Leefbaar Nederland

Schade voorkomen. Het kan goedschiks en kwaadschiks. De Nederlandse frisdrankproducenten kondigden vorige week aan uiterlijk eind 2018 de verkoop van suikerhoudende frisdranken op middelbare scholen te staken. Daarna zijn daar alleen nog water en frisdranken zonder of met maar weinig calorieën te koop. De Europese frisdrankindustrie sprak eerder af dat in 2019 in heel Europa alleen nog maar zulke frisdranken op middelbare scholen worden aangeboden. Onze samenleving is gediend met deze pogingen obesitas onder jongeren terug te dringen.

Ook aan het front van de luchtkwaliteit is afgelopen week winst geboekt, maar hier moest de rechter eraan te pas komen. Onze regering moet onmiddellijk maatregelen treffen om luchtvervuiling aan te pakken op plekken waar deze de Europese norm overschrijdt, aldus de kortgedingrechter in een door Milieudefensie aangespannen zaak (RBDHA:2017:10171). Voorlopig komt er dus geen 130 km-weg meer bij.

Gaat het niet goedschiks, dan moet het maar kwaadschiks.

Het is koren op de molen van diegenen, de Utrechtse hoogleraar Keirse voorop (Letsel & Schade 2017/2), die menen dat het aansprakelijkheidsrecht beter moet worden benut. Hoewel schade voorkomen beter is dan schade vergoeden, is de praktijk gericht op schadevergoeding voor de getroffene nadat het kwaad is geschied. Schadevergoeding is echter schadeverplaatsing en daarmee herverdeling. Schade voorkomen heeft werkelijk zin. Dáárop zouden we moeten inzetten. Dat kan volgens Keirse ook als we iets anders aankijken tegen het aansprakelijkheidsrecht: dat wijst immers niet alleen achteraf aan wanneer schade moet worden vergoed, maar geeft daarmee ook vooraf aan in welke gevallen schade voorkomen dient te worden. Het vizier zou, in het belang van ons allen, minder gericht moeten zijn op eisers’ schadevergoedingsrecht en juist meer op gedaagdes schadevoorkomingsplicht. Waar de civilisten zich vooral concentreren op de secundaire, achteraf opkomende, schadevergoedingsplicht van gedaagde zouden zij zich juist moeten richten op nakoming van de primaire plicht een ander niet zonder recht schade te berokkenen. Gebeurt dat, zoals bij de frisdrankenindustrie, vrijwillig, ook al is dat dan uit eigen belang, dan is dat prachtig. Betracht de betrokkene echter niet zelf al de gepaste (voor)zorg, zoals de Staat in de zaak van Milieudefensie, dan moet hij daartoe met een rechterlijk bevel of verbod worden gedwongen (art. 3:296 BW). Advocaten én rechters mogen zich aangesproken voelen: niet alleen moeten andere claims, schadevoorkomingsclaims, worden ingesteld, ze moeten ook worden toegewezen. Schade voorkomen is in deze opvatting, in het belang van een betere samenleving, de core business van het aansprakelijkheidsrecht.

Dat ‘Den Haag’ hiervoor belangstelling heeft, verbaast niet. ‘Inzetten op schadevoorkomingsplichten en –claims is bittere noodzaak’, betoogt Keirse daarom in een studie voor het programma Bewust Omgaan met Veiligheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (EK 2016/17, 28663, nr. 68, bijlage B): ‘het aansprakelijkheidsrecht is onmisbaar bij het voorkomen van schade’. Terwijl publiekrechtelijke veiligheidsregels een ondergrens aangeven, wordt de uiteindelijke verantwoordelijkheid bepaald door ongeschreven privaatrecht. In het belang van een ‘leefbaar, bereikbaar en veilig Nederland’, de missie van ‘IenM’, moet daarom geld op het aansprakelijkheidsrecht worden gezet.

Dus burgers van Nederland: kom in actie! Benut het aansprakelijkheidsrecht, maar zet niet in op schadevergoeding; mik juist op nakoming, verboden en bevelen.

Het klinkt aantrekkelijk en simpel. En er valt genoeg te verbeteren: ‘kleine zaken’ (onveilig tunneltje) en ‘grote zaken’ (voorkomen van Q-koorts of schade door fijnstof). De realiteit is nog anders: hoewel een enkel voorbeeld, Urgenda (RBDHA:2015:7145) en het aanpakken van een onveilige spoorwegovergang (RBNNE:2016:5536), in het oog springt, zijn schadevoorkomingsclaims nog uitzondering.

