Luie rechters draaien het recht door de gehaktmolen

Rechters hebben kennelijk eindelijk gehoord dat de maatschappij niet echt onder de indruk is van hun werktempo in civiele procedures. Zij maken daarvan dat ze de duur van die procedures moeten inkorten. Nu maken rechters deel uit van een keten van actoren die ieder hun rol spelen in het proces van civiele rechtsbedeling. Rechters zijn in die keten echter uniek, in die zin dat ze een machtspositie hebben.

Zonder dat iemand hén reëel kan aanspreken op hun handelen en tempo, hebben zij wél de macht en de meest verstrekkende machtsmiddelen de andere actoren het mes op de keel te zetten. En net zoals autofabrikanten die goedkoper auto’s willen produceren hun toeleveranciers uitknijpen, zo probeert nu de rechterlijke macht plots over de rug van rechtzoekenden en advocaten de duur van civiele procedures aanmerkelijk in te korten.

Pilot Gerechtshof Amsterdam

Recent ontvingen de Raden van Toezicht van de diverse plaatselijke ordes van advocaten een brief van het Gerechtshof Amsterdam over zijn pilot ‘Voorgenomen aanpassing procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven per 1-1-2013’. Met veel omhaal van woorden wordt daarin uitgelegd dat vooral rechtzoekenden en hun advocaten met alle het hof ter beschikking staande middelen zullen worden geprest om hun verhaal te doen binnen maximaal zes maanden. Nu het streven van het hof is de duur van de procedures binnen één (70 %) tot twee (90%) jaren af te ronden, houdt het hof voor zichzelf de ruime marge van een half tot anderhalf jaar over om een uitspraak te doen. Zelfs binnen die ruime marge, die – vriendelijk gezegd – geen verandering inhoudt ten opzichte van de huidige prestaties van het hof, weigert het hof zich zelf vast te leggen op termijnen waarbinnen het uitspraak zal doen. Het hof doet zich, zacht gezegd, dus geen geweld aan om óók een bijdrage te leveren aan de inkorting van de duur van het civiel hoger beroep. Heel moeilijk hoeft dat evenwel niet te zijn. Een werkelijke verkorting van de procedures zou bijvoorbeeld worden bewerkstelligd als uitsluitend nog mét grieven kan worden geappelleerd,1 als het antwoord daarop binnen zes tot twaalf weken moet worden gegeven, waarna binnen zes tot twaalf weken arrest moet worden gewezen. Alle procedures zijn dan binnen een half jaar na aanbrengen afgerond, behoudens vertraging door noodzakelijk geachte zittingen.

Streng procesregime Rechtbank Arnhem

De Rechtbank te Arnhem maakt het, als deel van een reeks van pilots van de Raad voor de Rechtspraak, nóg bonter. Per persbericht van 24 oktober 2012 liet men weten dat men met ingang van 1 november – koud een week daarna dus – voor alle zowel oude als nieuwe zaken een streng procesregime gaat hanteren. Die rechtbank wil weliswaar in haar gewijzigd procesreglement nog wel opschrijven dat zij streeft naar termijnen voor vonnis wijzen van zes tot tien weken, maar wijst in een omineuze voetnoot daarbij op het feit dat géén middelen bestaan om rechters te dwingen zich te houden aan hun eigen termijnen voor vonnis wijzen.

Dat men ook in Arnhem het doel van procesduurverkorting vooral wil bereiken over de rug van rechtzoekenden en advocaten is wellicht nog te begrijpen, nu ook rechters niets menselijks vreemd is. Veel kwalijker is dat men meent beperkingen te kunnen opleggen aan de omvang van processtukken. Met aanwijzingen voor lettergrootte, regelafstand en kantlijnen meent deze rechtbank te kunnen bepalen dat conclusies bij voorkeur niet langer mogen zijn dan vijftien bladzijden en dat aktes niet langer mogen zijn dan vier bladzijden. Op welke wetsbepaling men dit meent te kunnen baseren is onduidelijk, sterker nog: een dergelijke regel bestaat niet, maar de rechtbank meent zelfs in te kunnen grijpen als stukken naar haar mening te lang zijn. De rolrechter zou onder het nieuwe regime kunnen bevelen dat te lange dagvaardingen via herstelexploten moeten worden ingekort en dat te lange processtukken moeten worden vervangen, steeds binnen twee weken.

