Wie is nu aan zet? De Bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep, de Nationale Ombudsman, de Kantonrechter???

Onlangs kwam ik een (juridische) casus tegen, in zichzelf vrij eenvoudig, maar de behandeling ervan vloog echt alle kanten op. Het betreft een casus waarbij een bestuursorgaan, het Zorginstituut Nederland, opgevolgd door het CAK, een burger in grote verwarring achterliet.

Wat is het geval. De burger kwam in 2010 in het zogenaamde wanbetalersregime dat van toepassing wordt als er 6 maanden geen zorgverzekeringspremie wordt betaald.

Het Zorginstituut gaat dan de premie innen inclusief een boete. Volgens beleidsregels gaat het Zorginstituut zo mogelijk en bij voorkeur innen via bronheffing. Dit betekent dat wordt gekeken naar regulaire inkomstenbronnen van de burger en houdt de premie dan maandelijks in op de hoogste inkomstenbron.

Helder, denk je dus. Maar, het Zorginstituut maakt een fout en past de bronheffing toe op de laagste inkomstenbron bij deze burger. Op zich geen probleem. Het effect is voor de burger hetzelfde.

Een jaar later wordt de in te houden premie geïndexeerd, wat op zich een formaliteit is. De broninhouder, in dit geval een verzekeringsmaatschappij die een aanvulling verstrekt op de door de burger genoten WAO-uitkering, zendt naar het Zorginstituut een kladje waarop staat dat de burger bij hen geen werknemer is. Een vreemd kladje dus, want de burger kreeg een uitkering!

Op basis van dit kladje, niet gedateerd en niet ondertekend, beëindigt  het Zorginstituut de bronheffing (waarom is niet duidelijk) en schakelt het CJIB in bij het zenden van maandelijkse acceptgiro’s naar deze burger.

De verzekeringsmaatschappij echter, gaat door met het automatisch overmaken van de maandelijkse premie en dit loopt een jaar lang door. Ondertussen bouwt de burger ook een schuld op omdat hij de acceptgiro’s niet kan betalen. Naar zijn mening is er tenslotte reeds betaald via de niet stopgezette bronheffing.

Natuurlijk reageert de burger naar zowel de verzekeringsmaatschappij alsmede het Zorginstituut. Deze laatste is immers de regisseur bij het innen van de maandelijkse premie.

Na een half jaar pikt het Zorginstituut deze klacht op maar hersteld de fout pas na 1,5 jaar. Je zou denken dat de bronheffing wordt gecontinueerd bij de verzekeringsmaatschappij en dat de opgebouwde schuld via het CJIB wordt teniet gedaan. Nee dus, de broninhouding wordt alsnog gestopt, de burger ontvangt in 2 stappen zijn geld terug, en de schuld bij het CJIB blijft staan en wordt maandelijks weer hoger.

In die gehele periode laat het CJIB ook nog eens een vijftal keren beslag leggen op de WAO-uitkering van de burger, met vele extra kosten. Deze beslagen betekenen dat per maand honderden euro’s worden ingehouden, bijna een kwart van het inkomen, terwijl de burger niks fout heeft gedaan. De door de burger terugontvangen gelden zijn onvoldoende om de onterechte opgebouwde schuld en de extra kosten te voldoen. Ook ontstaan door de 5 beslagleggingen betalingsproblemen bij andere partijen.

Dus deze burger dient een klacht in en de zaak wordt uiteindelijk voorgelegd aan de Bestuursrechter. Vermeld moet worden dat de 6 weken bezwaartermijnen bij de oorspronkelijke inningsbesluiten van het Zorginstituut al lang zijn verstreken. De Bestuursrechter, en later ook de Centrale Raad van Beroep, oordeelt dan ook dat gezien de overschrijding van de bezwaartermijnen, eerdere besluiten van het Zorginstituut vast komen te staan. De klacht is echter dat het Zorginstituut, volgens eigen beleidsregels, niet juist heeft gehandeld, dat er dubbel geïnd is, en dat er uiteindelijk geen nieuw, juist inningsbesluit werd genomen. Plus omvat de klacht een schadeclaim voor veroorzaakte extra kosten.

