben verleend bedoeld. Een kind heeft volgens de Staatscommissie recht op die informatie. Het recht van een kind op inzicht in zijn ontstaansgeschiedenis heeft de Staatscommissie verwoord in één van de zeven kernen van goed ouderschap. Samen met het Kinderrechtenverdrag vormen die de maatstaf bij de voorstellen voor het aanpassen van wet en regelgeving. De zeven kernen luiden: (1) een onvoorwaardelijk persoonlijk commitment, (2) continuïteit in de opvoedingsrelatie, (3) verzorging en zorg voor lichamelijk welzijn, (4) opvoeding tot zelfstandigheid in sociale en maatschappelijke participatie, (5) het organiseren en monitoren van de opvoeding in het gezin, de school en het publieke domein, (6) de vorming van de afstammingsidentiteit en (7) de zorg voor contact- en omgangsmogelijk-heden van voor het kind belangrijke personen, onder wie de andere ouder.

Reactie Minister van VenJ

De voorwaarden die de Staatscommissie stelt aan meerouderschap en meeroudergezag komen de minister a prima vista redelijk voor laat hij in een brief aan de Tweede Kamer weten (Kamerstukken 33 836, nr. 18). Daarin meldt hij ook positief tegenover het instellen van een regeling voor draagmoederschap te staan. De overige aanbevelingen bieden een nuttige basis voor discussie ove respectievelijk de borging van de stem van het kind in zaken die het kind betreffen, de beschikbaarheid van afstammings- en gezagsinformatie en de positie van de ongehuwde partner van de (geboorte)moeder. De minister wil substantiële stappen zetten om op basis van dit rapport het familierecht te moderniseren.

Leden Staatscommissie

De leden van de Staatscommissie Herijking ouderschap zijn: mr. A. Wolfsen, voorzitter; prof. dr. I.D. de Beaufort, hoogleraar gezondheidsethiek aan de Erasmus Universiteit; prof. dr. D.D.M. Braat, hoogleraar Obstetrie, Gynaecologie, Voortplantingsgeneeskunde aan de Radboud Universiteit; mr. W.J. Eusman, advocaat te Amsterdam; prof. dr. J. Hermanns, em. hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam; mr. dr. F. Ibili, gerechtsauditeur Hoge Raad der Nederlanden; mr. M.J.C. Koens, ten tijde van benoeming senior raadsheer in het Gerechtshof ‘s Hertogenbosch; prof. mr. T. Liefaard, hoogleraar Kinderrechten aan de Universiteit Leiden; prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, i.h.b. personen-, familie- en erfrecht aan de Erasmus Universiteit en Radboud Universiteit; en dr. A. Poortman, universitair hoofddocent Sociologie aan de Universiteit Utrecht.

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 12 december 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.