Strijd met het formele procesrecht

Iedereen die het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een beetje in het hoofd heeft, weet dat het handelen van de Rechtbank Arnhem in flagrante strijd is met het formele procesrecht. Veel erger is dat men kennelijk niet meer bezig is met het bedelen van recht, maar alleen nog met – wat de Engelsen zo mooi noemen – bonentellerij. Het gaat kennelijk slechts nog om hoeveel procedures hoe snel door de gehaktmolen zijn gedraaid. Inhoud en recht zijn tot bijzaken verworden. Over de formaliteiten kunnen we nu al zeggen dat de aanpak Straatsburg niet zal gaan overleven. Het op deze wijze inperken van het recht een zaak te bepleiten is niets anders dan verboden rechtsweigering. Bovendien: wat maakt het op een termijn van zes tot tien weken in hemelsnaam uit of je vijftien of vijftig bladzijden per processtuk moet lezen?

Advocaten mógen zich in hun argumenten niet beperken, op straffe van aansprakelijkheid. Nu al, ook als je pagina’s lang aan één onderwerp hebt gewijd, word je daarover nog steeds regelmatig het bos ingestuurd met de dan toch echt onbegrijpelijke standaardformule in vonnissen ‘niet, althans onvoldoende weersproken’. Als advocaat móet je op ieder onderwerp uitgebreid ingaan, omdat je nu eenmaal niet kunt voorspellen wat de rechter van belang zal vinden. Daarbij komt dat de rechter geen enkele bevoegdheid heeft om te bevelen een herstelexploot uit te brengen, als aan een dagvaarding geen formele gebreken kleven. Evenmin bestaat enige wettelijke bepaling die hem het recht geeft om een formeel juist vormgegeven conclusie of akte in te laten trekken, om deze te laten vervangen door een hem wel welgevallig stuk.

Op voornoemde feiten en op de andere aspecten van de aanpak en insteek van het Gerechtshof Amsterdam en de Rechtbank Arnhem als zetbazen van de Raad voor de Rechtspraak is nog veel meer commentaar mogelijk. Wij hopen echter dat dit stuk volstaat om duidelijk te maken dat als rechters kortere procedures willen, zij zélf een duit in het zakje moeten doen. Het kort houden van advocaten is misschien goed, maar het blijft een ongeloofwaardige maatregel als de rechterlijke macht daar niets tegenover stelt. Als men daarnaast dan ook nog ten koste van anderen met een luie draai aan de gehaktmolen het recht geheel terzijde stelt, past nog maar één kwalificatie: onaanvaardbaar.

Auteurs zijn allen advocaat te Amsterdam. Dit artikel verschijnt in NJB 2012, afl. 41.

1. Wat slechts een kleine wetswijziging vergt.

Naam auteur: Georg van Daal
Geschreven op: 14 november 2012

Naam auteur: Godfried van Berkel en Aron Das Gupta
Geschreven op: 14 november 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
"Luie rechters" die "het recht" door de "gehaktmolen" draaien roept associaties op aan neoparlementair woordgebruik. Een dergelijke associatie treedt ook op bij het lezen van de volgende zin: begin cit. "En net zoals autofabrikanten die goedkoper auto’s willen produceren hun toeleveranciers uitknijpen, zo probeert nu de rechterlijke macht plots over de rug van rechtzoekenden en advocaten de duur van civiele procedures aanmerkelijk in te korten." einde cit..
Daarenboven zal m.i. een "rechtzoekende" diep in zijn geldbuidel moeten tasten indien een civiele procedure lang aansleept terwijl intussen de kassa van advocaten blijft rinkelen.
a.zecha



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Legal Visions: jurisprudentie in korte videopresentaties

Het enthousiasme voor TaxVisions met elke week de belangrijkste fiscale jurisprudentie in korte videopresentaties (https://www.wolterskluwer.nl/taxvisions) heeft Wolters Kluwer bewogen om ook voor (andere) juristen bij wijze van proef een animatie video te maken van een arrest van de Raad van State. Er zijn plannen om dit wekelijks te gaan doen voor de belangrijkste jurisprudentie (strafrecht, privaatrecht en bestuursrecht). Lijkt u dat wat? Laat het ons weten via redactie@njb.nl

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.