Na wat correspondentie tussen de burger en het Zorginstituut, ziet het Zorginstituut uiteindelijk in, dat de dubbele inning extra kosten heeft veroorzaakt. Ze neemt hierover maar liefst 3 besluiten en gaat over tot het vergoeden van een klein deel van de schadeclaim.

De burger gaat hier niet mee akkoord, dus partijen ontmoeten elkaar weer voor de Bestuursrechter. Deze constateert dat er inderdaad fouten zijn gemaakt, maar acht zich onbevoegd om de schadeclaim te beoordelen binnen het geldende bestuursrecht en verwijst de burger naar de burgerrechter.

De burger vraag aan het Zorginstituut waar hij civielrechtelijk kan procederen. Hij ontvangt een antwoord dat dat kan bij het Kantongerecht of via digitaal procederen via de E-Kantonrechter.

De burger dient een verzoekschrift wegens onrechtmatig handelen in bij het Kantongerecht. Het Kantongerecht reageert met de opmerking dat een dagvaarding procedure vereist is. Dit betekent voor de burger vele extra kosten, advocaatkosten, dagvaardingkosten, al gauw zo’n € 1.000,-. Het is voor de burger onmogelijk omdat te betalen vanuit zijn WAO-uitkering plus aanvulling, dus hij trekt het verzoekschrift in en gaat digitaal procederen via de E-Kantonrechter, wat enkel griffierecht als kosten met zich meebrengt.

De burger meldt dit aan het CAK die de taken van het Zorginstituut heeft overgenomen, maar krijgt de reactie terug dat het CAK dat niet wenst, ondanks de eerdere toezegging door het Zorginstituut. Ondertussen heeft ook het Kantongerecht het eerste verzoekschrift doorgezonden naar de Centrale Raad van Beroep die ermee aan de slag gaat. Volgt u het nog?

De burger reageert terug naar het CAK dat hij interventie van de Nationale Ombudsman inroept voor het niet nakomen van eerdere toezeggingen over de wijze van procederen.

De recente stand van zaken is nu dat er gewacht moet worden op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Een uitspraak waar geen van de 2 betrokken partijen om gevraagd heeft. In afwachting daarvan ligt de procedure bij de E-Kantonrechter nu stil en moet het CAK nog gaan reageren op de interventie van de Nationale Ombudsman.

Kortom, voor alle partijen is er nu een zeer verwarrende situatie ontstaan waarvan de afloop nog ongewis blijft. Zo ontaardt een op zichzelf eenvoudige casus in een ingewikkeld stuk touwtrekkerij wie nu bevoegd is en op welke wijze m.b.t. de afhandeling van de schadeclaim.

Een minnelijke schikking had waarschijnlijk de rechtspraak vele duizenden euro’s kunnen besparen!

 

 

 

Naam auteur: Berrie Mutsaers
Geschreven op: 14 februari 2017

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Berrie Mutsaers schreef op :
Staats- en Bestuursrecht Universiteit Leiden reageert spontaan:"U stelt dat er sprake is van schade door (vermeend onrechtmatig) feitelijk handelen. Dat kan alleen worden aangekaart bij de civiele rechter. Waarom de (civiele) kantonrechter de zaak heeft doorgestuurd naar de Centrale Raad van Beroep weet ik niet. Ik verwacht op basis van het oude schadevergoedingsrecht geen andersluidende uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Overigens is het t.z.t. aantonen van een onrechtmatige daad bij de civiele rechter geen gemakkelijke opgave."

Wie heeft ervaring met de voetangels en klemmen?
Berrie Mutsaers schreef op :
Het optreden binnen het bestuursrecht kent een grote historie. Een interessant boek m.b.t. de burger als leek op dit gebied komt van Adriaan Mallan: "Lekenbescherming in het bestuursprocesrecht". Hebben de Bestuursrechter en de Centrale Raad van Beroep juist geopereerd door enkel te kijken naar de overschreden bezwaartermijn?
Wellicht een mooie aanleiding om hierop te reflecteren?
Berrie Mutsaers schreef op :
Een reactie van deskundigen en aankomende afstudeerders met kennis en kunde op het raakvlak van de Algemene Wet bestuursrecht en het Civiele recht is meer dan welkom.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.