Wie betaalt, bepaalt!

Zoals macht corrumpeert, geldt dat wie betaalt, bepaalt. Deze kort verwoorde ervaringsregels vragen van dag tot dag onze aandacht, ondanks het feit dat we geneigd zijn om ze gemakshalve onder de mat van onze dagelijkse beslommeringen te vegen. Bestuurlijke en politieke macht kan sterk beïnvloed worden door informatie en kennis. Informatie en kennis die volledig uit onafhankelijke handen komt, kan macht maken, maar ook – onverwacht – breken. Daarom is zichtbaar dat vanuit bestuur en politiek steeds veel druk wordt uitgeoefend op de resultaten van onderzoek, zeker wanneer het risico bestaat dat de uitkomst van onafhankelijk onderzoek informatie of kennis oplevert die spanning oplevert voor bepaalde bestuurlijke of politieke doelen.

Tegelijkertijd geldt dat in een open democratie onafhankelijk onderzoek en de informatie en kennis die eruit voortvloeien van essentiële betekenis zijn. Daarom rust er ook een zware verantwoordelijkheid op 'de wetenschap'. Iedere burger heeft het recht om te weten en de wetenschap hoort dat belang van burgers primair te dienen en niet bestuurlijke of politieke belangen om greep te houden op informatie en kennis. Ook de overheid zelf moet echter zorgvuldig omgaan met onderzoek en het geven van onderzoeksopdrachten.

In dit licht is van belang de correspondentie tussen minister Plasterk van OC&W en de KNAW over Wetenschap op bestelling: Over de omgang tussen wetenschappelijke onderzoekers en hun opdrachtgevers. In 2005 had de KNAW een advies aan de regering uitgebracht over dit onderwerp en in december 2007 reageerde het kabinet. Maart dit jaar zette de KNAW de discussie voort, omdat regering en KNAW niet op één lijn zitten op een aantal punten. Centraal staat de gedragscode van de VSNU over onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en de naleving van die gedragscode door alle publieke onderzoeksinstellingen. Anders dan de minister is de KNAW van oordeel dat – zoals onderzoek uitwijst – opdrachtonderzoek wel problemen kan meebrengen voor de integriteit van de onderzoekers.

Het is verontrustend dat het kabinet deze problemen onvoldoende onderkent. De KNAW pleit voor het hanteren van duidelijke regels, zoals de KNAW Verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid die kan stimuleren dat gedragscodes meer geïnternaliseerd worden. Het kabinet is tegen hantering van deze verklaring en stelde de Tweede Kamer in het vooruitzicht dat in de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van Diensten (ARVODI) wordt geregeld dat contractonderzoekers de algemene beginselen van professioneel handelen moeten hanteren en dat de opdrachtgever de onafhankelijkheid van de onderzoeker niet mag schenden. Ik heb in de per 26 februari opnieuw vastgestelde ARVODI – die in echt heel kleine lettertjes is uitgegeven – deze bepaling niet terug kunnen vinden. Als deze waarborg op contractniveau vastgelegd zou moeten worden dan is er naar mijn mening geen valide garantie, omdat per geval daarover onderhandeld zou moeten worden. En daarin schuilt het gevaar van onredelijke beïnvloeding door de overheid als opdrachtgever.

Een ander zorgpunt betreft het verhinderen of uitstellen van de publicatie van opdrachtonderzoek van de overheid. De VSNU gedragscode schrijft voor dat de onderzoeker de resultaten binnen redelijke termijn mag publiceren. De WRR is in het rapport Onzekere veiligheid zelfs voorstander van een wettelijke publicatieplicht bij bepaald onderzoek. De KNAW stelt aan de orde dat bij opdrachtonderzoek van de overheid het openbaar maken van onderzoeksresultaten in strijd met de VSNU code nog wel eens getraineerd of zelfs verboden wordt. Ook de door de overheid afgedwongen overdracht van auteursrechten kan publicatie van onderzoeksresultaten frustreren.

Een ander belangrijk aandachtspunt betreft de zuiverheid van beleidsonderzoek. Hierbij kunnen nevenfuncties van de betrokken onderzoekers een rol spelen. Daarom is openbaarheid van die nevenfuncties een belangrijke waarborg. Het kabinet stelt voor om de KNAW de nevenfuncties van parttime hoogleraren bij te laten houden. De KNAW is voor een ruimere openbaarheid, die te realiseren is wanneer de universiteiten zelf jaarlijks verslag doen van hun inspanningen om volledige openheid over de nevenfuncties van alle onderzoekers aan de instelling verbonden.

In de discussie tussen de KNAW en het kabinet wordt géén aandacht geschonken aan waarborgen die vooral in verband met juridisch beleidsonderzoek van belang zijn. Vanwege de – mede door het beleid van minister Plasterk zelf veroorzaakte – beperkte reguliere onderzoeksfinanciering, zijn veel onderzoeksgroepen aangewezen op het binnenhalen van contractonderzoek van de overheid. Bij de selectie van onderzoeksgroepen die in aanmerking komen voor overheidsopdrachten kan gewild of ongewild een rol meespelen hoe de opstelling van bepaalde onderzoeksgroepen is ten opzichte van de VSNU gedragscode. De ervaring leert dat rekkelijken eerder op opdrachten kunnen rekenen dan de meer preciezen.

De onderzoeksgroepen verkeren wat dit betreft in een prisoner’s dilemma. De toenemende afhankelijkheid van overheidsopdrachten schept het risico dat de onderlinge concurrentie niet alleen de prijs en kwaliteit van het onderzoek betreft, maar ook de plooibaarheid als het gaat om vraagstelling, methode, verslaglegging en publicatie. Een kritische opstelling tegenover de opdrachtgever kan nadelig werken bij het binnenhalen van opdrachten. Een discussie in academische kring over dit onderwerp is hoogst gewenst. Het lijkt mij onvermijdelijk dat alle universiteiten uiteindelijk één lijn kiezen die bindend is voor de verschillende onderzoeksgroepen. Ook is het noodzakelijk dat de overheid zich meer verantwoord opstelt als het gaat om naleving van de VSNU gedragscode.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2008/37.



Bron afbeelding: matt coats

Naam auteur: Alex Brenninkmeijer
Geschreven op: 21 oktober 2008

Hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

wietze postma schreef op :
Na 2 herseninfarcten hebbik een volmacht onder dwang getekend voor de Rabobank. De Rabobank eist in deze volmacht volledige medewerking van mij.
De Rabobank weigert nota's te betalen die volgens hun niet convenièrend zijn om mijn waterpark open te houden. We spreken hier over loon, ob, woz,wegenbelasting. Wie is hier de aansprakelijke bestuurder in mijn bv. Ik bied de betalingen wel aan. De Rabobank krijgt meer aan bedrag binnen dan ze nodig hebben om hun rente over mijn leningen te betalen.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.