Is voorkoming van dubbele belasting een mensenrecht?

Geen betere belemmering van het vrije verkeer dan internationale dubbele belasting van grensoverschrijdende activiteit, zowel door de bronstaat als door de woon/vestigingsstaat. Het US Supreme Court heeft de Amerikaanse binnenmarkt fiscaal een stuk vrijer gemaakt door fiscale consistentie te eisen van de deelstaten.

Zij mogen als vestigingsstaat desgewenst het buitenstatelijke inkomen van hun inwoners belasten, maar dan moeten zij als bronstaat hetzelfde standpunt innemen en dus de heffing over binnenstatelijk inkomen van niet-inwoners overlaten aan de woon/vestigingsstaat van die niet-inwoners. Zij mogen ook het omgekeerde doen, dus binnenstatelijk inkomen van niet-inwoners wél belasten, maar dan moeten zij als woon/vestigingsstaat hetzelfde standpunt innemen en er dus dubbele belasting van buitenstatelijk inkomen van hun inwoners voorkomen (Comptroller v. Wynne; 18 mei 2015, docket no. 13-485). Het Hof maakte dus niet de (politieke) keuze welke deelstaat voorrang had; hij wees niet aan wie de dubbele belasting moest voorkomen. Hij eiste slechts dat de deelstaten hetzelfde beleid voeren ongeacht of zij bronstaat of vestigingsstaat zijn.

Binnen de EU zijn we nog niet zo ver. In een eerder Vooraf1 is er al op gewezen dat het Hof van Justitie EU zich niet bevoegd acht interne consistentie van de EU-lidstaten te eisen, laat staan voorkoming van internationale dubbele belasting. Het vrije verkeer verbiedt de lidstaten niet om bij inwoners het totale inkomen te belasten, waar ter wereld ook verdiend, en bij niet-inwoners hun binnenlandse inkomen (C-513/04 Kerckhaert-Morres; C-67/08 Block). Het resultaat kan zijn dubbele belasting over het buitenlandse deel van het inkomen: eenmaal in de bronstaat en nogmaals in de woon/vestigingsstaat. Het HvJ EU noemt dat ‘parallelle’ uitoefening van belastingjurisdictie, die hij niet discriminatoir acht en die dus alleen door harmonisatie voorkomen kan worden.

Een Fin die (ook) in Spanje woont en door beide landen als fiscaal inwoner wordt beschouwd en belast, óók na toepassing van het bilaterale belastingverdrag (dat dubbel fiscaal inwonerschap juist zou moeten voorkomen), heeft nu ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in deze eeuwige fiscale kwestie betrokken (zaaknr 3596/17). Hij stelt dat zijn eigendomsgrondrecht (art. 1 Protocol I EVRM) is geschonden door heffing in beide Staten over zijn inkomen.2

De Fin heeft zich laten inspireren door een (nationale) Britse belastingzaak, Fessal v HMRC.3 Die zaak betrof een barrister die overstapte van het kasstelsel voor fiscale winstverantwoording naar het declaratiestelsel. Hij had het transitional regime niet correct toegepast, waardoor hij in het boekjaar 2005/2006 te weinig belasting had betaald, maar daartegenover in het boekjaar 2006/2007 navenant te veel. Hij had dus niet te weinig, maar slechts in het verkeerde jaar betaald. In 2011 resp. 2012 deelde Her Majesty’s Revenue and Customs  (HMRC) hem mede dat van hem zou worden nagevorderd over 2005/2006, maar dat de wettelijke termijn voor teruggaaf over 2006/2007 helaas was verstreken. De overleden Tilburgse oud-hoogleraar J.E.A.M. van Dijck placht zulke heffingspraktijken te karakteriseren als: “Hoe maak ik vijanden voor het leven?”

HMRC had misschien beter geen barrister kunnen uitzoeken om dit beleid uit te proberen, want Fessal kreeg gelijk van het First-tier Tribunal (FTT), dat oordeelde dat HMRC’s navorderingsbevoegdheid moet worden uitgeoefend in overeenstemming met art. 1 Protocol I EVRM. Het overwoog:

“Subjecting the same profits to tax twice cannot reasonably be said to be pursuing a legitimate aim in the public interest or to be striking a fair balance between the demands of the general interest (…) and the protection of the individual’s rights; (…)  it is true that Mr. Fessal would not have found himself in his present predicament had he not been careless in filing his tax returns (…).  But is it proportional for the consequence of that carelessness to result in what is effectively a 100% penalty (…)?  Proportionality (…) entails “a reasonable relationship between the means employed and the aims pursued and a fair balance between general interests and individual fundamental rights”.  It is hard to see how assessments which include profits in respect of which tax has already been paid reflects a reasonable relationship between the means employed and the aims pursued or involves a fair balance between the general interest (…) and Mr Fessal’s rights (…) not to be deprived of his possessions.”

De Finse belastingplichtige probeert nu het EHRM te verleiden tot internationalisering van deze aanpak. Maar dat internationale karakter is precies het probleem. Dubbele belasting door één Staat is iets anders dan wat het HvJ EU parallelle uitoefening van twee woonstaatjurisdicties zou noemen. Het HvJ EU zou zich niet bevoegd achten om te kiezen tussen Finland en Spanje. Het Amerikaanse Hooggerechtshof zou zich daartoe evenmin bevoegd achten, maar zou wel de belastingplichtige significant verder helpen, immers: als Finland en Spanje binnenlands inkomen van niet-inwoners belasten (dat doen zij), dan zullen zij dubbele belasting moeten voorkomen op buitenlands inkomen van hun inwoners (interne consistentie).

De Fin voert subsidiair aan dat als ook het EHRM niet één schuldige kan aanwijzen, beide Staten de helft van de dubbele belasting moeten teruggeven. Beter nog zou zijn dat het EHRM het discriminatieverbod ex Protocol 12 EVRM (c.q. art. 14 EVRM jo. art. 1 Protocol I EVRM) toepast en daarbij hetzelfde discriminatiebegrip gebruikt als het US Supreme Court - en dus interne consistentie van de lidstaten eist. Dan zou ook het HvJ EU om kunnen gaan, gezien de art. 17 en 52(3) EU-Handvest. Maar juist gezien die bepalingen, zal het EHRM dit wellicht niet aandurven.



Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2017/1019, afl. 19.

 

 

Naam auteur: Peter Wattel
Geschreven op: 8 mei 2017

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar Europees belastingrecht Universiteit van Amsterdam

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.