Vooraf in het geding

Niet toevallig bekleden top-juristen vaak toonaangevende posities binnen de rechterlijke macht. Evenmin toevallig is dat zij ook nog deel uitmaken van tijdschriftredacties. In dat verband leveren zij vaak ook persoonlijke bijdragen aan het publieke debat waarin zij belangrijke of zorgelijke ontwikkelingen op de agenda zetten, ideëen lanceren en voorstellen formuleren.

In het NJB geeft het Vooraf hiervoor de ruimte. Aanleiding is veelal een beleidsvoornemen, wetsvoorstel, concrete rechterlijke uitspraak of iets wat speelt in praktijk, rechtspraak, politiek of doctrine. Schrijver hoopt natuurlijk dat het niet onopgemerkt blijft: dat debat oplaait of iets in beweging wordt gezet. Neem het Vooraf van 10/8/2012 (Punitive psychiatry-punitive taxation?) waarin Peter Wattel op voor hem, althans voor zijn voorafjes, kenmerkende wijze (krachtige stellingname, pittig verwoord) een nieuw instrumentalisme signaleert: het uitschakelen van politieke tegenstanders door belastingheffing. Aanleiding en treffende illustraties vormen de lotgevallen van Ai Wei-Wei in China en van Khodorkovsky en zijn onderneming Yukos in Rusland.

Dit vooraf bleef inderdaad niet onopgemerkt. Het leverde Wattel, naast hoogleraar en redacteur ook A-G, een drietal klachten op bij zijn baas, de P-G bij de HR. Wattel zou het faillissement van Yukos ten onrechte onteigening zonder vergoeding hebben genoemd, terwijl in Nederland procedures aanhangig zijn waarin onder meer de vraag aan de orde is of de faillietverklaring hier kan worden erkend. Klagers zijn partij in die procedures en vrezen dat het vooraf een negatieve invloed zal hebben op de uitkomst. Een rechterlijk ambtenaar en in het bijzonder een A-G, die een gezaghebbende functie bekleedt, zou zich moeten onthouden van uitlatingen over een kwestie die geschilpunt is in lopende procedures. Wattel zou in strijd hebben gehandeld met art. 7 Gedragscode Rechtspraak (‘Medewerkers van de Rechtspraak realiseren zich dat privégedrag en het publiekelijk uiten van privémeningen het vertrouwen in de Rechtspraak kunnen schaden’) en 2.5.4 NVvR-rechterscode (‘Hij spreekt zich daarom in elk geval niet publiekelijk uit over zaken waarover nog een rechterlijke beslissing moet worden gegeven’).  

Wattel is van mening dat hij zich slechts heeft uitgelaten als NJB-redacteur, en niet over zaken waarover nog een beslissing moet worden gegeven. Hij heeft enkel iets geschreven over procedures die al jaren geleden moeten zijn geëindigd, gelet op het feit dat het EHRM klachten over die procedures in 2011 heeft behandeld. Wat hij heeft geschreven valt onder zijn vrijheid van meningsuiting. Hij wist niet dat in Nederland nog zaken liepen waarin het faillissement van Yukos een rol speelt en kan zich niet voorstellen dat zijn vooraf invloed kan hebben op de onafhankelijke oordeelsvorming van civiele rechters. 