Dat valt best te verklaren. Zo zit, neem Urgenda, een normstellende civiele rechter zomaar in politiek vaarwater. Verder is niet altijd evident hoe ex ante concrete risico’s moeten worden ingeschat en gewaardeerd. Dat verklaart terughoudendheid bij rechters, maar ook bij partijen die een zaak zouden kunnen aankaarten.

Wie dat zijn, is ook niet klip en klaar: wie voelt zich geroepen bij dreigende schade? Wie start bijvoorbeeld een preventieve juridische actie tegen een onveilige werksituatie? Een concreet slachtoffer is er (gelukkig) nog niet: de vakbond dan?1 Zwaar telt dat preventieve acties (afgezien van proceskostenvergoeding bij toewijzing) niet door gedaagden worden gefinancierd, terwijl dat bij schadevergoedingsacties via de vergoeding van buitengerechtelijke kosten in principe wel het geval is (art. 6:96 BW).

En wie nemen we eventueel op de korrel? Dat lijkt een rare vraag omdat we in principe aan primaire normschenders (‘schurken’) denken, maar al snel wordt om voor de hand liggende redenen ((on)vindbaarheid, (in)solventie, (ontbreken) serieuze invloed) het vizier gericht op ‘zijdelings’ betrokkenen, zoals de overheid, maar het kan ook anderen treffen: een school bijvoorbeeld die wordt ‘aangesproken’ vanwege vandalisme in de wijk.

Het is dus niet zo simpel en misschien eigenlijk ook wel niet zo aantrekkelijk: inzetten op schadevoorkomingsclaims brengt niet alleen maatschappelijke winst. Waar aansprakelijkheden inderdaad diep in de samenleving kunnen ingrijpen,2 kunnen verboden en bevelen dat evenzeer.

Neem de suikerhoudende dranken: behalve de industrie zijn ook scholen in beeld. Zouden zij niet in actie moeten komen in het belang van de gezondheid van hun leerlingen? Zo nodig onder druk van het aansprakelijkheidsrecht? Zien we het voor ons: rechterlijke bevelen aan het adres van scholen vanwege een ongezond eet- en drinkbeleid?3 Die ene school die bij aanvang van dit schooljaar haar verantwoordelijkheid nam en met de beste bedoelingen beleid afkondigde ten aanzien van eten en drinken (‘alleen nog maar water’) kreeg boze ouders en (social) media over zich heen: ‘waar bemoeit de school zich mee?’

Het klinkt mooi en de bedoelingen zijn goed. Ruim baan geven aan schadevoorkomingsclaims in een wereld waarin aan vrijwel alles wat wij doen of laten risico’s voor onszelf of anderen verbonden zijn, voert echter niet naar een leefbaar Nederland.

 

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2017/1753, afl. 32.

 

  1. Vgl. Rb. Amsterdam RBAMS:2013:5980 en Rb. Assen RBASS:2012:BX2051.
  2. Ook Spier (laatstelijk in noot bij NJ 2017/313 sub 7) zet daarom meer in op preventie.
  3. Keirse, Letsel & Schade 2017/2, p. 7 wel.
Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 18 september 2017

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Reinier Bakels schreef op :
Keerzijde van zulke gedachten is dat beleidsmakers over-voorzichtig worden, uit vrees politiek te worden aangesproken op "gevaarlijk" beleid. Dat speelt vooral daar waar de kosten van veiligheid op de burger kunnen worden afgewenteld, bijv. bij controles op vliegvelden.
Ik zit momenteel in "Verweggistan" en constateer dat de reisadviezen van BuZa heel erg aan de veilige kant zitten - waardoor per saldo de bewegingsvrijheid van burgers wordt beperkt.
Schade voorkomen is mooi, maar het is zoeken naar de optimale en niet de maximale veiligheid. Anders kun je geen kant meet uit.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Legal Visions: jurisprudentie in korte videopresentaties

Het enthousiasme voor TaxVisions met elke week de belangrijkste fiscale jurisprudentie in korte videopresentaties (https://www.wolterskluwer.nl/taxvisions) heeft Wolters Kluwer bewogen om ook voor (andere) juristen bij wijze van proef een animatie video te maken van een arrest van de Raad van State. Er zijn plannen om dit wekelijks te gaan doen voor de belangrijkste jurisprudentie (strafrecht, privaatrecht en bestuursrecht). Lijkt u dat wat? Laat het ons weten via redactie@njb.nl

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.