Een door P-G Fokkens ingestelde klachtadviescommissie (W.D.H. Asser, D.J. van Dijk en P. van Dijk) adviseerde de P-G echter de klacht behalve ontvankelijk ook gegrond te verklaren. Wattels uitlatingen houden verband met zaken die nog aanhangig zijn en bevatten een subjectieve mening over vragen die in die – en mogelijk in een later stadium nog bij de HR dienende – zaken aan de orde kunnen zijn. Gelet op zijn positie bij de HR kunnen Wattels uitlatingen voor klagers een gerechtvaardigde reden vormen te twijfelen aan de onpartijdigheid van de behandeling van hun zaken en het vertrouwen in de rechtspraak schaden als bedoeld in art. 7 Gedragscode Rechtspraak. De P-G heeft de klachten ongegrond verklaard, maar o.m. vanwege het zaakoverstijgende belang de HR gevraagd een oordeel te vellen. De HR oordeelt de klachten ontvankelijk omdat Wattels A-G-schap het NJB-lezerspubliek niet onbekend zal zijn en zijn uitlatingen als redacteur moeilijk los kunnen worden gezien van die functie, maar neemt geen onbehoorlijk handelen in de zin van art. 13f RO aan.1 Wattel heeft zich niet rechtstreeks publiekelijk uitgelaten over de concrete juridische kwesties die zich in de betrokken procedures (kunnen) voordoen. Verder betekent het feit dat een A-G als gezaghebbend jurist publiekelijk zijn mening geeft over kwesties die in enige procedure een rol (kunnen) spelen, in zijn algemeenheid niet dat moet worden getwijfeld aan een eerlijke en onpartijdige beoordeling door de onafhankelijke rechter. In de betrokken procedures zou alle ruimte bestaan tegen de opvatting van Wattel in te brengen wat klagers dienstig voorkomt. In casu gaat het om een op persoonlijke titel geschreven discussiebijdrage van een redacteur van een tijdschrift met een wetenschappelijk karakter. Zo’n bijdrage zal door het lezerspubliek onmiskenbaar als deelname aan het vrije juridisch-wetenschappelijke discours worden beschouwd en niet gelden als de mening van het parket of met rechtspraak belaste ambtenaren. Dat wordt niet anders als de nadruk ligt op de door Wattel tevens beklede functie van A-G, die bovendien geen rechtsprekende is en die ook bij de directe vervulling ruimte laat voor het laten doorklinken van persoonlijke opvattingen. Het persoonlijke en opiniërende karakter van de bijdrage is voor het publiek en ook voor de rechters in de bedoelde procedures onmiddellijk herkenbaar.

Hoewel we blij mogen zijn met deze uitkomst, is het nog geen einde verhaal. Daarvoor roept deze kwestie nog teveel vragen op. Zo gaat de HR bij de ontvankelijkheid uit van een wel zeer ruime uitleg van ‘in de uitoefening van zijn functie’. Is dat wel terecht en gaat dit niet ‘remmend’ werken? En is nu zowel vanuit het oogpunt van rechtzoekenden als van dat van rechterlijk ambtenaren werkelijk duidelijk wat wel en niet geoorloofd is? Er is verschil tussen A-G’s en raadsheren in de HR op het punt van vrijheid van meningsuiting, maar wat is voor raadsheren echt ‘not done’? Hebben feitenrechters evenveel (of weinig) vrijheid als raadsheren in de HR? Moeten we vrezen dat een en ander toch impact zal hebben op de samenstelling van tijdschriftredacties? Het terugtreden van toonaangevende juristen met een rechterlijke (bij)baan in het publieke debat, al is het enkel in onderwerpkeuze, toon of opvatting, zou een hoge prijs zijn. Er is daarom meer dan een enkel pittig NJB-vooraf in het geding.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2014/564, afl. 11, p. 691.

Bron afbeelding: Derrick Tyson

 

1. HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:509, 510 en 511.

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 17 maart 2014

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Dit artikel biedt de gelegenheid om een tweetal zaken aan de orde te stellen die in velerlei vormen “gestalte” krijgen. Dit artikel is er één van; het artikel van Brenninkmeijer over de unitas politica begin 2012 een tweede en de boodschap van de zogenaamde “klokkenluider” is een derde “gestalte”. Deze drie zaken hebben met elkaar gemeen dat zij bij onze democratische “gezagsdragers/machtsdragers” overwegend negatief gekleurde (re)acties teweeg brengen tegen de betreffende auteurs, die soms buitengemeen “heftig” kunnen zijn.
Er zijn veel meer “gestalten” te vinden en bij allen staan m.i. een tweetal vragen centraal die nauw samenhangen met de kwaliteit van ons democratisch systeem en ons grondrecht dat onder “vrijheid van meningsuiting” bekend is.
Waar houdt de democratische vrijheid van meningsuiting op en waar begint de antidemocratische censuur in ons democratisch systeem? Ook andere “grenzen” worden opgeworpen. Niettemin kunnen/moeten voor een helder zicht op onze democratie m.i. deze twee (zeer ongemakkelijke) vragen blijvend gesteld worden.
a.zecha



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Legal Visions: jurisprudentie in korte videopresentaties

Het enthousiasme voor TaxVisions met elke week de belangrijkste fiscale jurisprudentie in korte videopresentaties (https://www.wolterskluwer.nl/taxvisions) heeft Wolters Kluwer bewogen om ook voor (andere) juristen bij wijze van proef een animatie video te maken van een arrest van de Raad van State. Er zijn plannen om dit wekelijks te gaan doen voor de belangrijkste jurisprudentie (strafrecht, privaatrecht en bestuursrecht). Lijkt u dat wat? Laat het ons weten via redactie@njb.nl

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.